Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8748

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-04-2013
Datum publicatie
26-04-2013
Zaaknummer
HV 200.122.436
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 1:254 BW;

Anders dan de rechtbank verlengt het hof de ondertoezichtstelling van de minderjarigen.

De gezinsvoogd moet erop toezien dat het programma Signs of Safety alsnog wordt opgestart.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak: 25 april 2013

Zaaknummer: HV 200.122.436/01

Zaaknummer eerste aanleg: 254029 / JE RK 12-1819MZ04

in de zaak in hoger beroep van:

[Appellant]],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. P.A. Schippers.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 30 november 2012.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 21 februari 2013, heeft de vader verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, rechtdoende, de verzoeken van de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant (hierna: de stichting) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de hierna nader te noemen minderjarigen alsnog toe te wijzen.

2.2. Er is geen verweerschrift bij het hof ingekomen.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 april 2013. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vader, bijgestaan door mr. Schippers;

- de stichting, vertegenwoordigd door mevrouw M.F. den Brok;

- mevrouw [moeder] (hierna: de moeder).

2.3.1. De Raad voor de Kinderbescherming is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.3.2. Het hof heeft de hierna te noemen minderjarigen [zoon 1.], [dochter 1.], [dochter 2.] en [zoon 2.] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Zij hebben hiervan gebruik gemaakt en zijn voorafgaand aan de mondelinge behandeling ter zitting buiten aanwezigheid van partijen en overige belanghebbenden gehoord. Ter zitting heeft de voorzitter de inhoud van dit verhoor zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 26 november 2012;

- de brief van de stichting d.d. 14 maart 2013;

- de brief van de advocaat van de vader d.d. 22 maart 2013;

- de brief met bijlage van de advocaat van de vader d.d. 28 maart 2013;

- de brief met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 29 maart 2013.

3. De beoordeling

3.1. Uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk tussen de vader en de moeder zijn geboren:

- [zoon 1.] (hierna ook: [zoon 1.]), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996;

-[dochter 2.] (hierna ook: [dochter 2.]), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998;

-[dochter 1.] (hierna ook: [dochter 1.]), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998;

-[zoon 2.] (hierna ook: [zoon 2.]), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

tezamen hierna ook aan te duiden als de kinderen.

De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uit. De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de moeder.

3.2. De kinderen hebben vanaf 8 december 2010 tot 8 december 2012 onder toezicht van de stichting gestaan.

3.2.1. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de verzoeken van de stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling met ingang van 8 december 2012 afgewezen.

3.3. De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4. De vader voert in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - het volgende aan. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld worden de kinderen nog steeds bedreigd in hun ontwikkeling. De kinderen zitten klem tussen de ouders. Zij worden sterk beïnvloed door de moeder en voelen zich niet vrij om op enigerlei wijze contact te onderhouden met de vader. Volgens de vader versterken de kinderen elkaar ook in hun stellingname. Aan de mening van met name de jongste drie kinderen dient, gelet op hun leeftijd en het bestaande loyaliteitsconflict in relatie tot de ouders, geen zwaarwegende betekenis toegekend te worden. Door het loyaliteitsconflict kiezen de kinderen op dit moment openlijk de kant van de moeder waarbij zij zich negatief opstellen richting de vader. Volgens de vader is er alleen gedurende de laatste maanden van zijn relatie met de moeder sprake geweest van verbaal geweld van zijn kant, maar nooit ten opzichte van de kinderen.

Pas sedert september 2012 is er wezenlijke hulpverlening aangeboden in de vorm van de vechtscheidingsmodule van Herlaarhof. Deze module bleek echter niet de juiste vorm van hulp te zijn. Herlaarhof vond het veiligheidsplan Signs of Safety meer geschikt voor deze casus. Bij dit programma worden ook de kinderen betrokken. Signs of Safety is niet van start gegaan, doordat de rechtbank de ondertoezichtstelling beëindigde. In een vrijwillig kader wilde de moeder aan deze module niet deelnemen. De vader is van mening dat het programma Signs of Safety eerst voltooid dient te worden voordat de ondertoezichtstelling kan worden beëindigd.

3.5. De moeder heeft ter zitting - in het kort - het volgende verklaard. De ondertoezichtstelling van de kinderen is door de rechtbank terecht beëindigd. De twee jaren van ondertoezichtstelling hebben immers geen verandering van de situatie teweeggebracht. De moeder is van mening dat de gezinsvoogd haar en de kinderen niet serieus heeft genomen. De kinderen willen geen contact met de vader, omdat ze bang voor hem zijn. De vader heeft de kinderen mishandeld in de tijd dat de moeder buitenshuis werkte. Hij had ook regelmatig woedeuitbarstingen. De moeder wil niets meer met de vader te maken hebben. Zij heeft teveel wantrouwen naar hem. Bij de vechtscheidingsmodule van Herlaarhof heeft de moeder over de veiligheid van de kinderen gerept, maar daar werd niet op ingegaan. De moeder vindt het jammer dat de kinderen een negatief beeld van de vader hebben.

3.6. De stichting heeft ter zitting gepersisteerd bij de inleidende verzoeken tot verlenging. De kinderen zitten klem tussen de ouders en bevinden zich in een loyaliteitsconflict. De ouders worden door de kinderen tegen elkaar uitgespeeld. De stichting streeft naar contactherstel tussen de kinderen en de vader. In het programma Signs of Safety wordt bezien wat de kinderen nodig hebben om zich bij de vader veilig te voelen. Ook kan er gewerkt worden aan het verwerken van mogelijk door de kinderen opgedane traumatische ervaringen. Voor hulpverlening in een vrijwillig kader is te weinig draagvlak.

3.7. Het hof overweegt het volgende.

3.7.1. Op grond van artikel 1:254 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter een minderjarige die zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen, onder toezicht stellen.

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat nog steeds wordt voldaan aan de wettelijke gronden voor een ondertoezichtstelling. Het hof neemt daarbij het volgende in overweging.

3.7.2. Uit de overgelegde stukken, het horen van de kinderen en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat de kinderen zich nog steeds in een ernstig loyaliteitsconflict bevinden in relatie tot de ouders. Gebleken is voorts dat dit conflict zich de afgelopen maanden heeft versterkt. [dochter 2.] en [dochter 1.] hebben via facebook contact gezocht met de vader. Zij hadden een conflict met de moeder en zochten hun toevlucht tot de vader. De ouders worden op deze manier tegen elkaar uitgespeeld. Het hof acht dit een zorgelijke ontwikkeling en is anders dan de rechtbank van oordeel dat er nog steeds sprake is van een zodanig ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen dat er aanleiding bestaat om de ondertoezichtstelling te verlengen. Daarbij neemt het hof mede in aanmerking dat in een uiterste poging voornoemde ontwikkelingsbedreiging af te wenden het veiligheidsplan Signs of Safety op het punt van beginnen stond toen de rechtbank de ondertoezichtstelling beëindigde. De moeder heeft vervolgens geweigerd om op vrijwillige basis aan dit programma deel te nemen.

De kinderen hebben de vader al bijna anderhalf jaar niet meer gezien. Zij hebben tegenover het hof verklaard dat zij geen contact meer met hem willen. Ze zijn bang voor hem en vertrouwen hem niet. De moeder heeft aangevoerd dat zij zorgen heeft rondom de veiligheid van de kinderen bij de contacten tussen de vader en de kinderen. De stichting heeft ter zitting uiteengezet dat het programma Signs of Safety er op gericht is te onderzoeken wat de kinderen nodig hebben om zich veilig te voelen in het contact met de vader. Tegen deze achtergrond acht het hof het in het belang van de kinderen dat juist de module Signs of Safety alsnog wordt opgestart. Het hof acht daarnaast van belang dat de kinderen in dit programma de ruimte krijgen om zich een zelfstandig oordeel over de vader te vormen en aan de hand daarvan te bezien of en, zo ja, op welke wijze zij contact met hem willen.

Gebleken is dat hulpverlening in een vrijwillig kader niet toereikend is. De gezinsvoogd dient erop toe te zien dat het programma Signs of Safety wordt opgestart.

3.8. Het voorgaande leidt ertoe dat de beschikking waarvan beroep zal worden vernietigd.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 30 november 2012,

en opnieuw rechtdoende:

wijst alsnog toe de inleidende verzoeken van de stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling;

verlengt de termijn van ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarigen:

- [zoon 1.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996;

- [dochter 2.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998;

- [dochter 1.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998;

- [zoon 2.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

met ingang van 8 december 2012 voor de duur van een jaar, te weten tot 8 december 2013;

verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, afdeling civiel recht, team familie- en jeugdrecht ter attentie van het centraal gezagsregister;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.C.G. Brants, C.D.M. Lamers en H.J.M. van Arkel-van Gasselt en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2013.