Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2929

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-05-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
20-002802-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte, preventief gedetineerd, heeft een raadsman die een afschrift van de dagvaarding heeft gehad. De politierechter begint abusievelijk een uur te vroeg met de behandeling van de zaak. De raadsman is dan nog niet aanwezig. De verdachte verklaart desgevraagd dat hij zonder advocaat de zaak wil voortzetten. Verdachte wordt veroordeeld bij mondeling, onmiddellijk uitgesproken vonnis. Nadien verschijnt, op het op de dagvaarding vermeldde aanvangstijdstip, de raadsman. Deze maakt bezwaar tegen de afdoening van de zaak buiten zijn aanwezigheid. Het hof acht het onderzoek van de zaak buiten aanwezigheid van de raadsman zonder diens instemming nietig en wijst op de voet van art. 423 lid 2 Sv de zaak terug naar de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2013/164
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002802-12

Uitspraak : 29 mei 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 9 augustus 2012 in de strafzaak met parketnummer 02-800668-12 tegen:

[VERDACHTE] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

postadres: [adresgegevens].

Hoger beroep

Bij voormeld vonnis is verdachte ter zake van diefstal, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 29 dagen, met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De verdediging heeft bepleit en de advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het onderzoek in eerste aanleg nietig zal verklaren en de zaak zal terugwijzen naar de eerste rechter.

De verdediging heeft, gelijk de advocaat-generaal, ook terugwijzing naar de eerste rechter verzocht.

Geldigheid van de behandeling in eerste aanleg

De verdachte is gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter van 9 augustus 2012 te 11.25 uur. De raadsman van de verdachte is van voornoemde datum en tijdstip in kennis gesteld.

De terechtzitting van 9 augustus 2012 is door de politierechter echter al aangevangen om 10.25 uur. Op dat tijdstip was alleen de verdachte, die ter zake van het hem ten laste gelegde feit in voorlopige hechtenis verbleef, aanwezig. Nadat de politierechter had opgemerkt dat de raadsman van verdachte niet aanwezig is, heeft de politierechter aan verdachte gevraagd of de zaak buiten aanwezigheid van zijn advocaat kon worden behandeld. De verdachte heeft hierop aangegeven dat hij zijn zaak zonder zijn advocaat wilde voortzetten. De politierechter heeft de zaak afgedaan en vonnis gewezen.

Aan de voet van het vonnis van 9 augustus 2012 is het volgende opgenomen:

“Opmerkingen

Nadat het onderzoek ter terechtzitting is gesloten, komt de raadsman van verdachte zichzelf melden. De raadsman was op het tijdstip dat op de dagvaarding van verdachte stond, namelijk 11.25 uur, aanwezig en maakt bezwaar tegen behandeling van zijn zaak buiten zijn aanwezigheid. De politierechter deelt mee dat de zaak al behandeld is, omdat deze om 10.25 uur geappointeerd stond volgens de zittingslijst waar zij over beschikt. Zij constateert dat er op de dagvaarding inderdaad het tijdstip 11.25 uur staat vermeld. Dit was haar niet opgevallen, anders had zij uiteraard gewacht.”

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De behandeling van de zaak in eerste aanleg heeft vóór het op de dagvaarding en aan de raadsman van de verdachte aangekondigde tijdstip buiten aanwezigheid van de raadsman plaatsgevonden. Gelet op de kernrol die de raadsman vervult bij het onderzoek ter terechtzitting en de belangen van de verdachte die daarmee zijn gemoeid, was dit niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de raadsman zelf. Hiervan was geen sprake, zodat het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg nietig is. Het hof stelt deze situatie gelijk aan die waarin de raadsman niet ter terechtzitting is verschenen, terwijl hij niet op de bij de wet voorgeschreven wijze op de hoogte is gebracht van de dag en het tijdstip van de terechtzitting en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag en dat tijdstip hem tevoren bekend was.

Zowel de verdediging als de advocaat-generaal hebben terugwijzing naar dezelfde rechtbank verlangd.

De zaak dient op de voet van de uitbreiding in de jurisprudentie van artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering te worden teruggewezen naar de eerste rechter, teneinde op de bestaande dagvaarding opnieuw te worden berecht en afgedaan.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart de behandeling in eerste aanleg nietig.

Wijst de zaak terug naar de rechtbank Breda teneinde de zaak af te doen op de bestaande dagvaarding.

Aldus gewezen door

mr. N.J.M. Ruyters, voorzitter,

mr. J.C.A.M. Claassens en mr. C.M. Hilverda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. L. Voet, griffier,

en op 29 mei 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.