Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:121

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-01-2014
Datum publicatie
27-01-2014
Zaaknummer
20-002252-11
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ4797, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:122
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:123
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:124
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:618, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Oplichting via marktplaats.nl. Valse hoedanigheid van bonafide verkoper.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002252-11

Uitspraak : 23 januari 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Maastricht van 11 mei 2011 in de strafzaak met parketnummer 03-700110-10 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

volgens opgave van verdachte ter terechtzitting thans verblijvende te

[verblijfplaats].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van oplichting, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, zulks met aftrek van voorarrest en met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde. De rechtbank heeft voorts beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, niet gericht tegen de vrijspraak van oplichting van [slachtoffer 1] te Eindhoven, waarbij sprake was van een verkoopaanbod via martkplaats.nl door verkoper [naam 1]. In zoverre vat het hof het hoger beroep beperkt op. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met uitzondering van de straf. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, zonder bijzondere voorwaarden.

De verdediging heeft primair vrijspraak van de gehele tenlastelegging bepleit met

niet-ontvankelijkverklaring van alle benadeelde partijen in hun vordering. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd en bepleit dat ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen wordt beslist conform de beslissing van de rechtbank.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover in hoger beroep aan de orde - ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 22 februari 2010 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen en/of te Anna Paulowna en/of te Nederweert en/of te Landgraaf en/of te Katwijk (Zh) en/of te Mechelen en/of te Vlissingen en/of te Den Hoorn en/of te Nuenen en/of te Borger en/of te Castricum en/of te Arnhem en/of te Maassluis en/of te Heiloo en/of te Zevenbergen en/of te Almere en/of te Hoorn (Nh) en/of te Zeist en/of te Veghel en/of te Gemert en/of te Noordwijk (Zh) en/of te Sint Philipsland en/of te Hoorn (Nh) en/of te Damwoude en/of te Veldhoven en/of te Zaltbommel en/of te Heerhugowaard en/of te Utrecht en/of te Wierden en/of te Veenendaal en/of te Best en/of te Bussum en/of te Heerenveen en/of te Oud-Vossemeer en/of te Houten en/of te Zwolle en/of te Dinxperlo en/of te Volendam, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] en/of [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] en/of [slachtoffer 37] en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hierin bestaande dat verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich op de internetsite Marktplaats.nl heeft voorgedaan als bonafide verkoper van concertkaarten en/of hartslagmeters en/of (race)fietsonderdelen, in elk geval van een of meer goed(eren) en/of waarbij hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] en/of [naam 11] en/of [naam 12] en/of [naam 13] en/of [naam 14] en/of [naam 15] en/of [naam 16] en/of [naam 17] en/of [naam 18] en/of [naam 19] en/of [naam 20] en/of [naam 21] en/of [naam 22] en/of [naam 23] en/of [naam 24] en/of [naam 25] en/of [naam 26] en/of [naam 27] en/of [naam 28] en/of [naam 29], in elk geval als een ander dan zichzelf en/of waarbij hij, verdachte (telkens) met die kopers heeft afgesproken dat ze de koopsom moesten overmaken naar een door hem, verdachte, opgegeven en aan hem, verdachte, toebehorend rekeningnummer, waarna hij, verdachte, de goederen naar de kopers zou verzenden, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] en/of [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] en/of [slachtoffer 37] en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2009 tot en met 22 februari 2010 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] en [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] en [slachtoffer 26] en [slachtoffer 27] en [slachtoffer 28] en [slachtoffer 29] en [slachtoffer 30] en [slachtoffer 32] en [slachtoffer 33] en [slachtoffer 34] en [slachtoffer 35] en [slachtoffer 36] en [slachtoffer 37] en [slachtoffer 38] en [slachtoffer 39] en [slachtoffer 40] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hierin bestaande dat verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk zich op de internetsite Marktplaats.nl heeft voorgedaan als bonafide verkoper van concertkaarten en/of hartslagmeters en/of (race)fietsonderdelen, waarbij hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als [naam 2] en [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 9] en [naam 10] en [naam 11] en [naam 12] en [naam 13] en [naam 14] en [naam 15] en [naam 16] en [naam 17] en [naam 18] en [naam 19] en [naam 20] en [naam 21] en [naam 22] en [naam 23] en [naam 25] en [naam 26] en [naam 27] en [naam 28] en [naam 29], waarbij hij, verdachte telkens met die kopers heeft afgesproken dat ze de koopsom moesten overmaken naar een door hem, verdachte, opgegeven en aan hem, verdachte, toebehorend rekeningnummer, waarna hij, verdachte, de goederen naar de kopers zou verzenden, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] en [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] en [slachtoffer 26] en [slachtoffer 27] en [slachtoffer 28] en [slachtoffer 29] en [slachtoffer 30] en [slachtoffer 32] en [slachtoffer 33] en [slachtoffer 34] en [slachtoffer 35] en [slachtoffer 36] en [slachtoffer 37] en [slachtoffer 38] en [slachtoffer 39] en [slachtoffer 40] telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkorte arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

De verdediging heeft op twee gronden vrijspraak van de gehele tenlastelegging bepleit.

In de eerste plaats heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich als verkoper op marktplaats.nl heeft gepresenteerd, aangezien de IP-adressen die gekoppeld zijn aan de advertenties op marktplaats.nl niet zonder meer naar verdachte zijn terug te leiden. De gebruikte IP-adressen bevinden zich in de meeste gevallen op locaties ver buiten Nederland. Het is weliswaar mogelijk om internetverkeer via een proxyserver te laten verlopen en op die manier een IP-adres in het buitenland te gebruiken, maar het staat niet vast dat de in deze zaak gebruikte IP-adressen gelieerd zijn aan proxyservers, noch dat verdachte gebruik heeft gemaakt van proxyservers. Daardoor schiet het bewijs voor het ten laste gelegde tekort.

Het hof overweegt ten aanzien van dit eerste verweer het volgende.

Getuige-deskundige [getuige] heeft ter terechtzitting verklaard dat een internetgebruiker zijn internetactiviteiten eenvoudig en kosteloos kan laten verlopen via buitenlandse IP-adressen door gebruik te maken van proxyservers. Door gebruikmaking van een proxyserver verloopt het internetverkeer via het IP-adres van de proxyserver, terwijl het oorspronkelijke IP-adres van de gebruiker van de proxyserver niet wordt onthuld. Dit betekent dat de omstandigheid dat advertenties via verschillende buitenlandse IP-adressen op marktplaats.nl zijn geplaatst, geen contra-indicatie vormt voor de op de bewijsmiddelen gebaseerde conclusie dat verdachte degene is geweest die zich middels die advertenties als verkoper op marktplaats.nl heeft gepresenteerd.

Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat in de bewezen verklaarde periode een groot aantal kopers geld heeft overgemaakt naar bankrekeningen van verdachte. De kopers deden dat omdat zij dat waren overeengekomen met de verkoper van een aangeboden goed op marktplaats.nl. Het ging telkens om concertkaartjes, fietsonderdelen of hartslagmeters. Deze goederen werden vaak aangeboden door verkopers met dezelfde of vergelijkbare namen ([naam 3], [naam 23], [naam 24], [naam 10], [naam 15]). De goederen werden na betaling niet aan de kopers geleverd. In e-mailcorrespondentie daarover zijn door de verkoper vaak dezelfde excuses gebruikt voor het achterwege blijven van de levering, zoals verblijf in het buitenland onder andere vanwege een ziek familielid of het doorgeven van een verkeerd bankrekeningnummer in de advertentie. De op de rekeningen van verdachte gestorte bedragen zijn in veel gevallen door verdachte doorgeboekt naar op naam van verdachte gestelde (spaar-)rekeningen. Verdachte heeft vervolgens de door de kopers betaalde gelden ten eigen nutte aangewend. Verdachte heeft in geen (of slechts een enkel) geval de door de kopers betaalde bedragen teruggestort. Deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, rechtvaardigen de conclusie dat telkens dezelfde persoon achter de advertenties zat en dat verdachte die persoon was. De in het verweer besloten veronderstelling dat meer informatie over de gebruikte IP-adressen en over verdachtes internetgewoontes noodzakelijk is om tot die conclusie te komen, is onjuist.

Gelet op het voorgaande verwerpt het hof het verweer.

In de tweede plaats heeft de verdediging aangevoerd dat, voor zover moet worden aangenomen dat de verdachte zich op internet heeft gepresenteerd als verkoper, hieruit niet zonder meer volgt dat hij een oplichtingsmiddel heeft aangewend als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Goederen te koop aanbieden en vervolgens niet leveren is eerder aan te merken als wanprestatie dan als het valselijk aanwenden van de hoedanigheid van bonafide verkoper. Voorts ontbreekt een causaal verband tussen het gebruik maken van een valse naam en de afgifte van geld door de kopers.

Het hof overweegt met betrekking tot dit tweede verweer het volgende.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat het enkele aanwenden van een valse naam door verdachte niet zonder meer in causaal verband staat met de afgifte van geld door de betrokkenen. Of bewezen kan worden dat verdachte zich heeft bediend van een valse hoedanigheid als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht en voorts of er een causaal verband is tussen het aanwenden van de valse hoedanigheid en de afgifte van geld door de betrokkenen, moet worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden in het concrete geval. In de onderhavige zaak acht het hof de volgende feiten en omstandigheden van belang.

  • -

    Marktplaats.nl is een advertentiesite waar kopers en verkopers van nieuwe en tweedehands producten worden samengebracht. Als de koper en verkoper elkaar vinden, dan sluiten zij persoonlijk via de telefoon of per e-mail een overeenkomst, buiten de site om.

  • -

    De verdachte heeft verkoopadvertenties geplaatst op marktplaats.nl en zodoende bezoekers van die website uitgenodigd om met hem in contact te treden teneinde een koopovereenkomst te sluiten.

  • -

    De verdachte heeft concertkaartjes, hartslagmeters en fietsonderdelen voor gangbare prijzen aangeboden.

  • -

    De verdachte heeft zich daarbij gepresenteerd onder normale eigennamen en hij heeft gebruik gemaakt van e-mailadressen die daarbij pasten.

  • -

    De verdachte heeft via de e-mailadressen gecorrespondeerd met de potentiële kopers om tot overeenstemming te komen over de prijs die zou moeten worden betaald voor het door de verdachte te leveren goed.

  • -

    De verdachte heeft in de onderhavige zaak in geen van de 37 gevallen de goederen geleverd.

  • -

    De door de verdachte gebruikte eigennamen bleken vals te zijn.

Gelet op deze feiten en omstandigheden staat naar het oordeel van het hof vast dat de verdachte zich valselijk heeft gepresenteerd als bonafide verkoper. De verdachte heeft op volstrekt onverdachte wijze goederen aangeboden en hij heeft door gebruikmaking van normale eigennamen - niet zijnde verdachtes werkelijke naam - en bijpassende e-mailadressen de indruk gewekt dat hij met open vizier handelde en traceerbaar was, hetgeen van belang is in geval van niet-nakoming. Kopers werden hierdoor bewogen een koopovereenkomst te sluiten en hun eigen verplichting – de betaling van de koopsom – na te komen. De verdachte heeft aldus op valse wijze gebruik gemaakt van het op marktplaats.nl gangbare handelspatroon - naar men mag aannemen in elk geval voor de handel in niet al te bijzondere of dure producten - op basis van welk patroon de betrokken bezoekers van marktplaats.nl mochten verwachten dat de verdachte de goederen voor de afgesproken prijs en op de afgesproken wijze zou leveren. In die verwachting hebben zij geld naar verdachte overgemaakt.

Uit de rechtspraak kan weliswaar worden afgeleid dat niet elke vorm van bewust oneerlijk zaken doen onder het strafrecht moet worden gebracht. In veel gevallen staan bij wanprestatie immers civielrechtelijke wegen open om nakoming af te dwingen of om schade te verhalen. Dat wordt echter bemoeilijkt als - zoals in het onderhavige geval - de oneerlijke verkoper onder een valse naam handelt.

Het hof verwerpt het verweer.

In reactie op hetgeen de verdachte zelf nog naar voren heeft gebracht overweegt het hof dat het bestaan van een complot tegen verdachte, dat erin zou moeten bestaan dat een rancuneuze ex-partner van verdachtes ex-vriendin onder verschillende namen advertenties heeft geplaatst op marktplaats.nl om kopers ertoe te bewegen om op verschillende rekeningen van verdachte geld te storten, terwijl bovendien een deel van de rekeningen door die rancuneuze ex-partner geopend zou zijn, als onaannemelijk terzijde moet worden geschoven.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft 37 personen opgelicht door zich op marktplaats.nl als bonafide verkoper te presenteren, koopovereenkomsten te sluiten, kopers te bewegen tot betaling van de koopsom en de goederen vervolgens niet te leveren. Zodoende heeft hij de betrokkenen honderden euro’s afhandig gemaakt en in teleurstelling achtergelaten. Oplichtingspraktijken als de onderhavige schaden het vertrouwen in eerlijke handel en verstoren de werking van een toegankelijk en populair handelsforum als marktplaats.nl. De oplichtingen getuigen van grote brutaliteit en van egoïsme. De verdachte heeft zich uitsluitend laten leiden door persoonlijk financieel gewin en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen voor de betrokken kopers.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat in beginsel niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden. Volgens de oriëntatiepunten van de rechtspraak, waarin het gebruikelijke straftoemetingsbeleid tot uitdrukking is gebracht, kan voor een oplichting met een opbrengst van maximaal € 10.000,00 een gevangenisstraf van een week tot twee maanden als passend worden beschouwd. Het hof heeft in deze zaak evenwel niet één geval van oplichting, maar 37 oplichtingen bewezen verklaard, zodat een aanmerkelijk hogere straf op zijn plaats is. Gelet op de beperkte opbrengst per oplichting acht het hof in beginsel een gevangenisstraf van een week per oplichting aangewezen, in verband met de nauwe onderlinge samenhang naar beneden afgerond tot in totaal acht maanden.

De onderhavige zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met een andere strafzaak tegen verdachte, waarin vergelijkbare feiten aan de orde waren. In die zaak heeft de verdachte geruime tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht; enkele maanden langer dan de in die zaak door het hof opgelegde straf. Het hof ziet daarin aanleiding om de straf die het hof in de onderhavige zaak in beginsel passend acht, voor de helft voorwaardelijk op te leggen. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt wel enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof ziet zich tot slot gesteld voor het volgende.

Elke verdachte heeft recht op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkómen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. De termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het Openbaar Ministerie het ernstig voornemen had tegen hem een strafvervolging in te stellen

In het onderhavige geval moet de termijn worden berekend vanaf 22 februari 2010, de dag waarop verdachte in verzekering werd gesteld in de onderhavige zaak.

De rechtbank heeft op 11 mei 2011 vonnis gewezen.

Na het instellen van hoger beroep op 18 mei 2011 zijn de stukken van de zaak pas op 31 augustus 2012 ter griffie van het hof ingekomen, derhalve niet binnen de termijn die voor inzending van die stukken als redelijk kan worden beschouwd.

Op 17 december 2012 is een aanvang gemaakt met de behandeling van de zaak in hoger beroep. Het hof wijst uiteindelijk arrest op 23 januari 2014, derhalve ruim twee jaar en acht maanden na het instellen van het hoger beroep.

Hoewel de zaak tamelijk omvangrijk is en er mede op verzoek van de verdediging nader onderzoek is gedaan in de zaak, acht het hof geen bijzondere omstandigheden aanwezig die deze overschrijdingen van de redelijke termijn rechtvaardigen. In het bijzonder wordt het tijdverloop in deze zaak niet gerechtvaardigd door het praktische belang om de onderhavige zaak gelijktijdig met een andere strafzaak tegen de verdachte te behandelen.

Het hof stelt vast dat zowel de redelijke termijn voor inzending van de stukken van de zaak naar het hof als de redelijke termijn voor berechting van de verdachte in hoger beroep is overschreden. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn moeten leiden tot compensatie in de op te leggen straf. Waar het hof een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar in beginsel passend acht, zal het hof thans volstaan met oplegging van een gevangenisstraf van zeven maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

In hetgeen de verdediging heeft aangevoerd omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de negatieve aandacht voor zijn persoon op internet, ziet het hof geen aanleiding voor een verdere matiging van de straf. Ook het van toepassing zijn van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rechtvaardigt naar het oordeel van het hof niet een verdere strafmatiging.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 26]

De benadeelde partij [slachtoffer 26] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 96,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 26] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13]

De benadeelde partij [slachtoffer 13] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 116,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 13] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 161,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 23]

De benadeelde partij [slachtoffer 23] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 224,95. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 23] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 22]

De benadeelde partij [slachtoffer 22] heeft in eerste aanleg een niet ondertekende vordering ingediend, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 65,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Bij de stukken bevindt zich een wel ondertekend wensenformulier op naam van [slachtoffer 22], waarin is aangegeven dat de vordering in hoger beroep wordt gehandhaafd. Het hof leidt daaruit af dat het steeds - ook in eerste aanleg - de bedoeling van de benadeelde partij is geweest de vordering tot schadevergoeding aan de strafrechter voor te leggen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 22] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 19]

De benadeelde partij [slachtoffer 19] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 76,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 19] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van benadeelde partij [slachtoffer 20]

De benadeelde partij [slachtoffer 20] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 100,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft voorts op het wensenformulier, een formulier waarop kan worden vermeld of en in hoeverre de vordering in hoger beroep wordt gehandhaafd, het verzoek tot schadevergoeding verhoogd tot een bedrag van € 110,00. Een verhoging van de vordering door de benadeelde partij is in een strafzaak in hoger beroep echter niet mogelijk, zodat het hof de gewenste verhoging buiten beschouwing laat.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 20] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 100,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9]

De benadeelde partij [slachtoffer 9] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 240,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 223,00 en is derhalve in zoverre van rechtswege aan de orde in hoger beroep. Voor het overige is de vordering afgewezen. De benadeelde partij heeft schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 9] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 223,00. [slachtoffer 9] heeft namelijk € 106,25 en € 116,75 betaald voor in totaal vier tickets voor een concert van Guus Meeuwis, terwijl die tickets niet zijn geleverd. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof is van oordeel dat voor het overige de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren, aangezien zonder nadere onderbouwing niet eenvoudig kan blijken op welke schade het resterende deel van de vordering betrekking heeft. De benadeelde partij kan daarom thans in zoverre in haar vordering niet worden ontvangen en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 176,45. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 156,45 en is derhalve in zoverre van rechtswege aan de orde in hoger beroep. Voor het overige is de vordering afgewezen en niet meer aan het oordeel van het hof onderworpen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 156,45. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 117,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 6] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 37]

De benadeelde partij [slachtoffer 37] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 112,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij

[slachtoffer 37] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 18]

De benadeelde partij [slachtoffer 18] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 117,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 18] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 36]

De benadeelde partij [slachtoffer 36] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 106,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 36] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14]

De benadeelde partij [slachtoffer 14] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 131,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 14] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 32]

De benadeelde partij [slachtoffer 32] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 80,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 32] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15]

De benadeelde partij [slachtoffer 15] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 256,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 15] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11]

De benadeelde partij [slachtoffer 11] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 130,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 11] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16]

De benadeelde partij [slachtoffer 16] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 111,76. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 16] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 27]

De benadeelde partij [slachtoffer 27] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 90,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 27] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 30]

De benadeelde partij [slachtoffer 30] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 81,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 30] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 40]

De benadeelde partij [slachtoffer 40] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 106,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 40] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]

De benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 150,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 7] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 35]

De benadeelde partij [slachtoffer 35] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 116,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 35] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 116,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 8] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 25]

De benadeelde partij [slachtoffer 25] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 646,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 96,75 en is derhalve in zoverre van rechtswege aan de orde in hoger beroep. Voor het overige is de vordering afgewezen. De benadeelde partij heeft schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 25] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot € 96,75. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof is van oordeel dat voor het overige de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren, aangezien onderbouwing voor de overige schade ontbreekt en zonder nader onderzoek niet eenvoudig kan worden vastgesteld. De benadeelde partij kan daarom thans in zoverre niet in haar vordering worden ontvangen. Zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 21]

De benadeelde partij [slachtoffer 21] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 106,75. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en is derhalve van rechtswege aan de orde in hoger beroep. De benadeelde partij heeft bovendien schriftelijk laten weten de oorspronkelijke vordering te willen handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 21] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Bepaalt dat een deel van de gevangenisstraf groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 26]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 26] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 96,75 (zesennegentig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 26], een bedrag te betalen van € 96,75 (zesennegentig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 13] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 116,75 (honderdzestien euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 13], een bedrag te betalen van € 116,75 (honderdzestien euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 161,75 (honderdeenenzestig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5], een bedrag te betalen van € 161,75 (honderdeenenzestig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 23]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 23] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 224,95 (tweehonderdvierentwintig euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 23], een bedrag te betalen van € 224,95 (tweehonderdvierentwintig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 22]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 22] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 65,00 (vijfenzestig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 22], een bedrag te betalen van € 65,00 (vijfenzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 19]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 19] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 76,75 (zesenzeventig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 19], een bedrag te betalen van € 76,75 (zesenzeventig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 20]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 20] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 100,00 (honderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 20], een bedrag te betalen van € 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 9] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 223,00 (tweehonderddrieëntwintig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 9], een bedrag te betalen van € 223,00 (tweehonderddrieëntwintig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 156,45 (honderdzesenvijftig euro en vijfenveertig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 156,45 (honderdzesenvijftig euro en vijfenveertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 117,00 (honderdzeventien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 6], een bedrag te betalen van € 117,00 (honderdzeventien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 37]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 37] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 112,00 (honderdtwaalf euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 37], een bedrag te betalen van € 112,00 (honderdtwaalf euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 18]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 18] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 117,00 (honderdzeventien euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 18], een bedrag te betalen van € 117,00 (honderdzeventien euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 36]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 36] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 106,75 (honderdzes euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 36], een bedrag te betalen van € 106,75 (honderdzes euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 14] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 131,75 (honderdeenendertig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 14], een bedrag te betalen van € 131,75 (honderdeenendertig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 32]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 32] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 80,00 (tachtig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 32], een bedrag te betalen van € 80,00 (tachtig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 15] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 256,75 (tweehonderdzesenvijftig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 15], een bedrag te betalen van € 256,75 (tweehonderdzesenvijftig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 11] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 130,00 (honderddertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 11], een bedrag te betalen van € 130,00 (honderddertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 16] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 111,76 (honderdelf euro en zesenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 16], een bedrag te betalen van € 111,76 (honderdelf euro en zesenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 27]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 27] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 90,00 (negentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 27], een bedrag te betalen van € 90,00 (negentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 30]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 30] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 81,75 (eenentachtig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 30], een bedrag te betalen van € 81,75 (eenentachtig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 40]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 40] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 106,75 (honderdzes euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 40], een bedrag te betalen van € 106,75 (honderdzes euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 7] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 150,00 (honderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 7], een bedrag te betalen van € 150,00 (honderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 35]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 35] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 116,75 (honderdzestien euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 35], een bedrag te betalen van € 116,75 (honderdzestien euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 8] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 116,75 (honderdzestien euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 8], een bedrag te betalen van € 116,75 (honderdzestien euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 25]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 25] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 96,75 (zesennegentig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 25], een bedrag te betalen van € 96,75 (zesennegentig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 21]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 21] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 106,75 (honderdzes euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 21], een bedrag te betalen van € 106,75 (honderdzes euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter,

mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. O.A.J.M. Lavrijssen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 23 januari 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.