Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1085

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-04-2014
Datum publicatie
16-04-2014
Zaaknummer
HD 200.120.838-851-827-848-839-849-850-843-831-841-834-821-842
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2013:5247
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Decentrale afspraak CAO Grafimedia; afschaffen jubileumuitkering. Vervolg van ECLI:NL:GHSHE:2013:5247

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0349
AR 2014/202

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummers

HD 200.120.838/01 ([grafische projecten]/[geïntimeerde 1])

HD 200.120.851/01 (Roto/[geïntimeerde 2])

HD 200.120.827/01 (Roto/[geïntimeerde 3])

HD 200.120.848/01 (Roto/[geïntimeerde 4])

HD 200.120.839/01 (Roto/[geïntimeerde 5])

HD 200.120.849/01 (Roto/[geïntimeerde 6])

HD 200.120.850/01 (Roto/[geïntimeerde 7])

HD 200.120.843/01 (Roto/[geïntimeerde 8])

HD 200.120.831/01 (Roto/[geïntimeerde 9])

HD 200.120.841/01 (Roto/[geïntimeerde 10])

HD 200.120.834/01 (Roto/[geïntimeerde 11])

HD 200.120.821/01 (Roto/[geïntimeerde 12])

HD 200.120.842/01 (Roto/[geïntimeerde 13])

arresten van 15 april 2014

in de zaak van

[grafische projecten] Grafische Projecten B.V.,

hierna: [grafische projecten],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. C.I.M. Molenaar te Amsterdam,

tegen

1 [geïntimeerde 1],

wonend te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. H.H.G. Theunissen te Leusden,

en in de zaken van

Roto [Roto] B.V.,

hierna: Roto,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. C.I.M. Molenaar te Amsterdam,

tegen

2 [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],

3 [geïntimeerde 3],

wonende te [woonplaats],

4 [geïntimeerde 4],

wonende te [woonplaats],

5 [geïntimeerde 5],

wonende te [woonplaats],

6 [geïntimeerde 6],

wonende te [woonplaats],

7 [geïntimeerde 7],

wonende te [woonplaats],

8 [geïntimeerde 8],

wonende te [woonplaats],

9 [geïntimeerde 9],

wonende te [woonplaats],

10 [geïntimeerde 10],

wonende te [woonplaats],

11 [geïntimeerde 11],

wonende te [woonplaats],

12 [geïntimeerde 12],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. H.H.G. Theunissen te Leusden,

alsmede

13 [geïntimeerde 13],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. I.J.L. Daemen te Maastricht,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 5 november 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond, sector kanton onder de in het tussenarrest vermelde zaaknummers gewezen vonnissen van 16 oktober 2012.

6 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 5 november 2013;

- de gelijkluidende antwoordmemories na tussenarrest van geïntimeerden 1 t/m 12.

De arresten in de onderscheiden zaken zijn tezamen in het onderhavige document ondergebracht.

7 De verdere beoordeling

7.1.

Naar aanleiding van grief II

Het hof heeft bij tussenarrest voorlopig geoordeeld dat – anders dan partijen meenden – een toets van de nieuwe regeling (als opgenomen in de vaststellingsovereenkomst d.d. 19 december 2012) op basis van artikel 7: 613 BW niet aan de orde is.

Partijen zijn (Roto en [grafische projecten] als eersten) in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over hetgeen in r.o. 4.4. en 4.5.2. van het tussenarrest werd overwogen.

Roto en [grafische projecten] hebben geen nadere memorie genomen.

Geïntimeerde 13, [geïntimeerde 13], heeft geen antwoordmemorie genomen.

Geïntimeerden 1 t/m 12 hebben in hun antwoordmemories na tussenarrest gesteld dat het hof terecht heeft opgemerkt dat alle partijen er vanuit zijn gegaan dat er sprake is van een wijzigingsbeding in de zin van artikel 7: 613 BW en dat de in de vaststellingsovereenkomst van 19 december 2012 opgenomen regeling als zodanig dient te worden getoetst.

Nu geen van partijen is ingegaan op de door het hof gevolgde benaderingswijze, handhaaft het hof zijn hiervoor bedoelde en in r.o. 4.4. van het tussenarrest gegeven voorlopig oordeel. Het hof gaat er bij dat oordeel vanuit dat - nu niet anders is gesteld of gebleken - geïntimeerden aan de bedoelde nieuwe regeling inzake de jubileumuitkering, die op de voorgeschreven wijze tot stand is gekomen, zijn gebonden.

Dit betekent dat de vorderingen van geïntimeerden alsnog afgewezen moeten worden.

7.2.

Grief I

Roto en [grafische projecten] hebben, anders dan verzocht bij tussenarrest, niet aangegeven wat hun belang is bij deze grief. Het hof gaat er vanuit dat dit belang ontbreekt, zie r.o. 4.5.2. van het tussenarrest.

7.3.

Slotsom

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vonnissen waarvan beroep moeten worden vernietigd en dat de vorderingen van ieder van de geïntimeerden alsnog moeten worden afgewezen. Het hof ziet echter aanleiding de proceskostenveroordelingen in eerste aanleg te handhaven en de proceskosten in hoger beroep te compenseren, omdat Roto en [grafische projecten] - klaarblijkelijk uitsluitend naar aanleiding van de vonnissen waarvan beroep - een nieuwe wending aan de zaken hebben gegeven, ten gevolge waarvan thans de vonnissen waarvan beroep vernietigd worden. Zo bezien blijven Roto en [grafische projecten] de in eerste aanleg in het ongelijk gestelde partijen en is het redelijk dat partijen in hoger beroep ieder de eigen kosten dragen.

8 De uitspraak

Het hof:

in alle zaken:

vernietigt de tussen geïntimeerde 1 en [grafische projecten] en tussen geïntimeerden 2 t/m 13 en Roto gewezen vonnissen van 16 oktober 2012, zulks met uitzondering van de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde proceskostenveroordelingen;

opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van geïntimeerden 1 t/m 13 alsnog af;

bekrachtigt de bij de vonnissen waarvan beroep uitgesproken en uitvoerbaar bij voorraad verklaarde proceskostenveroordelingen;

compenseert de proceskosten in hoger beroep tussen [grafische projecten] en geïntimeerde 1, [geïntimeerde 1], en tussen Roto en geïntimeerden 2 t/m 13 zodanig, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders in hoger beroep gevorderde af.

Deze arresten zijn gewezen door mrs. Chr.M. Aarts, C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en M. van Ham en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 april 2014.