Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1737

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-06-2014
Datum publicatie
11-06-2014
Zaaknummer
HD 200.134.858_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:5671
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:2183
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Heeft huurder wetenschap gehad van de aanwezigheid van hennep in het gehuurde? Is zij op grond van artikel 7:219 BW jegens verhuurder aansprakelijk is voor de gedragingen van haar ex-partner? Bewijsopdracht verhuurder.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7 219
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WR 2015/4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.134.858/01

arrest van 10 juni 2014

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. M.M.F. Starmans te Heerlen,

tegen

Woningstichting Maaskant Wonen,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.F.E. Kikken te Hoensbroek,

op het bij exploot van dagvaarding van 16 september 2013 ingeleide hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen vonnis van 17 juli 2013 tussen appellante – [de vrouw] – als gedaagde en geïntimeerde – Maaskant Wonen – als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 373567 CV EXPL 13-1731)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis alsmede naar het tussenvonnis van 29 mei 2013.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep;

- de memorie van grieven met vier producties;

- de memorie van antwoord met zes producties;

- de akte van [appellante] d.d. 18 februari 2014;

- de antwoordakte van Maaskant Wonen d.d. 18 maart 2014.

Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak om het volgende.

a. [appellante] huurt met ingang van 7 maart 2012 van Maaskant Wonen de woonruimte, te weten een woningstandplaats met voorzieningengebouw, staande en gelegen aan de [perceel] te [plaats].

b. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene huurvoorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte (hierna: de algemene voorwaarden) van Maaskant Wonen van toepassing.

c. In de algemene voorwaarden staat in artikel 6.3 vermeld:

“1. Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd zelf als woonruimte voor hem en leden van zijn huishouden bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben. Hij zal het gehuurde, waaronder begrepen alle aanhorigheden en de eventuele gemeenschappelijke ruimten, overeenkomstig de bestemming gebruiken en deze bestemming niet wijzigen. (…)

9. Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te kweken, dan wel andere activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar is gesteld.

10. Huurder staat ervoor in dat alle regels terzake de bewoning van het gehuurde en het gebruik van gemeenschappelijke ruimten ook worden nageleefd door zijn huisgenoten en andere personen waarvoor hij aansprakelijk is.”

In artikel 13 van de algemene voorwaarden staat vermeld:

“(…)

Huurder is jegens de verhuurder op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk voor de gedragingen van hen die vanwege huurder het gehuurde gebruiken of zich vanwege huurder daarop bevinden.”

d. In de woonwagen staande op de door [appellante] van Maaskant Wonen gehuurde woningstandplaats heeft op 13 december 2012 een onderzoek door de politie Regio Limburg-Zuid plaatsgevonden. In de brief van 11 februari 2013 van de politie heeft de heer [plv. chef, basiseenheid Stein-Beek-Schinnen], plaatsvervangend chef, basiseenheid Stein-Beek-Schinnen, onder meer vermeld dat bij dit onderzoek vier hoeveelheden verpakte hennep, grootte respectievelijk 1036 gram, 920 gram, 10 gram en 1 gram (derhalve met een totaalgewicht van 1967 gram), zijn aangetroffen. Volgens de brief werd de hoeveelheid van 920 gram uit een bergplaats onder de badkuip vandaan gehaald en werd de hoeveelheid van 1036 gram in een tas in de badkamer aangetroffen.

e. De politie heeft bij het onderzoek in de woonwagen tevens een vuurwapen en

illegaal vuurwerk aantroffen.

f. [appellante] was ten tijde van het onderzoek niet in haar woning aanwezig. De ex-partner van [appellante], tevens vader van de kinderen van [appellante], was ten tijde van het onderzoek in de woning aanwezig en heeft verklaard dat de gevonden hennep van hem was.

g. Bij brief van 19 december 2013 heeft de gemachtigde van Maaskant Wonen [appellante] medegedeeld dat [appellante] door de aanwezigheid van hennep in strijd heeft gehandeld met de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden. [appellante] is bij deze brief in de gelegenheid gesteld om de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen om een procedure tot ontbinding en ontruiming te voorkomen. Zij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

4.2.

Maaskant Wonen heeft vervolgens [appellante] in rechte betrokken en - kort gezegd - gevorderd:

- ontbinding van de huurovereenkomst;

- veroordeling van [appellante] tot ontruiming van het gehuurde.

Maaskant Wonen heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat [appellante] in ernstige mate toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. In het gehuurde is door de politie een grote hoeveelheid hennep, als ook een vuurwapen en illegaal vuurwerk aangetroffen. De ex-partner van [appellante] is als verdachte aangemerkt. Volgens Maaskant Wonen is [appellante] verantwoordelijk voor de handelwijze van derden die zij in de woning toelaat. Derhalve is niet van belang of [appellante] van de aanwezigheid van de aangetroffen zaken op de hoogte was, aldus Maaskant Wonen. Maaskant Wonen betwist overigens dat [appellante] daarvan niet op de hoogte was.

[appellante] heeft hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd. Zo heeft zij betwist dat zij verantwoordelijk is voor de handelwijze van haar ex-partner. De ex-partner verbleef, bij afwezigheid van [appellante], enkel in het gehuurde om op twee van de drie gezamenlijke kinderen te passen. [appellante] stelt dat zij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de illegale spullen.

4.3.

Bij vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter – kort gezegd – in r.o. 4.3 geoordeeld dat [appellante] gelet op de feiten en omstandigheden op de hoogte moet zijn geweest van de gedragingen van haar ex-partner, althans daar ernstig rekening mee had moeten houden. Op grond hiervan heeft de kantonrechter geoordeeld dat [appellante] aansprakelijk is voor de gedragingen van haar ex-partner op gelijke wijze als voor de eigen gedragingen.

Vervolgens heeft de kantonrechter geoordeeld dat, nu een grote hoeveelheid hennep is aangetroffen in het gehuurde hetgeen in strijd is met de Opiumwet, sprake is geweest van handelen in strijd met de algemene voorwaarden, wat een tekortkoming betekent in de nakoming van de huurovereenkomst. De kantonrechter heeft vervolgens geoordeeld dat de tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Op grond van dat oordeel heeft de kantonrechter de vorderingen van Maaskant Wonen toegewezen en [appellante] veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.4.

[appellante] kan zich met dit vonnis niet verenigen en heeft hoger beroep ingesteld. Daarnaast heeft zij een kort geding gestart teneinde de ontruiming van het gehuurde op te schorten en om een verbod aan Maaskant Wonen om tot ontruiming over te gaan. De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, heeft bij vonnis van 4 oktober 2013 deze vorderingen afgewezen.

Partijen hebben daarna in november 2013 een overeenkomst gesloten waarin op verzoek van [appellante] de aangezegde ontruiming is uitgesteld tot 1 mei 2014, teneinde haar in de gelegenheid te stellen om de ontruiming zelf te bewerkstelligen, zulks met behoud van alle rechten die voor Maaskant Wonen uit voormelde vonnissen d.d. 17 juli 2013 en 4 oktober 2013 voortvloeien.

4.5.

[appellante] heeft tegen het bestreden vonnis tien grieven gericht. [appellante] heeft in de onderhavige procedure als belangrijkste verweer gevoerd dat zij geen wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van hennep in het gehuurde en dat zij niet op grond van artikel 7:219 BW jegens Maaskant Wonen aansprakelijk is voor de gedragingen van haar ex-partner (grieven II, III, IV, V en VI).

[appellante] stelt in grief I dat de hiervoor in r.o. 4.1.d genoemde feiten erg summier zijn, nu deze slechts zijn gebaseerd op de aldaar genoemde brief van de heer [plv. chef, basiseenheid Stein-Beek-Schinnen].

In grief VII stelt [appellante] dat, zou er al sprake zijn van een tekortkoming aan haar zijde, deze tekortkoming, gezien haar bijzondere aard en geringe betekenis, ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt.

Grief VIII is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die tot een andere belangenafweging kunnen leiden.

Grief IX is gericht tegen de beslissing om [appellante] niet tot te laten tot bewijslevering.

Grief X is gericht tegen het dictum van het vonnis.

Gezien de onderlinge samenhang zal het hof de grieven gezamenlijk behandelen.

4.6.1.

Het hof stelt het volgende voorop. Artikel 7:219 BW (dat overigens gelijkluidend is aan het onder r.o. 4.1.c geciteerde artikel 13 van de algemene voorwaarden waar Maaskant Wonen een beroep op doet) vestigt aansprakelijkheid van de huurder jegens de verhuurder voor schade, toegebracht aan het gehuurde door derden die met goedvinden van de huurder het gehuurde gebruiken, dan wel zich met diens goedvinden op het gehuurde bevinden.

Deze bepaling brengt echter niet mee dat een vordering als de onderhavige op grond van art. 7: 219 BW reeds toewijsbaar is op de enkele grond dat personen die met goedvinden van de huurder het gehuurde gebruiken of zich daarop bevinden, gedragingen hebben verricht die weliswaar niet tot schade aan het gehuurde hebben geleid, maar die, als zij zouden zijn verricht door de huurder, in strijd zouden zijn met diens verplichting zich als een goed huurder te gedragen en bovendien voldoende ernstig zijn om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Beslissend is of geoordeeld moet worden dat de huurder zich, in het licht van die gedragingen, zelf niet als een goed huurder heeft gedragen. Bij de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, dient de rechter rekening te houden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de vraag of er een voldoende verband bestaat tussen die gedragingen en het gebruik van het gehuurde. Daarvan is in elk geval sprake indien de huurder van (het voornemen tot) die gedragingen op de hoogte was, of daarmee ernstig rekening had te houden, maar heeft nagelaten de in verband daarmee redelijkerwijs van hem te verlangen maatregelen te treffen (vgl. HR 22 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8743).

4.6.2.

Maaskant Wonen stelt dat de kantonrechter op goede gronden heeft geconcludeerd dat [appellante] op de hoogte moet zijn geweest van de gedragingen van haar ex-partner, althans daar ernstig rekening mee had moeten houden.

Zij voert hiertoe onder meer aan dat in het gehuurde door de politie circa twee kilogram aan hennep is aangetroffen, deels in een tas in de badkamer en deels in een bergruimte onder de badkuip van die badkamer. Zij voert tevens aan dat de ex-partner van [appellante] door de politie als verdachte is aangemerkt. [appellante] was bekend met een veroordeling van haar ex-partner in Duitsland wegens een hennepdelict. De ex-partner verbleef meerdere keren per week op het kamp en kwam bij [appellante] in verband met het bezoek aan zijn kinderen. Gezien de hoeveelheid aangetroffen hennep heeft de kantonrechter mogen oordelen dat de voorraad handel vormde voor de ex-partner.

4.6.3.

[appellante] betwist gemotiveerd dat zij op de hoogte was van de gedragingen van haar ex-partner en dat er hennep is aangetroffen in een bergruimte onder het bad. Zij stelt dat zij op 12 december 2012 naar haar schoonzus is gegaan en pas ’s avonds op 13 december 2013 is teruggekeerd, wat wordt bevestigd in een schriftelijke verklaring van haar schoonzus. Hierdoor moest haar ex-partner op hun kinderen passen, wat hij heeft bevestigd. Hij heeft ook verklaard dat het zijn hennep was en dat hij deze in de badkamer heeft neergezet met het voornemen om die in de bergruimte onder het bad te stoppen. [appellante] betwist dat zij op de hoogte was van de door haar ex-partner in het gehuurde gebrachte hennep. Zij stelt dat zij daar geen toestemming voor heeft gegeven. Volgens [appellante] heeft zij niet gehandeld in strijd met de wet en de huurovereenkomst.

4.6.4.

Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op Maaskant Wonen de last om feiten of omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat [appellante] op de hoogte was van de gedragingen van haar ex-partner dan wel daar ernstig rekening mee had moeten houden. Gezien het door Maaskant Wonen gestelde, dat door [appellante] gemotiveerd is betwist, acht het hof het door Maaskant Wonen aangedragen bewijs vooralsnog ontoereikend. Maaskant Wonen onderbouwt haar stellingen immers alleen met de brief van de politie van 11 februari 2013. Deze brief bevat onvoldoende feiten of omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat [appellante] op de hoogte was van de gedragingen van haar ex-partner dan wel daar ernstig rekening mee had moeten houden. Ook de omstandigheid dat de ex-partner al eerder is veroordeeld voor een hennepdelict in Duitsland acht het hof daarvoor onvoldoende. Een door de politie in verband met het onderzoek in de woning opgesteld proces-verbaal, dat misschien nadere informatie bevat, is door Maaskant Wonen niet overgelegd, hoewel het hof uit het slot van de brief van 11 februari 2013 begrijpt dat Maaskant Wonen daar wel de beschikking over kan krijgen.

Maaskant Wonen heeft aangeboden nader bewijs te leveren door middel van bescheiden en getuigen en het hof zal haar in de gelegenheid stellen dat bewijs te leveren. Voor het geval Maaskant Wonen het bewijs (mede) door het overleggen van bescheiden wil leveren, verdient het aanbeveling dat zij die bescheiden tenminste twee weken voor de datum van het getuigenverhoor toezendt aan de wederpartij en aan de civiele griffie van het hof.

4.6.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De uitspraak

Het hof:

laat Maaskant Wonen toe feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat [appellante] op de hoogte was van de gedragingen van haar ex-partner, te weten het verstoppen van hennep in het gehuurde in haar afwezigheid, dan wel daar ernstig rekening mee had moeten houden;

bepaalt, voor het geval Maaskant Wonen bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. N.J.M. van Etten als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

verwijst de zaak naar de rol van 24 juni 2014 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de maanden augustus en september 2014;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

bepaalt dat de advocaat van Maaskant Wonen tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

bepaalt dat Maaskant Wonen eventuele nadere bescheiden waarop zij zich wil beroepen, tenminste twee weken voor het verhoor zal toezenden aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, N.J.M. van Etten en C.E.C.J. Ponsioen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 juni 2014.