Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ9212

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-04-2013
Datum publicatie
02-05-2013
Zaaknummer
20-002633-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van het hof had de politierechter niet aan de behandeling van de zaak mogen toekomen omdat één van de personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting, te weten de verdachte, aldaar niet is verschenen, terwijl hij niet op de bij de wet voorgeschreven wijze op de hoogte is gebracht van het eerdere tijdstip van de terechtzitting. Het hof zal daarom het beroepen vonnis vernietigen en de zaak terugwijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2013/163

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002633-12

Uitspraak : 25 april 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 17 juli 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-084678-12 tegen:

[VERDACHTE],

geboren te [plaatsnaam] op [1970],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van diefstal door twee of meer verenigde personen, veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg alsmede het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal die ertoe strekt dat het hof de zaak zal terugwijzen naar het gerecht in eerste aanleg.

Door de verdachte is, eveneens terugwijzing naar de eerste rechter bepleit.

Terugwijzing

De verdachte heeft betoogd dat het hof het beroepen vonnis dient te vernietigen omdat de politierechter ten onrechte verstek tegen hem heeft verleend. Daartoe is – zakelijk weergegeven – het volgende door verdachte aangevoerd:

“Ik had voor de zitting bij de politierechter van 17 juli 2012 te 15.00 uur een dagvaarding ontvangen. Toen ik mij echter die dag vóór genoemd tijdstip bij de zittingzaal meldde, bleek mijn strafzaak al een uur eerder, gelijktijdig met de zaak tegen een medeverdachte, te zijn behandeld.

Dat was niet de bedoeling. Onze zaken stonden achter elkaar gepland maar ter terechtzitting heeft de politierechter kennelijk beslist dat ze gelijktijdig zouden worden behandeld.

Mijn raadsman, had de politierechter medegedeeld dat hij mij niet verwachtte. De politierechter heeft vervolgens verstek verleend en bevolen dat de behandeling van mijn zaak buiten mijn aanwezigheid werd voortgezet.

Hierdoor heb ik in eerste aanleg mijn verhaal niet kunnen doen. Als ik daartoe wel de gelegenheid had gehad, was er misschien een andere uitspraak gevolgd. Over het voorgaande heb ik ook met mijn advocaat gecorrespondeerd en hij heeft bevestigd dat het helaas niet goed is gegaan, maar daar heb ik nu niets aan. Ik zou mijn strafzaak nogmaals door de politierechter willen laten behandelen en ik verzoek het hof de zaak terug te wijzen naar de rechtbank.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Uit het proces-verbaal terechtzitting d.d. 17 juli 2012 van de politierechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch, blijkt dat verdachte niet ter terechtzitting is verschenen en dat de politierechter verstek heeft verleend en de zaak buiten aanwezigheid van verdachte heeft behandeld. Blijkens dit proces-verbaal was verdachtes raadsman niet bepaaldelijk gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren.

Met instemming van de verdachte heeft het hof in raadkamer de verklaring van verdachte geverifieerd bij de griffier van de rechtbank ’s-Hertogenbosch alsmede bij de toenmalig raadsman van verdachte, mr. A.G. van den Biezenbos.

Het is het hof gebleken dat de gang van zaken zoals door de verdachte geschetst, juist is. De strafzaak van verdachte is dus in eerste aanleg inderdaad op een eerder tijdstip dan het tijdstip waartegen verdachte was opgeroepen, bij verstek afgedaan. Er is naar het oordeel van het hof op dat eerdere tijdstip ten onrechte verstek verleend en daardoor heeft de verdachte zijn standpunt niet naar voren kunnen brengen. Naar het oordeel van het hof had de politierechter niet aan de behandeling van de zaak mogen toekomen omdat één van de personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting, te weten de verdachte, aldaar niet is verschenen, terwijl hij niet op de bij de wet voorgeschreven wijze op de hoogte is gebracht van het eerdere tijdstip van de terechtzitting.

Het hof zal daarom het beroepen vonnis vernietigen en de zaak terugwijzen, zoals door verdachte is bepleit en door de advocaat-generaal is gevorderd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep.

Wijst de zaak terug naar de politierechter bij de rechtbank Oost-Brabant, teneinde op de bestaande tenlastelegging opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Aldus gewezen door

mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter,

mr. J.F.M. Pols en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mw. J.G.M. van Zandbeek, griffier,

en op 25 april 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.P.M.F. Mols is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.