Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1112

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-04-2014
Datum publicatie
26-05-2014
Zaaknummer
20-002774-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens mishandeling, bedreiging en belediging (meermalen gepleegd), begaan tegen politiemedewerkers en wederspannigheid tot gevangenisstraf

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 285, geldigheid: 2014-05-26
Wetboek van Strafrecht 266/267, geldigheid: 2014-05-26
Wetboek van Strafrecht 300/304, geldigheid: 2014-05-26
Wetboek van Strafrecht 180, geldigheid: 2014-05-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002774-12

Uitspraak : 16 april 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 3 augustus 2012 in de strafzaak met parketnummer 02-110977-12 tegen:

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats]op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres]

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd -:

1.

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

2.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

3.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, meermalen gepleegd;

4.

wederspannigheid,

veroordeeld tot een geldboete van € 2.000,--, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaar.

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende bewezen zal verklaren hetgeen onder 1, onder 2, onder 3 en onder 4 ten laste is gelegd en de verdachte deswege zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur 4 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Namens verdachte is primair bepleit de door de politierechter opgelegde straf te bevestigen. Subsidiair is bepleit een werkstraf dan wel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 16 mei 2012 te Oosterhout, althans in Nederland, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten[verbalisant 1], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, (met kracht) tegen de buik/heup, althans het lichaam, heeft geschopt en/of getrapt, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2:
hij op of omstreeks 16 mei 2012 te Oosterhout, althans in Nederland,[verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of[verbalisant 1] en/of [verbalisant 4] (agent(en) van de Regiopolitie Midden en West Brabant) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 2] en/of[verbalisant 3]en/of[verbalisant 1] en/of [verbalisant 4] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak jullie dood" en/of "Ik snij jullie de strot door" en/of "Jullie moeten mij de strot doorsnijden want anders doe ik dat bij jullie" en/of "Ik maak jullie leven en dat van je vrouw en kinderen kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3:
hij op of omstreeks 16 mei 2012 te Oosterhout, althans in Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 3] en/of[verbalisant 1] en/of [verbalisant 5] (van de Regiopolitie Midden en West Brabant), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "hoerenzo(o)n(en)" en/of "kuthoer" en/of "homo" en/of "klootzakken" en/of "kutwijf", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

4:
hij op of omstreeks 16 mei 2012 te Oosterhout, nadat (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en) had(den) aangehouden en had(den) overgebracht naar het politiebureau in Oosterhout, zich met geweld tegen die eerstgenoemde politieambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, heeft verzet door te duwen, te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:
hij op 16 mei 2012 te Oosterhout opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten[verbalisant 1], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, met kracht tegen de buik/heup heeft getrapt, waardoor voornoemde ambtenaar pijn heeft ondervonden;

2:
hij op 16 mei 2012 te Oosterhout, althans in Nederland,[verbalisant 2] en [verbalisant 3] en[verbalisant 1] en [verbalisant 4] (agenten van de Regiopolitie Midden en West Brabant) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 2] en[verbalisant 3]en[verbalisant 1] en [verbalisant 4] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak jullie dood" en/of "Ik snij jullie de strot door" en/of "Jullie moeten mij de strot doorsnijden want anders doe ik dat bij jullie" en/of "Ik maak jullie leven en dat van je vrouw en kinderen kapot".

3:
hij op 16 mei 2012 te Oosterhout opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 3] en[verbalisant 1] en [verbalisant 5] (van de Regiopolitie Midden en West Brabant), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "hoerenzoon" en/of "kuthoer" en/of "homo" en/of "kutwijf".

4:
hij op 16 mei 2012 te Oosterhout, nadat aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekte strafbare feiten hadden aangehouden en hadden overgebracht naar het politiebureau in Oosterhout, zich met geweld tegen die eerstgenoemde politieambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te duwen in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

wederspannigheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

De advocaat-generaal heeft in navolging van de officier van justitie die het hoger beroep heeft ingesteld, gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur 4 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Daarbij is evenals in de schriftuur hoger beroep OM d.d. 16 augustus 2012, ingekomen op 21 augustus 2012, gewezen op twee eerdere veroordelingen door de strafrechter (tot werkstraffen en een voorwaardelijke gevangenisstraf) terzake van een viertal geweldsfeiten.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is door het hof gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde, heeft het hof gelet op:

- het gewelddadig karakter van met name het onder 1 bewezen verklaarde, te weten het met kracht trappen van een politieambtenaar, hetgeen getuigt van een ernstig gebrek aan respect voor het ambtelijk gezag;

- de mate waarin de bewezen verklaarde feiten onder 2 hebben geleid tot gevoelens van angst en onveiligheid bij de verbalisanten. Daarbij overweegt het hof dat de door de verdachte gebezigde bewoordingen zijn geëigend om gevoelens van angst te weeg te brengen bij de betreffende medewerkers;

Voorts heeft het hof ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde onder feit 3 en 4 gelet op de omstandigheid dat het door verdachte gepleegde verzet en de gebezigde beledigende bewoordingen eveneens een ondermijning en miskenning van het openbaar gezag betekenen en dat de verbalisanten zich door dit handelen bedreigd hebben gevoeld en in hun eer en goede naam zijn aangetast.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte, heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 3 februari 2014 reeds eerder terzake geweldsdelicten onherroepelijk is veroordeeld, alsmede met de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht

Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij op 16 mei 2012 onder invloed van alcohol volledig door het lint is gegaan en daarbij de dienstdoende agenten heeft beledigd, heeft bedreigd en een van hen zelfs heeft mishandeld. Daarnaast heeft hij zich verzet tegen de verbalisanten toen hij door hen naar de politiebus werd geleid. Het hof acht dit ernstige feiten die om een passende reactie vragen. Het opleggen van een geldboete, een werkstraf en/of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf acht het hof, anders dan de politierechter en de verdediging, in dit verband niet passend.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten – ingeval van recidive – worden opgelegd niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Rekening houdend met het feit dat sedert het plegen van de feiten geruime tijd is verstreken, en de omstandigheid dat sinds de inzending van het procesdossier geruime tijd is verstreken alvorens de behandeling ter terechtzitting is aangevangen, welke omstandigheid in dit geval niet voor rekening van de verdachte komt, komt het hof tot een lagere straf dan door de advocaat-generaal gevorderd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 180, 266, 267, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. J.F. Dekking, voorzitter,

mr. P.J. Hödl en mr. R.M. Peters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,

en op 16 april 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.