Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:2107

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-07-2014
Datum publicatie
10-07-2014
Zaaknummer
20-004752-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bovenregionale zaak. Witwassen van auto’s en auto-onderdelen. Tweedehandsautobranche.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 420bis, geldigheid: 2010-02-26
Wetboek van Strafrecht 420quater, geldigheid: 2010-02-16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-004752-11

Uitspraak : 8 juli 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 21 december 2011 in de strafzaak met parketnummer 01-889149-10 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het onder 1. ten laste gelegde witwassen van onderdelen van een auto vrijgesproken. De verdachte is – kort gezegd – ter zake van:

2.

gewoontewitwassen van auto’s,

3.

gewoontewitwassen van onderdelen van auto’s en

4.

deelneming aan een criminele organisatie

veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank heeft voorts beslist over de in beslag genomen voorwerpen.

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte op de dagvaarding onder 2., 3. en 4. is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

  • -

    de verdachte ter zake van het onder 2. primair, 3. primair en 4. ten last gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar,

  • -

    de verdachte een beroepsverbod van garagehouder/handelaar in motorvoertuigen zal opleggen voor de duur van 3 jaar, zulks voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar,

  • -

    de teruggave aan verdachte zal gelasten van het op de beslaglijst onder nummer 27 genoemde voorwerp en

  • -

    de onttrekking aan het verkeer zal gelasten van de op de beslaglijst onder de nummers 1 tot en met 26, 28 tot en met 30 en 39 genoemde voorwerpen.

De verdediging heeft vrijspraak van de gehele tenlastelegging bepleit, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen. Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat aan de verdachte geen gevangenisstraf zou moeten worden opgelegd. Ten slotte heeft de verdediging namens de verdachte verzocht om teruggave van alle in beslag genomen voorwerpen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat:

2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 januari 2010 tot en met 27 oktober 2010, te Geldrop en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s), (een) voorwerp(en), te weten:

- ( feit 12) een auto althans onderdelen van een auto althans voorwerpen uit een auto van het merk Volkswagen type Transporter (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 21 januari 2010 als gestolen geregistreerd stond;

- ( feit 89) een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 5 september 2010 als gestolen geregistreerd stond;

- ( feit 91) een auto althans onderdelen van een auto althans voorwerpen uit een auto van het merk Volkswagen type Passat (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 21 september 2010 als gestolen geregistreerd stond,

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp(en), te weten een auto althans onderdelen van een auto althans voorwerpen uit een auto van het merk Volkswagen type Transporter (kenteken [kenteken]), en/of een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) en/of een auto althans onderdelen van een auto althans voorwerpen uit een auto van het merk Volkswagen type Passat (kenteken [kenteken]), gebruik gemaakt,

terwijl hij (telkens) wist dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

en/of

- ( feit 12) een auto althans onderdelen van een auto althans voorwerpen uit een auto van het merk Volkswagen type Transporter (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 21 januari 2010 als gestolen geregistreerd stond;

- ( feit 89) een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 5 september 2010 als gestolen geregistreerd stond;

- ( feit 91) een auto althans onderdelen van een auto althans voorwerpen uit een auto van het merk Volkswagen type Passat (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 21 september 2010 als gestolen geregistreerd stond,

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten een auto althans onderdelen van een auto althans voorwerpen uit een auto van het merk Volkswagen type Transporter (kenteken [kenteken]), en/of een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) en/of een auto althans onderdelen van een auto althans voorwerpen uit een auto van het merk Volkswagen type Passat (kenteken [kenteken]), gebruik gemaakt,

terwijl hij (telkens) redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 november 2006 tot en met 27 oktober 2010, te Geldrop (gemeente Geldrop-Mierlo) en/of Veldhoven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (een) voorwerp(en) en/of (van) (een) voorwerp(en), te weten:

- ( feit 37) in het bedrijf [bedrijf] aan de [adres] te Veldhoven, 3 airbags afkomstig uit een omstreeks 17 oktober 2010 gestolen Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) en/of in een garagebox aan de [adres] te Geldrop 2 kentekenplaten [kenteken] afkomstig van een omstreeks 17 oktober 2010 gestolen Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]);

- ( feit 39) een instructieboekje van een Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 28 mei 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 40) een motorblok en/of een versnellingsbak en/of 2 binnenpanelen afkomstig van een Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 2 september 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 41) een autoradio DSP afkomstig uit een Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 16 november 2006 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 42) 2 blanco kentekenplaten afkomstig uit een totale partij van 3300 kentekenplaten welke partij sinds 26 februari 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 43) 2 binnenpanelen en/of een versnellingsbak afkomstig uit een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 12 november 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 44) een portier afkomstig van een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 25 mei 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 45) een portier afkomstig van een Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 12 december 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 46) een portier afkomstig van een Volkswagen type Touran (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 14 november 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 47) 3 binnenpanelen en een airbag afkomstig van een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 27 november 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 48) een binnenpaneel van een portier afkomstig van een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 8 februari 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 49) een binnenpaneel van een portier afkomstig van een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 13 oktober 2007 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 50) een binnenpaneel van een portier afkomstig van een Volkswagen type Caddy (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 6 maart 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 93) in een garagebox aan de [adres] te Geldrop een binnenpaneel van/uit een Volkswagen type Touran (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 25 maart 2010 als gestolen geregistreerd staat en/of in het bedrijf [bedrijf] aan de [adres] te Veldhoven een binnenpaneel en/of een airbag en/of een dashboard en/of 4 autoportieren afkomstig van/uit een Volkswagen type Touran (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 25 maart 2010 als gestolen geregistreerd staat,

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, terwijl hij (telkens) wist dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

en/of

- ( feit 37) in het bedrijf [bedrijf] aan de [adres] te Veldhoven, 3 airbags afkomstig uit een omstreeks 17 oktober 2010 gestolen Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) en/of in een garagebox aan de [adres] te Geldrop 2 kentekenplaten [kenteken] afkomstig van een omstreeks 17 oktober 2010 gestolen Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]);

- ( feit 39) een instructieboekje van een Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 28 mei 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 40) een motorblok en/of een versnellingsbak en/of 2 binnenpanelen afkomstig van een Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 2 september 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 41) een autoradio DSP afkomstig uit een Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 16 november 2006 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 42) 2 blanco kentekenplaten afkomstig uit een totale partij van 3300 kentekenplaten welke partij sinds 26 februari 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 43) 2 binnenpanelen en/of een versnellingsbak afkomstig uit een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 12 november 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 44) een portier afkomstig van een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 25 mei 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 45) een portier afkomstig van een Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 12 december 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 46) een portier afkomstig van een Volkswagen type Touran (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 14 november 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 47) 3 binnenpanelen en een airbag afkomstig van een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 27 november 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 48) een binnenpaneel van een portier afkomstig van een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 8 februari 2010 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 49) een binnenpaneel van een portier afkomstig van een Volkswagen type Polo (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 13 oktober 2007 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 50) een binnenpaneel van een portier afkomstig van een Volkswagen type Caddy (kenteken [kenteken]) welke auto sinds 6 maart 2009 als gestolen geregistreerd staat;

- ( feit 93) in een garagebox aan de [adres] te Geldrop een binnenpaneel van/uit een Volkswagen type Touran (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 25 maart 2010 als gestolen geregistreerd staat en/of in het bedrijf [bedrijf] aan de [adres] te Veldhoven een binnenpaneel en/of een airbag en/of een dashboard en/of 4 autoportieren afkomstig van/uit een Volkswagen type Touran (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 25 maart 2010 als gestolen geregistreerd staat,

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, terwijl hij (telkens) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en)

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

4.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 15 november 2010 te Mierlo en/of Veldhoven en/of Geldrop en/of Eindhoven en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van twee of meer personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [medeverdachte 3] en/of [betrokkene 4] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten diefstal van voertuigen en/of heling met betrekking tot voertuigen en/of onderdelen van voertuigen en/of het witwassen van voertuigen en/of onderdelen van voertuigen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies, zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen de meeste onderdelen van het onder 2. en 3. ten laste gelegde en voorts het onder 4. ten laste gelegde niet bewezen kunnen worden. Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

Ten aanzien van het onder 2. en 3. ten laste gelegde

Aan de verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte)witwassen en/of aan schuldwitwassen van auto’s en/of van auto-onderdelen,

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat het witwassen van de in de tenlastelegging genoemde auto’s en auto-onderdelen bewezen kan worden, omdat ze bij de verdachte zijn aangetroffen en van diefstal afkomstig zijn, terwijl de verdachte geen goede registratie heeft bijgehouden en geen redelijke verklaring heeft gegeven voor de verkrijging ervan.

Het hof stelt het volgende voorop.

Op basis van het dossier staat onvoldoende vast dat de goudkleurige bus waarover verdachte heeft beschikt, de Volkswagen transporter bestelauto is die op 21 januari 2010 is gestolen en van welke diefstal aangifte is gedaan, zodat om die reden vrijspraak van “feit 12” dient te volgen.

Het hof overweegt voorts het navolgende.

Degene die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruikt maakt, maakt zich schuldig aan witwassen respectievelijk schuldwitwassen als hij dit doet terwijl hem feiten of omstandigheden bekend zijn op grond waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het voorwerp afkomstig is van een misdrijf. Dit kan zich al voordoen bij de verkrijging van het voorwerp, bijvoorbeeld wanneer waardevolle voorwerpen zonder papieren worden verkocht of overhandigd door een onbekende of wanneer voorwerpen voor een bedrag ver onder de geldende marktprijs worden verworven. De wetenschap of het vermoeden kan ook op een later moment opkomen. Blijft de houder van het voorwerp dit voorwerp dan toch onder zich houden, dan maakt hij zich evenzeer schuldig aan (schuld)witwassen.

Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval of aangenomen kan worden dat bij de verdachte de wetenschap of het vermoeden van de criminele herkomst van een voorwerp bestond. In de onderhavige zaak moet voor de beoordeling in aanmerking worden genomen dat de verdachte werkzaam was als handelaar in tweedehands (schade)auto’s en auto-onderdelen. Hij exploiteerde daartoe een autohandel. Van een autohandelaar mag een grote mate van zorgvuldigheid en een zekere expertise worden verwacht bij de inkoop en inruil van auto’s en auto-onderdelen. Dit geldt temeer nu niet kan worden miskend dat juist in de tweedehandsautobranche een niet te verwaarlozen risico bestaat op aanbod van gestolen auto’s en auto-onderdelen door particulieren. De zorgplicht van een handelaar in deze branche brengt dan ook met zich dat een handelsmogelijkheid die zich onder verdachte omstandigheden voordoet, moet worden afgeslagen. Een deugdelijke boekhouding is bovendien een vereiste (zie ook art. 437 Sr). Daarmee kan de handelaar immers inzichtelijk maken dat een inkoop of inruil naar het zich liet aanzien niets verdachts om het lijf had. Eveneens kan een deugdelijke boekhouding aanknopingspunten bieden voor de opsporing van de aanbieder van gestolen waren.

Tegen deze achtergrond mag van een verdachte in de autobranche worden verwacht dat hij – geconfronteerd met de criminele herkomst van voorwerpen in zijn bedrijf – een verklaring aflegt omtrent de herkomst van de betreffende voorwerpen en die verklaring zoveel mogelijk met zijn boekhouding onderbouwt.

Uit het ontbreken van een dergelijke verklaring en een deugdelijke boekhouding volgt echter naar het oordeel van het hof niet zonder meer dat aangenomen kan worden dat verdachte wetenschap of het vermoeden heeft gehad van de criminele herkomst van een voorwerp. Daarvoor is – mede gelet op de grote hoeveelheid auto-onderdelen die de verdachte in het kader van zijn reguliere bedrijfsactiviteiten onder zich had – op zijn minst een bijkomende omstandigheid ten tijde van het verwerven, voorhanden hebben, overdragen of gebruikmaken van het voorwerp vereist, waaruit het bestaan van wetenschap of het vermoeden van de criminele herkomst bij de verdachte kan volgen. Behoudens ten aanzien van de hierna in de bewezenverklaring overgenomen onderdelen van de tenlastelegging, zijn dergelijke bijkomende omstandigheden ten aanzien van de afzonderlijke onderdelen niet door het openbaar ministerie aangereikt. De argumentatie van het openbaar ministerie is blijven steken in een algemene opsomming van de gebreken in verdachtes bedrijfsvoering en het benoemen van verdacht gereedschap, waarvan overigens niet is gebleken dat verdachte dat gereedschap daadwerkelijk voorhanden had.

Gelet op het voorgaande kunnen - naast het onderdeel ‘feit 12’ - de onderdelen ‘feit 39’, ‘feit 40’, feit 41’, feit 43’, feit 44’, ‘feit 45’, feit 46’, feit 47’, ‘feit 48’, ‘feit 49’, ‘feit 50’ en ‘feit 93’ van het onder 3. ten laste gelegde niet worden bewezen bij gebrek aan bewijs voor verdachtes wetenschap, dan wel het bewijs dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de voorwerpen afkomstig waren van enig misdrijf.

Gelet op het beperkt aantal gevallen van witwassen dat het hof wel bewezen acht, mede tegen het licht van de omvang van de handel van verdachte, komt het hof tot het oordeel dat van gewoontewitwassen geen sprake is geweest. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde

Nu het hof de verdachte grotendeels vrijspreekt van de aan hem verweten betrokkenheid bij het witwassen van auto’s en auto-onderdelen en uit het dossier ook niet op een andere wijze blijkt van zijn deelneming aan een structureel samenwerkingsverband met personen die zich bezighouden met autodiefstal of heling, schiet het bewijs voor de deelname aan een criminele organisatie tekort. Om die reden spreekt het hof de verdachte eveneens vrij van het onder 4. ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2. en 3. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2.
hij in de periode van 10 september 2010 tot en met 27 oktober 2010 te Geldrop en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten:

- ( feit 89) een auto van het merk Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 5 september 2010 als gestolen geregistreerd stond,

- ( feit 91) een auto van het merk Volkswagen type Passat (kenteken [kenteken]), welke auto sinds 21 september 2010 als gestolen geregistreerd stond,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf,


3.
hij op tijdstippen in de periode van 26 februari 2010 tot en met 27 oktober 2010, te Geldrop (gemeente Geldrop-Mierlo) en/of Veldhoven, voorwerpen, te weten:

- ( feit 42) 2 blanco kentekenplaten afkomstig uit een totale partij van 3300 kentekenplaten welke partij sinds 26 februari 2010 als gestolen geregistreerd staat;

voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

en

- ( feit 37) in het bedrijf [bedrijf] aan de [adres] te Veldhoven, 3 airbags afkomstig uit een omstreeks 17 oktober 2010 gestolen Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]) en in een garagebox aan de [adres] te Geldrop 2 kentekenplaten [kenteken] afkomstig van een omstreeks 17 oktober 2010 gestolen Volkswagen type Golf (kenteken [kenteken]);

voorhanden heeft gehad, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkorte arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Gelet op de door de verdediging bepleite vrijspraken, overweegt het hof voorts het volgende.

Ten aanzien van het onder 2. bewezen verklaarde.

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen blijkt het volgende.

Feit 89

Op 27 oktober 2010 is in de loods die [betrokkene 5] huurde een personenauto van het merk Volkswagen, type Golf, zonder kentekenplaten aangetroffen. De codering van deze auto paste bij een Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken]. De auto met dat kenteken is tussen 5 en 6 september 2010 gestolen in Moergestel. Op 9 september 2010 heeft verdachte aan [betrokkene 5] gevraagd of hij mee wilde gaan om een auto op te halen. Deze auto zou bij [betrokkene 5] in de loods worden gezet tegen betaling. Afgesproken werd dat verdachte [betrokkene 5] op 10 september 2010 omstreeks 04.00 uur in de ochtend zou ophalen. Verdachte en [betrokkene 5] hebben de Volkswagen Golf in de vroege ochtend van 10 september 2010 opgehaald, zonder dat zij een originele sleutel van die auto hadden. Het alarm ging af toen de Volkswagen op de auto-ambulance werd getakeld.

Volgens [betrokkene 5] hebben hij en verdachte vervolgens onderweg naar de loods de kentekenplaten van de Volkswagen Golf verwijderd. Weliswaar heeft [betrokkene 5] hierover wisselend verklaard doch het hof gaat van de hier weergegeven verklaring uit, nu deze verklaring een sterk incriminerend karakter heeft voor [betrokkene 5] zelf.

Het feit dat men bij het ophalen van de auto zo vroeg in de morgen niet over de originele sleutel van de auto heeft beschikt en de omstandigheid dat men bij het verplaatsen van de auto vervolgens de kentekenplaten heeft verwisseld rechtvaardigen naar het oordeel van het hof de conclusie dat de verdachte tussen 10 september 2010 en 27 oktober 2010 wist dat hij een auto voorhanden had, die van misdrijf afkomstig was.

Feit 91

De blauwe Volkswagen van het type Passat, met het kenteken [kenteken], is in de nacht van 21 op 22 september 2010 gestolen in Born.

In het dossier bevindt zich een verklaring van [betrokkene 5] waarin hij verklaart dat hij in september 2010 samen met verdachte een blauwe Volkswagen Passat heeft opgehaald en naar zijn loods heeft gebracht. Verdachte gaf [betrokkene 5] een opvallende niet-originele sleutel, bestaande uit drie losse delen die door een ijzeren omhulsel bij elkaar werden gehouden, waarmee [betrokkene 5] de auto kon starten. De kenmerken die [betrokkene 5] heeft gegeven van de blauwe Volkswagen Passat die hij met verdachte heeft opgehaald, komen vrijwel volledig overeen met de kenmerken die aangever van zijn gestolen blauwe Volkswagen Passat heeft gegeven. Het hof noemt hier in het bijzonder de dvd-schermen in de hoofdsteunen en een dvd-speler in het dashboardkastje.

Uit een aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2012 volgt bovendien dat de door [betrokkene 5] genoemde uitvoering van de Volkswagen - namelijk Stationwagon - en het brandstofgebruik – namelijk diesel – overeenkwamen met de kenmerken van de gestolen Volkswagen. Verder heeft de aangever een in de loods van [betrokkene 5] aangetroffen kinderstoel van het merk Römer herkend als de kinderstoel die in zijn Volkwagen had gezeten.

In het aanvullende proces-verbaal is voorts gerelateerd dat er is onderzocht of er in of omstreeks de ten laste gelegde periode meer Volkswagens Passat zijn gestolen, die voldoen aan de kenmerken die [betrokkene 5] heeft opgegeven. Uit de bevraging van het politiesysteem BVH, betreffende alle politieregio’s gelegen in Zuid-Nederland, bleek dat in de periode van 1 januari 2010 tot 27 oktober 2010 niet het geval te zijn. In het landelijke politiesysteem Blue View werd eveneens slechts één gestolen auto gevonden die aan de door [betrokkene 5] gegeven beschrijving voldeed, namelijk de auto van aangever.

Gelet hierop staat naar het oordeel van het hof vast dat verdachte en [betrokkene 5] in september 2010 de gestolen blauwe Volkwagen Passat met het kenteken [kenteken] voorhanden hebben gehad. Het hof kent – gelet op het voorgaande – geen betekenis toe aan de omstandigheid dat de verklaringen van de aangever en [betrokkene 5] uiteenlopen wat betreft de kleur van de hoesjes voor over de hoofdsteunen.

De opvallende bijkomende omstandigheid in deze zaak is dat de verdachte een samengestelde, niet-originele sleutel bij zich had, waarmee de gestolen auto kon worden gestart. [betrokkene 5] vond dat niet normaal. Verdachte heeft hier echter – ondanks herhaaldelijk vragen – niets over willen verklaren. Het hof leidt uit dit samenstel van feiten en omstandigheden af dat de verdachte wist dat hij een van misdrijf afkomstige auto ging ophalen.

Uit de omstandigheid dat verdachte en [betrokkene 5] de Volkswagen Passat hebben opgehaald op een andere plaats dan waar deze gestolen was, namelijk in een wijk achter het bedrijf van [betrokkene 5] in Geldrop, leidt het hof af dat verdachte en [betrokkene 5] niet de stelers, maar de witwassers waren.

Het hof acht de verklaring van [betrokkene 5] betrouwbaar. De verklaring is namelijk gedetailleerd en heeft ook voor [betrokkene 5] zelf een incriminerend karakter.

Op grond van het voorgaande verwerpt het hof de verweren die de verdediging tegen dit feit heeft ingebracht.

Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde

Tijdens de doorzoeking bij het bedrijf [bedrijf] aan de [adres] te Veldhoven op 27 oktober 2010 zijn drie airbags, afkomstig uit een gestolen Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken], aangetroffen. De kentekenplaten van deze auto zijn aangetroffen in een garagebox aan de [adres] te Geldrop (feit 37). Tevens zijn tijdens de doorzoeking bij het bedrijf te Veldhoven twee blanco kentekenplaten, afkomstig uit een op 26 februari 2010 gestolen partij, aangetroffen (feit 42).

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de machtiging aan de hulpofficier van justitie om tot doorzoeking van het bedrijfspand van de verdachte aan [adres] te Veldhoven over te gaan onrechtmatig was, omdat uit die machtiging niet blijkt wat de dringende noodzakelijkheid was die maakte dat het optreden van de officier van justitie niet kon worden afgewacht. De raadsman verwijst daarbij naar pagina 16 van het persoonsdossier van verdachte [medeverdachte 4], waar zich een machtiging van de officier van justitie bevindt om tot doorzoeking over te gaan in voornoemd bedrijfspand. Om die reden dienen de resultaten van deze doorzoeking te worden uitgesloten van het bewijs.

Het hof overweegt het volgende.

Doorzoeking van plaatsen door de hulpofficier van justitie kan plaatsvinden op grond van een machtiging van de officier van justitie als aan de vereisten als genoemd in art. 96c lid 2 Sv is voldaan. Dat betekent dat er dringende noodzaak tot de doorzoeking ter inbeslagneming moet zijn en dat het optreden van de officier van justitie niet kan worden afgewacht. De beoordeling hiervan berust bij de officier van justitie. Uit de wetsgeschiedenis blijkt op grond van de memorie van toelichting dat het voorschrijven van een machtiging van de zijde van de officier van justitie ertoe strekt ‘te voorkomen dat deze bevoegdheid in de praktijk zonder medeweten van de officier van justitie door de politie wordt uitgeoefend’ (Kamerstukken II, 1992/93, 23 251, nr. 3, p. 26). Hierbij past dat art. 96c Sv ten aanzien van de vorm en de inhoud van de machtiging – anders dan in geval van een machtiging van de rechter-commissaris aan de officier van justitie op grond van artikel 97 lid 2 Sv – geen eisen stelt. Het hof stelt vast dat de tekst van de machtiging, mede gelet op de lange looptijd van het onderzoek en de omstandigheid dat deze vijf dagen vóór de doorzoeking al is afgegeven, summier is. Een vormverzuim stelt het hof – in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen – echter niet vast. Het verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen.

Specifiek met betrekking tot feit 37 overweegt het hof het volgende.

De Volkswagen met het kenteken [kenteken] is in de nacht van 17 op 18 oktober 2010 gestolen in Bakel. Tien dagen later zijn er verschillende onderdelen van deze auto aangetroffen in het bedrijf van verdachte aan [adres] te Veldhoven en in de garagebox aan de [adres] in Geldrop. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte eveneens gebruikt maakte van laatstgenoemde locatie en dat hij daar een sleutel van had.

De – volgens de verklaring van verdachte zelf – verhandelbare airbags lagen in de bedrijfsruimte van verdachte, terwijl de – logischerwijs – niet voor de handel geschikte kentekenplaten van de gestolen auto in een vuilniszak zijn aangetroffen in een garage waarvan verdachte eveneens gebruik maakte. De omstandigheid, dat de drie airbags en de twee kentekenplaten van dezelfde gestolen auto afkomstig zijn en enkele dagen na de diefstal zijn aangetroffen op twee verschillende locaties waar de verdachte zich bezighield met auto’s, rechtvaardigt naar het oordeel van het hof de conclusie dat de kentekenplaten en de airbags als een gezamenlijkheid bij verdachte terecht zijn gekomen.

De gezamenlijke ontvangst van drie airbags én de gedrukte kentekenplaten, zonder bijbehorende auto, een kentekenbewijs of een bij het kenteken behorend vrijwaringsbewijs, is naar het oordeel van het hof een bijkomende omstandigheid op basis waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat deze airbags en kentekenplaten van misdrijf afkomstig waren.

Via de RDW of de politie had de verdachte eenvoudig kunnen achterhalen of de kentekenplaten toebehoorden aan een gestolen auto. De verdachte heeft dat niet gedaan en derhalve onvoldoende zorgvuldigheid betracht.

Dat de drie airbags wellicht ten gevolge van uitgevoerde reparaties in handen van verdachte zijn gekomen vóórdat de Volkswagen waartoe deze airbags (oorspronkelijk) behoorden werd gestolen dan wel dat deze airbags reeds voor de diefstal van de Volkswagen in een andere – niet gestolen – auto zouden zijn gemonteerd, acht het hof onaannemelijk. In deze zaak zijn namelijk tevens de kentekenplaten van de auto waartoe deze airbags (oorspronkelijk) behoorden aangetroffen in een loods waar de verdachte gebruik van maakte.

Het hof verwerpt de verweren van de verdediging.

Specifiek met betrekking tot feit 42 overweegt het hof het volgende.

In een kast in het kantoor van het bedrijf van verdachte zijn twee blanco kentekenplaten aangetroffen. Deze kentekenplaten bleken afkomstig te zijn uit een totale partij van 3300 kentekenplaten, welke partij sinds 26 februari 2010 als gestolen staat geregistreerd. In deze blanco kentekenplanten – ook wel omschreven als ‘blanks’ – was het unieke nummer van een erkend bedrijf geslagen.

De fabricage en afgifte van Nederlandse kentekenplaten is op grond van wet- en regelgeving toebedeeld aan erkende bedrijven. Een lijst van erkende kentekenplatenfabrikanten is beschikbaar op de website van de RDW. Blanco kentekenplaten worden gefabriceerd door erkende lamineerders en mogen uitsluitend worden afgeleverd aan erkende kentekenplaatfabrikanten (art. 1 en 19 Erkenningsregeling lamineerders). De verdachte was noch een erkende lamineerder, noch een erkende kentekenplatenfabrikant toen de blanco kentekenplaten bij hem werden aangetroffen. De kentekenplaten hadden dus niet bij hem terecht mogen komen en de verdachte moet dat als professionele marktdeelnemer toentertijd in de autobranche hebben begrepen. Verdachte moet derhalve ten tijde van het voorhanden hebben van de kentekenplaten hebben geweten dat deze van misdrijf afkomstig waren. De verklaring van verdachte dat de platen in een auto lagen die hij moest repareren, doet aan het vorenstaande niet af, nu hij door het wegleggen van de platen in een kast deze platen voorhanden heeft gehad.

Het hof verwerpt de verweren van de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

witwassen

en

schuldwitwassen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het (schuld)witwassen van twee auto’s, drie airbags, twee gedrukte kentekenplaten en twee blanco kentekenplaten. De verdachte heeft hierdoor de integriteit van het economisch verkeer geschaad. Hij heeft ook meegewerkt aan het instandhouden van malafide praktijken in de tweedehandsautohandel.

In beginsel zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes tot tien maanden hiervoor passend zijn.

Daar staat tegenover dat de verdachte niet eerder is veroordeeld en dat hij van het gros van de aan hem verweten gedragingen – waaronder de deelneming aan een criminele organisatie – wordt vrijgesproken. De onder 3. bewezen verklaarde gevallen van (schuld)witwassen zagen bovendien veelal op minder waardevolle auto-onderdelen.

Alles afwegende acht het hof in beginsel een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden passend en geboden.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof ziet zich echter nog gesteld voor het volgende.

Elke verdachte heeft recht op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkómen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. De termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het Openbaar Ministerie het ernstig voornemen had tegen hem een strafvervolging in te stellen

In het onderhavige geval moet de termijn worden berekend vanaf 16 november 2010, de dag waarop verdachte in verzekering werd gesteld.

De rechtbank heeft op 21 december 2011 vonnis gewezen.

Na het instellen van hoger beroep op 22 december 2011 zijn de stukken van de zaak op 17 april 2012 ter griffie van het hof ingekomen.

Het hof wijst uiteindelijk arrest op 8 juli 2014, derhalve ruim twee en een half jaar na het instellen van het hoger beroep.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn voor berechting van de verdachte in hoger beroep is overschreden. Hoewel de zaak tamelijk omvangrijk is, acht het hof geen bijzondere omstandigheden aanwezig die de overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigen.

De overschrijding van de redelijke termijn moet naar het oordeel van het hof leiden tot compensatie in de op te leggen straf, door de op te leggen taakstraf met 20 uur te verminderen.

Beslag

Het hof gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen genoemd op de beslaglijst onder de nummers 31, 36, 37 en 38, nu deze voorwerpen toebehoren aan de verdachte en niet in verband kunnen worden gebracht met enig strafbaar feit.

Ten aanzien van de overige voorwerpen – veelal auto-onderdelen en sleutels, al dan niet van gestolen auto’s – is het hof van oordeel dat niet zonder meer kan worden gezegd dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd met de wet of het algemeen belang is. Teruggave aan de rechthebbenden is dan aangewezen, zij het dat het niet duidelijk wie de rechthebbenden zijn. Civielrechtelijke kwesties zoals goeder trouw, revindicatie en cessie spelen hier een rol. Derhalve is het hof in het bestek van deze strafzaak niet in staat de teruggave van de voorwerpen aan met name genoemde personen te gelasten. Het hof zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbenden – dat kan in sommige gevallen ook de verdachte zijn – gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63, 420bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2. en 3. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2. en 3. bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 220 (tweehonderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 110 (honderdtien) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 31, 36, 37 en 38.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 1 tot en met 30, 32 t/m 35 en 39.

Heft op het geschorste tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter,

mr. A.R. Hartmann en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 8 juli 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.