Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:2109

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-07-2014
Datum publicatie
10-07-2014
Zaaknummer
20-004834-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bovenregionale zaak. Witwassen van auto-onderdelen en oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-004834-11

Uitspraak : 8 juli 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 21 december 2011 in de strafzaak met parketnummer 01-889102-10 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van, kort gezegd:

1.

medeplegen van medeplichtigheid aan oplichting van een verzekeringsmaatschappij,

2.

witwassen van auto-onderdelen,

3.

het voorhanden hebben van een stroomstootwapen en

het voorhanden hebben van op een vuurwapen gelijkende veerdrukwapens en

4.

deelneming aan een criminele organisatie

veroordeeld tot een gevangenisstraf van 197 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en voorts een werkstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis. De rechtbank heeft ook een beslissing genomen over de in beslag genomen voorwerpen.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte voor het onder 1. meer subsidiair, 2., 3. en 4. ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 197 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en voorts een werkstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof dezelfde beslissingen omtrent het beslag zal geven als de rechtbank.

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 1., 2. en 4. ten laste gelegde bepleit. Voorts heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd. Hij heeft ook betoogd dat de in beslag genomen auto dient te worden teruggegeven aan de verdachte.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 24 mei 2010 tot en met 25 mei 2010 te Asten en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) anderen althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een personenauto van het merk Kia type Sorento (kenteken [kenteken]) heeft weggenomen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

subsidiair,


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 mei 2010 tot en met 23 juni 2010 te Helmond en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van geld en/of een schadevergoeding wegens de diefstal van een personenauto van het merk KIA Sorento kenteken [kenteken], in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de diefstal van een KIA Sorrento (kenteken [kenteken]) in scene gezet en/of bij de politie aangifte gedaan van diefstal van voornoemde auto en/of vervolgens bij de verzekering gemeld dat de auto was gestolen en in dat verband een schadevergoedingsverzoek ingediend , waardoor [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte,

meer subsidiair,

[betrokkene 5] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 mei 2010 tot en met 23 juni 2010 te Asten en/of Helmond en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van geld en/of een schadevergoeding wegens de diefstal van een personenauto van het merk KIA type Sorento (kenteken [kenteken]), in elk geval van enig goed, hebbende die [betrokkene 5] en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - bij de politie aangifte gedaan van diefstal van voornoemde auto en/of vervolgens bij de verzekering gemeld dat de auto was gestolen en in dat verband een schadevergoedingsverzoek ingediend, waardoor [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 mei 2010 tot en met 23 juni 2010 te Helmond en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door te informeren naar één of meer afnemers voor (onderdelen) van de KIA voornoemd en/of zorg te dragen voor het verdwijnen/weghalen van de KIA voornoemd en/of de afzet van de KIA voornoemd,

meest subsidiair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 mei 2010 tot en met 27 oktober 2010, te Eersel en/of Asten en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een personenauto van het merk Kia type Sorento (kenteken [kenteken]) en/of onderdelen van een personenauto van het merk Kia type Sorento (kenteken [kenteken]), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van (een) voorwerp(en), te weten een personenauto van het merk Kia type Sorento (kenteken [kenteken]) en/of onderdelen van een personenauto van het merk Kia type Sorento (kenteken [kenteken]), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 september 2008 tot en met 27 oktober 2010, te Mierlo en/of Eindhoven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten:

- in een personenauto van het merk Volkswagen type Cross Polo (kenteken [kenteken]) een rechtervoorportier en/of rechterachterportier en/of een bestuurdersairbag afkomstig van een op of omstreeks 7 september 2008 gestolen Volkswagen Polo (kenteken [kenteken]);

- in een tuinhuisje bij de woning aan de [adres] te Mierlo 2 portieren afkomstig van van een op of omstreeks 7 september 2008 gestolen Volkswagen Polo (kenteken [kenteken]), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van (een) voorwerp(en),te weten een rechtervoorportier en/of rechterachterportier en/of een bestuurdersairbag afkomstig van een op of omstreeks 7 september 2008 gestolen Volkswagen Polo (kenteken [kenteken]) en/of 2 portieren afkomstig van een op of omstreeks 7 september 2008 gestolen Volkswagen Polo (kenteken [kenteken]), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

3.
hij op of omstreeks 27 oktober 2010 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen,

- een wapen van categorie II onder 5° en/of categorie II onder 3°, te weten een taser gun van het merk Kelon in de vorm van een GSM (mobiele telefoon) zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, en/of

- ( een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukwapen van het merk KGS met het opschrift Colt en/of een veerdrukwapen van het merk Taurus met het opschrift Millenium, zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn vorm en/of afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemd(e) voorwerp(en) te weten respectievelijk met een pistool van het merk Browning en/of een pistool van het merk Taurus PT-111-titanium, voorhanden heeft gehad,

4.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 15 november 2010 te Mierlo en/of Eindhoven en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van twee of meer personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [medeverdachte 3] en/of [betrokkene 4] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten diefstal van voertuigen en/of heling met betrekking tot voertuigen en/of onderdelen van voertuigen en/of het witwassen van voertuigen en/of onderdelen van voertuigen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte het onder 1. primair en 1. subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Anders dan de advocaat-generaal acht het hof niet bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Uit het dossier blijkt weliswaar dat de verdachte niet onbekend was met de wereld van autodiefstallen en witwaspraktijken, maar onvoldoende komt daaruit naar voren dat hij heeft deelgenomen binnen een gestructureerd, op het plegen van deze delicten gericht samenwerkingsverband met [medeverdachte 1] en anderen. Weliswaar heeft medeverdachte [medeverdachte 2] verklaard dat verdachte samen met [medeverdachte 1] betrokken was bij de diefstal van auto’s en het kort maken van auto’s, doch in de stukken vindt deze in algemene zin luidende verklaring slechts bevestiging in één handeling van verdachte in samenwerking met medeverdachten, namelijk het wegmaken van een auto ten behoeve van oplichting van de verzekering (feit 1). Het hof acht dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het onder 4. ten laste gelegde te komen. Het hof spreekt de verdachte dan ook vrij van dit feit.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1. meer subsidiair, 2. en 3. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
[betrokkene 5] in de periode van 24 mei 2010 tot en met 23 juni 2010 te Asten, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van geld en/of een schadevergoeding wegens de diefstal van een personenauto van het merk KIA type Sorento (kenteken [kenteken]), hebbende die [betrokkene 5] met vorenomschreven oogmerk listiglijk en bedrieglijk - zakelijk weergegeven - bij de politie aangifte gedaan van diefstal van voornoemde auto en vervolgens bij de verzekering gemeld dat de auto was gestolen en in dat verband een schadevergoedingsverzoek ingediend, waardoor [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 14 mei 2010 tot en met 23 juni 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door zorg te dragen voor het verdwijnen/weghalen van de KIA,


2.
hij in de periode van 7 september 2008 tot en met 27 oktober 2010, te Mierlo voorwerpen, te weten:

- in een personenauto van het merk Volkswagen type Cross Polo (kenteken [kenteken]) een rechtervoorportier en een rechterachterportier en een bestuurdersairbag afkomstig van een op of omstreeks 7 september 2008 gestolen Volkswagen Polo (kenteken [kenteken]);

- in een tuinhuisje bij de woning aan de [adres] te Mierlo 2 portieren afkomstig van van een op of omstreeks 7 september 2008 gestolen Volkswagen Polo (kenteken [kenteken]), voorhanden heeft gehad, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

3.
hij op 27 oktober 2010 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo,

- een wapen van categorie II onder 5°, te weten een taser gun van het merk Kelon in de vorm van een GSM (mobiele telefoon), zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, en

- wapens van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukwapen van het merk KGS met het opschrift Colt en een veerdrukwapen van het merk Taurus met het opschrift Millenium, zijnde voorwerpen die voor wat betreft vorm en/of afmeting een sprekende gelijkenis vertoonden met vuurwapens te weten respectievelijk met een pistool van het merk Browning en een pistool van het merk Taurus, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkorte arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit of die bewezen verklaarde feiten waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

In verband met de aangevoerde verweren, overweegt het hof nog het volgende.

Ten aanzien van het onder 1. bewezen verklaarde

Het hof leidt uit de gebezigde bewijsmiddelen – in het bijzonder de verklaring van getuige [getuige] van 29 november 2010 en de bevindingen met betrekking tot de telefoontaps – af dat verdachte heeft geregeld dat de Kia van [betrokkene 5] zou worden weggehaald. Hij heeft daartoe de contactsleutel van de Kia in ontvangst genomen en later weer teruggebracht. Voorts leidt het hof uit de stukken af dat verdachte medeverdachte [medeverdachte 1] ook heeft geholpen tijdens het weghalen van de auto zelf. [betrokkene 5] heeft vervolgens aangifte gedaan van diefstal en hij heeft de diefstal bij de verzekering gemeld, zodat hij een schadevergoeding kon opstrijken.

De raadsman heeft betoogd dat het verband tussen het weghalen van de auto van [betrokkene 5] en het oplichten van de verzekering ontbreekt. De verzekeringsmaatschappij is namelijk door de aangifte en de melding van [betrokkene 5] bewogen tot afgifte van geld. Het daadwerkelijk weghalen van de auto was daarvoor niet noodzakelijk en heeft daar niet aan bijgedragen.

Het hof is van oordeel dat de raadsman met dit verweer de samenhang tussen de verschillende aspecten in deze zaak miskent. In de onderhavige zaak heeft de initiatiefnemer, [betrokkene 5], ervoor gekozen de verzekering op te lichten door een diefstal in scène te zetten om vervolgens aangifte van diefstal te kunnen doen en een claim te kunnen indienen bij de verzekeraar. Een dergelijke kunstgreep valt of staat met een goede uitvoering. Door de auto daadwerkelijk weg te laten halen, werd de kans op ontdekking van de valsheid van de aangifte verkleind. Dat [betrokkene 5] ook op een minder vergaande manier succes had kunnen boeken bij de verzekeraar, acht het hof niet relevant. De verdachte heeft geregeld dat de autodiefstal in scène werd gezet, zodat hij medeplichtig is aan de oplichting die op basis daarvan werd gepleegd.

De raadsman heeft voorts nog betoogd dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte wist dat de auto werd weggehaald met het oog op het oplichten van de verzekering. Het hof leidt echter uit de bewijsmiddelen af dat getuige [getuige] vóór de ‘diefstal’ al eens aan verdachte had gevraagd of hij iemand wist voor de Kia die [betrokkene 5] te koop had staan. Vervolgens heeft [getuige] aan verdachte doorgegeven dat de Kia ook weggehaald kon worden. Verdachte had interesse en heeft gevraagd om de contactsleutel van de Kia. Die heeft hij van [getuige] gekregen. Na de ‘diefstal’ heeft verdachte de sleutel ook weer teruggegeven. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan deze verklaring van [getuige], nu hij in die verklaring ook zichzelf belast. Gelet op dit samenstel van feiten en omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat verdachte wist dat hij meewerkte aan een kunstgreep ten behoeve van de oplichting van een verzekeringsmaatschappij.

Het hof verwerpt de verweren van de verdediging.

Ten aanzien van het onder 2. bewezen verklaarde

Op 30 augustus 2008 is de Volkswagen Polo met het kenteken [kenteken] op naam van verdachte gezet. Op 10 november 2008 is de Volkswagen met het kenteken [kenteken] op naam van de partner van verdachte, mevrouw [betrokkene 6], gezet. De verdachte heeft haar deze auto cadeau gedaan. In de tussenliggende periode, namelijk op of omstreeks 7 september 2008, is de Volkswagen Polo met het kenteken [kenteken] gestolen.

Op 27 oktober 2010 vond er een doorzoeking plaats op het adres van verdachte in Mierlo. In het tuinhuisje, behorende bij de woning van verdachte, stonden een linker voorportier, een linker achterportier en twee binnenpanelen. Met betrekking tot deze onderdelen is een technisch rapport opgemaakt, waaruit blijkt dat deze onderdelen uit de gestolen Volkswagen met het kenteken [kenteken] komen.

In de auto van de partner van verdachte, een personenauto van het merk Volkswagen type Cross Polo met het kenteken [kenteken], zijn een rechter voorportier, een rechter achterportier en de airbag van dezelfde gestolen Volkwagen aangetroffen. Navraag bij het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit heeft namelijk geleerd dat de nummers van de twee portieren - niet van de daarin aangebrachte binnenpanelen, zoals de raadsman heeft betoogd - alsmede de airbag uit de auto van de partner van verdachte correspondeerden met de fabrieksgegevens van de gestolen Volkswagen met het kenteken [kenteken]. Het hof merkt op dat deze bevinding – anders dan de raadsman bij wijze van subsidiair verweer lijkt te betogen – niet teniet wordt gedaan door het ontbreken van een technisch rapport met betrekking tot de auto-onderdelen.

De verdachte heeft verklaard dat hij de auto-onderdelen op enig moment van Oost-Europeanen heeft gekocht. Deze personen zouden de verdachte een viertal onbeschadigde portieren hebben aangeboden.

Het hof is van oordeel dat op de verdachte ten tijde van het verkrijgen van de auto-onderdelen een bijzondere zorgplicht rustte. Er werden hem immers gelijktijdig vier onbeschadigde portieren van dezelfde auto – en naar het zich laat aanzien óók een airbag – aangeboden door voor verdachte onbekende personen van Oost-Europese afkomst. De aanbieders zijn kennelijk niet geïdentificeerd en niet gesteld of gebleken is dat van de koop een kwitantie is opgemaakt. Het hof leidt daaruit af dat de verdachte op zijn minst redelijkerwijs moest vermoeden dat de auto-onderdelen van misdrijf afkomstig waren.

Het hof verwerpt de verweren van de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van medeplichtigheid aan oplichting.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

schuldwitwassen.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte is tezamen met anderen medeplichtig geweest aan het oplichten van een verzekeringsmaatschappij voor bijna € 20.000,00. Hij heeft op brutale wijze meegewerkt aan de ondermijning van het systeem van verzekeringen, dat mede op vertrouwen is gebaseerd.

De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het schuldwitwassen van auto-onderdelen. De verdachte heeft hierdoor de integriteit van het economisch verkeer geschaad en bijgedragen aan het in stand houden van malafide praktijken in de tweedehands-autohandel.

Ten slotte heeft de verdachte een stroomstootwapen en twee op vuurwapens gelijkende veerdrukwapens voorhanden gehad. Het zijn wapens waar een zekere dreiging van uitgaat, terwijl het gebruik ervan letsel en de pijn kan veroorzaken.

Het hof acht voor deze feiten in beginsel een taakstraf van 220 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand passend en geboden.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof ziet zich echter nog gesteld voor het volgende.

Elke verdachte heeft recht op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkómen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. De termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het Openbaar Ministerie het ernstig voornemen had tegen hem een strafvervolging in te stellen

In het onderhavige geval moet de termijn worden berekend vanaf 15 november 2010, de dag waarop in verzekering werd gesteld.

De rechtbank heeft op 21 december 2011 vonnis gewezen.

Na het instellen van hoger beroep op 27 december 2011 zijn de stukken van de zaak op 17 april 2012 ter griffie van het hof ingekomen.

Het hof wijst uiteindelijk arrest op 8 juli 2014, derhalve ruim twee en een half jaar na het instellen van het hoger beroep.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn voor berechting van de verdachte in hoger beroep is overschreden. Hoewel de zaak tamelijk omvangrijk is, acht het hof geen bijzondere omstandigheden aanwezig die de overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigen.

De overschrijding van de redelijke termijn moet naar het oordeel van het hof leiden tot compensatie in de op te leggen straf, door de op te leggen taakstraf met 20 uur te verminderen.

Beslag

Ten aanzien van de voorwerpen op de beslaglijst onder de nummers 5. 7. en 10. beveelt het hof de teruggave aan de verdachte.

Ten aanzien van de voorwerpen op de beslaglijst onder de nummers 2 en 14 is het hof van oordeel dat niet zonder meer kan worden gezegd dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd met de wet of het algemeen belang is. Teruggave aan de rechthebbenden is dan aangewezen, zij het dat het niet duidelijk is wie de rechthebbenden zijn. Het hof zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbenden – dat kan in sommige gevallen ook de verdachte zijn – gelasten.

Ten aanzien van de overige in beslag genomen voorwerpen, is het hof van oordeel dat deze vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke of met behulp waarvan de bewezen verklaarde feiten zijn begaan, terwijl zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Net als de rechtbank overweegt het hof specifiek met betrekking tot de Volkswagen Polo met het kenteken [kenteken] en de daarbij horende sleutels en papieren dat deze auto is samengesteld uit gestolen onderdelen, zodat deze auto niet langer aan het (economisch) verkeer behoort deel te nemen. Het hof ziet de samengestelde auto als één gediskwalificeerd voorwerp en is van oordeel dat het niet in de reden ligt om ten aanzien van afzonderlijke delen van de auto te bepalen dat die alsnog aan de laatste rechthebbende moeten worden teruggegeven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 48, 57, 326 en 420quater van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1. primair, 1. subsidiair en 4. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1. meer subsidiair, 2. en 3. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. meer subsidiair, 2. en 3. bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de teruggave aan de verdachte van:

5.

papier, geel, notitiebriefje

7.

papier, factuur [kenteken]

10.

document, overschrijvingsbewijs [kenteken]

Beveelt de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

2.

Personenauto [kenteken], Volkswagen passat

14.

Auto-onderdeel, diverse onderdelen.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van:

1.

personenauto [kenteken], Volkswagen Polo

3.

Wapen, taser K 95 Stun gun.

4.

kentekenbewijs Volkswagen Polo [kenteken]

6.

Sleutel Volkswagen Polo, reservesleutel, kenteken [kenteken]

9.

Kentekenbewijs deel 1B + vrijwaringsbewijs [kenteken].

12.

auto-onderdeel, portier links

13.

auto-onderdeel, portier rechts.

Heft op het geschorste tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter,

mr. A.R. Hartmann en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 8 juli 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.