Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1239

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-05-2014
Datum publicatie
02-05-2014
Zaaknummer
HV 200 132 503_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 1:151 BW; duurzame ontwrichting; de vrouw heeft haar stelling dat sprake is van duurzame ontwrichting onvoldoende aannemelijk gemaakt; partijen wonen nog steeds samen en de man neemt de volledige verzorging van de vrouw voor zijn rekening; de vrouw heeft verklaard dat zij deze situatie na de echtscheiding ongewijzigd wenst te handhaven.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 151
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2014-0109
EB 2014/79
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 1 mei 2014

Zaaknummer: HV 200.132.503/01

Zaaknummer eerste aanleg: 253252 / FA RK 12-3998

in de zaak in hoger beroep van:

[de man] ,

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. R.E.Teusink,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats],

verweerster,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. W.H.P. de Jongh.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Breda van 27 december 2012.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 augustus 2013, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vrouw in haar verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, althans die verzoeken aan haar als ongegrond en onbewezen te ontzeggen.

2.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 maart 2014. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de man, bijgestaan door mr. Teusink;

  • -

    de vrouw, bijgestaan door mr. N. van Luijk, namens haar kantoorgenoot mr. De Jongh.

2.3.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    de brief met bijlage van de advocaat van de man d.d. 27 augustus 2013;

  • -

    de brief met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 18 december 2013;

  • -

    de brief met bijlage van de advocaat van de man d.d. 26 februari 2014;

  • -

    de brief met bijlage van de advocaat van de man d.d. 6 maart 2014;

  • -

    de brief van de advocaat van de vrouw d.d. 21 maart 2014.

3 De beoordeling

3.1.

Partijen zijn op 18 oktober 1974 met elkaar gehuwd.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank tussen partijen de echtscheiding uitgesproken.

Bij deze beschikking heeft de rechtbank voorts - uitvoerbaar bij voorraad - bepaald dat de man als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw moet voldoen een bedrag van € 500,- per maand met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, alsmede partijen bevolen over te gaan tot verdeling van hun gemeenschap ten overstaan van een notaris.

3.3.

Voormelde beschikking is op 6 juni 2013 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Bij beschikking van 19 februari 2014, zoals hersteld bij beschikking van 5 maart 2014 van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, heeft de rechtbank Haarlem de doorhaling gelast van de latere vermelding van de ingeschreven echtscheidingsuitspraak, vanwege het feit dat de echtscheidingsbeschikking ten onrechte is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

3.4.

De man kan zich met de bestreden beschikking niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.5.

De grief van de man richt zich tegen de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het uitspreken van de echtscheiding, het bepalen van een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw, de draagkracht van de man en het bevel over te gaan tot verdeling van de gemeenschap van goederen.

Ontvankelijkheid

3.6.

Het hof overweegt dat ter zitting is gebleken dat de ontvankelijkheid van de man zijdens de vrouw niet ter discussie staat. Naar het oordeel van het hof is genoegzaam gebleken dat de man voor het eerst op 12 juni 2013 kennis heeft genomen van de echtscheidingsbeschikking, zodat de man tijdig in beroep is gekomen en derhalve ontvankelijk is in zijn beroep.

Echtscheiding

3.7.1.

Ingevolge artikel 1:151 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt echtscheiding op verzoek van één der echtgenoten uitgesproken indien het huwelijk duurzaam is ontwricht. Blijkens de wetsgeschiedenis is een huwelijk duurzaam ontwricht indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden, zonder dat er uitzicht bestaat op herstel van de behoorlijke echtelijke verhoudingen.

3.7.2.

De man voert aan dat het huwelijk tussen partijen niet duurzaam is ontwricht. De samenwoning tussen partijen is nimmer verbroken. De man betwist dat hij in de echtelijke woning boven woont en de vrouw beneden. De vrouw lijdt aan een progressieve vorm van multiple sclerose en wordt 24 uur per dag door de man verzorgd. De man heeft met het oog hierop zijn baan opgegeven en ontvangt uit het persoonsgebonden budget van de vrouw een vergoeding voor de verzorging van zijn vrouw. Door haar ziekte kan de vrouw bijna niet de trap op komen en de woning is te klein is om samen beneden te slapen. Dit is de reden dat de man boven slaapt en de vrouw beneden. Partijen eten wel samen. De man eet alleen veel sneller dan de vrouw en zodra de man klaar is met eten verlaat hij de tafel. Het is voor hem namelijk moeilijk om te zien hoe de vrouw, die geen gebruik wil maken van hulpmiddelen zeer moeizaam haar eten opeet. De vrouw realiseert zich onvoldoende dat de echtscheiding tot gevolg heeft dat de samenleving wordt verbroken en dat de huidige verzorgingsconstructie komt te vervallen.

3.7.3.

De vrouw voert aan dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Wanneer de vrouw haar ouders voor ogen heeft op het moment dat zij veertig jaar getrouwd waren, vormt dat voor de vrouw een dusdanig schrikbeeld, dat zij formeel niet veertig jaar getrouwd wil zijn. Het huwelijk kenmerkt zich door pieken en dalen. Partijen kunnen eigenlijk niet met en niet zonder elkaar. Partijen spreken nauwelijks met elkaar. Zij wonen weliswaar in hetzelfde huis, maar de man leeft op de bovenverdieping en de vrouw op de benedenverdieping. De vrouw heeft ter zitting duidelijk uitgesproken, dat het haar wens is, dat de situatie na de echtscheiding verder blijft zoals die nu ook is, inhoudende dat partijen blijven samenwonen en dat de verzorging die de vrouw thuis nodig heeft, volledig door de man wordt gegeven.

3.7.4.

Het hof is van oordeel dat de vrouw haar stelling dat sprake is van duurzame ontwrichting van het huwelijk onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Haar argument, dat zij niet – zoals haar ouders – formeel veertig jaar getrouwd wenst te zijn, maakt niet dat sprake is van duurzame ontwrichting in haar eigen huwelijk. De vrouw voert verder weliswaar aan dat het huwelijk zich kenmerkt door pieken en dalen, maar stelt tevens dat partijen niet met en niet zonder elkaar kunnen. Daar komt bij dat partijen nog steeds samenwonen, dat de man nog altijd de noodzakelijke verzorging van de vrouw in de thuissituatie volledig – zonder externe hulp – voor zijn rekening neemt en dat de vrouw naar voren heeft gebracht dat zij de huidige situatie, waarin partijen samenwonen en de man de verzorging van de vrouw op zich neemt, na de echtscheiding ongewijzigd wenst te handhaven, waarmee zij in feite de door haar gestelde argumenten ondergraaft.

De vrouw voert wel aan dat partijen in de woning feitelijk gescheiden leven en dat zij niet met elkaar communiceren, maar dit wordt gemotiveerd door de man betwist.

Onderhoudsbijdrage en verdeling

3.8.

Gelet op het voorgaande komt het hof niet toe aan de beoordeling van de grieven met betrekking tot de onderhoudsbijdrage en de verdeling van de huwelijksgemeenschap.

3.9.

De beschikking waarvan beroep, dient dus te worden vernietigd.

4 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Breda van 27 december 2012;

wijst alsnog af het inleidend verzoek van de vrouw.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.E.M. Renckens, G.J. Vossestein en A.P. van der Linden en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2014.