Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1816

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-06-2014
Datum publicatie
19-06-2014
Zaaknummer
20-004798-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

416/225 Sr: Hof acht anders dan rechtbank opzetheling bewezen i.p.v. schuldheling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-004798-11

Uitspraak : 19 juni 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 14 december 2011 in de strafzaak met parketnummer 01-821054-11 tegen:

[verdachte],

geboren te Amsterdam op [geboortedatum] 1987,

wonende te [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd - feit 1 (schuldheling) en feit 2 (opzettelijk voorhanden hebben van een vals of vervalst geschrift) veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de in dat vonnis opgelegde straf en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Door de verdediging is verzocht om de straf te matigen in verband met het tijdsverloop, geen voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en, indien er een onvoorwaardelijke straf wordt opgelegd, dit te doen in de vorm van een geldboete.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 05 augustus 2011 tot en met 18 augustus 2011 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,, in elk geval in Nederland, een (personen)auto (merk: BMW, type: 750i) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof;


2.
hij in of omstreeks de periode van 05 augustus 2011 tot en met 18 augustus 2011 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, in elk geval in Nederland, opzettelijk voorhanden heeft gehad een valse inkoopovereenkomst van [bedrijf] met betrekking tot een (personen)auto, merk BMW, model 750i - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen-, bestaande die valsheid hierin dat op die inkoopovereenkomst in strijd met de waarheid werd vermeld dat:

- [naam 1] de verkoper van die (personen)auto is en/of

- voornoemde (personen)auto is afgeleverd door die [naam 1] en/of

- die [naam 1] het kentekenbewijs behorende bij die (personen)auto is verloren en/of

- die (personen)auto is ingekocht voor 9.000 euro,

terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die inkoopovereenkomst bestemd was om te worden gebruikt als ware het echt en onvervalst.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
hij in de periode van 5 augustus 2011 tot en met 18 augustus 2011 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, een personenauto (merk: BMW, type: 750i) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.
hij in de periode van 5 augustus 2011 tot en met 18 augustus 2011 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, opzettelijk voorhanden heeft gehad een valse inkoopovereenkomst van [bedrijf] met betrekking tot een personenauto, merk BMW, model 750i - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen-, bestaande die valsheid hierin dat op die inkoopovereenkomst in strijd met de waarheid werd vermeld dat:

- [naam 1] de verkoper van die (personen)auto is en

- voornoemde (personen)auto is afgeleverd door die [naam 1] en

- die [naam 1] het kentekenbewijs behorende bij die (personen)auto is verloren en

- die (personen)auto is ingekocht voor 9.000 euro,

terwijl hij, verdachte, wist dat die inkoopovereenkomst bestemd was om te worden gebruikt als ware het echt en onvervalst.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat uit de tot bewijs gebezigde verklaringen van verdachte blijkt dat hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wist - in de betekenis van voorwaardelijk opzet - dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij zag dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bij hem het terrein op kwamen rijden met een BMW, type 750i, zonder kentekenplaten, dat [betrokkene 2] hem vertelde dat het een Belgische auto was, dat het een goedkope auto was en dat ze naar een BMW dealer in België moesten gaan om nieuwe kentekenpapieren aan te vragen, waarna de BMW ingevoerd zou kunnen worden in Nederland. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij toen dacht: “jackpot”.

Ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 24 april 2013 heeft verdachte verklaard dat hij het wel vreemd vond dat er een Belgische auto zonder kentekenplaten kwam aangereden, dat er bovendien geen papieren bij zaten en dat hij dat niet normaal vond. Ook heeft hij verklaard dat als je als autohandelaar iets kunt verdienen, je dat doet.

Gelet op deze verklaringen van verdachte, bezien in onderlinge samenhang met de overige bewijsmiddelen, en gelet op de uiterlijke omstandigheden van het geval, heeft de verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de auto van diefstal afkomstig was, hetgeen het geval bleek te zijn, en heeft hij die kans ten tijde van de gedraging bewust aanvaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Het hof heeft een hogere straf opgelegd dan door de advocaat-generaal gevorderd en door de verdediging bepleit, omdat het hof ten aanzien van feit 1 tot bewezenverklaring van een ernstiger feit komt.

Het hof heeft daarbij voorts nog gelet op de volgende omstandigheden:

- verdachte heeft als professional in de autobranche uit puur winstbejag een auto voorhanden gehad waarvan hij wist dat die van misdrijf afkomstig was;

- verdachte heeft vervolgens geprobeerd om die auto “wit te wassen” door een valse inkoopovereenkomst op te nemen in zijn bedrijfsadministratie;

- verdachte heeft in de tijd dat die auto bij hem op het bedrijf stond ook nog zijn handelsplaten uitgeleend, zodat anderen met die auto konden rijden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 57, 63, 225 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Aldus gewezen door

mr. P.M. Frielink, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. H. Eijsenga, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mw. C.M. Sweep, griffier,

en op 19 juni 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Frielink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.