Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1782

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-06-2014
Datum publicatie
05-03-2015
Zaaknummer
HD 200.138.045_01
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.138.045/01

arrest van 17 juni 2014

gewezen in het incident in de zaak van

1 [appellant 1] en

2. [appellante 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers in het geding tot herroeping,

verweerders in het incident,

advocaat: mr. A.J.J. Kreutzkamp,

tegen

Obvion N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde in het geding tot herroeping,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

in het bij exploot van dagvaarding van 19 november 2013 ingeleide geding tot herroeping van het arrest van dit hof van 12 juli 2011 met zaaknummer HD 200.059.265 tussen eisers tot herroeping - [appellanten] - als appellanten en gedaagde - Obvion - als geïntimeerde.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

In de dagvaarding tot herroeping hebben [appellanten] geconcludeerd dat het hof voormeld arrest zal herroepen, het geding tussen partijen zal heropenen en partijen in de gelegenheid zal stellen hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen, met veroordeling van Obvion in de kosten van het geding.

1.2.

Obvion heeft bij conclusie van antwoord verweer gevoerd tegen de vordering tot herroeping en voorts een vordering in het incident ingesteld.

1.3.

[appellanten] hebben geantwoord in het incident.

1.4.

Hierna is bepaald dat arrest in het incident wordt gewezen.

3 De beoordeling

In het incident

3.1.

Obvion vordert in het incident veroordeling van [appellanten] tot het bij akte verstrekken van afschriften aan Obvion van de producties die in de dagvaarding tot herroeping zijn aangeduid met de nummers 1 tot en met 13 en te bepalen dat Obvion in de gelegenheid wordt gesteld een aanvullende conclusie van antwoord dan wel antwoordakte te nemen teneinde op die producties te kunnen reageren, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van het incident. Obvion voert ter ondersteuning van haar vordering in het incident aan dat [appellanten] niet hebben voldaan aan hun verplichting ex artikel 85 Rv om in de hoofdzaak afschriften van de in de dagvaarding genoemde producties bij te voegen.

3.2.

[appellanten] voeren verweer. Zij voeren aan dat zij wel degelijk bedoelde producties aan Obvion hebben doen toekomen, vragen zich af waarom de advocaat van Obvion niet even bij hun advocaat "aan de bel heeft getrokken" in plaats van een incidentele vordering in te stellen en verklaren zich bereid de producties nogmaals aan Obvion toe te sturen.

Het hof overweegt als volgt.

3.3.

Vaststaat dat [appellanten] een set producties, genummerd 1 tot en met 16, voorzien van een productielijst bij het aanbrengen van de zaak ter griffie hebben ingediend en daarmee in het geding hebben gebracht. Uit artikel 85 lid 1 Rv en artikel 2.6 van het Procesreglement (het Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch) vloeit de verplichting voort om die stukken ook aan Obvion te doen toekomen.

Uit de dagvaarding tot herroeping blijkt niet dat de daarin met nummers aangeduide producties aan Obvion zijn meebetekend. Ook is niet gebleken dat [appellanten] de producties op andere wijze aan Obvion hebben doen toekomen. Bij hun antwoord in het incident betwisten [appellanten] weliswaar dat zij hebben verzuimd om afschriften van de producties aan Obvion te verstrekken, maar zij laten na concreet aan te geven op welke wijze en op welk moment de producties aan Obvion zijn verstrekt. Er kan daarom niet vanuit worden gegaan dat [appellanten] hebben voldaan aan de zojuist bedoelde verplichting.

3.4.

Gelet op het voorgaande zal het hof [appellanten] gelasten de producties 1 tot en met 16 aan Obvion te doen toekomen. De vordering in het incident is derhalve toewijsbaar. Indien [appellanten] niet aan het bevel voldoen, zal het hof de producties op grond van artikel 85 lid 4 Rv buiten beschouwing kunnen laten.

3.5.

Niet is gebleken dat Obvion voorafgaand aan dit incident aan de advocaat van [appellanten] heeft verzocht om toezending van de producties, waarmee dit incident waarschijnlijk had kunnen worden voorkomen. Daarin ziet het hof aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.

In de hoofdzaak

3.6.

De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van de conclusie van repliek. Ter gelegenheid van de vervolgens door Obvion te nemen conclusie van dupliek zal gelegenheid zijn alsnog te reageren op de producties 1 tot en met 16 van [appellanten]

3.7.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

Het hof:

in het incident:

wijst de vordering toe, in die zin dat het hof [appellanten] gelast de producties 1 tot en met 16, behorend bij de dagvaarding tot herroeping, binnen twee weken na de uitspraak van dit arrest aan Obvion te doen toekomen;

compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 29 juli 2014 voor conclusie van repliek;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M.

Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 juni 2014.