Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:CA3463

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-05-2013
Datum publicatie
18-06-2013
Zaaknummer
20-004001-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zes woninginbraken, diefstal uit een auto en heling. Hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden en wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-004001-12

Uitspraak : 8 mei 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 november 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-845225-12 en de beslissing op de vordering tot herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling, parketnummer 01-845036-11, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1966,

thans verblijvende in Huis van Bewaring Roermond te Roermond.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:

feit 1 primair: diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 2: diefstal;

feit 3: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

feit 4: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 5: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 6 primair: diefstal;

feit 7: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 8 primair: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming,

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de rechtbank beslist over schadevergoeding voor de benadeelde partijen [aangever feit 4] en [benadeelde feit 8].

Bij afzonderlijke uitspraak heeft de rechtbank de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van het onder 6 primair ten laste gelegde, het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6 subsidiair, 7 en 8 primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft verder gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [aangever feit 4] zal toewijzen tot een bedrag van € 929,00 en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde feit 8] zal toewijzen tot een bedrag van € 1.702,33, steeds met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en met vermeerdering van die bedragen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening van de vordering. De advocaat-generaal heeft ten slotte gevorderd dat het hof de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling zal toewijzen.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van alle ten laste gelegde feiten, behoudens het onder 6 subsidiair ten laste gelegde. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Verder is verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering en de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af te wijzen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen [adres], een geldbedrag heeft gestolen, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever feit 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever feit 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, meermalen met gebalde vuist met kracht die [aangever feit 1] heeft geslagen en/of dat hij, verdachte, een of meer vazen heeft gegooid in de richting van die [aangever feit 1], terwijl dit feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en/of terwijl verdachte zich de toegang tot die woning heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 juli 2012 te Oss ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever feit 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever feit 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, een raam heeft verbroken van een woning gelegen [adres] en/of (vervolgens) naar binnen is geklommen en/of bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het meermalen met gebalde vuist met kracht slaan van die [aangever feit 1] en/of het gooien van vazen in de richting van die [aangever feit 1], terwijl dit feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning gelegen aan de [adres] te Oss en/of terwijl verdachte zich de toegang tot die woning heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking, en/of terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een sleutelbos, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster feit 2 en 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto [merk personenauto] heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster feit 2 en 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

4.

hij op of omstreeks 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een radio en/of een navigatiesysteem ([merk]) en/of Zwitserse francs en/of een fotocamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever feit 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een afstandsbediening en/of rookwaren en/of etenswaren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever feit 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2012 tot en met 14 juli 2012 te Oss, vanaf een perceel gelegen aan [adres], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets en/of een televisie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever feit 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 juli 2012 te Oss, in elk geval in Nederland, een fiets en/of een televisie heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fiets en/of die televisie wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

7.

hij in of omstreeks de periode van 14 juli 2012 tot en met 15 juli 2012 te Oss ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan: [adres]) weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever feit 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door over de erfafscheiding te klimmen en de achterdeur van die woning te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8.

hij in of omstreeks de periode van 2 tot en met 6 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een of meer sieraden en/of een computer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde feit 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 2 tot en met 17 juli 2012 te Oss, in elk geval in Nederland, een armband heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die armband wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft met de advocaat-generaal en de verdediging uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 6 primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6 subsidiair, 7 en 8 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. primair

hij op 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen [adres], een geldbedrag heeft gestolen, toebehorende aan een ander dan aan verdachte, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [aangever feit 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, meermalen met gebalde vuist met kracht die [aangever feit 1] heeft geslagen en dat hij, verdachte, vazen heeft gegooid in de richting van die [aangever feit 1], terwijl dit feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl verdachte zich de toegang tot die woning heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

2.

hij op 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een sleutelbos, toebehorende aan [aangeefster feit 2 en 3];

3.

hij op 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto [merk personenauto] heeft weggenomen een navigatiesysteem, toebehorende aan [aangeefster feit 2 en 3], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

4.

hij op 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een radio en een navigatiesysteem ([merk]) en Zwitserse francs en een fotocamera, toebehorende aan [aangever feit 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

5.

hij op 15 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een afstandsbediening en rookwaren en etenswaren, toebehorende aan [aangever feit 5], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

6. subsidiair

hij op 15 juli 2012 te Oss een fiets en een televisie voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die fiets en die televisie wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

7.

hij op 15 juli 2012 te Oss, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan: [adres]) weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading, toebehorende aan [aangever feit 7], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, te weten door over de erfafscheiding te klimmen en de achterdeur van die woning te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8. primair

hij in de periode van 2 tot en met 6 juli 2012 te Oss met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen sieraden en een computer, toebehorende aan [benadeelde feit 8], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

De verdediging heeft – behalve ten aanzien van het onder 6 subsidiair ten laste gelegde – vrijspraak bepleit. De verdediging heeft daartoe, kort samengevat, aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde feiten schuldig heeft gemaakt.

Het hof overweegt het navolgende.

I.

Op 15 juli 2012 omstreeks 04.57 uur kregen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de meldkamer te ‘s-Hertogenbosch het verzoek om te gaan naar de woning [adres] te Oss, alwaar een inbraak gaande was. Verbalisanten zijn onmiddellijk ter plaatse gegaan. Onderweg naar het adres werd door de meldkamer doorgegeven dat de dader van deze inbraak mollig was, een bruine trui met capuchon droeg en weggereden was met een fiets in de richting van de [adres] te Oss. Omstreeks 05.07 uur kwamen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ter plaatse bij de woning [adres] te Oss. De bewoner van het pand, [aangever feit 1], deelde mede dat er zojuist in zijn woning was ingebroken. Omstreeks 04.50 uur was hij wakker geworden van zijn telefoon die aangesloten was op het alarm van zijn woning. Toen hij naar beneden liep zag hij in de woonkamer een voor hem onbekend persoon staan die aanstalten maakte om door het raam aan de voorzijde van de woonkamer naar buiten te gaan. [Aangever feit 1] heeft deze onbekende persoon beetgepakt, waarna er een worsteling tussen beiden plaats vond. Volgens aangever zijn er over en weer enkele rake klappen gevallen. Tijdens deze worsteling zag de onbekende persoon kans om weg te komen via de voordeur van de woning. De aangever verklaarde dat de onbekende man met wie hij had geworsteld een Turks/Marokkaans uiterlijk had met een iets mollig gezicht en sprak met een buitenlands accent.

II.

De melding van de inbraak op het adres [adres] te Oss werd tevens gehoord door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], die hierop besloten naar de [adres] te Oss te rijden omdat aldaar de hen ambtshalve bekende veelpleger [verdachte] woonachtig was. [Verdachte] zou voldoen aan het opgegeven signalement.

Op 15 juli 2012, omstreeks 05.05 uur, kwamen verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] aan in de Pastoor Vissersstraat. Zij hoorden dat de inmiddels op het [adres] ter plaatse gekomen collega [verbalisant 2] portofonisch doorgaf dat de verdachte volgens de aangever een stevig postuur had, ongeveer 1,70 à 1,75 meter lang was, een Turks/Marokkaans uiterlijk had, een bol gezicht had en gekleed was in een bruin vest met capuchon. Zij hoorden dat [verbalisant 2] verder doorgaf dat er tussen de aangever en de verdachte een worsteling was ontstaan waarbij de verdachte zeer wel mogelijk gewond was geraakt. Daarna was de verdachte weggefietst. Het was [verbalisanten 3 en 4] bekend dat [verdachte] voldeed aan het opgegeven signalement ten aanzien van zijn postuur, lengte, bol gelaat en Turks/Marokkaans uiterlijk.

Omstreeks 05.35 uur zag [verbalisant 3] dat de hem ambtshalve bekende [verdachte] naar de algemene toegangsdeur van het portiek van zijn woning liep, met in zijn rechterhand een fiets en over zijn linkerschouder een zwartkleurige rugzak. [Verbalisant 3] zag dat [verdachte] gekleed was in een bruinkleurig vest met capuchon en een blauwkleurige spijkerbroek. Op het moment dat [verdachte] het portiek wilde binnengaan, sprak [verbalisant 3] [verdachte] aan. Hij zag dat [verdachte] een verwonding had boven zijn linker wenkbrauw waarop vers bloed zichtbaar was. [Verbalisant 3] zag dat op de bagagedrager van de fiets welke [verdachte] met zich voerde een breekijzer bevestigd was. [Verbalisant 3] heeft [verdachte] hierop aangemerkt als verdachte en aangehouden op verdenking van de diefstal met geweld op de [adres].

[Verbalisanten 3 en 4] hebben de verdachte vervolgens aan zijn kleding onderzocht. Zij zagen daarbij dat in de capuchon van de verdachte een navigatiesysteem van het merk [merk] en zwartkleurige handschoenen zaten. Zij zagen verder dat in de rechter achterbroekzak van zijn spijkerbroek onder meer een bankbiljet van 10 Zwitserse francs zat. In de rechter insteekzak van de spijkerbroek van de verdachte troffen zij onder meer twee doosjes met sigarettenvloeitjes aan. Zij zagen dat in de linker insteekzak van de spijkerbroek van de verdachte een zwartkleurig klein model MP3-speler met glitters op de voorzijde, voorzien van oordopjes, en een buil shag van het merk [merk] met aansteker zaten. Verbalisanten zagen dat in de broekzakken van de verdachte in totaal nog drie andere aanstekers zaten.

In de door verdachte gedragen rugzak bleken aanwezig te zijn een afstandbediening voor een tv, merk [merk], een doosje met filter sigaretten hulzen, een beker shag [merk], een sigarettenmaker, een pakje makreelfilet, twee pakjes [merk] frisdrank, twee flessen [frisdrank] (1,5 liter) en een fles [frisdrank] (1,5 liter).

III.

Op 15 juli 2012 werd door [aangever feit 1] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning, gelegen aan [adres] te Oss. Daarbij was een geldbedrag van ongeveer € 50,00 van zijn dochter weggenomen. [Aangever feit 1] verklaarde dat hij omstreeks 04.50 uur wakker was geworden omdat het alarm was afgegaan, dat hij in de woonkamer een vreemde man aantrof en dat hij de man heeft vastgepakt omdat hij hem wilde aanhouden. Hierop heeft de man hem met kracht en met gebalde vuist in het gezicht tegen zijn oog geslagen. Aangever zag dat het raam aan de linker onderkant en aan de voorzijde van zijn woning eruit lag en dat de man over de bank probeerde te klimmen, in de richting van het opengebroken raam. Hij zag dat de man daarbij vazen oppakte en in zijn richting gooide. Vervolgens is de man opnieuw op aangever af gekomen en heeft hij aangever meerdere malen met zijn vuist onder andere in zijn gezicht geslagen. Aangever heeft de man ook enkele malen geslagen. De man kon de woning uiteindelijk verlaten via de voordeur, die door de echtgenote van de aangever was geopend. Aangever zag dat de man wegfietste op een donkere fiets. Hierop heeft de echtgenote van aangever de politie gebeld, waarop – zoals hiervoor reeds is overwogen – [verbalisanten 1 en 2] ter plaatse zijn gekomen.

IV.

[Verbalisanten 1 en 2] zagen dat op de stoep voor de woning [adres] te Oss, nabij de voorruit van de woonkamer, vier glaslatten lagen. Voorts zagen zij dat het onderruitje van woonkamer aan de voorzijde woning uitgenomen was en in de directe nabijheid in een smal bloemperkje tegen de schutting was gezet. Verder zagen zij door het ontstane gat dat er moddersporen op de vensterbank aanwezig waren.

Op de stoep voor de woning, tegen een bloembak tegen de schuur en in de nabijheid van het uitgenomen ruitje, troffen zij een drietal goederen aan. Het ging daarbij om een stoffen tasje met daarin een navigatiesysteem van het merk [merk], een stoffen tasje met draagband, merk [merk] met daarin een digitale camera van het merk [merk] en een kunststof autoruitsteun voor een navigatiesysteem. [Aangever feit 1] verklaarde dat deze goederen hem niet in eigendom toebehoorden en niet afkomstig waren uit zijn woning.

V.

Op 15 juli 2012 werd door [verbalisant 5] een forensisch onderzoek naar sporen in de woning [adres] te Oss verricht. Daarbij werd onder meer een zaklamp aangetroffen, die kennelijk van de inbreker afkomstig was. Deze zaklamp werd veiliggesteld voor nader onderzoek.

De zaklamp is door [verbalisant 5] bemonsterd op de aanwezigheid van epitheel. Van die bemonstering, voorzien van het sporenidentificatienummer [nummer], is door het Nederlands Forensisch Instituut een DNA-profiel verkregen, dat vervolgens is vergeleken met de in de databank aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is een match gevonden met het DNA-profiel van [verdachte]. Het NFI concludeert dat dit betekent dat het celmateriaal in de bemonstering van de zaklamp afkomstig kan zijn van [verdachte]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA- profiel is kleiner dan één op één miljard.

VI.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] volgt dat hij op 15 juli 2012 van [verbalisant 3] een navigatiesysteem van het merk [merk], type [type] overhandigd kreeg. Dit navigatiesysteem was aangetroffen bij de verdachte. [Verbalisant 6] heeft een onderzoek ingesteld naar de inhoud van het navigatiesysteem. Hij zag dat als thuisadres was ingesteld het adres [adres] te Oss.

Hierop is de politie naar het adres [adres] te Oss gegaan.

VII.

[Aangeefster feit 2 en 3] heeft op 15 juli 2012 aangifte van diefstal gedaan. Zij heeft daarbij verklaard dat zij met haar dochter woonachtig is op het adres [adres] te Oss. Op 14 juli 2012 had zij boodschappen gedaan met haar auto, een [merk personenauto]. Daarna heeft zij de auto voor de voordeur geparkeerd. Uiteindelijk is zij rond 24.00 uur gaan slapen. Toen zij op 15 juli 2012 ’s ochtends opstond zag zij dat de deur van de kast in de woonkamer openstond en dat een schemerlampje dat op de tv stond, brandde. Verder kon zij haar sleutelbos, met daaraan haar huis- en autosleutels, niet vinden. De sleutels lagen normaliter op de vensterbank in de keuken. Op enig moment is aangeefster bij haar auto gaan kijken om te zien of er iets weg was. Zij zag dat de deuren dicht waren, maar niet op slot. Ook zag zij dat de sleutelbos op de bestuurdersstoel lag. Toen de politie bij haar kwam, is aangeefster in haar auto gaan kijken. Zij zag toen dat het navigatiesysteem van haar auto weg was. Dit navigatiesysteem, van het merk [merk], had in het dashboardkastje gelegen.

VIII.

Op 15 juli 2012 werd door [aangever feit 4] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning, gelegen aan de [adres] te Oss. [Aangever feit 4] heeft verklaard dat hij op 15 juli 2012 omstreeks 01.15 uur naar bed is gegaan. De woning was toen afgesloten. Omstreeks 10.00 uur merkte hij dat er was ingebroken. Aan de voorzijde van de woning was een ruit uitgenomen. Bij de inbraak waren in ieder geval een kleine portable radio, die er uitziet als een MP3 speler, zwart van kleur met glitters er op, een [merk] in een tasje en een losse raambevestiging, een digitale fotocamera [merk] in een tasje en twee pakjes [frisdrank] weggenomen. Mogelijk was er ook Zwitserse geld weggenomen, aldus aangever.

Door [verbalisant 7] werd geconstateerd dat aan de voorzijde van de woning glaslatten van een ruit waren verwijderd en dat de achterliggende ruit geheel uitgenomen was.

IX.

De politie heeft op 15 juli 2012 het bij de woning [adres] te Oss aangetroffen navigatiesysteem van het merk [merk] met houder getoond aan de [aangever feit 4]. Hij herkende het hem getoonde navigatiesysteem als zijn navigatiesysteem. Hij herkende het tasje van het navigatiesysteem aan de kapotte rits en de zwart/grijze kleur. Tevens beschreef [aangever feit 4] de uit zijn woning weggenomen digitale fotocamera. Volgens aangever ging het om een grijze camera van het [merk] met als kenmerk dat de lens staat uitgeschoven en dat de camera in een zwart langwerpig tasje zat.

De door aangever opgegeven gegevens en bijzonderheden bleken alle juist te zijn.

X.

Op 15 juli 2012 werd door [aangever feit 5], wonende aan de [adres] te Oss, aangifte gedaan van woninginbraak, op diezelfde datum gepleegd. [Aangever feit 5] heeft verklaard dat hij omstreeks 01.20 uur naar bed was gegaan en dat zijn woning toen geheel afgesloten was. Toen hij omstreeks 09.00 uur beneden kwam, zag hij dat in de woonkamer enkele meubels doorzocht waren en dat aan de achterzijde van een raam de glaslatten verwijderd waren en dat de ruit er uit gehaald was. Uit de woning waren weggenomen een pakje met makreelfilet van de AH, de afstandsbediening van de TV [merk], een pak shag van de Aldi, merk [merk], een pak vloeitjes zonder merkopschrift, een blikje tonijn en drie flessen frisdrank van het [merk].

[Verbalisant 7] stelde vast dat aan de achterzijde van de woning glaslatten en een ruit uitgenomen waren.

XI.

Zoals hiervoor onder II. is overwogen, zijn bij de aanhouding van de verdachte in zijn kleding en in zijn rugzak meerdere goederen gevonden. Het hof constateert dat deze goederen op grond van de aangiftes van [aangever feit 4], [aangever feit 5] en [aangeefster feit 2 en 3] zijn te herleiden tot de inbraken in de woningen aan respectievelijk [adres], [adres] en [adres] te Oss. Het hof stelt voorts van dat de modus operandi die is gebruikt om de woningen aan de [adres] (aangever feit 1), [adres] en [adres] te betreden, namelijk het verwijderen van glaslatten en het uitnemen van de ruit, ook steeds gelijk is. Tot slot stelt het hof vast dat de woningen waarin is ingebroken op korte afstand van elkaar en van de woning van de verdachte zijn gelegen.

XII.

De verdachte heeft bij de politie ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de hiervoor opgenomen woninginbraken en dat de onder hem aangetroffen goederen van diefstal afkomstig zijn. Hij heeft verklaard dat hij op 15 juli 2012 tot 05.00 uur bij zijn ‘knipperlichtrelatie’ [getuige 1] was, dat zij toen ging werken en dat hij de levensmiddelen en rookwaren van zijn vriendin heeft meegenomen. Deze verklaring heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep herhaald. Het hof acht die verklaring niet geloofwaardig.

Het hof overweegt daartoe dat de politie [getuige 1] hierover als getuige heeft gehoord.

[Getuige 1] heeft ontkend dat zij de verdachte op 15 juli 2012 heeft gezien. Verdachte is op 14 juli 2012 omstreeks 20.00 uur bij haar weggegaan en die nacht niet meer teruggeweest. Zij heeft verder verklaard dat zij in het weekend nooit nachtdienst heeft en dus ook niet op 15 juli 2012, dat zij verdachte nimmer boodschappen heeft gegeven en dat verdachte zelf nog nooit boodschappen van haar heeft meegenomen. Het hof acht haar verklaring geloofwaardig.

Over de herkomst van het navigatiesysteem van het merk [merk] heeft de verdachte verklaard dat hij dit van een Poolse man had gekregen als onderpand voor een schuld. Deze man woonde op het adres [adres] te Oss. Op 14 juli 2012 heeft de verdachte geprobeerd de schuld te innen en het navigatiesysteem terug te brengen. Dat is niet gelukt, aldus verdachte. Op grond van de aangifte van [aangeefster feit 2 en 3] stelt het hof echter vast dat zij alleen met haar dochter woont en voorts dat het navigatiesysteem pas op 15 juli 2012 is ontvreemd.

Om die redenen acht het hof de verklaringen van de verdachte omtrent de in de nacht van de diefstallen bij hem aangetroffen goederen, afkomstig van die diefstallen, volstrekt ongeloofwaardig.

Ter terechtzitting heeft het hof verder vastgesteld dat het postuur van verdachte past in de omschrijving die [aangever feit 1] van de inbreker gegeven heeft.

Het hof stelt daarnaast vast dat verdachte bij zijn aanhouding gekleed was in kleding, zoals omschreven door [aangever feit 1], en dat hij een verse verwonding in zijn gezicht had. Het hof acht aannemelijk dat verdachte die verwonding heeft opgelopen in de worsteling met [aangever feit 1]. De verklaring van verdachte dat hij deze verwonding bij zijn aanhouding heeft opgelopen, volgt niet uit het proces-verbaal van bevindingen, waaraan het hof geen reden tot twijfel heeft.

XIII.

In diezelfde nacht, op 15 juli 2012, heeft [aangever feit 7] aangifte gedaan van een poging tot inbraak in zijn woning, gelegen aan de [adres] te Oss, gepleegd op 15 juli 2012 tussen 04.00 uur en 06.00 uur. Omstreeks 06.00 uur kwam de aangever beneden en zag hij dat de achterdeur openstond en dat er schade op de sluitnaad van het kozijnwerk van de achterdeur was opgetreden. Er was echter niets weggenomen voor zover aangever op dat moment kon zien.

[Verbalisant 8] zag dat er schade op de achterdeur van de woning zat, dat er vier werktuigsporen op de sluitnaad van de achterdeur zaten en dat de draaiknip was ontzet.

Door een forensisch onderzoeker werd een onderzoek ingesteld naar de werktuigsporen. Hierbij werden werktuigsporen van onder meer een breekijzer veiliggesteld.

Er vond een vergelijkend werktuigsporenonderzoek plaats op het aangetroffen werktuigspoor en het in diezelfde nacht bij de [verdachte] aangetroffen en in beslag genomen breekijzer. Op grond van het werktuigsporenonderzoek werd geconcludeerd dat de afgevormde indruksporen zijn veroorzaakt door de beitelzijde van het breekijzer dat onder verdachte in beslag is genomen.

Verdachte heeft naar het oordeel van het hof geen aannemelijke verklaring afgelegd over het aangetroffen breekijzer, terwijl ook deze woning is gelegen op korte afstand van de woning van verdachte en de andere woningen, waar die nacht inbraken zijn gepleegd.

XIV.

Op 7 juli 2012 werd door [aangever feit 8] namens zijn broer [benadeelde feit 8] aangifte gedaan van inbraak en diefstal uit de woning [adres] te Oss, gepleegd tussen maandag 2 juli 2012 te 18.30 uur en vrijdag 6 juli 2012 te 23.45 uur. Hij verklaarde onder andere dat zijn broer in Italië op vakantie was en dat de dochter van zijn broer de inbraak op 6 juli 2012 ontdekte toen zij om 23.45 uur thuiskwam. Zij zag de portemonnee van haar moeder open op het keukenblad liggen en zag dat er diverse kasten en laden openstonden. Aangever verklaarde dat hij bij aankomst constateerde dat er braaksporen zaten op het draairaam aan de voorzijde van de woning, dat het hefboompje weg was en dat dit raam dus niet meer afgesloten was. Bij de inbraak zijn verschillende sieraden, waaronder ringen, een ketting met steen, twee [merk] horloges en een laptop weggenomen.

Door een forensisch onderzoeker werd een sporenonderzoek verricht. De woning werd bereikt via de voorzijde. De dader heeft vermoedelijk met een schroevendraaier in de sluitnaad van het draairaam van de woonkamer gewrikt, waardoor de raamhefboom afbrak en het raam geheel geopend kon worden. Op de vensterbank onder het draairaam werd een schoenspoor gevonden dat door middel van folie werd veiliggesteld.

Op 17 juli 2012 werd in de woning van [verdachte] onder andere een paar schoenen van het [merk en type] in beslag genomen. Met dit paar schoenen werd een vergelijkend schoensporenonderzoek verricht naar aanleiding van de woninginbraak aan de [adres] te Oss. De schoenafdruksporen die bij die woninginbraak zijn veiliggesteld, werden tijdens het vergelijkend onderzoek vergeleken met voornoemde in beslag genomen schoenen.

Op grond van de bevindingen werd geconcludeerd dat de in de [adres] te Oss veiliggestelde schoensporen zijn veroorzaakt met de in beslag genomen schoenen, [merk en type]. Deze conclusie is mede gebaseerd op de omstandigheid dat sporen van de rechter en de linkerschoen op één plaats en door elkaar heen bleken te staan en aldus een causaal verband met elkaar hebben.

XV.

Bij de aanhouding van de [verdachte] en bij de doorzoeking van zijn woning aan de [adres] te Oss werden diverse goederen in beslag genomen die mogelijk van diefstal afkomstig waren.

In de laatste week van september 2012 zijn van de in beslag genomen goederen waarvan de herkomst nog niet bekend was foto's gemaakt. Deze foto's zijn met een begeleidend schrijven verstuurd naar aangevers die in de periode gelegen tussen 26 juni en 15 juli 2012 aangifte hadden gedaan van inbraak en/of diefstal uit hun woningen.

Op 27 september 2012 werd [verbalisant 9] gebeld door [benadeelde feit 8]. [Benadeelde feit 8] meende op een van de foto's zijn lederen armband te herkennen. Op 1 oktober 2012 werd [benadeelde feit 8] nader gehoord. Hij verklaarde onder andere dat:

• tussen 2 juli en 6 juli 2012 werd ingebroken in zijn woning aan de [adres] te Oss en dat daarbij diverse goederen werden weggenomen;

• hij van de politie een brief ontving met daarin diverse foto's van voorwerpen die mogelijk van diefstal afkomstig waren;

• hij meteen een foto zag van een armband en dat hij deze armband herkende als zijn armband;

• het een donkerbruine armband was met een metalen sluiting en dat de armband was gemaakt van gevlochten leer;

• hij nog een detail over de armband kon vertellen;

• op een gegeven moment de schroefjes in de sluiting de leren band niet meer konden vasthouden;

• hij toen beide einden van het leer met lijm had vastgezet en dat de lijmresten nog te zien waren.

[Verbalisant 9] zag dat inderdaad aan beide zijden langs de sluiting lijmresten zichtbaar waren. Toen aangever de armband om zijn pols deed zag [verbalisant 9] dat deze paste.

XVI.

Op grond van het vorenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 8 primair ten laste gelegde feit heeft begaan. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zijn schoenen heeft uitgeleend aan een persoon met de bijnaam ‘[naam]’. Deze persoon is door de politie opgespoord en als getuige gehoord. Hij heeft ontkend dat hij kleding of schoenen van de verdachte heeft geleend. Het hof acht de verklaring van de verdachte niet geloofwaardig.

XVII.

Het hof verwerpt het verweer in alle onderdelen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van valse sleutels.

Het onder 4, 5 en 8 primair bewezen verklaarde levert telkens op:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Het onder 6 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Opzetheling.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Het hof komt tot een bewezenverklaring van – kort gezegd – één diefstal, één poging tot diefstal door middel van braak en inklimming, drie diefstallen door middel van braak en inklimming, opzetheling en diefstal met geweld, gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd en door middel van braak en inklimming, en verwijst hierbij naar hetgeen onder de bewezenverklaring is opgenomen.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gerequireerd tot oplegging van dezelfde straf.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat bij de strafoplegging, nu naar het oordeel van de verdediging enkel het onder 6 subsidiair ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard, dient te worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest.

Het hof overweegt als volgt.

Naar het oordeel van het hof kan in verband met een juiste normhandhaving niet worden volstaan met het opleggen van een andersoortige straf dan een gevangenisstraf.

Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de door verdachte gepleegde diefstallen uit woningen doorgaans grote onrust in de gemeenschap veroorzaken en bovendien een grote inbreuk vormen op het gevoel van veiligheid van de bewoners van de woningen. Bij het onder 1 bewezen verklaarde feit heeft verdachte bovendien geweld jegens de bewoner gebruikt, hetgeen de gevoelens van onveiligheid versterkt.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft het hof gelet op de oriëntatiepunten straftoemeting volgens welke voor de bewezen verklaarde feiten een gevangenisstraf van langere duur gebruikelijk is.

In strafverzwarende zin heeft het hof in aanmerking genomen dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 maart 2013 vele malen eerder voor soortgelijke feiten tot gevangenisstraf is veroordeeld. Kennelijk wenst verdachte geen afstand te nemen van zijn criminele activiteiten.

Daarbij komt dat de verdachte de onderhavige feiten heeft gepleegd, terwijl hij de gevangenis slechts enkele maanden eerder had verlaten in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling bij een eerder opgelegde straf.

Alles overziende zal het hof een gevangenisstraf opleggen als eerder door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd. Een zodanige straf acht het hof zonder meer gerechtvaardigd.

Vordering van de benadeelde partij [aangever feit 4]

De benadeelde partij [aangever feit 4] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.270,08, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 929,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever feit 4] als gevolg van verdachtes onder 4 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde feit 8]

De benadeelde partij [benadeelde feit 8] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.702,33, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde feit 8] als gevolg van verdachtes onder 8 primair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 10 oktober 2011, parketnummer 01-845036-11, is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest. Op 8 april 2012 is de verdachte op grond van de wettelijke regeling inzake de voorwaardelijke invrijheidstelling in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Op 4 oktober 2012 heeft de officier van justitie te ‘s-Hertogenbosch een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling ingediend op grond dat verdachte de algemene voorwaarde gesteld bij de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft geschonden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Nu is gebleken dat de verdachte zich gedurende zijn voorwaardelijke invrijheidstelling heeft schuldig gemaakt aan nieuwe strafbare feiten, zal het hof de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toewijzen en bepalen dat het gedeelte van de gevangenisstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten 157 dagen, alsnog moet worden ondergaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57, 310, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 6 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6 subsidiair, 7 en 8 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6 subsidiair, 7 en 8 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [aangever feit 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever feit 4] ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 929,00 (negenhonderdnegenentwintig euro) bestaande uit € 679,00 (zeshonderdnegenenzeventig euro) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangever feit 4], een bedrag te betalen van € 929,00 (negenhonderdnegenentwintig euro) bestaande uit € 679,00 (zeshonderdnegenenzeventig euro) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 18 (achttien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde feit 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde feit 8] ter zake van het onder 8 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.702,33 (duizend zevenhonderdtwee euro en drieëndertig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde feit 8], een bedrag te betalen van € 1.702,33 (duizend zevenhonderdtwee euro en drieëndertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Wijst toe de vordering van de officier van justitie in het arrondissement ‘s-Hertogenbosch van 4 oktober 2012 tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, betrekking hebbende op de bij vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 10 oktober 2011 (parketnummer 01-845036-11) opgelegde gevangenisstraf, en bepaalt dat het gedeelte van de gevangenisstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten 157 dagen, alsnog moeten worden ondergaan.

Aldus gewezen door

mr. R.R. Everaars-Katerberg, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. J.F.M. Pols, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.J.F. Heirman, griffier,

en op 8 mei 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. K. van der Meijde en mr. J.F.M. Pols zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.