Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1206

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-04-2014
Datum publicatie
01-05-2014
Zaaknummer
HD 200.127.823_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Spoedeisend belang bij de vordering ontbreekt. Vordering tot sluiten van een overeenkomst dan wel akkoord gaan met een wijziging van de bepalingen daarvan kan overigens niet in kort geding worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.127.823/01

arrest in kort geding van 29 april 2014

in de zaak van

Stichting MVV,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. R.J. Kramer te Maastricht,

tegen

1 [geintimeerde 1.],

wonende te [woonplaats], België,

2. Totaalsport [Totaalsport] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. Euro Management Holding B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

4. de stichting Spelersfonds MVV,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. M.I. van Dijk te Utrecht,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 16 juli 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer C/03/178859/KG ZA 13-89 gewezen vonnis van 19 april 2013. Appellante wordt hierna aangeduid als MVV. Geïntimeerden worden hierna gezamenlijk in mannelijk enkelvoud aangeduid als [geintimeerde 1 c.s.] Geïntimeerde sub 4 wordt aangeduid als het Spelersfonds.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 16 juli 2013 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast, welke comparitie niet heeft plaatsgevonden;

- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;

- de memorie van antwoord met producties;

- de akte van MVV;

- de antwoordakte van [geintimeerde 1 c.s.]

Vervolgens is arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

6 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grief wordt verwezen naar de memorie van grieven.

7 De beoordeling

7.1.

In overweging 2.1 tot en met 2.9 heeft de rechtbank vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. De door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover die niet zijn betwist, vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt. Voorts staan nog enkele andere feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist, tussen partijen vast. Het hof zal hierna een overzicht geven van deze relevante feiten.

7.1.1.

[geintimeerde 1.], Totaalsport [Totaalsport] en Euromanagement hebben in 2009 en 2010 geldbedragen aan MVV uitgeleend van in totaal € 1.135.000,00 om de acute financiële noodsituatie van MVV af te wenden. De gemeente Maastricht heeft eveneens gelden verstrekt. Zij heeft daaraan de voorwaarde verbonden dat [geintimeerde 1.], Totaalsport [Totaalsport] en Euromanagement de schuld van MVV zouden kwijtschelden. Op 17 mei 2010 hebben [geintimeerde 1.], Totaalsport [Totaalsport] en Euromanagement enerzijds en MVV anderzijds een intentieverklaring gesloten. Hierin is onder meer vermeld dat de rechten op het bedingen van een transfervergoeding door MVV worden overgedragen aan een aparte juridische entiteit, te weten het Spelersfonds, waarover uitsluitend [geintimeerde 1.], Totaalsport [Totaalsport] en Euromanagement zeggenschap hebben. Onder “rechten” verstaan partijen blijkens de intentieverklaring de rechten op het bedingen en ontvangen van een vergoeding in verband met de tussentijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een betaald voetballer bij gelegenheid van diens overgang naar een andere betaald voetbalorganisatie, dan wel de vergoeding die een andere betaald voetbalorganisatie aan MVV betaalt in verband met het uitlenen van een betaald voetballer die bij MVV onder contract staat. Partijen zijn voorts overeengekomen dat de door exploitatie van de rechten te genereren opbrengsten volledig aan het Spelersfonds ten goede zullen komen totdat een totaalbedrag van € 1.135.000,00 zal zijn gegenereerd, na aftrek van eventuele kosten.

7.1.2.

Partijen hebben in oktober 2011 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarbij is onder meer voormelde intentieverklaring als bijlage gevoegd. In de vaststellingsovereenkomst is onder meer vermeld (hierna te noemen de overeenkomst, productie 1 inleidende dagvaarding):

“3 Definities en verplichtingen van MVV aan het Spelersfonds

(…)

3.9

MVV verplicht zich om eventuele wijzigingen in de arbeidsovereenkomst met contractspelers in overleg te doen met het spelersfonds.

3.10

MVV is verplicht het spelersfonds volledig te betrekken bij en op de hoogte te houden van onderhandelingen over de overgang en het uitlenen van een contractspeler, met dien verstande dat M.V.V. te allen tijde vrij blijft in haar beslissing om al dan niet akkoord te gaan met een verzoek tot tussentijdse beëindiging van een of meer arbeidsovereenkomsten tussen M.V.V. en de Contractspelers, zonder op enigerlei wijze schadeplichtig te zijn jegens Spelersfonds. Dit betekent dat indien tussen partijen geen overeenstemming wordt bereikt, het standpunt van MVV zal worden gevolgd, waarbij de navolgende situaties zich kunnen voordoen:

( a) MVV wil niet meewerken aan een overschrijving (transfer) omdat de aangeboden vergoeding als te laag wordt beoordeeld terwijl Spelersfonds wel bereid zou zijn geweest om alsdan mee te werken aan een overschrijving: in dat geval zal MVV de rechten voor de speler afkopen door aan Spelersfonds het bedrag te betalen waarvoor Spelersfonds wel bereid zou zijn geweest om alsdan mee te werken aan een overschrijving, waartegenover Spelersfonds de rechten voor de betrokken speler aan MVV overdraagt en de in art. 2.2 bedoelde waarde van de rechten daalt met het betaalde bedrag.

( b) Spelersfonds acht de aangeboden vergoeding te laag maar MVV wil wel instemmen met de aangeboden vergoeding; in dat geval zal MVV alleen in overleg met Spelersfonds meewerken aan een transfer maar wordt de in art. 2.2 bedoelde waarde van de rechten van Spelersfonds verminderd met het door MVV aanvaardbaar geachte bedrag.

(…)

4. Cessie van vorderingen door MVV aan het Spelersfonds

4.1

MVV cedeert hierbij aan het Spelersfonds alle bestaande en toekomstige vorderingen op betaald voetbalorganisaties terzake van een transfersom of een leensom voor alle contractspelers, vermeld op bijlage 4.

Het Spelersfonds aanvaardt deze cessie.

(…)

9 Toepasselijk recht en bevoegde rechter

(…)

9.3

Actuele en eventuele toekomstige wijzigingen van KNVB richtlijnen zijn leidend voor deze overeenkomst.

9.4

Partijen verplichten zich bij eventuele wijzigingen van de KNVB richtlijnen met elkaar in overleg te treden over eventuele noodzakelijke aanpassingen van onderhavige overeenkomst opdat doel en strekking van de overeenkomst zoveel mogelijk worden gehandhaafd.”

7.1.3.

De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (hierna: KNVB) heeft bij brief van 24 oktober 2012 onder meer het volgende aan MVV meegedeeld (productie 4 inleidende dagvaarding):

“Als licentiehouder en lid van de KNVB sectie betaald voetbal is de Stichting MVV (hierna: MVV) gebonden aan de Statuten en reglementen van de KNVB, UEFA en FIFA en de besluiten van de organen van de KNVB, UEFA en FIFA (…).

Uit artikel 57 van het Reglement Betaald Voetbal volgt dat het een betaaldvoetbalorganisatie niet is toegestaan een overeenkomst te sluiten waardoor enige andere partij de mogelijkheid heeft directe invloed uit te oefenen op:

  • -

    de onafhankelijkheid van een club in arbeidsgerelateerde aangelegenheden;

  • -

    de onafhankelijkheid van een club in aangelegenheden betreffende overschrijvingen van spelers binnen de KNVB alsmede van en naar buitenlandse bonden;

  • -

    het beleid van de betaaldvoetbalorganisatie;

  • -

    de verrichtingen van de elftallen van een betaaldvoetbalorganisatie.

De licentiecommissie heeft kennis genomen van een door MVV overgelegde vaststellingsovereenkomst zoals deze in oktober 2011 is gesloten tussen de heer [geintimeerde 1.], Totaal Sport [Totaalsport] B.V., Euro Management Holding B.V., Stichting MVV en Stichting Spelersfonds MVV (…).

De licentiecommissie constateert dat enkele van de tussen partijen gemaakte afspraken (in het bijzonder artikel 3.9 en 3.10 van de Vaststellingsovereenkomst) in strijd zijn met het gestelde in artikel 57 van het Reglement Betaald Voetbal. (…)

Uit artikel 3.9 van de Vaststellingsovereenkomst volgt dat MVV verplicht is om eventuele wijzigingen in de arbeidsovereenkomst van een contractspeler “in overleg te doen” met het Spelersfonds. Hierdoor is MVV niet volledig onafhankelijk in arbeidsgerelateerde aangelegenheden.

Ingevolge artikel 3.10 mag MVV in bepaalde situaties uitsluitend in overleg met het spelersfonds meewerken aan een transfer van een voetbalspeler. Dit betekent dat MVV niet volledig onafhankelijk is in aangelegenheden betreffende overschrijvingen van spelers binnen de KNVB alsmede van en naar buitenlandse bonden.

Op grond van het bovenstaande heeft de licentiecommissie in haar vergadering d.d. 8 oktober 2012 het besluit genomen aan MVV de verplichting op te leggen om op uiterlijk 1 december 2012 een (door alle partijen ondertekende en) aangepaste overeenkomst te overleggen, die niet langer strijdig is met de Statuten en reglementen van de KNVB.

De licentiecommissie verbindt aan deze verplichting een sanctie bij niet nakoming daarvan conform het gestelde in artikel 11 lid 1 van het Licentiereglement, te weten een boete van ten hoogste EUR 45.250,-.”

7.1.4.

De KNVB heeft na overleg ingestemd met een door MVV voorgestelde wijziging van de artikelen 3.9 en 3.10 van de overeenkomst, waarna de inhoud van de overeenkomst volgens de KNVB niet meer in strijd zou zijn met het Reglement Betaald Voetbal. Het Spelersfonds is niet akkoord gegaan met dit voorstel en heeft bij e-mail van 11 december 2012 een tegenvoorstel gedaan (productie 1 akte overlegging producties van [geintimeerde 1 c.s.]). MVV heeft niet ingestemd met dit tegenvoorstel.

7.1.5.

De licentiecommissie van de KNVB heeft bij brief van 10 januari 2013 (de brief is abusievelijk gedateerd 10 januari 2012) onder meer het volgende aan MVV meegedeeld (productie 8 inleidende dagvaarding):

“Overwegingen en besluit licentiecommissie

Op basis van de door MVV toegezonden informatie heeft de licentiecommissie geconstateerd dat niet (tijdig) is voldaan aan de opgelegde verplichting om uiterlijk 1 december 2012 een door alle partijen ondertekende en aangepaste vaststellingsovereenkomst te overleggen die niet (langer) strijdig is met de Statuten en reglementen van de KNVB.

De licentiecommissie acht het gezien het feit dat (i) er reeds in oktober 2011 door MVV een overeenkomst is aangegaan die strijdig is met de regelgeving van de KNVB, (ii) een langdurige afwijking van de regelgeving van de KNVB niet kan worden gedoogd en (iii) de betreffende vaststellingsovereenkomst een bepaling bevat die door MVV kan worden gebruikt om aanpassing van deze overeenkomst af te dwingen, gerechtvaardigd om navolgende boete/verplichting aan MVV op te leggen:

  1. Een onvoorwaardelijke boete ad EUR 10.000,-.

  2. De verplichting om uiterlijk 28 februari 2013, op straffe van een onvoorwaardelijke geldboete ad EUR 35.250,-:

a. Alsnog een door alle partijen ondertekende en aangepaste overeenkomst te overleggen die niet langer strijdig is met de Statuten en reglementen van de KNVB; of

b. Indien er niet uiterlijk 28 februari 2013 een door alle partijen ondertekende en aangepaste overeenkomst kan worden overgelegd, aan te tonen dat MVV afdoende maatregelen heeft genomen, in en/of buiten rechte, teneinde de onderhavige vaststellingsovereenkomst aangepast te krijgen, zulks ter beoordeling van de licentiecommissie.”

7.1.6.

MVV heeft bij monde van [directeur van FBO], directeur van de Federatie van Betaald voetbal organisaties (FBO), bij e-mail van 18 februari 2013 een gewijzigd tekstvoorstel aan [geintimeerde 1 c.s.], althans het Spelersfonds, gedaan (productie 8 bij de akte overlegging producties van [geintimeerde 1 c.s.] d.d. 2 april 2013). [geintimeerde 1 c.s.] heeft dit voorstel niet geaccepteerd.

7.1.7.

[directeur betaald voetbal van de KNVB], directeur betaald voetbal van de KNVB, heeft bij e-mail van 13 maart 2013 onder meer het volgende aan de Beroepscommissie Licentiezaken meegedeeld (productie 1 memorie van grieven, tevens wijziging van eis):

“Met betrekking tot de tekstvoorstellen die de raadsman van het Stichting Spelersfonds (…) per e-mail van 11 december 2012 aan MVV heeft doen toekomen, merkt het bestuur betaald voetval volledigheidshalve op dat deze voorstellen naar zijn mening nog steeds in strijd zijn met artikel 57 van het Reglement Betaald Voetbal aangezien op grond van die teksten de Stichting Spelersfonds nog immer de mogelijkheid heeft directe invloed uit te oefenen op de onafhankelijkheid van MVV in arbeidsgerelateerde aangelegenheden en de onafhankelijkheid van MVV in aangelegenheden betreffende overschrijvingen van spelers.”

7.1.8.

MVV heeft beroep ingesteld van het besluit van de licentiecommissie. De Beroepscommissie Licentiezaken heeft in haar beslissing op bezwaar van 25 maart 2013 het beroep ongegrond verklaard, kort gezegd omdat MVV niet alles had gedaan wat in haar macht lag om de overeenkomst tijdig aangepast te krijgen. De Beroepscommissie Licentiezaken heeft de door de licentiecommissie opgelegde onvoorwaardelijke boete van € 10.000,00 bevestigd en aan MVV de verplichting opgelegd om uiterlijk 2 mei 2013 om 12.00 uur, op straffe van een onvoorwaardelijke geldboete van € 35.250,00 alsnog een door alle partijen ondertekende en aangepaste overeenkomst te overleggen die niet langer strijdig is met de statuten en reglementen van de KNVB of, indien niet uiterlijk 2 mei 2013 een door alle partijen ondertekende en aangepaste overeenkomst kan worden overgelegd, aan te tonen dat MVV afdoende maatregelen heeft genomen om de overeenkomst aangepast te krijgen, zulks ter beoordeling van de licentiecommissie (productie 12 bij brief van MVV van 2 april 2013).

7.2.1.

MVV heeft in eerste aanleg, samengevat, gevorderd dat [geintimeerde 1 c.s.] (primair) hoofdelijk worden veroordeeld om medewerking te verlenen aan de wijziging van de vaststellingsovereenkomst overeenkomstig het door MVV gemaakte amendement en te bepalen dat als zij niet voldoen aan de veroordeling het vonnis in de plaats treedt, althans een onzijdig persoon als dwangvertegenwoordiger te benoemen om tot afspraken te komen over een vervangende tekst die voldoet aan de KNVB-regels, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en subsidiair [geintimeerde 1 c.s.] te gebieden de onderhandelingen voort te zetten totdat alsnog overeenstemming is bereikt, een en ander met veroordeling van [geintimeerde 1 c.s.] in de kosten van het geding, waaronder de nakosten.

7.2.2.

De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen en daartoe onder meer overwogen dat MVV haar stelling dat de KNVB de bij e-mail van 11 december 2012 door het Spelersfonds voorgestelde tekst onverenigbaar acht met de regelgeving van de KNVB niet met een document had gestaafd, zodat niet vaststond dat met dit tekstvoorstel de onafhankelijkheid van MVV niet was gewaarborgd.

7.2.3.

MVV vordert in hoger beroep, na wijziging van eis:

primair:

veroordeling van [geintimeerde 1 c.s.] om binnen een week na betekening van het in dezen te wijzen arrest medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een nieuwe overeenkomst door ondertekening van een daartoe strekkend document waarin de artikelen 3.9 en 3.10 van de huidige overeenkomst buiten werking worden gesteld en de overeenkomst voor het overige opnieuw in werking treedt, al dan niet met inbegrip van een vervangende bepaling, inhoudende dat

(1) het MVV vrij staat naar eigen inzicht wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden van contractspelers aan te brengen en

(2) MVV wordt verplicht het Spelersfonds van geval tot geval vooraf in de gelegenheid te stellen haar visie op voorgenomen wijzigingen te geven en het Spelersfonds achteraf over doorgevoerde wijzigingen te informeren en zulks ook te doen tijdens onderhandelingen over de overgang respectievelijk uitleen van contractspelers;

daarbij te bepalen dat indien [geintimeerde 1 c.s.] niet aan deze veroordeling voldoet, het in dezen te wijzen arrest in de plaats treedt van de door MVV en [geintimeerde 1 c.s.] te ondertekenen daartoe strekkende onderhandse akte, althans subsidiair een onzijdig persoon te benoemen die -in overleg met MVV- als dwangvertegenwoordiger van [geintimeerde 1 c.s.] tot afspraken over een vervangende overeenkomst zal komen die recht doet aan de belangen van beide partijen, maar de strijdigheid met artikel 57 van het Reglement Betaald Voetbal opheft, althans meer subsidiair aan ontbrekende medewerking aan totstandkoming van de voornoemde onderhandse akte een dwangsom van € 10.000,00 per dag of dagdeel te verbinden;

subsidiair, voor zover het hof van oordeel mocht zijn dat de geldende overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden:

[geintimeerde 1 c.s.] te gebieden medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een amendement van de lopende overeenkomst, inhoudende dat het bepaalde in de artikelen 3.9 en 3.10 buiten werking wordt gesteld en wordt vervangen door een informatieverplichting aan de zijde van MVV bij wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden met contractspelers en tijdens onderhandelingen over de overgang respectievelijk uitleen van contractspelers, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat [geintimeerde 1 c.s.] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

meer subsidiair:

[geintimeerde 1 c.s.] te gebieden de onderhandelingen over wijziging van het bepaalde in de artikelen 3.9 en 3.10 van de overeenkomst voort te zetten tot partijen alsnog overeenstemming zullen hebben bereikt over een arrangement dat de goedkeuring van de KNVB kan wegdragen;

uiterst subsidiair, zolang voornoemde overeenstemming nog niet is bereikt en de goedkeuring van de KNVB nog niet is verkregen:

[geintimeerde 1 c.s.] te verbieden aanspraak te maken op nakoming van, of gevolgen te verbinden aan de niet-nakoming door MVV van de artikelen 3.9 (zoals het hof “3.19” verbeterd leest) en 3.10 van de overeenkomst in de huidige redactie, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat [geintimeerde 1 c.s.] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

alsmede primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair:

veroordeling van [geintimeerde 1 c.s.] om al hetgeen MVV ter voldoening aan het vonnis heeft betaald aan haar terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de betaaldag tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van [geintimeerde 1 c.s.] in de kosten van het geding inclusief de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

7.3.

Het hof overweegt dat alle vorderingen zullen worden afgewezen nu MVV op geen enkele manier haar spoedeisend belang bij haar in hoger beroep gewijzigde vorderingen heeft onderbouwd. Ook ambtshalve is het hof niet van enig spoedeisend belang gebleken dat behandeling in kort geding zou rechtvaardigen in plaats van het voeren van een bodemprocedure.

7.4.1

Ten overvloede overweegt het hof als volgt.

Na het bestreden vonnis in kort geding heeft ieder van partijen zich jegens de andere partij op ontbinding van de vaststellingsovereenkomst beroepen. Geen van partijen erkent het door de andere partij gedane beroep op ontbinding. MVV vordert thans in hoger beroep onder meer primair dat [geintimeerde 1 c.s.] wordt veroordeeld om mee te werken aan de totstandkoming van een nieuwe overeenkomst waarin de door MVV gewenste gewijzigde bepalingen 3.9 en 3.10 zijn opgenomen en subsidiair, voor zover de oorspronkelijke overeenkomst niet is ontbonden, medewerking aan de wijziging van die overeenkomst.

7.4.2.

Het hof laat in het midden of de vaststellingsovereenkomst als ontbonden moet worden beschouwd. Het hof is voorshands van oordeel dat toewijzing van de primaire en subsidiaire vordering in wezen neer zou komen op een constitutieve uitspraak waardoor de rechtsverhouding tussen partijen (opnieuw) wordt vastgesteld. Daarvoor is in kort geding geen plaats (vgl. HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6727, NJ 2012/234). Daarnaast is het hof van oordeel dat, voor zover zou moeten worden aangenomen dat een uitspraak zoals gevorderd in kort geding wel mogelijk is, met onvoldoende zekerheid kan worden aangenomen dat de rechter in een bodemgeschil de primaire of subsidiaire vordering zal toewijzen. Dat de KNVB de bepalingen 3.9 en 3.10 van de overeenkomst in strijd acht met het Reglement Betaald Voetbal, wil naar het voorlopig oordeel van het hof niet zonder meer zeggen dat MVV aanspraak kan maken op wijziging van de overeenkomst dan wel het sluiten van een nieuwe overeenkomst met een door haar, althans de KNVB, te bepalen inhoud. [geintimeerde 1 c.s.] is immers niet gebonden aan de regels van de KNVB, terwijl hij belang kan hebben bij voortzetting van de overeenkomst in ongewijzigde vorm, nu de overeenkomst verband hield met het terugbetalen van de door [geintimeerde 1 c.s.] verstrekte lening. Daarnaast overweegt het hof dat voor zover [geintimeerde 1 c.s.] al op de voet van artikel 9 van de overeenkomst zou kunnen worden gedwongen akkoord te gaan met een nieuwe dan wel gewijzigde overeenkomst, op voorhand onvoldoende aannemelijk is wat redelijkerwijs de inhoud van de (gewijzigde) bepalingen zou moeten zijn.

7.5.

MVV vordert meer subsidiair een gebod tot voortzetting van de onderhandelingen over wijziging van de artikelen 3.9 en 3.10 van de overeenkomst totdat partijen alsnog overeenstemming zullen hebben bereikt over een wijziging waarmee de KNVB akkoord kan gaan. Het hof is van oordeel dat uit hetgeen hiervoor is overwogen over het sluiten van een nieuwe overeenkomst dan wel het aanbrengen van wijzigingen daarin, kan worden afgeleid dat deze vordering evenmin kan worden toegewezen. Voorshands is immers onvoldoende aannemelijk dat [geintimeerde 1 c.s.] zonder meer kan worden gedwongen om akkoord te gaan met een (gewijzigde) inhoud van de overeenkomst, enkel omdat de KNVB met de huidige bepalingen niet kan instemmen. Daarnaast is het hof gebleken dat [geintimeerde 1 c.s.] tot kort voor de mondelinge behandeling in eerste aanleg en tevens lopende de onderhavige procedure in hoger beroep de onderhandelingen met MVV heeft voortgezet, zodat voorshands niet blijkt van een weigerachtige houding aan de zijde van [geintimeerde 1 c.s.]

7.6.

MVV vordert uiterst subsidiair dat [geintimeerde 1 c.s.] wordt verboden aanspraak te maken op nakoming van of gevolgen te verbinden aan de niet-nakoming door MVV van de artikelen 3.9 en 3.10 van de overeenkomst in de huidige redactie, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat [geintimeerde 1 c.s.] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen. Het hof overweegt dat nu [geintimeerde 1 c.s.] vooralsnog niet kan worden gedwongen in te stemmen met een nieuwe dan wel gewijzigde inhoud van de overeenkomst, hij evenmin kan worden gedwongen geen aanspraak te maken op nakoming van de betreffende bepalingen. Ook dit deel van de vordering wordt afgewezen.

7.7.

Hetgeen MVV in de toelichting op de grief heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. De grief faalt dan ook. Het vonnis in kort geding wordt bekrachtigd. De in hoger beroep vermeerderde eis wordt afgewezen.

7.8.

MVV wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep als hierna onder de uitspraak te vermelden.

8 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde;

veroordeelt MVV in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van [geintimeerde 1 c.s.] worden begroot op € 683,00 aan verschotten en op € 1.341,00 aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, S. Riemens en J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 april 2014.