Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2014:1053

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-04-2014
Datum publicatie
15-04-2014
Zaaknummer
20-003177-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Diefstal brandstof uit vrachtwagen, onaannemelijke verklaring verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003177-13

Uitspraak : 15 april 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 25 februari 2010 in de strafzaak met parketnummer 01-825534-09 tegen:

[verdachte]

geboren te[geboorteplaats]op [geboortedatum]

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd - diefstal in vereniging, door middel van braak veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met aftrek van voorarrest en met verbeurdverklaring van een bestelauto.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met bevel tot teruggave van de inbeslaggenomen bestelauto aan de eigenaar.

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit. Subsidiair is strafvermindering bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter kon volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 september 2009 te[gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer vrachtwagen(s) heeft weggenomen een grote hoeveelheid diesel, in elk geval een hoeveelheid brandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 september 2009 te[gemeente] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen heeft weggenomen een hoeveelheid brandstof, toebehorende aan [slachtoffer], waarbij hij, verdachte, en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna weergegeven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd1.

1

de verklaring van aangever[aangever], afgelegd bij de politie op 25 september 2009, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende2:

Namens de benadeelde[slachtoffer] ben ik als werknemer gemachtigd tot het doen van aangifte ter zake diefstal met braak, gepleegd op 25 september 2009 te 01.00 uur op het [bedrijfsterrein].

Ons bedrijf grenst aan een gemeentelijke groenstrook langs de A67. Op de grens van de groenstrook en ons bedrijf hebben wij een hekwerk geplaatst, voorzien van gaas en begroeid met bramenstruiken om te voorkomen dat ongewenst bezoek hier doorkomt.

Vanmorgen kwam ik er achter dat er via een van onze vrachtauto’s diesel is weggenomen. Wij zagen dat hier een gele slang nog in de dieseltank zat.

Onze buurman,[getuige 1], heeft vannacht de politie gebeld dat hij twee mannen op ons terrein had zien lopen. Hij zag dat deze mannen om de vrachtwagens heen liepen. Dit terwijl ons bedrijf gesloten is.

De politie is hierop ter plaatse gekomen, aldus[getuige 1].

Nu blijkt dat het hekwerk aan de zijde van de snelweg open geknipt is en dat men via deze kant het bedrijfsterrein is op gekomen. De vrachtwagen waar de slang nog in zat is de eerste vrachtwagen gelegen aan de zijde van het hekwerk. Ik kan laten zien dat er nog diesel op de grond ligt die er naast gevallen is.

De tanks van de vrachtwagen zitten allen aan de rechterzijde (gezien van binnenuit). De jerrycans die wij aangetroffen hadden, stonden aan de andere zijde van de vrachtwagen.

Een van onze chauffeurs is op 25 september 2009 omstreeks 03.35 uur op ons terrein gekomen. Hij zag toen dat er een slang in een van de tanks hing.

In totaal is er uit deze vrachtwagen tank ongeveer 200 liter diesel weggenomen.

Men heeft hiervoor eerst de tankdop moeten openbreken waardoor hier schade aan ontstaan is.

Het hekwerk is vernield. Hier heeft men het gaas doorgeknipt.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

2

de verklaring van de getuige [getuige 1], afgelegd bij de politie op 25 september 2009, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende3:

Ik ben de bewoner van het pand [straat 1]. Op 25 september 2009 omstreeks 0.47 uur keek ik uit het raam in de richting van de struiken naast het terrein van[slachtoffer]. Dat betreft een grondverzetbedrijf waar vrachtwagens op het terrein staan geparkeerd. Ik ben naar de zolder gegaan. Vervolgens zag ik 2 onbekende mannen bij een van de vrachtauto’s staan.

Een van deze mannen was vermoedelijk diesel aan het aftappen met een slang en can (het hof begrijpt: jerrycan). Ik heb meteen de politie gebeld.

Meteen daarna hoorde ik het geluid van een auto. Ik zag een witte bestelauto naderen die de lichten doofde en ter hoogte van de 2 mannen stopte. Ik hoorde dat er iets werd ingeladen of uitgeladen.

Vervolgens reed de chauffeur weer weg en kwam een paar minuten later weer terug. De chauffeur is niet meer gestopt en reed langzaam door in de richting van de [straat 3].

Nadat ik beide mannen voor het eerst zag heb ik meteen de politie gebeld.

Toen de eerste surveillanceauto arriveerde zag ik een man het talud oprennen.

3

de bevindingen van de verbalisanten R. de Graaf en A.C.H.M. Mateussen, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende4:

Op 25 september 2009 omstreeks 00.50 uur kregen wij van de regionale meldkamer te Eindhoven de melding te rijden naar de[straat 1].

Aldaar zag een melder dat men vermoedelijk diesel uit vrachtwagens aan het stelen was op het bedrijventerrein bij [slachtoffer].

Hierop zijn wij ten spoedigste gereden naar deze locatie.

Toen wij ter plaatse kwamen en uit de auto stapten hoorden wij dat er een persoon zich verplaatste in de bosschages naast het bedrijventerrein.

Ter plaatse zagen wij in de berm 10-15 jerrycans liggen. Ook zagen wij dat er naast een van de vrachtwagens meerdere volle en lege jerrycans stonden. Wij zagen dat er een gele slang uit de dieseltank hing. Tevens zagen wij dat vanaf de bosschages een gat was geknipt in het hekwerk.

Toen wij de melder spraken gaf deze aan dat hij, voordat hij de politie had gebeld, een witte bestelbus had zien stoppen bij de bosschage ter hoogte van waar de jerrycans in de berm lagen. Hij zag vervolgens dat de bestelbus verder reed in de richting van de [straat 2]. Hij zag dat het vermoedelijk een Fiat bestelbus was.

Nadat wij hadden gezocht in de omgeving van het bedrijventerrein besloten wij in de richting te rijden van het [straat 2]. Op de [straat 2] zagen wij vervolgens dat er aan de linkerzijde een witte bestelbus stond een stuk de berm in. Wij zagen dat het een Fiat betrof en wij zagen dat de lichten gedoofd waren.

Toen wij uitstapten en naar de bestelbus liepen roken wij een sterke diesellucht welke sterker werd naar mate wij de bestelbus naderden. Wij troffen in de bestelbus 1 persoon aan die op de bestuurdersstoel zat. Hierop hebben wij de persoon aangehouden als verdacht van diefstal van diesel. Toen wij vervolgens de achterdeur van de bestelbus openden, zagen wij 2 grote tanks staan in de bestelbus. Wij zagen dat 1 tank leeg was en dat er in 1 tank een bodem diesel zat.

Tevens troffen wij een gele slang aan welke ook in de dieseltank van de vrachtwagen hing en wij troffen een pomp aan.

4.

Het relaas van de verbalisant A. Tűrkmenoĝlu, voor zover zakelijk weergegeven inhoudende5:

Op 25 september 2009 omstreeks 02.00 uur werd op de [straat 2] te[gemeente] de verdachte [verdachte] geboren op[geboortedatum] te[geboorteplaats]), aangehouden.

Door de ter plaatse aanwezige politieambtenaren werden de navolgende voorwerpen/goederen aangetroffen en voor onderzoek in beslag genomen:

-een bus van het merk Fiat, voorzien van het Litouwse kenteken[kentekennummer] en de inrichting van de bus, bedoeld voor diefstal van brandstof ( 2 tonnen van 1000 liter per stuk en overhevelingspomp).

- 24 jerrycans (inhoud circa 25 liter per stuk).

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte niet het opzet had tot het wederrechtelijk toe-eigenen van de diesel. Verdachte wist niet dat deze diesel werd weggehaald. Hij dacht dat zijn mededaders verduisterde diesel opkochten van vrachtwagenchauffeurs om vervolgens deze diesel weer met winst te verkopen. Deze handeling kan mogelijk als heling worden aangemerkt, aangezien verdachte had kunnen weten dat de verkregen diesel van verduistering afkomstig was, aldus de raadsman.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan het volgende worden afgeleid.

De getuige [getuige 1] ziet op 25 september 2009 omstreeks 0.47 uur dat 2 onbekende mannen bij een vrachtauto op het terrein van [slachtoffer] staan en dat een van deze mannen vermoedelijk diesel aan het aftappen is met een slang en (jerry)can. Hij ziet voorts ter plekke een witte bestelauto die de lichten dooft en ter hoogte van de 2 mannen stopt.

De politie die die dag omstreeks 00.50 uur de melding krijgt van deze vermoedelijke diefstal is meteen ter plekke gegaan.

Ter plaatse zien de politieambtenaren in de berm 10-15 jerrycans liggen en ook nog eens naast een van de vrachtwagens meerdere volle en lege jerrycans staan. Voorts zien zij dat er een gele slang uit de dieseltank hangt.

Volgens de aangever was de tankdop van de vrachtwagen opengebroken.

De politie spreekt de melder, die hen vertelt dat hij een witte bestelbus heeft zien stoppen bij de bosschage waar de jerrycans in de berm lagen en dat hij vervolgens heeft gezien dat de bestelbus, vermoedelijk een Fiat bestelbus, verder reed in de richting van de [straat 2].

Op de [straat 2] zien de politieambtenaren vervolgens een witte bestelbus van het merk Fiat staan, waarvan de lichten gedoofd zijn.

Zij ruiken een sterke diesellucht welke sterker wordt naar mate zij de bestelbus naderen. In de bestelbus treffen zij 1 persoon - verdachte - aan op de bestuurdersstoel.

In de bestelbus zien zij 2 grote tanks à 1000 liter staan, waarvan in een tank diesel zit. Tevens treffen zij een gele slang aan welke ook in de dieseltank van de vrachtwagen hing en een pomp en 24 jerrycans. Om 02.00 uur wordt verdachte aangehouden.

Het hof is van oordeel dat, gelet op de relatief korte tijdspanne (hooguit 1 uur en 13 minuten) tussen de waarnemingen van de getuige en het aantreffen door de politie van een bestelbus van het merk Fiat, met als bestuurder de verdachte, het onder alle gegeven omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de aangetroffen bestelbus de bestelbus is die op het terrein van[slachtoffer] is gezien.

Het had op de weg van de verdachte gelegen om voor zijn aanwezigheid ter plaatse, in het holst van de nacht, met een bestelbus met gedoofde lichten staande in een berm, terwijl in de laadruimte van de bestelbus eveneens een aanzienlijke hoeveelheid jerrycans staan en die zodanig is ingericht dat deze bedoeld was voor de diefstal van brandstof, een redelijke verklaring te geven, hetgeen de verdachte heeft nagelaten.

Integendeel, de verdachte heeft, na voormelde verklaring bij zijn voorgeleiding, bij zijn volgende verhoren verklaard dat hij met twee anderen in een busje, dat niet door hem was gehuurd, vanuit Litouwen naar Nederland is gereden om in Nederland diesel te gaan opkopen van vrachtwagenchauffeurs, welke diesel werd verduisterd van de firma’s waarvoor ze rijden, voor ongeveer 0,50 eurocent per liter en dan vervolgens deze diesel weer te gaan verkopen aan Litouwse mensen in Nederland voor ongeveer 0,60 tot 0,80 eurocent per liter.

Het hof acht deze verklaring van de verdachte ongeloofwaardig, nu het hof het onaannemelijk acht dat men vanuit Litouwen helemaal naar Nederland zou afreizen om dan hier op een omslachtige manier aan verduisterde diesel te komen, enkel en alleen om deze diesel te kunnen kopen en verkopen met een winstmarge van 0,10 tot 0,30 eurocent per liter, terwijl de huur van het busje en de kosten die gemoeid zijn met de reis van en naar Litouwen de opbrengst zouden overtreffen.

Gelet op het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan diefstal van een hoeveelheid brandstof uit de vrachtwagen door middel van braak.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

De raadsman heeft strafvermindering bepleit op grond van 'undue delay' in de zin van artikel 6 EVRM in verband met de ondeugdelijke betekening van de verstekmededeling van verdachte.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van de feiten heeft het hof rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof heeft in het bijzonder gelet op de mate waarin feiten als het bewezen verklaarde feit in het algemeen schade teweeg brengen aan de eigenaar van de weggenomen goederen dan wel diens verzekeraar, alsmede de mate van overlast en ergernis die door een dergelijk delict wordt veroorzaakt aan de gedupeerde.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 4 februari 2014, waaruit blijkt dat hij ter zake van soortgelijke feiten in ieder geval in Nederland niet eerder door een strafrechter is veroordeeld en op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Alles tegen elkaar afwegende komt het hof tot oplegging van een gevangenisstraf die hoger is dan door de advocaat-generaal is gevorderd, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit.

Het hof acht een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Het hof is echter, met de raadsman van verdachte, van oordeel dat in hoger beroep sprake is van - kort gezegd - 'undue delay' in de zin van artikel 6 EVRM.

Van overschrijding van de redelijke termijn kan sprake zijn indien op grond van artikel 366 juncto artikel 588, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering een verstekmededeling dient te worden betekend en het openbaar ministerie daarbij niet de nodige voortvarendheid heeft betracht.

In de onderhavige zaak heeft het openbaar ministerie niet de nodige voortvarendheid betracht, nu zij de verstekmededeling niet binnen een jaar na de uitspraak rechtsgeldig heeft betekend, dit terwijl van de verdachte twee adressen in het buitenland bekend waren. Daardoor behoort deze overschrijding van de termijn niet voor rekening van de verdachte te komen.

Het hof zal de overschrijding van de redelijke termijn compenseren door vermindering van de straf met 1 week en verdachte daarom veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 weken, met aftrek van voorarrest.

Het hof gelast de teruggave aan de rechtmatige eigenaar van de hierna vermelde in beslag genomen en nog niet teruggegeven bestelauto met daarbij behorende inventaris, zoals daarvan blijkt uit de bijlage behorende bij het huurcontract (dossierpagina 87).

De hierna te noemen overige in de bestelauto gelegen, in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte niet aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn, waarvan niet is kunnen worden vastgesteld aan wie zij toebehoren, en met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 33, 33a en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

een inrichting bedoeld voor diefstal van brandstof, te weten 2 tonnen van 1000 liter per stuk, een overhevelingspomp, en 24 jerrycans.

Gelast de teruggave aan[eigenaar] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een bestelauto, merk Fiat Ducato, kenteken [kentekennummer], met de daarbij behorende voor- en achterbanden en een accumulator Bosch 12V-95AN, alsmede de inventaris, te weten een reserveband Black Star 195/70 R 15C, een CD Sony Cox-L480X, een zaklamp, een medicijnendoos, twee blussers, een krik, een sleepkabel, acht sleutels, een schroevendraaier, een gevarendriehoek, een ijskrabber en een geel, lichtgevend vest.

Aldus gewezen door

mr. R.R. Everaars-Katerberg, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. K.J. van Dijk, raadsheren,

in tegenwoordigheid van A van Baast, griffier,

en op 15 april 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. K. van der Meijde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 De hierna in de voetnoten genoemde dossierpagina’s zijn afkomstig uit het eind proces-verbaal van Regiopolitie Brabantzuidoost, afdeling Veldhoven, dossiernummer 2009162308, d.d. 25 augustus 2010, aantal doorgenummerde dossierpagina’s 1 tot en met 157.

2 een ambtsedig proces-verbaal van aangifte van 25 september 2009, proces-verbaalnummer 2009162308-1, met bijlage, dossierpagina’s 28 tot en met 32, inhoudende de verklaring van aangever [aangever].

3 een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 26 september 2009, proces-verbaalnummer 2009162308-9, dossierpagina’s 52 en 53, inhoudende de verklaring van de getuige [getuige 1].

4 een op ambtsbelofte en ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 25 september 2009, proces-verbaalnummer 2009162308-4, dossierpagina’s 43 en 44, inhoudende het relaas van de verbalisanten R. de Graaf en A.C.H.M. Mateussen.

5 voormeld ( op ambtsbelofte opgemaakt) eind proces-verbaal van Regiopolitie Brabantzuidoost, afdeling Veldhoven, dossiernummer 2009162308, d.d. 25 augustus 2010, (dossierpagina’s 10 en 11), inhoudende het relaas van de verbalisant A. Tűrkmenoĝlu.