Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1813

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-06-2014
Datum publicatie
18-06-2014
Zaaknummer
HD 200.124.160_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onjuiste betekening. Herstelexploot (art. 121 lid 2 Rv).

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 121
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.124.160/01

arrest van 17 juni 2014

in de zaak van

[de man], voorheen h.o.d.n. [Advocaten] Advocaten,

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. A.C.F. Berkhof te Goes,

tegen

[de man],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,

geïntimeerde,

niet verschenen,

op het bij exploot van dagvaarding van 12 februari 2013 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, sector kanton, locatie Middelburg gewezen verstekvonnis van 14 januari 2013 tussen appellant - [appellant] - als eiser en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. 247647/12-5307)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep met grief en producties;

- de akte overlegging producties van [appellant].

Het hof heeft arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grief wordt verwezen naar de dagvaarding in hoger beroep.

4 De beoordeling

4.1.

De dagvaarding in hoger beroep is door de Belgische deurwaarder betekend aan de procureur des Konings te Brussel. De deurwaarder heeft zich gebaseerd op artikel 10 van de Verordening 1393/2007 inzake de betekening en kennisgeving van stukken (hierna de Verordening). Uit de akte van betekening d.d. 21 maart 2013 volgt echter dat [geïntimeerde] sinds 11 januari 2013 geen bekende woon- of verblijfplaats in of buiten België heeft. In artikel 1 van de Verordening is bepaald dat deze niet van toepassing is indien het adres van degene aan wie moet worden betekend onbekend is. In het onderhavige geval is de Verordening dan ook niet van toepassing. De dagvaarding in hoger beroep had op grond van artikel 54 lid 2 Rv moeten worden betekend aan het parket van het openbaar ministerie bij het gerecht waar de zaak dient. Daarnaast had een uittreksel van het exploot openbaar bekend gemaakt moeten worden. Nu dit niet is gebeurd, zal het hof op grond van artikel 121 lid 2 Rv aan [appellant] bevelen om, op zijn kosten, een herstelexploot uit te brengen. [appellant] zal vervolgens dit exploot bij akte op genoemde roldatum in het geding brengen. De zaak wordt naar de rol verwezen.

4.2.

Het hof overweegt nog dat in het onderhavige geval geen aanleiding wordt gezien de nietigheid van het exploot uit te spreken op grond van artikel 121 lid 3 Rv. Het hof acht het, voor zover het exploot [geïntimeerde] niet heeft bereikt, vooralsnog niet aannemelijk dat het exploot hem niet heeft bereikt als gevolg van het gebrek, te weten de onjuiste betekening aan de procureur des Konings in Brussel.

4.3.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 oktober 2014;

beveelt [appellant] om deze roldatum bij exploot aan [geïntimeerde] aan te zeggen met herstel van het gebrek op kosten van [appellant];

bepaalt dat [appellant] tevens het herstelexploot op 14 oktober 2014 bij akte in het geding zal brengen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, L.R. van Harinxma thoe Slooten en R.R.M. de Moor en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 juni 2014.