Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:2245

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-07-2014
Datum publicatie
23-07-2014
Zaaknummer
HD 200.148.823_01
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vonnis waarin deskundige wordt benoemd is een tussenvonnis. Appellant is niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.148.823/01

arrest van 22 juli 2014

in de zaak van

[de man],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna aan te duiden als [appellant],

advocaat: mr.drs. J. Wouters te Middelburg,

tegen

gemeente Veere,

gevestigd te Domburg, gemeente Veere,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als de gemeente,

niet verschenen,

op het bij exploot van dagvaarding van 14 april 2014 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg van 5 februari 2014 en 19 februari 2014, gewezen tussen [appellant] als eiser en de gemeente als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/12/78104/HA ZA 11-158)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep;

- het herstelexploot van 5 mei 2014;

- de rolbeslissing van 27 mei 2014;

- de akte van [appellant].

2.2.

Het hof heeft arrest bepaald.

3 De beoordeling

3.1.

Het hof heeft in de rolbeslissing overwogen dat [appellant] hoger beroep heeft ingesteld van twee tussenvonnissen. [appellant] heeft hierop bij akte gereageerd en aangevoerd dat in de vonnissen waarvan beroep wel degelijk een eindbeslissing is genomen. Het hof kan [appellant] niet volgen in deze stelling. De rechtbank heeft in het vonnis van 5 februari 2014 een deskundige benoemd en de aan de deskundige te stellen vragen geformuleerd. In het vonnis van 19 februari 2014 is zij teruggekomen van de benoeming van de betreffende deskundige en heeft zij een andere deskundige benoemd. In beide vonnissen is iedere verdere beslissing aangehouden. Uit het voorgaande volgt dat de vonnissen niet kunnen worden aangemerkt als een (gedeeltelijk) eindvonnis, aangezien daarbij niet door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde een einde is gemaakt.

3.2.

Artikel 337 Rv bepaalt dat van tussenvonnissen, behoudens van vonnissen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, hoger beroep slechts openstaat tegelijk met dat van het eindvonnis, tenzij de rechter anders heeft bepaald. In het vonnis is niet bepaald dat tussentijds hoger beroep van het vonnis openstaat. Niet is gesteld of gebleken dat de rechter na het tussenvonnis desgevraagd alsnog verlof heeft verleend voor het tussentijds instellen van hoger beroep. Voor zover [appellant] bedoelt te stellen dat de rechtbank een zodanig fundamenteel rechtsbeginsel heeft veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken, faalt dit. De doorbrekingsjurisprudentie geldt niet ten aanzien van de uitsluiting van tussentijds hoger beroep van een tussenvonnis. De conclusie is dan ook dat [appellant], zo nodig ambtshalve,

niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep (vgl. HR 14 juli 2006, LJN AV9442).

3.3.

Aangezien [appellant] niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep, wordt hij veroordeeld in de kosten van de procedure. Omdat de gemeente niet is verschenen, worden de kosten aan haar zijde begroot op nihil.

4 De uitspraak

Het hof:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de gemeente tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 juli 2014.