Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1248

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-05-2014
Datum publicatie
02-05-2014
Zaaknummer
20-003657-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Ongewenst vreemdeling. Ontslag van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op overmacht.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 197
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003657-12

Uitspraak : 2 mei 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 25 oktober 2012 in de strafzaak met parketnummer 02-800892-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1973,

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel,

waarbij:

  • -

    verdachte werd vrijgesproken van het hem onder 1. ten laste gelegde;

  • -

    verdachte ter zake van “als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling is verklaard” werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van
    5 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- een aantal inbeslaggenomen goederen werd teruggegeven aan verdachte.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 2. is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en te dien aanzien opnieuw rechtdoende de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van
2 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdediging heeft bepleit:

  • -

    primair dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging;

  • -

    subsidiair dat het hof zal bepalen dat aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – voor zover thans nog aan de orde – ten laste gelegd dat:

2.
hij op of omstreeks 25 september 2012 te Tilburg, in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, althans op grond van artikel 21 van de Vreemdelingenwet, althans in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard, zulks terwijl hij, verdachte, op of omstreeks 25 september 2012 (nog steeds) ongewenst vreemdeling was/tot ongewenst vreemdeling was verklaard.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 september 2012 te Tilburg als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard, zulks terwijl hij, verdachte, op 25 september 2012 nog steeds ongewenst vreemdeling was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat de verdachte vanwege overmacht niet strafbaar is en dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aangezien het niet aan verdachte te wijten is dat hij niet uit Nederland kan vertrekken als gevolg van de halsstarrige houding van [geboorteland]. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat [geboorteland] weigert mee te werken aan een terugkeer van verdachte naar [geboorteland], omdat zij weigeren een laissez passer aan verdachte af te geven, die niet over een reisdocument beschikt, terwijl door de [buitenlandse autoriteiten] wel een identificatiedocument is afgegeven.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is niet aannemelijk geworden dat door verdachte al dan niet met ondersteuning van de Nederlandse overheid enige inspanning – waarvan redelijkerwijs enig resultaat was te verwachten – had kunnen worden verricht om Nederland te verlaten. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat uit het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat verdachte niet over reisdocumenten beschikt. Op 16 februari 2010 hebben de [buitenlandse autoriteiten] de [nationaliteit] en de identiteit van verdachte bevestigd en ingestemd met de verstrekking van een laissez passer. Vervolgens is op 23 augustus 2010 in samenspraak met de IND en de autoriteiten van [geboorteland] getracht de verdachte onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee uit te zetten naar [geboorteland] met een EU-staat en een nationaliteitsverklaring afkomstig van de [ambassade] in Nederland. Bij aankomst in [geboorteland] is verdachte evenwel alsnog de toegang geweigerd omdat op de nationaliteitsverklaring een handtekening van de vertegenwoordiging van [geboorteland] in Nederland ontbrak.

Ook overigens is uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk geworden dat door de autoriteiten van [geboorteland] dan wel een ander land op verzoek van verdachte zou zijn meegewerkt aan zijn vrijwillige terugkeer naar [geboorteland] of vertrek naar een ander land. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat uit het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat [buitenlandse autoriteiten] thans weigeren verdachte een laissez passer te verstrekken, omdat hij niet beschikt over een reisdocument.

Gelet op het vorenstaande kon van verdachte redelijkerwijs niet worden gevergd om te voldoen aan zijn verplichting om Nederland te verlaten, zodat verdachte een beroep op overmacht toekomt.

De verdachte is daarom niet strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde en dient van alle rechtsvervolging te worden ontslagen.

Beslag

Van hetgeen in beslag genomen en nog niet teruggegeven is, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld, verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    een frontje van een mobiele telefoon, Nokia, kleur grijs;

  • -

    een frontje van een mobiele telefoon, Nokia, kleur zwart;

  • -

    een mobiele telefoon, Samsung, kleur zwart met grijze rand.

Aldus gewezen door

mr. J.J. van der Kaaden, voorzitter,

mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. M.L.P. van Cruchten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 2 mei 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M.L.P. van Cruchten is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.