Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ6790

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
12-04-2013
Zaaknummer
20-003694-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 310 Sr. / DNA: Verweer dat slechts sprake zou zijn van één bewijsmiddel, te weten een in de woning aangetroffen sigarettenpeuk, waarop het DNA-profiel van verdachte is aangetroffen, wordt verworpen. Het hof stelt vast dat, naast de sigarettenpeuk, in de slaapkamer van de woning as is aangetroffen, terwijl aangever heeft verklaard dat hij in zijn woning niet rookt. Het hof gaat er derhalve van uit dat de as en de sigarettenpeuk bij elkaar horen en dat de dader van de diefstal ten tijde van zijn aanwezigheid in de woning aldaar een sigaret heeft gerookt. Naar het oordeel van het hof kan het daarom niet anders zijn dan dat het verdachte is die de diefstal heeft gepleegd, ook omdat verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij sigaretten rookt en in de tenlastegelegde periode in Maastricht kwam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003694-12

Uitspraak : 3 april 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Maastricht van 25 oktober 2012 in de strafzaak met parketnummer 03-194770-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortplaats en datum] 1973,

thans uit anderen hoofde verblijvende in gevangenis Esserheem te Veenhuizen.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.

De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de in dat vonnis opgelegde straf en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Door de verdediging is vrijspraak bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 17 juni 2011 tot en met 18 juni 2011 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adresgegevens] heeft weggenomen een Apple Macbook en/of een Apple Ipod Nano en/of een Vodafone Dongel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 17 juni 2011 tot en met 18 juni 2011 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adresgegevens] heeft weggenomen een Apple Macbook, een Apple Ipod Nano en een Vodafone Dongel, toebehorende aan [benadeelde].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit nu er slechts sprake zou zijn van één bewijsmiddel, te weten een in de woning aangetroffen sigarettenpeuk, waarop het DNA-profiel van verdachte is aangetroffen. Voorts heeft hij aangevoerd dat er veel scenario’s denkbaar zijn die een verklaring geven voor de aanwezigheid in de woning van die peuk, anders dan het scenario dat de verdachte daar de bewuste dag van de diefstal is geweest.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof stelt vast dat in genoemde woning een sigarettenpeuk is aangetroffen met daarop DNA-materiaal (enkelvoudig DNA-profiel) dat, zo volgt uit onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat dat DNA-profiel aan een ander dan aan verdachte toebehoort is kleiner dan één op één miljard. Nu aan het onderzoek ter terechtzitting geen aanknopingspunten kunnen worden ontleend dat het DNA aan een andere persoon dan aan verdachte toebehoort, gaat het hof ervan uit dat de sigarettenpeuk in de woning van verdachte afkomstig is.

Voorts is in de slaapkamer van de woning as aangetroffen, terwijl aangever heeft verklaard dat hij in zijn woning niet rookt . Het hof gaat er derhalve van uit dat de as en de sigarettenpeuk bij elkaar horen en dat de dader van de diefstal ten tijde van zijn aanwezigheid in de woning aldaar een sigaret heeft gerookt.

Gelet op vorenstaande kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat het verdachte is die de diefstal heeft gepleegd. Van feiten of omstandigheden die zouden moeten leiden tot een ander oordeel is het hof niet gebleken, te meer niet nu verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij sigaretten rookt en in de tenlastegelegde periode in Maastricht kwam.

Het verweer wordt in zoverre verworpen. De stelling van de raadsman dat er slechts sprake zou zijn van één bewijsmiddel, te weten een in de woning aangetroffen sigarettenpeuk, waarop het DNA-profiel van verdachte is aangetroffen, behoeft gelet op de gebezigde bewijsmiddelen geen bespreking.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op: diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Het hof heeft daarbij gelet op de omstandigheid dat de verdachte reeds meerdere malen terzake een soortgelijke strafbaar feit is veroordeeld.

Het hof sluit voor de bepaling van de straf aan bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden, en bij straffen die door dit hof in gevallen vergelijkbaar met het onderhavige worden opgelegd. Voor een insluiping in een woning waarbij sprake is van recidive is het uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, zoals door de advocaat-generaal gevorderd. Het hof ziet geen aanleiding om af te wijken van dat uitgangspunt, gelet op de recidive op het gebied van vermogensdelicten, zoals daarvan blijkt uit het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 14 februari 2013.

Ook toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht leidt in dit geval, anders dan door de raadsman bepleit, gelet op genoemde recidive, niet tot matiging van de straf. Het hof acht derhalve de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Aldus gewezen door

mr. H. Eijsenga, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. R.M. Peters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mw. C.M. Sweep, griffier,

en op 3 april 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Eijsenga en mr. Peters zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.