Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1613

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-06-2014
Datum publicatie
03-06-2014
Zaaknummer
20-000090-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2012:BY6600, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onderzoek Lambiek. Het hof veroordeelt de verdachte tot 7 jaar gevangenisstraf. Verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die zich schuldig maakte aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie van synthetische drugs. In deze organisatie speelde de verdachte een prominente rol. Zijn werkzaamheden bestonden uit het maken van voorwerpen ten behoeve van het omzettingsprocedé van apaan naar BMK (een precursor voor amfetamine) en de productie van MDMA. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging dat een observatiecamera onrechtmatig is geplaatst. Uit de tegen verdachte afgegeven bevelen leidt het hof af dat de camera rechtmatig was geplaatst op grond van een tegen deze verdachte afgegeven (verlengd) bevel stelselmatige observatie.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 10a
Opiumwet 11a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000090-13

Uitspraak : 3 juni 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 december 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-993206-11 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit andere hoofde gedetineerd in Hasselt (België).

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd - het (mede)plegen van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet (feiten 1, 2, 3 en 4) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.

Ter zake van - kort gezegd - de overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (feit 5), deelneming aan een criminele organisatie (feit 6) en diefstal door middel van braak, verbreking en/of inklimming (feit 7) is verdachte door de rechtbank vrijgesproken.

De rechtbank heeft voorts beslissingen genomen ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen. De rechtbank heeft de benadeelde partij (de FIOD) niet ontvankelijk verklaard in haar vordering.

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van de officier van justitie is blijkens de ‘akte beroep’ van 2 januari 2013 uitsluitend gericht tegen de vrijspraken van de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten. Bij de ‘akte partiële intrekking beroep’ van 19 april 2013 is het hoger beroep tegen de vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde feit ingetrokken.

Ter terechtzitting van 22 april 2013 heeft de raadsvrouwe medegedeeld dat het hoger beroep van verdachte is gericht tegen de veroordeling ter zake van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en niet is gericht tegen de door de rechtbank gegeven vrijspraken.

Nu voor de verdachte geen hoger beroep openstaat tegen de vrijspraken van de onder 5 en 7 ten laste gelegde feiten, terwijl het hoger beroep van het openbaar ministerie zich daar ook niet tegen richt, wordt het hoger beroep begrepen als niet tegen deze vrijspraken gericht. De vordering van de benadeelde partij, die verband houdt met het onder 7 ten laste gelegde, is daardoor evenmin aan het oordeel van het hof onderworpen.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen, namelijk het ten laste gelegde onder 1, 2, 3, 4 en 6.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

  • -

    verdachte ter zake van de onder 1, 2, 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren;

  • -

    ten aanzien van de in beslag genomen goederen zal beslissen conform de rechtbank;

  • -

    bij arrest de gevangenneming van verdachte zal bevelen.

De raadsvrouwe heeft:

  • -

    vrijspraak, subsidiair partiële vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde,

  • -

    vrijspraak, subsidiair partiële vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde,

  • -

    partiële vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde en

  • -

    vrijspraak van het onder 6 ten laste gelegde bepleit.

  • -

    voorts een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en voor zover thans aan het oordeel van het hof onderwerpen - ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met

20 maart 2012 te Waalre, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, (telkens) zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)1(en) bevattende (een) (ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

(telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

(telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een) stoffen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en) immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededaders (telkens) opzettelijk daartoe (een) materia(a)1(en) bestemd voor de productie van amfetamine en/of MDMA en/of (een) (ander(e)) middel (en,) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1 en/of BMK

(1-fenyl-2-propanon) en/of PMK (3,4-methyleendioxyfenylpropaan-2-on), te weten

  • -

    (een) vacuümafscheider(s) en/of

  • -

    (een) droogkast(en) en/of

  • -

    (een) koelspira(a)l(en) en/of

  • -

    (een) rondbodemkolf/rondbodemkolven en/of

  • -

    (een) mobiele productie unit(s) en/of

  • -

    (een) stempel(s) en/of

  • -

    (een) gasbrander(s)

gemaakt en/of voorhanden gehad;

2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 november 2010 tot en met 17 februari 2011 te Gastel, gemeente Cranendonck, en/of Waalre, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, (telkens) zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) (ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

(telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

(telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededaders (telkens) opzettelijk daartoe:

  • -

    (een) materia(a)l(en), te weten (onder andere) (een) rondbodemkolf/rondbodemkolven en/of (een) scheitrechter(s) en/of een MDF-plank met twee (op maat) gezaagde openingen en/of een plastic 100 liter vat met aftapkraan en/of (een) emmer(s) en/of (een) maatbeker(s) en/of (een) actief koolfilter(s) en/of een verrijdbare metalen mengketel voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) PMK glycidate
    (methyl-3-[3,4-(methyleendioxy)phenyl]-2-methyl glycidate) (bestemd voor de productie van PMK (3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on)) voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    twee, althans een, gasfles(sen) bevattende butaan/propaan voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    een (grote) hoeveelheid, in elk geval 9, jerrycan(s) (à 20 liter) bevattende zoutzuur voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    een (grote) hoeveelheid PMK (3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on) voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    (een) materia(a)l(en) bestemd voor het maken van een zgn. productieopstelling
    (voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon)) aangeschaft en/of

  • -

    (vervolgens) die productieopstelling geassembleerd en/of opgebouwd en/of

  • -

    (in die productieopstelling) water en zwavelzuur samengevoegd en/of

  • -

    een grote hoeveelheid, in elk geval 25, althans (een) doos/dozen (à 20 kg) inhoudende de stof APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) (bestemd voor de productie van BMK
    (1-fenyl-2-propanon)) voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    een grote hoeveelheid, in elk geval 28, althans (een) jerrycan(s) (à 25 liter) zwavelzuur voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    een loods ter beschikking gesteld.

3.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met

26 oktober 2011 te Oisterwijk en/of Waalre, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) (ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

(telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

(telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededaders (telkens) opzettelijk daartoe:

  • -

    (een) materia(a)l(en) bestemd voor het maken en van (een) productieopstelling(en) (voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon)), te weten (onder andere) (een) blauwe ton(nen) en/of (een) zwarte ton(nen) en/of (een) mixer(s) en/of (een) roermotor(en) en/of (een) (plastic) slang(en) en/of (een) buis/buizen aangeschaft en/of voorhanden gehad en/of

  • -

    (vervolgens) die productieopstelling(en) gemaakt en/of

  • -

    (vervolgens) die productieopstelling(en) geassembleerd en/of opgebouwd en/of

  • -

    APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) en/of water en/of zwavelzuur samen gevoegd en/of (vervolgens) verwarmd (waardoor BMK (1-fenyl-2-propanon) is verkregen) en/of

  • -

    een grote hoeveelheid, in elk geval 21, althans (een) doos/dozen (à 20 kg) inhoudende de stof APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) (bestemd voor de productie van BMK
    (1-fenyl-2-propanon)) voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    een grote hoeveelheid, in elk geval 17, althans (een) jerrycan(s) zwavelzuur voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    een grote hoeveelheid, in elk geval 8 liter, van een stof bevattende BMK
    (1-fenyl-2-propanon) voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

  • -

    (een) aantekening(en) en/of (een) notitie(s) met betrekking tot de productie van synthetische drugs en/of precursoren voorhanden gehad en/of

  • -

    een loods en/of (een) voertuig(en) ter beschikking gesteld;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met

4 november 2011 te Weert en/of Waalre, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander (o)f anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet - te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, (telkens) zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) (ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I- voor te bereiden en/of te bevorderen,

(telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

(telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit (en),

immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededaders (telkens) opzettelijk daartoe:

  • -

    (een) materia(a)1(en) bestemd voor het maken van (een) productieopstelling(en) (voor de productie van BMK (1-feny1-2-propanon)), te weten (onder andere) (een) blauwe ton(nen) en/of (een) zwarte ton(nen) en/of (een) mixer(s) en/of (een) roermotor(en) en/of (een)(plastic) slang(en) en/of (een) buis/buizen aangeschaft en/of voorhanden gehad;

  • -

    (vervolgens) die productieopstelling(en) gemaakt en/of voorhanden gehad (en/of)

  • -

    (vervolgens) die productieopstelling(en) geassembleerd en/of opgebouwd en/of

  • -

    APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) en/of water en/of zwavelzuur samen gevoegd en/of (vervolgens) verwarmd (waardoor BMK (1-feny1-2-propanon) is verkregen) en/of

  • -

    een loods ter beschikking gesteld en/of die loods voorzien van een lucht afvoersysteem en/of elektriciteit en/of

  • -

    (een) aantekening(en) en/of (een) notitie(s) met betrekking tot de productie van synthetische drugs en/of precursoren voorhanden gehad en/of -(een) doos/dozen inhoudende de stof APAAN (alpha-phenylacetoacetonitril) (bestemd voor de productie van BMK(1-feny1-2-propanon)) en/of (een) jerrycan(s) zwavelzuur en/of BMK
    (1-fenyl-2-propanon) voorhanden gehad en/of opgeslagen;


6.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 20 maart 2012 te Waalre en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een (duurzaam) samenwerkingsverband van hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet, te weten het (mede)plegen van het voorbereiden en/of het bevorderen van feiten, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 20 maart 2012 te Waalre tezamen en in vereniging met een ander om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen, een voorwerp voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat dit bestemd was tot het plegen van dat feit, immers hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededader opzettelijk daartoe materiaal bestemd voor de productie van amfetamine en/of MDMA te weten:

- een droogkast

gemaakt en/of voorhanden gehad;

en

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 20 maart 2012 te Waalre, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit immers heeft hij opzettelijk daartoe materialen bestemd voor de productie van amfetamine en/of MDMA en/of BMK (1-fenyl-2-propanon) en/of PMK (3,4-methyleendioxyfenyl-propaan-2-on), te weten:

  • -

    een vacuümafscheider en

  • -

    een koelspiraal en

  • -

    (een) rondbodemkolf en

  • -

    mobiele productie units en

  • -

    een gasbrander

gemaakt en/of voorhanden gehad;

2
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 februari 2011 te Gastel,gemeente Cranendonck, tezamen en in vereniging met een ander om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, telkens zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededader opzettelijk daartoe:

  • -

    materialen, te weten (onder andere) een scheitrechter en een MDF-plank met twee op maat gezaagde openingen en een kunststof 100 liter vat met aftapkraan en emmers en maatbekers en een actief koolfilter en een verrijdbare metalen mengketel voorhanden gehad, en

  • -

    een hoeveelheid PMK glycidate
    (methyl-3-[3,4-(methyleendioxy)phenyl]-2-methyl glycidate) bestemd voor de productie van PMK (3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on), voorhanden gehad, en

  • -

    twee gasflessen bevattende butaan/propaan voorhanden gehad, en

  • -

    een grote hoeveelheid jerrycans (á 20 liter) bevattende zoutzuur voorhanden gehad, en

  • -

    PMK (3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on) voorhanden gehad en

  • -

    materia1en bestemd voor het maken van een zogenoemde productieopstelling (voor de productie van BMK (1-feny1-2-propanon) geassembleerd en/of opgebouwd en (in die productieopstelling) water en zwavelzuur samen gevoegd en

  • -

    een grote hoeveelheid APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) (bestemd voor de productie van BMK (1-feny1-2-propanon) voorhanden gehad en

  • -

    een grote hoeveelheid zwavelzuur voorhanden gehad;

3.
hij in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 26 oktober 2011 te Oisterwijk en Waalre tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet - te weten het opzettelijk bereiden van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen, voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist, dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft/hebben hij en zijn, verdachtes, mededaders (telkens) opzettelijk daartoe:

  • -

    materialen bestemd voor het maken van een productieopstelling voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon), te weten (onder andere) roermotoren en plastic slangen voorhanden gehad en

  • -

    vervolgens die productieopstelling opgebouwd.

4.

hij in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 4 november 2011 te Weert en Waalre, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet - te weten het opzettelijk bereiden van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - voor te bereiden en te bevorderen, voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededaders opzettelijk daartoe:

  • -

    materialen bestemd voor het maken van een productieopstelling voor de productie van BMK (1-feny1-2-propanon), te weten (onder andere) roermotoren voorhanden gehad en

  • -

    vervolgens die productieopstelling geassembleerd.

6.
hij in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 20 maart 2012 te Waalre en elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een (duurzaam) samenwerkingsverband van hem, verdachte, en [medeverdachte 2], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet, te weten het medeplegen van het voorbereiden en het bevorderen van feiten, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkorte arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde (Gastel)

A.

De raadsvrouwe heeft aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte betrokken is geweest bij het omzettingsproces in het op
17 februari 2011 in de loods van [medeverdachte 4] in Gastel aangetroffen omzettingslaboratorium. De raadsvrouwe heeft in dit verband aangevoerd dat de enige betrokkenheid van verdachte bij voornoemd laboratorium heeft bestaan uit:

  • -

    het bemiddelen tussen een derde genaamd [betrokkene 1] en medeverdachte [medeverdachte 4] om gebruik te mogen maken van de loods van [medeverdachte 4];

  • -

    het op verzoek van [betrokkene 1] aanleggen van een tuinslang van de woning van [medeverdachte 4] naar de loods;

  • -

    het samen met [medeverdachte 4] en [betrokkene 1] uitladen van materialen vanuit een vrachtwagen in de loods;

  • -

    het aan [medeverdachte 4] vragen of [betrokkene 1] nog twee dagen respijt mocht hebben om een vat af te bouwen in de loods.

Ad A.

Naar het oordeel van het hof wordt dit verweer weerlegd door de door het hof gebezigde bewijsmiddelen.

Het hof overweegt dienaangaande dat uit de verklaringen van [medeverdachte 4] blijkt dat verdachte vanaf oktober/november 2010 tot tweemaal toe heeft gevraagd of hij de loods mocht gebruiken en vervolgens in ieder geval op twee verschillende momenten in de loods is geweest. De eerste keer was korte tijd na Nieuwjaar 2011. [medeverdachte 4] heeft toen van zijn moeder gehoord dat de verdachte in de loods bezig was geweest. [medeverdachte 4] zag (onder meer) specifiek opgebouwde apparatuur. Ook heeft hij een terpentine- of ammoniakachtige lucht geroken, die zou kunnen passen bij de geur die vrijkomt bij het omzettingsproces. De tweede keer dat verdachte in de loods was, was de maandag voordat het laboratorium werd aangetroffen. [medeverdachte 4] heeft de dag erna wederom gezien dat er in de loods was gewerkt. Hij zag (onder meer) dat specifieke opstellingen waren afgemonteerd en dat er vloeistof in een vat zat. Op enig moment had verdachte op de vraag van [medeverdachte 4] of hij de rotzooi in de loods wilde opruimen, gezegd dat hij nog twee dagen nodig had om een vat te af te maken.

Daarnaast is in een blauw vat in de loods een halfgelaatsmasker aangetroffen met daarop het DNA-materiaal van verdachte. Gelet op de overige bewijsmiddelen acht het hof het betoog van de verdediging, inhoudende dat per ongeluk een gelaatsmasker vanuit zijn woning Waalre naar het laboratorium Gastel is verplaatst, niet aannemelijk.

Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid of juistheid van de verklaring van [medeverdachte 4]. Bij dit oordeel heeft het hof betrokken dat [medeverdachte 4] ter terechtzitting in hoger beroep zijn verklaring in grote lijnen heeft herhaald en expliciet heeft verklaard dat hij blijft bij zijn verklaringen zoals afgelegd bij de FIOD. De omstandigheid dat [medeverdachte 4] ter terechtzitting in hoger beroep niet heeft uitgesloten dat een derde persoon betrokken is geweest bij het omzettingslaboratorium doet aan het vorenstaande niet af. Het hof overweegt daartoe dat, wat er ook zij van de mogelijke betrokkenheid van een derde persoon - al dan niet genaamd [betrokkene 1] - bij het omzettingslaboratorium in Gastel, uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen in ieder geval blijkt dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 4] betrokken is geweest bij het omzettingsproces.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde (Oisterwijk)

B.

De raadsvrouwe heeft aangevoerd dat de observatiecamera’s in Oisterwijk onrechtmatig zijn geplaatst op 17 oktober 2011, aangezien op die datum nog geen sprake was van een verdenking van enig strafbaar feit. Subsidiair heeft de raadsvrouwe betoogd dat de observatiecamera’s in elk geval gedurende de voor de bewijsvergaring relevante periode zonder grondslag en derhalve onrechtmatig in werking zijn geweest.

Ad B.

Het hof bespreekt de onderdelen van het verweer gezamenlijk.

In geval van verdenking van een misdrijf, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek een bevel tot observatie van een persoon geven op grond van artikel 126g Sv. De te observeren persoon kan een verdachte zijn, maar dat hoeft niet. Bij de observatie kunnen allerlei technische hulpmiddelen worden gebruikt, zoals videoapparatuur, infraroodcamera’s en bewegingsdetectoren (Tweede Kamer, vergaderjaar 1996–1997, 25 403, nr. 3, p. 71).

In deze zaak is op 13 juli 2011 een bevel tot stelselmatige observatie aangevraagd. Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat op grond van de in de aanvraag vermelde feiten en omstandigheden in redelijkheid een verdenking van een misdrijf kon ontstaan.

Volgens de aanvrager van het bevel is het in het belang van het onderzoek dat zicht wordt verkregen op de contacten van verdachte [verdachte], zijn positie ten opzichte van andere verdachten, zijn werkwijze en de door hem bezochte (mogelijke aflever)adressen

(p. 6131 t/m 6133).

De officier van justitie heeft op 14 juli 2011 het gevraagde bevel gegeven tot het stelselmatig volgen van verdachte [verdachte] en/of het stelselmatig waarnemen van zijn aanwezigheid en/of gedrag, met de toestemming om daartoe technische hulpmiddelen aan te wenden, namelijk plaatsbepalingsapparatuur en foto- en videoapparatuur om opnamen te kunnen maken van personen en/of voertuigen. Dit bevel gold tot 6 oktober 2011 (p. 6134 en 6135).

In het proces-verbaal aanvraag verlenging 126g WvSv van 28 september 2011 is gemotiveerd verzocht om een verlenging van het bevel tot stelselmatige observatie (p. 6358 t/m 6361).

De officier van justitie heeft het bevel tot observatie verlengd op 29 september 2011 voor de periode van 6 oktober 2011 tot en met 29 december 2011 (p. 6362).

In deze periode, namelijk op 14 oktober 2011, is waargenomen dat verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 3] goederen hebben ingeladen aan de achterzijde van de woning aan de [adres] te Waalre en – na een ontmoeting met twee andere personen bij de Praxis – naar de loods aan de [adres] te Oisterwijk zijn gegaan.

Op 17 oktober 2011 om 12:58 uur heeft Team opsporingsondersteuning videoapparatuur geplaatst. De camera is daarbij gericht op het adres [adres] te Oisterwijk. In het proces-verbaal dat hiervan is opgemaakt, hebben de opsporingsambtenaren geverbaliseerd dat zij in opdracht van de officier van justitie ondersteuning hebben verleend in het onderzoek tegen verdachte [verdachte] en dat tegen deze verdachte een bevel stelselmatige observatie is afgegeven (p. 6757).

Het hof leidt uit het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, af dat de camera die gericht was op de [adres] te Oisterwijk op grond van artikel 126g Sv is geplaatst. Opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar] heeft dit op 13 januari 2014 ten overstaan van de

raadsheer-commissaris ook bevestigd. Aan de omstandigheid dat de officier van justitie een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting bij de rechtbank in eerste aanleg niet helder voor ogen had, kent het hof geen bijzondere betekenis toe.

Dat de gebeurtenissen op 14 oktober 2011 ook aanleiding hebben gegeven om een aanvraag te doen voor een bevel op grond van artikel 126k Sv, ten behoeve van een zogenaamde inkijkoperatie, doet aan het voorgaande niet af. Dat de opnames die in het kader van de stelselmatige observatie zijn gemaakt mede van dienst zijn geweest voor de uitvoering van de inkijkoperatie, evenmin. Ten overvloede merkt het hof op dat zelfs als de voorgenomen inkijkoperatie mede in ogenschouw is genomen bij de beslissing om de observatiecamera te plaatsen, hetgeen zou kunnen worden afgeleid uit het samenvattende proces-verbaal in deze zaak, er nog geen sprake is van détournement de pouvoir.

Het hof verwerpt het verweer in al zijn onderdelen.

Ten aanzien van het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde (wetenschap)

C.

Het hof overweegt ambtshalve ten aanzien van verdachtes wetenschap omtrent het gebruik van de door hem gemaakte voorwerpen/apparatuur voor omzettingslaboratoria het volgende.

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van de onder 1 (Waalre), 3 (Oisterwijk) en 4 (Weert) ten laste gelegde feiten blijkt dat verdachte:

  • -

    in de schuur/carport achter zijn woning in Waalre een vacuümafscheider, een droogkast en een koelspiraal heeft vervaardigd, die later zijn aangetroffen in een laboratorium in Opglabbeek (België). In dat laboratorium werd MDMA geproduceerd;

  • -

    in een geheime ruimte in zijn woning laboratoriumglaswerk, een rondbodemkolf en een gasbrander voorhanden heeft gehad. Gebleken is dat deze apparatuur geschikt was om de zelfgemaakte mobiele productie units, die in de door verdachte gehuurde garagebox zijn aangetroffen, compleet te maken;

  • -

    elektromotoren met roerstaven heeft geleverd ten behoeve van het laboratorium in Oisterwijk. In dit laboratorium werd apaan omgezet in BMK, een precursor voor amfetamine;

  • -

    elektromotoren met roerstaven heeft geleverd ten behoeve van een laboratorium in Weert en tevens de beugels waarin deze roermotoren werden gehangen heeft geassembleerd. Ook in dit omzettingsaboratorium werd apaan omgezet in BMK.

Uit de volgende feiten en omstandigheden (i t/m v), in onderlinge samenhang bezien, leidt het hof af dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat alle door hem vervaardigde en geleverde apparatuur als hiervoor genoemd, bestemd was voor omzettingslaboratoria dan wel voor een laboratorium waarin synthetische drugs (MDMA) werd geproduceerd.

i.

Verdachte is eerder betrokken geweest bij een laboratorium waarin MDMA werd geproduceerd.

In 2001 is verdachte gearresteerd in een laboratorium in Kevelaer (Duitsland). Voor zijn betrokkenheid bij dit laboratorium is verdachte in 2005 tot 6 jaar gevangenisstraf veroordeeld (pagina 322). In dat laboratorium in Kevelear is specifieke, deels vergelijkbare apparatuur (vacuümscheider, droogbakken en een koelspiraal) aangetroffen als verdachte in Waalre heeft gemaakt (pagina’s 5318 tot en met 5327). Verdachte heeft derhalve op een eerder moment kennis gehad van de doeleinden waarvoor de door hem vervaardigde apparatuur werd gebruikt.

ii.

Verdachte heeft zich niet alleen verdiept in het vervaardigen van de apparatuur, maar ook in de chemische processen van omzetting/productie van (de precursoren van) amfetamine en MDMA.

Bij de doorzoeking van de woning van de vriendin van verdachte, [betrokkene 2], zijn diverse documenten, ordners en boeken aangetroffen (pagina’s 7687-7693). Het hof wijst in dit verband specifiek op de volgende literatuur/documenten die zijn aangetroffen:

  • -

    tien pagina’s die betrekking hebben op het chemische proces van omzetting van apaan naar BMK (pagina‘s 7695 en 8307 tot en met 8317);

  • -

    een informatieblad over apaan en de leveranciers van apaan (pagina 7695 en 8358);

  • -

    een document dat betrekking heeft op stoffen die gebruikt kunnen worden om BMK te produceren (pagina 7696);

  • -

    een klapper waarin de synthese wordt beschreven van allerlei “MDMA-gerelateerde” verdovende middelen (pagina 7696).

  • -

    een boek in de Engelse taal over de vervaardiging van MDMA en andere psychotrope amfetamines (pagina 7696).

Getuige [betrokkene 2] heeft verklaard dat deze documenten niet aan haar toebehoren, maar aan verdachte (pagina’s 8010-8012).

iii.

Niet alleen is de hiervoor genoemde apparatuur aangetroffen, maar tevens zijn diverse sporen en vloeistoffen aangetroffen die verband houden met de omzetting/productie van (precursoren van) synthetische drugs.

Het hof wijst in dit verband specifiek op de volgende sporen/vloeistoffen:

  • -

    in de schuur/carport achter zijn woning is een zuigmonster genomen van de vloer, dat monster bevatte (onder meer) methamfetamine, apaan, PMK en BMK (pagina’s 5522-5525 en 8621-8625);

  • -

    tevens is een zuigmonster genomen van een 20 liter jerrycan, dat monster bevatte zoutzuur, een hulpstof in het omzettings-/productieproces (pagina’s 5964-5965 en 8621-8625).

  • -

    op de zolder, achter een geheime toegang, is een glazen buis aangetroffen, met daarin een restant methamfetamine (pagina’s 5964-5965 en 7629-7642);

  • -

    in de woning van de ouders van verdachte is een drukvat aangetroffen, met daarop PMK. Een dergelijk drukvat wordt vaak gebruikt bij de productie van MDMA (pagina’s 8649-8651);

  • -

    In de woning van [betrokkene 2] is een jerrycan aangetroffen met daarin PMK (pagina’s 8615 en 8116).

iv.

De door verdachte geassembleerde droogkast, koelspiraal, vacuümafscheider en mobiele productie-units zijn speciaal vervaardigde apparatuur, specifiek bestemd voor het omzettings-/productieproces.

Verbalisant [verbalisant], ervaren en gespecialiseerd in de (proces)technische opbouw en werking van productieapparatuur die wordt gebruikt bij de productie van (synthetische)drugs, heeft gerelateerd dat de door verdachte gefabriceerde vacuümscheider en droogkast worden gebruikt om van amfetamine-olie of MDMA-olie, droge amfetamine of MDMA te maken. De koelspiraal is een essentiële stap om tijdens de productie het (half)product te scheiden van de overgebleven chemicaliën, afvalstoffen en synthese verontreinigingen (pagina’s 5316-5327). De mobiele productie-units kunnen gebruikt worden voor “amfetamine-achtige producten”, destillatie van eindproducten als amfetamine, BMK en MDMA en omzetting van apaan in BMK (pagina’s 8582-8588). Gesteld noch gebleken is dat verdachte, die kennis had van omzettings-/productieprocessen tot het vervaardigen van chemische drugs, de apparatuur heeft vervaardigd voor een andere, (legale) toepassing.

v.

De aan de roermotoren verbonden roerstaven die verdachte heeft vervaardigd, zijn bestemd om zure stoffen te roeren.

Verdachte heeft verklaard dat hij de roerstaven die waren verbonden aan de elektromotoren speciaal heeft vervaardigd. De vloeistoffen moesten namelijk gemengd worden met een koperen roerstaaf (proces-verbaal ter terechtzittingen van het hof). Kennelijk waren deze roerstaven van edel metaal om zure vloeistoffen, zoals zoutzuur, fosforzuur en zwavelzuur te roeren. Voornoemde zuren betreffen hulpstoffen die worden gebruikt bij het omzetten van apaan in BMK (zie NFI-rapport met opschrift “verzoek om rapportage over algemene informatie APAAN” d.d. 13 september 2012, als bijlage gevoegd bij het repliek van de officier van justitie). Gesteld noch gebleken is dat verdachte, die kennis had van het omzettingsproces van apaan in BMK, de roerstaven heeft vervaardigd voor een andere, (legale) toepassing.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde (criminele organisatie)

D.

De raadsvrouwe heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 6 ten laste gelegde – kort gezegd – deelneming aan een criminele organisatie die ten doel heeft het voorbereiden en/of bevorderen van Opiumwetfeiten. De raadsvrouwe heeft daartoe aangevoerd dat noch horizontaal noch verticaal verbanden aanwezig zijn waaruit blijkt dat verdachte en (één van) de in de tenlastelegging genoemde personen een criminele organisatie hebben gevormd.

Ad D.

Verdachte wordt verweten dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 20 maart 2012 heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10a, vierde lid van de Opiumwet. Dit is strafbaar gesteld bij artikel 11a van de Opiumwet, een specialis van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven). Bij de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van een organisatie die tot oogmerk had het plegen van (kort gezegd) Opiumwetdelicten en, zo ja, of de verdachte kan worden aangemerkt als deelnemer aan die organisatie geldt het volgende.

Juridisch kader

In de eerste plaats moet kunnen worden vastgesteld dat sprake is van een organisatie. Onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (en derhalve ook als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet) moet worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één ander persoon. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvoering, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen. Deze aanwijzingen vormen evenwel geen constitutieve vereisten om van een samenwerkingsverband te kunnen spreken. Een samenwerkingsverband kan toevallig en in de loop der tijd ontstaan omdat men ‘werkendeweg’ ontdekt dat men een gezamenlijk doel heeft waarvan de realisering met duurzame samenwerking gediend is.

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen is voorts vereist dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Niet is vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is of dat de organisatie de uitsluitende bedoeling heeft misdrijven te plegen. Voor het bewijs van het oogmerk zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking - zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie - en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Tot slot moet worden vastgesteld of de verdachte kan worden aangemerkt als deelnemer aan de organisatie. Van deelneming is sprake indien een persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. De verdachte dient in dat verband te weten dat de organisatie het oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat de verdachte enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven, aan enig concreet misdrijf heeft deelgenomen of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad.

Beoordeling

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat in de periode augustus 2011 tot en met november 2011 in de schuur/carport van de woning van verdachte, de [adres] te Waalre, specifieke apparatuur werd vervaardigd, bestemd voor het omzettings- dan wel productieproces van (precursoren van) synthetische drugs. Tevens volgt uit de inhoud van die bewijsmiddelen dat vanuit die woning apparatuur en onderdelen werden vervoerd naar loodsen waarin omzettingslaboratoria zijn opgebouwd.

Het hof is van oordeel dat deze apparatuur in een samenwerkingsverband tussen in ieder geval verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] werd vervaardigd en geleverd. Dit blijkt uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de afgeluisterde telefoongesprekken, opgeslagen sms-berichten en achter de woning van verdachte gevoerde en geregistreerde (OVC) gesprekken. Uit deze bewijsmiddelen blijkt immers (onder meer):

  • -

    dat verdachte en [medeverdachte 2] elkaar zeer frequent bezochten en dat zij samen apparatuur ten behoeve van omzettingslaboratoria hebben vervaardigd;

  • -

    dat [medeverdachte 2] in september en oktober 2011 verschillende keren gezien is met blauwe en zwarte vaten, roermotoren en stangen, soortgelijk aan de materialen die zijn aangetroffen in verschillende omzettingslaboratoria in het onderzoek Lambiek;

  • -

    dat verdachte en [medeverdachte 2] met elkaar communiceerden door middel van twee opeenvolgende prepaid telefoonnummers;

  • -

    dat de communicatie tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] zich kenmerkte door veel sms-contact zonder concrete inhoud, regelmatig kennelijk gericht op het komen tot een persoonlijke ontmoeting bij (de ouders van) verdachte in Waalre of in een eetcafé/Grieks restaurant.

  • -

    dat bij persoonlijke ontmoetingen tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] wel werd gesproken over de fabricage van apparatuur ten behoeve van de laboratoria, zoals het hof afleidt uit het OVC-gesprek van 14 oktober 2011;

  • -

    dat de opvolgende prepaid telefoonnummers na 26 oktober 2011, zijnde de dag dat het omzettingslaboratorium op de [adres] te Oisterwijk werd ontdekt, niet meer in gebruik zijn.

Uit de bewijsmiddelen kan tevens worden afgeleid dat de samenwerking niet incidenteel is geweest en geen beperkt karakter had, maar een zekere duurzaamheid had en ten dienste stond van meerdere laboratoria.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat in de periode augustus 2011 tot en met november 2011 sprake is geweest van een samenwerkingsverband met een dusdanige duurzaamheid en structuur dat gesproken kan worden van een organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet. Gelet op de door de deelnemers aan de organisatie in de ten laste gelegde periode gepleegde misdrijven, het duurzame en gestructureerde karakter van de samenwerking en de planmatigheid en stelselmatigheid van de activiteiten voor het overige - zoals van één en ander uit de bewijsmiddelen blijkt - was het oogmerk van de organisatie naar het oordeel van het hof gericht op het opzettelijk verrichten van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs (een misdrijf als bedoeld in artikel 10a, vierde lid van de Opiumwet).

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

en

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Het onder 3 en 4 bewezen verklaarde levert telkens op:

medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die zich schuldig maakte aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie van synthetische drugs. Verdachte speelde in deze organisatie een prominente rol. De werkzaamheden van verdachte bestonden uit het maken van voorwerpen ten behoeve van het omzettingsprocedé van apaan naar BMK en de productie van MDMA. Uit BMK kan amfetamine worden gemaakt. Zowel MDMA als amfetamine betreffen verdovende middelen, die zijn vermeld op Lijst I van de Opiumwet. De verdachte heeft zich ook zelf bezig gehouden met het omzettingsprocedé. Hij was goed op de hoogte van de chemische processen.

De verdachte heeft in de werkplaats achter zijn woning op min of meer structurele basis gewerkt aan de ontwikkeling van voorwerpen ten behoeve van omzettings- en productielaboratoria voor drugs. Volgens verdachtes eigen verklaring wisten producenten hem goed te vinden. De verdachte heeft door zijn handelwijze op grote schaal bijgedragen aan de voorbereiding van de productie van harddrugs die, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren. Het hof acht het van groot belang dat er hard wordt opgetreden tegen personen die feitelijk aan de basis staan van handel in harddrugs en de daarmee samenhangende criminaliteit.

De verdachte heeft een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van laboratoria waarbij synthetische drugs of de een grondstof voor synthetische drugs werd vervaardigd. Deze laboratoria, waar chemische reacties tussen stoffen plaats vinden, leveren (brand)gevaar op voor de omgeving en gerede kans op schade op voor het milieu. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd.

Het hof rekent de verdachte zijn prominente rol in de criminele organisatie en de grootschaligheid van zijn werkzaamheden ernstig aan. Het hof houdt er aan de andere kant

- net als de rechtbank - wel rekening mee dat voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet minder strafwaardig worden geacht door de wetgever dan de daadwerkelijke vervaardiging van en handel in harddrugs.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor aanzienlijke duur met zich brengt.

Eén en ander in aanmerking genomen acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar passend en geboden.

Beslag

De onder verdachte in beslag genomen goederen als vermeld op de aan dit vonnis gehechte lijst van in beslag genomen goederen met nummers 17, 30, 36, 39 en 42 tot en met 62 zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer omdat met deze voorwerpen (een van de) ten laste gelegde feiten is/zijn begaan dan wel omdat deze voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar misdrijven waarvan verdachte werd verdacht zijn aangetroffen en het ongecontroleerde bezit van deze goederen, al dan niet in gezamenlijkheid, in strijd is met het algemeen belang en/of de wet.

Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen zal het hof de teruggave aan verdachte gelasten.

Bevel gevangenneming

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de gevangenneming van verdachte zal bevelen.

Het hof zal de vordering van de officier van justitie toewijzen en de gevangenneming van verdachte bevelen. Aan de eisen die aan een dergelijk bevel ten grondslag moeten liggen is voldaan. Het bevel zal met de gronden waarop het berust afzonderlijk worden geminuteerd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 36c en 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 10a en 11a van de Opiumwet, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 6 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 6 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de goederen met nummers 17, 30, 36, 39 en 42 tot en met 62 als vermeld op de aan dit arrest gehechte lijst van in beslag genomen goederen.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de goederen met nummers 3 tot en met 16, 18 tot en met 29, 31 t/m 35, 37, 38, 40 en 41 als vermeld op de aan dit arrest gehechte lijst van in beslag genomen goederen.

Beveelt de gevangenneming van de verdachte, welk bevel apart zal worden geminuteerd

Aldus gewezen door

mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter,

mr. A.M.G. Smit en mr. H. Harmsen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.P. van der Pijl en mr. R. van den Munckhof, griffiers,

en op 3 juni 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. E.A.A.M. Pfeil en mr. H. Harmsen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.