Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ9919

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-05-2013
Datum publicatie
10-05-2013
Zaaknummer
HD 200.099.776 T2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

terzijdestelling eerder deskundigenbericht, benoeming nieuwe deskundige in hoger beroep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.099.776/01

arrest van 7 mei 2013

in de zaak van

[X.], h.o.d.n. [Natuursteen] Natuursteen,

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. N.A.E. Adema te Groningen,

tegen

[geintimeerde],

wonende te Roosendaal,

geïntimeerde,

advocaat: mr. I. Stolting te Roosendaal,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 21 februari 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Breda onder zaaknummer 216205/HA ZA 10-432 gewezen vonnis van 5 oktober 2011.

5. Het tussenarrest van 21 februari 2012

Bij genoemd arrest heeft het hof een comparitie na aanbrengen gelast en is iedere verdere beslissing aangehouden.

6. Het verdere verloop van de procedure

6.1 De comparitie heeft op 26 maart 2012 plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. Partijen zijn niet tot een regeling gekomen en de zaak is naar de rol verwezen voor memorie van grieven.

6.2 Bij memorie van grieven met producties heeft [Natuursteen] vijf grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van [geintimeerde], althans tot terugverwijzing van de zaak naar de rechtbank Breda voor verdere behandeling.

6.3 Bij memorie van antwoord heeft [geintimeerde] de grieven bestreden.

6.4 Partijen hebben daarna uitspraak gevraagd, waartoe [Natuursteen] de gedingstukken heeft overgelegd.

7. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

8. De verdere beoordeling

8.1 Het gaat in deze zaak om het volgende.

a) [geintimeerde] heeft van [Natuursteen] gekocht natuurstenen tegels ‘Travertin Noce Anticado’ 3 en 5 cm dik, waarvoor [geintimeerde] uiteindelijk, na aftrek van een creditnota, € 10.019,47 heeft betaald. De tegels zijn in twee afzonderlijke orders besteld en op 19 mei 2008 en 3 november 2008 geleverd.

b) [geintimeerde] heeft de tegels gebruikt om door een derde het terras en de oprit bij haar woning te laten aanleggen. Door ongunstige weersomstandigheden is de tweede levering pas in 2009 gelegd.

c) Per e-mail van 6 februari 2009 heeft [geintimeerde] aan [Natuursteen] bericht dat er diverse tegels waren gebarsten. Op 18 maart 2009 heeft [Natuursteen] zelf geconstateerd dat er diverse tegels breuk vertoonden of dat de bovenlaag iets losliet. Bij e-mail van 7 april 2009 heeft hij drie redenen voor de schade aangevoerd: (i) niet geïmpregneerd en daardoor teveel vochtopname, (ii) de zeer strenge vorst, (iii) drainage probleem.

d) Achmea Rechtsbijstand heeft voor [geintimeerde] een expertise laten uitvoeren door [expertisebureau]. Bij rapport van 8 mei 2009 concluderen zij dat de geleverde tegels absoluut ongeschikt zijn voor buitengebruik.

e) Bij brief van 30 juni 2009 heeft Achmea Rechtsbijstand namens [geintimeerde] de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de koopsom en vergoeding van de schade ad € 5.000,= en de expertisekosten ad € 999,60.

f) [Natuursteen] heeft, ondanks herhaalde sommatie, betaling geweigerd.

8.2. [geintimeerde] heeft [Natuursteen] in rechte betrokken tot verhaal van haar vordering. [Natuursteen] heeft gemotiveerd verweer gevoerd onder overlegging van onder meer een rapport van gesteente-expertisebureau Rockview van 4 maart 2010, waarin de breukschade wordt geweten aan mechanische belasting en het loslaten van de bovenlaag aan vorst. Na descente tevens comparitie van partijen heeft de rechtbank bij vonnis van 27 oktober 2010 een deskundigenbericht gelast. Nadat partijen zich over de aan de deskundige te stellen vragen hebben uitgelaten, heeft de rechtbank bij vonnis van 19 januari 2011 de heer J.A.M. Sparidaens, werkzaam bij Jabjo advies & expertise (hierna: Jabjo) tot deskundige benoemd. Bij rapport van 22 april 2011 heeft de Jabjo -kort gezegd- gerapporteerd dat niet opgestopte travertin niet geschikt is om buiten te verwerken. In het bestreden eindvonnis heeft de rechtbank de door [Natuursteen] tegen het deskundigenbericht aangevoerde bezwaren verworpen; overwogen dat niet is komen vast te staan dat de wijze waarop de tegels zijn gelegd als oorzaak is aan te wijzen voor de vastgestelde breuk en afschilfering; en geoordeeld dat [geintimeerde] terecht de overeenkomst heeft ontbonden. De vorderingen van [geintimeerde] zijn tot het bedrag van € 20.063,04 toegewezen.

8.3. Met de grieven bestrijdt [Natuursteen] de hiervoor beschreven oordelen van de rechtbank. [Natuursteen] stelt zich onder grief I op het standpunt dat Jabjo er blijk van heeft gegeven niet deskundig te zijn op het gebied van natuursteen, meer in het bijzonder Travertin, nu hij de tegels ongeschikt voor buitengebruik verklaarde vanwege het niet opgestopt zijn. Daarbij verwijst [Natuursteen] naar twee in hoger beroep in het geding gebrachte rapporten van door hem ingeschakelde natuursteen-experts, [natuursteen-expert 1.] en [natuursteen-expert 2.] (hierna respectievelijk [natuursteen-expert 1.] en [natuursteen-expert 2.]). Zij hebben onafhankelijk van elkaar het rapport van Jabjo beoordeeld. Zij verklaren beiden dat Travertin tegels wanneer deze zijn opgestopt volstrekt ongeschikt zijn voor buitengebruik. Verder voert [Natuursteen] aan dat Jabjo niet (zorgvuldig) heeft onderzocht of de tegels op de juiste wijze zijn gelegd. [Natuursteen] verwijst daarbij eveneens naar de rapporten van [natuursteen-expert 1.] en [natuursteen-expert 2.], die aangeven dat de tegels vorstbestendig zijn mits goed gelegd.

[geintimeerde] voert aan dat de beide rapporten buiten beschouwing moeten worden gelaten nu het gaat om rapporten van partijdeskundigen, die geen onderzoek ter plaatse of aan de tegels waar het om gaat verricht hebben en die bovendien [geintimeerde] niet bij hun onderzoek hebben betrokken. Verder verwijst [geintimeerde] naar een door hem bij antwoordakte overgelegd nader rapport van Jabjo waarin Jabjo reageert op het rapport van [natuursteen-expert 2.], dat door [geintimeerde] aan Jabjo is verstrekt.

8.4. Het hof overweegt het volgende.

In deze zaak gaat het in de kern om de vraag of de door [Natuursteen] aan [geintimeerde] geadviseerde en geleverde tegels type Travertin Noce Anticato geschikt waren voor buitengebruik.

In zijn rapport van 23 maart 2011 heeft Jabjo die vraag als volgt beantwoord:

“Het gesteente is geschikt voor buiten gebruik mits de toplaag (gaatjes/poriën) voorafgaand aan het aanbrengen zijn opgestopt met een tenax of akemi “tweecomponenten pasta om te vullen en te lijmen”. Indien dit niet wordt uitgevoerd, zal het gesteente met een open structuur onder alle weersomstandigheden succumberen, met name in de winterperiode. Na het vullen moet het gesteente gepolijst worden. Hiermee krijgt de toplaag een nog betere verdichting en is deze bestand tegen alle weersomstandigheden. (…) Impregneren is in deze niet noodzakelijk. (…)”

8.5. Het hof constateert dat dit antwoord, onafhankelijk van elkaar, door de experts [natuursteen-expert 1.] en [natuursteen-expert 2.] wordt bestreden. [natuursteen-expert 1.] en [natuursteen-expert 2.] hebben weliswaar als partijdeskundigen geoordeeld, maar dat zij deskundigheid zijn is door [geintimeerde] niet betwist.

Dienaangaande luidt het rapport van [natuursteen-expert 1.]:

“(…)Travertin is vorstbestendig voor buiten, doch in tegenstelling tot wat Jabjo aangeeft,mag travertin buiten alleen ongestopt worden verwerkt. Indien Travertin wordt gestopt kan het vochttransport niet zijn weg vinden en zal het stopsel bij opvriezing worden onthecht en zal het stopsel uitbreken.(…) Impregneren kan doch is niet noodzakelijk en weinig effectief. (…)

Het rapport van [natuursteen-expert 2.] luidt op dat punt:

“(…)De conclusie van Jabjo is pertinent onjuist. Volgens het productblad van het Centrum natuursteen, is Travertin vorstbestendig (…) Anderzijds is juist het stopsel in de meeste gevallen niet vorstbestendig, en zal dus loslaten bij vorst zoals bekend in de natuursteenbranche. (…) ook is het (stoppen, toevoeging hof) onnodig omdat Travertin als gesteente vorstbestendig is mits voldaan aan de voorwaarden (...) De stellige verklaring dat niet gestopt de Travertin zal bezwijken is dus onjuist(…). Het weren van vocht uit de vloer constructie door middel van het impregneren van de bovenlaag (natuursteentegels) vergroot de duurzaamheid van de gehele vloerconstructie. Het impregneren zou niet per se noodzakelijk zijn voor de natuursteen zelf, maar voor bescherming tegen nat worden van het onderliggende zand- en stabi-king bed.(…)

In reactie op het rapport [natuursteen-expert 2.] voert Jabjo bij aanvullend rapport van 13 december 2012 onder meer aan:

“(…) In deze casus, waarbij het bedoelde natuursteen in de tuin is aangebracht als terrasvloer zijn invloeden van buitenaf desastreus indien het bedoelde natuursteen, in deze Travertijn/Travertin, niet voor behandeld zijn. Gelet op het laatste hebben wij het in deze eerder gehad over het impregneren. Indien het laatste dus niet gebeurt zal dit met grenzende waarschijnlijkheid leiden tot afbreuk aan het natuursteen zoals voornoemd. (…) Gelet op het voorgaande is het dus zaak om het betreffende natuursteen voor verwerking buiten voor te behandelen alsmede te doen onderhouden indien men wil voorkomen dat dergelijke voornoemde schade ontstaat. (…) Thans en voor zover het [natuursteen-expert 2.], ofwel [Natuursteen] niet duidelijk was wat er met de benaming opstoppen werd bedoeld, geven wij aan dat het hier gaat om het voor bewerken van het natuursteen. Dit laatste betreft het aanbrengen van een zogenaamd beschermende laag, welke alsdan ook “toplaag” genoemd kan worden. Het opstoppen daarmee als gelijk bedoeld, (…)”

Zowel [natuursteen-expert 2.] als Jabjo verwijzen naar het productblad van het Centrum voor Natuursteen, dat als bijlage 2 bij het rapport van [natuursteen-expert 2.] is gevoegd. In zijn aanvullend rapport neemt Jabjo de op het productblad opgenomen tabel over, maar vermeldt niet dat op dit blad tevens staat:

“Bijzonderheden: Materiaal is vorstbestendig, (…) Stopsel (waarmee de natuurlijke gaatjes zijn dicht geplamuurd) kunnen loskomen door vorst (…)”

8.5. Nu twee deskundigen de bevindingen van de door de rechtbank benoemde deskundige tegenspreken heeft het hof behoefte aan een (nieuw) deskundigenbericht. Het hof zal aan de te benoemen nieuwe deskundige(n) dezelfde vragen voorleggen als door de rechtbank aan Jabjo zijn voorgelegd bij tussenvonnis van 19 januari 2011. Daarbij zal het hof de deskundige(n) verzoeken de vraag of onderhavig Travertin mocht worden geadviseerd voor buiten gebruik expliciet te beantwoorden en om zijn bevindingen, indien die op relevante punten afwijken van die in een of meer van de in deze procedure overgelegde rapporten, nader te motiveren. Het hof is gelet op het feit dat nog helemaal niet vast staat dat er sprake is van non-conformiteit als door [geintimeerde] aan haar vordering ten grondslag gelegd, voornemens de kosten van de deskundige voorshands ten laste van [geintimeerde] te brengen.

Partijen kunnen zich bij akte uitlaten over aantal, deskundigheid en - bij voorkeur eensluidend - over de persoon van de te benoemen deskundige(n).

8.6. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

9. De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 21 mei 2013 voor akte aan de zijde van [Natuursteen] met de hiervoor in 8.5 vermelde doeleinden, waarna [geintimeerde] in de gelegenheid zal worden gesteld hierop bij antwoordakte te reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan;

Dit arrest is gewezen door mrs. J.Th. Begheyn, L.R. van Harinxma thoe Slooten en J.C.J. van Craaikamp en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 mei 2013.