Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1261

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-05-2014
Datum publicatie
07-05-2014
Zaaknummer
20-000236-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vader pakt in ruziesituatie zijn 15-jarige zoon een stok af en slaat daarmee zijn zoon.

Beroep op noodweer verworpen nu vader zich niet wilde verdedigen maar zijn zoon wilde bestraffen met een "corrigerende" mep.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 300 en 304
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0214
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000236-13

Uitspraak : 7 mei 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 januari 2013 in de strafzaak met parketnummer

02-665958-12 tegen:

[Verdachte],

[geboorteplaats en geboortedatum],

[woonadres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van mishandeling, begaan tegen zijn kind, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, waarvan één week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

De verdediging heeft bepleit dat:

  • -

    primair verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hij heeft gehandeld in een situatie van noodweer;

  • -

    subsidiair dient te worden volstaan met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    meer subsidiair dient te worden volstaan met een geldboete ten bedrage van € 500,=;

  • -

    uiterst subsidiair aan verdachte een taakstraf dient te worden opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 maart 2012 te Oosterhout opzettelijk mishandelend zijn kind, althans een persoon, te weten [X], meermalen met een (houten) stok, althans een hard voorwerp, heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 maart 2012 te Oosterhout opzettelijk mishandelend zijn kind, te weten [X], meermalen met een houten stok heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Mishandeling, begaan tegen zijn kind.

Het is strafbaar gesteld bij artikel 300, lid 1, in verbinding met artikel 304, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.

Beroep op noodweer

De verdediging heeft betoogd dat verdachte heeft gehandeld in een situatie van noodweer.

In dit verband heeft de verdediging aangevoerd dat verdachtes zoon, [X], na zich aanvankelijk ook tegenover zijn moeder te hebben misdragen, verdachte heeft gedreigd met een stok en hem vervolgens daarmee ook heeft geslagen. Aldus de verdediging was verdachte op dat moment van mening dat het gedrag van zijn zoon te ver ging, heeft hij om die reden ingegrepen en zich verdedigd waarbij hij de stok van zijn zoon heeft afgepakt en vervolgens een ‘corrigerende tik’ uitgedeeld. Die corrigerende tik dient te worden beschouwd als te zijn uitgedeeld in een situatie van noodweer.


Het hof overweegt te dien aanzien als volgt.

Uit de verklaring van de verdachte bij de politie (blz. 35), ter terechtzitting in eerste aanleg alsmede in hoger beroep volgt dat de door verdachte uitgedeelde slagen met de stok voortkwamen uit boosheid jegens zijn zoon vanwege diens misdragingen. Zijn zoon wilde niet naar hem luisteren en daarom, aldus verdachte, heeft hij zijn zoon de stok afgepakt en hem “een corrigerende” mep op diens rug gegeven.

Gelet hierop is het hof van oordeel dat verdachte met het jegens zijn zoon uitgeoefende geweld bestraffing beoogde en niet uit noodweer heeft gehandeld. Van een noodzakelijke verdediging tegen een wederrechtelijke aanranding was geen sprake

Het hof verwerpt het verweer.

Er zijn ook voor het overige geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de omstandigheid dat het hier gaat om door verdachte gepleegd huiselijk geweld tegen zijn eigen kind, een toen 15 jaar oude jongen;

  • -

    de mate waarin door het bewezen verklaarde feit pijn en letsel is toegebracht aan het slachtoffer.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.
5 februari 2014; verdachte is meerdere malen strafrechtelijk veroordeeld, waaronder een veroordeling in 1996 ter zake van mishandeling van een ambtenaar in functie;

- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een schuldigverklaring van verdachte zonder het opleggen van een straf als bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht dan wel een geldboete zoals bepleit door de verdediging, omdat daarmee de ernst van het bewezenverklaarde onvoldoende tot uitdrukking wordt gebracht.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen acht het hof het opleggen van een taakstraf voor de duur van 40 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden.

Met oplegging van de hiervoor bedoelde gedeeltelijk voorwaardelijke taakstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. N.J.M. Ruyters, voorzitter,

mr. J.C.A.M. Claassens en mr. J.H. Crijns, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.R. Veldt, griffier,

en op 7 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. N.J.M. Ruyters en mr. J.H. Crijns zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.