Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1293

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-05-2014
Datum publicatie
07-05-2014
Zaaknummer
20-002620-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Partiële nietigheid van de inleidende dagvaarding. Veroordeling voor onder meer het voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Het hof verwerpt het verweer dat verdachte niet wist dat het wapen in de auto lag. Wet beperking taakstraffen. Het hof legt naast een taakstraf een gevangenisstraf op voor de duur van veertien dagen, waarvan dertien dagen voorwaardelijk.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 22b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002620-13

Uitspraak : 7 mei 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 26 juli 2013 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-024753-13 en 01-082476-13, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf, parketnummer 01-194133-11, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte in de zaak met parketnummer 01-024753-13 vrijgesproken van overtreding van de Opiumwet (feit 2) en veroordeeld ter zake van overtreding van de Wet wapens en munitie (feit 1) en wederspannigheid, meermalen gepleegd (feit 3). In de zaak met parketnummer 01-082476-13 is verdachte veroordeeld ter zake van vernieling (feit 1) en belediging van een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd (feit 2). Aan verdachte is opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van zes weken waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en de verplichting tot medewerking aan een ambulante behandeling en diagnostisch onderzoek ten behoeve van die behandeling. Voorts is gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 mei 2012, parketnummer 01-194133-11, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één maand.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als niet te zijn gericht tegen de vrijspraak van hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 01-024753-13 onder 2. is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal vernietigen en, in zoverre opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde zal bewezen verklaren en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met bijzondere voorwaarden zoals opgelegd door de politierechter, en een taakstraf van 42 uur, subsidiair 21 dagen hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 mei 2012, parketnummer 01-194133-11, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één maand, een taakstraf zal gelasten van zestig uur, subsidiair dertig dagen hechtenis.

Namens verdachte is bepleit dat het hof verdachte zal vrijspreken van het in de zaak met parketnummer 01-024753-13 onder 1. en 3. ten laste gelegde. Voorts is een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 01-024753-13

1.
hij op of omstreeks 6 januari 2013 te Valkenswaard, (een) wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie, gelet op artikel 3, aanhef en onder a, van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een vuurwapen, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Colt, type 1911, voorhanden heeft gehad;

3.
hij op of omstreeks 6 januari 2013 te Valkenswaard en/of Eindhoven, in elk geval in Nederland, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], (respectievelijk) brigadier en/of agent van regiopolitie Brabant Zuid-Oost, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hunner/zijner bediening, verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 13 Wet wapens en munitie, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden, teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, zich met geweld heeft verzet door toen daar opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] verdachte trachtte(n) te geleiden en/of daarbij, althans vervolgens die [verbalisant 2] de woorden toe te voegen: "Je bent een vuile homo" en/of "Je weet zeker niet wie ik ben, iedereen bij jullie kent [verdachte]" en/of "Ik zal je dadelijk eens een kopstoot geven" en/of "Je bent een vuile homo" en/of "Ik ben [verdachte], iedereen bij jullie kent mij", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

Zaak met parketnummer 01-082476-13

1.
hij op of omstreeks 1 mei 2013 te Bergeijk opzettelijk en wederrechtelijk een of meer planten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de gemeente Bergeijk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.
hij op of omstreeks 1 mei 2013 te Bergeijk opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier/hun tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het/de woord(en) “Kankerwouten”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

De in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Partiële nietigheid van de dagvaarding

Het hof is van oordeel dat de inleidende dagvaarding wat betreft het in de zaak met parketnummer 01-024753-13 onder 3. ten laste gelegde nietig dient te worden verklaard, omdat bij de omschrijving van het feit dat aan de verdachte wordt verweten niet is voldaan aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

De gedragingen van de verdachte zijn op te delen in zijn gedragingen na aanhouding door verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 2] jegens genoemde verbalisanten gedurende de rit in de politieauto naar het politiebureau te Eindhoven en zijn gedragingen na aankomst op het politiebureau te Eindhoven jegens verbalisant [verbalisant 1]. Door de wijze waarop in de tenlastelegging de aan verdachte verweten gedragingen zijn beschreven en de volgorde daarvan is evenwel niet duidelijk op welke feitelijke gedragingen de tenlastelegging betrekking heeft en jegens welke verbalisant het ten laste gelegde verzet zou zijn gepleegd, zodat de inleidende dagvaarding in zoverre nietig dient te worden verklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 01-024753-13 onder 1. en in de zaak met parketnummer 01-082476-13 onder 1. en 2. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 01-024753-13

1.
hij op 6 januari 2013 te Valkenswaard, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie, gelet op artikel 3, aanhef en onder a, van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een vuurwapen, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Colt, type 1911, voorhanden heeft gehad;

Zaak met parketnummer 01-082476-13

1.
hij op 1 mei 2013 te Bergeijk opzettelijk en wederrechtelijk planten, toebehorende aan de gemeente Bergeijk, heeft vernield;

2.
hij op 1 mei 2013 te Bergeijk opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd het woord “Kankerwouten”.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-024753-13 onder 1. bewezen verklaarde

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 01-024753-13 onder 1. ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet is af te leiden dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van het op een vuurwapen gelijkende voorwerp in de auto waarin hij zich bevond.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Zoals blijkt uit de ten aanzien van dit feit gebezigde bewijsmiddelen werd verdachte op 6 januari 2013 aangetroffen in een op de rijbaan geparkeerde personenauto. Verdachte zat voorovergebogen op de bestuurdersplaats, met zijn hoofd op het stuur en was kennelijk aan het slapen. Het dashboardkastje van de auto stond open en in dat dashboardkastje bevond zich duidelijk zichtbaar het ten laste gelegde op een vuurwapen gelijkende voorwerp.

Het hof stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van het voorhanden hebben van het wapen is vereist dat verdachte zich in meerdere of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van dat wapen (vgl. HR 26 januari 1999, LJN ZD1169, NJ 1999, 537).

Uitgangspunt daarbij is dat de bestuurder, tevens enige inzittende, van een bij hem in gebruik zijnde personenauto, waarin zich in het dashboardkastje een wapen bevindt, met de aanwezigheid van dat wapen in die auto bekend pleegt te zijn.

Verdachte werd als enig inzittende aangetroffen op de bestuurdersplaats in een auto die bij hem in gebruik was. Het wapen is aangetroffen in het – openstaande – dashboardkastje van de auto. Hieruit leidt het hof af dat verdachte zich ervan bewust is geweest dat het wapen in de auto lag.

Door en namens de verdachte is aangevoerd dat hij niet wist dat het wapen in de auto lag en dat het wapen door een ander in de auto gelegd moet zijn en dat mogelijk de taxichauffeur die de verdachte in de auto heeft aangetroffen het dashboardkastje heeft geopend.

Deze niet nader onderbouwde en geconcretiseerde stelling acht het hof onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Opgemerkt wordt dat het niet op voorhand aannemelijk is dat een ander buiten medeweten van verdachte het wapen in het dashboardkastje van de bij de verdachte in gebruik zijnde auto heeft gelegd. Voorts wordt opgemerkt dat het proces-verbaal van de verbalisanten ook geen aanknopingspunten biedt voor de stelling van de verdediging dat de taxichauffeur het dashboardkastje heeft geopend.

Nu de verdediging haar stelling niet nader heeft onderbouwd of geconcretiseerd en deze daardoor op geen enkele wijze is te toetsen, schuift het hof deze stelling als onvoldoende aannemelijk terzijde.

Het hof verwerpt het verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-024753-13 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het in de zaak met parketnummer 01-082476-13 onder 1. bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Het in de zaak met parketnummer 01-082476-13 onder 2. bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat zou kunnen worden volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. Het hof ziet zich evenwel, gelet op het bepaalde in artikel 22b, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, genoodzaakt ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen nu, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet kan worden volstaan met oplegging van slechts een voorwaardelijke gevangenisstraf of een geldboete. Het hof zal de duur van het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf evenwel beperken tot het uit artikel 10, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht voortvloeiende minimum.

Bij het bepalen van de straf is rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte, anders dan door de advocaat-generaal gevorderd, niet wordt veroordeeld voor het in de zaak met parketnummer 01-024753-13 onder 3. ten laste gelegde.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Voor oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de advocaat-generaal gevorderd, ziet het hof geen aanleiding.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het hof is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Brabant van 2 mei 2013, tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 7 mei 2012 onder parketnummer 01-194133-11 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van oordeel, dat – nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt – tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straf op zijn plaats is.

Echter op grond van hetgeen omtrent de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken zal het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te geven, een taakstraf gelasten voor het hierna te vermelden aantal uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 22b, 22c, 22d, 57, 266, 267 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart de inleidende dagvaarding in de zaak met parketnummer 01-024753-13 wat betreft het onder 3. ten laste gelegde nietig.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-024753-13 onder 1. en in de zaak met parketnummer 01-082476-13 onder 1. en 2. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01-024753-13 en het in de zaak met parketnummer 01-082476-13 onder 1. en 2. bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 13 (dertien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis.

Gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 7 mei 2012, parketnummer 01-194133-11, te weten van gevangenisstraf voor de duur van 1 maand:

een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. E.N. van der Spoel, voorzitter,

mr. M.J.H.J. de Vries-Leemans en mr. F.P.E. Wiemans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. drs. T. Kraniotis, griffier,

en op 7 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. F.P.E. Wiemans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.