Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ2577

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-02-2013
Datum publicatie
27-02-2013
Zaaknummer
20-000086-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2011:BU9341, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:3140, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Grooming; Strafbaar handelen door verdachte in het kader van art. 248e Sr. Aan het vereiste van “een voorstel voor een ontmoeting en het verrichten van een handeling gericht op het realiseren van die ontmoeting” is voldaan. Bij dit oordeel is gelet op het doel en de strekking van art. 248e Sr. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan een gedeelte, groot 7 maanden voorwaardelijk, met 2 jaren proeftijd, en met bijzondere voorwaarden, met aftrek van voorarrest. Voorts last tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000086-12

Uitspraak : 27 februari 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 28 december 2011, parketnummer 01-839314-11 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 05-515316-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op […] 1984,

wonende te [adres]

Hoger beroep

Bij voormeld vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 28 december 2011 is verdachte - verkort weergegeven - ter zake van “grooming” veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden en met aftrek van het voorarrest. Voorts zijn beslissingen genomen over het beslag. Ten slotte is een beslissing gegeven over een vordering tot tenuitvoerlegging, te weten een last tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf, te weten voor de duur van 6 maanden.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, het primair ten laste gelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte terzake daarvan zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met daarbij te stellen bijzondere voorwaarden, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal het hof verzocht een eerder opgelegde voorwaardelijke straf geheel ten uitvoer te leggen en met betrekking tot de in beslag genomen goederen te beslissen overeenkomstig het vonnis van de eerste rechter.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit en dat het subsidiair ten laste gelegde feit geen strafbare poging is aangezien er geen begin van uitvoering is gemaakt.

Subsidiair heeft de raadsman bepleit een straf op te leggen, zoals de rechtbank heeft gedaan, maar met afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Meer subsidiair heeft hij bepleit deze voorwaardelijke gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

primair:

hij in de periode van 1 september 2010 tot en met 20 juni 2011 te Eindhoven en/of te Westervoort, althans in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten Hyves en/of MSN en/of E-buddy en/of SMS en/of GSM) met een persoon van wie hij, verdachte, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer], geboren op [1999], een of meer ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen (gemeenschap) met die [slachtoffer] te plegen terwijl hij (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer] concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd en/of plaats (het bos en/of winkelcentrum Woensel) van die ontmoeting.

subsidiair:

hij in de periode van 1 september 2010 tot en met 20 juni 2011 te Eindhoven en/of te Westervoort, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten Hyves en/of MSN en/of E-buddy en/of SMS en/of GSM) met een persoon van wie hij, verdachte, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer], geboren op [1999], een of meer ontmoeting(en) heeft voorgesteld, met het oogmerk ontuchtige handelingen (gemeenschap) met die [slachtoffer] te plegen terwijl hij, verdachte, daarbij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij, verdachte, met voornoemd oogmerk die [slachtoffer] concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd en/of plaats (het bos en/of winkelcentrum Woensel) van die ontmoeting, zijnde dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De bewijsmiddelen

Op grond van het dossier alsmede het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.

1. de aangifte van [moeder slachtoffer], voor zover inhoudende als verklaring van deze [moeder slachtoffer] d.d. 19 april 2011 :

Ik ben de moeder van de 11-jarige [slachtoffer]. In september 2010 bemerkte ik dat mijn dochter [slachtoffer], via het internet, aan het chatten was met een jongen, die [verdachte] heette. In oktober 2010 heeft [slachtoffer] tegen mij verteld dat die jongen 20 jaar oud was. Ook hoorde ik dat die [verdachte] nu in Eindhoven woonde. Ik heb toen op het hyves-account van die [verdachte] gekeken en hier stond hij met een foto op.

Op 8 april 2011 zat [slachtoffer] achter de computer. Toen zij weg was heb ik haar g-mail nagekeken. Ik las toen de geschiedenis door van [slachtoffer], dat is [e-mailadres 1].

Zij was toen bezig geweest met chatten met die [verdachte]. Ook las ik toen dat die [verdachte] persoonlijke afspraakje probeerde te maken met [slachtoffer]. Ook las ik dat die [verdachte] probeerde om seks te hebben met [slachtoffer].

De volgende dag, 9 april 2011, heb ik [slachtoffer] met mijn bevindingen geconfronteerd.

[slachtoffer] vertelde tegen mij dat zij op aandringen van die [verdachte] al haar msn-berichten moest wissen en ook bleek later dat hij hierom vroeg via een sms-berichtje op de zwarte GSM van [slachtoffer].

Ik heb de bewaarde smsjes en de bewaarde chatmails ook daadwerkelijk gezien op de computer thuis en op de oranje en zwarte GSM. Ik kon hieruit opmaken dat [verdachte] maar aan bleef dringen op een snelle ontmoeting en het hebben van seks.

Ik las de chatgesprekken tussen [slachtoffer] en [verdachte]. Ik heb gelezen dat die [verdachte] om naaktfoto’s van [slachtoffer] vroeg.

[slachtoffer] is een normaal meisje dat nog op de basisschool zit, in groep 8. [slachtoffer] is licht autistisch (pddnos). Zij neemt wel bepaalde dingen van mij aan, maar zij begrijpt niet waarom zij dat aanneemt. Zij is heel erg naïef en kwetsbaar.

Ik weet dat [verdachte] nog steeds contact wil met [slachtoffer]. Eergisteren zei [slachtoffer] tegen mij dat zij op het chatprogramma E-buddy zat en dat [verdachte] toen weer aan haar vroeg om contact te maken.

2. een akte van geboorte , opgemaakt te Eindhoven op 15 juli 1999 door de ambtenaar van de burgerlijke stand, voor zover inhoudende:

kind:

geslachtsnaam: [geslachtsnaam]

voornamen: [voornamen]

dag van geboorte: [geboortedatum].

3. een studioverhoor , voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten:

Op 10 mei 2011 vond het studioverhoor van [slachtoffer], wonende te Eindhoven, plaats. Het onderstaande is een samenvatting van de verklaring die [slachtoffer] in de verhoorstudio aflegde.

Op de vraag aan [slachtoffer] wie [verdachte] is, verklaarde [slachtoffer] dat hij een man is en 20 jaar oud is. Zij heeft hem een keer aan de telefoon gesproken. [slachtoffer] verklaarde dat [verdachte] in Eindhoven woont. [slachtoffer] verklaarde dat zij op Hyves met [verdachte] in contact is gekomen. Zij had hem toegevoegd aan Hyves. Zij verklaarde verder dat zij hem moest verwijderen. Dat dat van hem moest. Dat zij ook op een site genaamd E-buddy zat. Dat [verdachte] had gezegd dat ze op E-buddy verder zouden praten en dat de reden hiervan was dat anderen dan hun gesprekken niet konden zien. [slachtoffer] verklaarde verder dat zij ook via MSN en via de telefoon (ook sms) contact met [verdachte] had.

Aan [slachtoffer] werd gevraagd wat [verdachte] van haar weet. [slachtoffer] verklaarde dat ze tegen [verdachte] heeft verteld dat ze elf jaar oud is. Dat ze in Eindhoven in de wijk Woensel woont.

[slachtoffer] verklaarde verder dat [verdachte] aan haar voorstelde om in het winkelcentrum Woensel met elkaar af te spreken. [slachtoffer] verklaarde dat [verdachte] elke keer als zij met elkaar contact hadden hij met haar wilde afspreken, dat hij dit elke keer aan haar vroeg. [slachtoffer] heeft een keer aan [verdachte] verteld dat ze was gaan wandelen in het bos. Nadat zij dit tegen hem had verteld vroeg [verdachte] telkens aan haar om in het bos af te spreken.

[slachtoffer] gaf meerdere keren aan dat ze al haar problemen tegen hem vertelde.

Desgevraagd verklaarde [slachtoffer] dat [verdachte] om foto’s van haar heeft gevraagd. Dat hij ook om foto’s van haar zonder of met minder kleren heeft gevraagd. Dat [verdachte] tegen haar zei dat ze mooi en lief was.

[verdachte] heeft tegen [slachtoffer] verteld dat hij met een meisje had genaamd [naam contact ander meisje] van 12 jaar oud en een ander meisje van 13 jaar oud seks heeft gehad en dat zij zich geen zorgen hoeft te maken.

[verdachte] heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat hij haar eerste wil zijn en dat dit niet raar is.

Ze vond dat [verdachte] snel over seks begon te praten met haar.

Een paar dagen geleden heeft [verdachte] nog contact met haar gezocht.

4. het relaas van de verbalisant omtrent de aanhouding van de verdachte, voor zover inhoudende:

Op 21 juni 2011 hield ik te Eindhoven aan als verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op […]1984,

wonende [adres].

4. het relaas van bevindingen van de verbalisant [verbalisant] :

Vanaf 12 april 2011 tot en met 12 juni 2011 werden vanaf de e-mail adressen [e-mailadres 1] en [e-mailadres slachtoffer] diverse oudere berichten door gestuurd.

Ik bekeek de berichten en ik zag ondermeer dat deze e-mails onder meer als inhoud hadden:

-chatberichten tussen [slachtoffer] [e-mailadres slachtoffer)] met [verdachte];

-door [slachtoffer] gestuurde berichten aan [verdachte]

-door [slachtoffer] ontvangen berichten van [verdachte].

(het hof begrijpt: het laatste smsbericht dat de verbalisant zag was; )

-een bericht van e-buddy d.d. 12 juni 2011 11:44 uur van [verdachte] [(e-mailadres verdachte)] “Hee lief meisje..” waarop [slachtoffer] schrijft: “hee ik kan nie prate ff okee..? ander x.. xx”.

5. een aantal zich in het dossier bevindende uitgewerkte chat-gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Chatgesprek van 5 februari 2011

Verdachte: mag ik een foto van jou in je onderbroek? (blz. 61)

Verdachte: mag ik van jou spannende foto’s maken? (blz. 62)

Verdachte: echt niet schatje? Samen leuke foto’s maken.. (blz. 63)

Verdachte: ik wil je zo graag op foto schatje.. (blz. 63)

[slachtoffer]: hihi waarom dan? (blz. 63)

Verdachte: het liefst naakt! (blz. 63)

Verdachte: ik vind jou zo leuk en sexy schatje.! (blz. 63)

Verdachte: ik wil met je vrijen? Daarom wil ik een foto zodat ik weet hoe jij bent.. (blz. 64)

Verdachte: wil je er toch over nadenken om naakt foto te sturen? Want zo leer ik je weer beter kennen.. zodat als we sex gaan hebben ik veel van je weet.. (blz. 64)

Verdachte: haha .. met je vinger bij je poesje zitten.. (blz. 70)

[slachtoffer]: da klinkt gwn egt ranzig.. (blz. 70)

Verdachte: echt lekker hoor.. heb je dat al wel is je zus gevraagd? (blz. 70)

[slachtoffer]: neej.. die dat da nie hoor (blz. 70)

Verdachte: is echt niet ranzig want dat ga je straks echt doen. (blz. 70)

Verdachte: (..) ik denk dat jij eerder sex gaat hebben hoor..

denk op je 11de of 12de (blz. 71)

[slachtoffer]: egt?? (blz. 71)

Verdachte: ja ik denk het wel lieverd.. ik denk dat wij snel gaan uitproberen (blz. 71)

Chatgesprek van 10 maart 2011

Verdachte: hoe is je cito gegaan? (blz. 76)

[slachtoffer]: uh, gewoon, 540 (blz. 76)

Verdachte: ontmoet ik je van het weekend? (blz. 77)

[slachtoffer]: denk het niet. (blz. 77)

Verdachte: waarom niet? Nog steeds eng? (blz. 77)

[slachtoffer]: nee, kan niet en misschien een beetje eng.(blz. 77)

Verdachte: dan zien we nog wel even. (blz. 77)

Verdachte: kan toch gewoon ons geheim zijn.. (blz. 78)

Verdachte: zou je het al willen? (blz. 82)

[slachtoffer]: geen idee (blz. 82)

Verdachte: beetje voelen enzo, of alles? (blz. 82)

Verdachte: zullen we snel proberen? Binnenkort mooi weer, we bos in. (blz. 82)

Verdachte: goed plan? Ik wil je echt. (blz. 83)

Verdachte: wil met je vrijen, lief vind ik jou, super voorzichtig. (blz. 83)

Verdachte: ik blijf hopen ooit sex met je te hebben. (blz. 83)

Verdachte: Hoe denk jij erover? (blz. 84)

[slachtoffer]: ik weet t niet, ik vind niet egt bij mij passe ofzow, Ik ken jou via hyves, je bent een stuk ouder…snapje?? Miss beetje gek?? (blz. 84)

Verdachte: vind je echt..

Sex is erg leuk en lekker hoor..

Samen genieten. (blz. 84)

Verdachte: En ben een jongen die dat kan ik goed zonder pijn.. (blz. 84)

[slachtoffer]: miss is het raar dat je ongeveer het dubbele van mijn leeftijd bent? (blz. 84)

Verdachte: nee joh.. (blz. 84)

Verdachte: het is maar aan getal toch.. en ben geen opa.. Valt nog best mee hoor.. (blz. 84)

Verdachte: Ik hoop echt dat je me gaat vertrouwen.. als je ouder bent ga je het wel snappen..

[slachtoffer]: jaa, ik snap het wel.. (blz. 84)

Verdachte: ik vind jongere miejse wel erg leuk.. ik wil met jou ontdekken wat sex is.. (blz. 84)

Verdachte: ik wil met je oefenen om het zo te zeggen.. (blz. 84)

[slachtoffer]: ahhah, maar ik snap niej helemaal dat jij dat wilt, jij kan toch genoeg meisjes krijgen?? (blz. 84)

Verdachte: Nee ik vind jou speciaal.. bij jou moet alles nog zo voorzichtig snapje (blz. 84)

Verdachte: je weet nog net veel en dat wil ik je leren..(blz. 85)

[slachtoffer]: oow..(blz. 85)

Verdachte: maak je x spannende foto…? (blz. 87)

Verdachte: dan zien we elkaar snel in bos oke (blz. 88)

[slachtoffer]: isgoed (blz. 88)

Verdachte: hoef niet gelijk sex hoor.. (blz. 88)

Eerst elkaar leren kennen (blz. 88)

[slachtoffer]; Uhm oke. (blz. 88)

Verdachte: maar dan wel durven oke.. (blz. 89)

Je hoeft echt niet bang te zijn.. (blz. 89)

Chatgesprek van 13 maart 2011

Verdachte: zin om met mij naar buiten te gaan..?

Waar ben je zo dan..?(blz. 98)

[slachtoffer]: ik weet niet, gwn 8er in bos.. (blz. 98)

Verdachte: waar is dat..? kom ik ook.. (blz. 98)

[slachtoffer]: hahah, da durf ik niet egt. (blz. 98)

[verdachte]: moet toch een x gebeuren,, mooi moment ervoor toch.. (blz. 98)

[slachtoffer]: ik vind beetje engig. (blz. 98)

Verdachte: waar is dat lieverd.. (blz. 98)

als je niet meer wilt ga ik weer weg hoor.. (blz. 99)

leg is uit waar dat bos is..? (blz. 99)

langs het spoor..? (blz. 99)

[slachtoffer]: uh neej.. maar uhm, ik vind eng sry/ (blz. 99)

Verdachte: plz kom op.. (blz. 99)

[slachtoffer]: wrm dan.? (blz. 99)

Verdachte: ik wil je ontmoeten.. (blz. 99)

Verdachte: over 4 maanden is het ook nog steeds eng (blz. 99)

Verdachte: mooi moment ervoor (blz. 99)

Verdachte: doen..? Hoelaat en waar..? (blz. 100)

[slachtoffer]: [naam verdachte] plz, ik durf egt niet. (blz. 100)

Verdachte: sms me vanavond maar oke (blz. 101)

[slachtoffer]: ik weet nummer niet. (blz. 101)

Verdachte: [telefoonnummer verdachte] (blz. 101)

Chatgesprek van 20 maart 2011

[slachtoffer]: hoe ist met [naam contact ander meisje]? (blz. 105)

Verdachte: goed hoor.. (blz. 105)

[slachtoffer]: maar ik snap niet helemaal.. hebbe jullie me elkaar (blz. 105)

Verdachte; nee hebben niks.. (blz. 105)

Verdachte: alleen beetje sexe (blz. 105)

[slachtoffer]: dus dat doe je maar gwn met iedereen.? Das toch raar.? (blz. 106)

Verdachte: nee niet mer iedereen! Alleen speciale meisjes.. (blz. 106)

Verdachte: jij bent net zo speciaal als haar.. maar jij durft nog niet zo goed.. Ze is 12 (blz. 106)

[slachtoffer]: hoeveel mensen vind jij dan nie speciaal (blz. 106)

Verdachte: alleen jou en [naam contact ander meisje] (blz. 106)

Verdachte: eens moet je ergens beginnen toch.. (blz. 107)

VerdachteL zou je al willen? (blz. 107)

[slachtoffer]: miss wel,.. ik weet niet, alleen het is miss beetje raar.. (blz. 107)

Verdachte: miss wel beetje, mja wel super lekker.! (blz. 107)

[slachtoffer]: da weet ik niet hea (blz. 107)

Verdachte: weet ik wel, loes vind ook super lekker.. ieder meisje hoor.. (blz. 107)

Verdachte: binnenkort alleen thuis.? (blz. 107)

[slachtoffer]: weet ik niet.. vast wel (blz. 107)

Verdachte: je moet het ervaren en niet luisteren naar anderen.. volg je gevoel.. ik vind wel dat er klaar voor bent.. (blz. 107)

[slachtoffer]: egt.? (blz. 107)

Verdachte: als je alleen bent sms je me dan? (blz. 107)

[slachtoffer]: jah is goed (blz. 107)

Verdachte: ik vind van wel.. maar voel jij dat je er klaar voor bent…

Oké, gezellig durf je wel dan?

Ik hoef echt niet gelijk sex of piemel erin hoor… alleen beetje kriebelen.. (blz. 107)

Chatgesprek van 29 maart 2011

Verdachte: ik vind dat ’t afspreken wel snel mag gebeuren. (blz. 114)

[slachtoffer]: ik ook wel eigenlijk… maar ik ben bang… egt zo kut (blz. 114)

Verdachte: hoeft echt niet.. Wat enk je dat er kan gebeuren..? (blz. 114)

[slachtoffer]: geen idee eigenlijk.. ben gewoon bang (blz. 114)

Verdachte: mag ik wel wat proberen dan..? (blz. 114)

[slachtoffer]: wat bedoel je? (blz. 114)

Verdachte: bij jou.. (blz. 114)

[slachtoffer]: ...(blz. 114)

Verdachte: is dat een jah..? (blz. 115)

Verdachte: laten we morgen midag doen.. (blz. 115)

in het bos afspreken.. (blz. 115)

[slachtoffer]: morgen ben ik smiddags bij [naam bekende]..(blz. 115)

Verdachte: oke en de avond dan? (blz. 115)

Verdachte: haha doen dan..? even 15 min (blz. 115)

Verdachte oke ik kan eigenlijk niet langer wachten.. (blz. 116)

Verdachte: ik wel het weet over sex hebben.. maar dat moet ik niet doen (blz. 117)

[slachtoffer]: hoezo?? (blz. 117)

Verdachte: weet niet.. ik vind je aantrekkelijk.. wil sex met jou.. wil jou eerste zijn.. (blz. 117)

Verdachte: wil jou laten weten hoe lekker dat is (blz. 117)

Verdachte: ook al ben je nog jong. leer ik het je(blz. 117)

Verdachte: mja als ik sex met jou zou hebben stop ik met [naam contact ander meisje] hoor.. (blz. 120)

[slachtoffer]: egt? (blz. 120)

Verdachte: jah echt (blz. 120)

[slachtoffer]: is dat niet beetje gemeen..?? (blz. 120)

Verdachte: weet niet.. kan toch niet met twee meisjes sex hebben enzo.. (blz. 120)

Verdachte: wanneer denk je sex te willen..? (blz. 120)

[slachtoffer]: geen idee.. nu vink da alleen maar eng eigenlijk . maar ja komt wel denk ik

Verdachte: denk wel.. eerst maar afspreken deze week oke.. (blz. 121)

[slachtoffer]: uh, als ik durf oke (blz. 121)

Verdachte: gewoon doen.. (blz. 121)

6. het relaas van bevindingen van de verbalisant [naam verbalisant] , voor zover inhoudende:

Op 12 en 19 april 2011 werd een GSM, merk Alcatel, kleur oranje met het 06 nummer [……..] in beslag genomen. Deze GSM was van [slachtoffer].

Ik heb onderzoek verricht en uit het Device Rapport van deze GSM kwam de navolgende relevante informatie naar voren:

Onder het item gesprekken, inhoudende: gemaakte, ontvangen, gemiste gesprekken naar of vanaf het apparaat, kwam de informatie “[verdachte]” met nummer “[nummer]” naar voren.

Onder het item SMS, inhoudende: SMS berichten van of naar het apparaat, kwam naar voren dat met het nummer [nummer] diverse SMS berichten verzonden waren naar het 06 nummer [nummer van slachtoffer]. Het betreft de volgende berichten:

Bericht dd. 6-12-2010 17:27:55: Heb je woensdag avond nog vrij gehouden voor ons?

Knuffel xx (blz. 165)

Bericht dd. 6-12-2010 17:46:30: (..) en gaat woensdag avond lukken dan? Xx denk aan je!! (blz. 165)

Bericht dd. 6-12-2010 17:52:04: Hoop dat je durft, je hoeft echt niet bang te zijn.. Gewoon

elkaar een x zien.. (blz. 165)

Bericht dd. 7-12-2010 14:46:16: (..) ben je toevallig zo in het bos of wordt dat morgen?

(blz. 165)

Bericht dd. 7-12-2010 16:10:47: (..) Ik hoop dat je morgenavond naar het bos gaat, vroeg in de avond toch.? 1 uurtje is genoeg hoor.. misje Xx

(blz. 165)

Bericht dd. 8-12-2010 12:31:36: Hee lief meisje.! Ik wil echt niet zeuren, maar weet je al meer over straks.? Zullen we het gewoon doen, afspreken.

18 uur doen? Hoop dat je durft. Xxxx (blz. 165)

Bericht dd. 19-12-2010 12:18:14: (…) Zou echt graag sex met je willen.. Xx (blz. 166)

7. het proces-verbaal van verhoor van verdachte, wonende [adres] , voor zover inhoudende:

Volgens mij is het contact met [slachtoffer] via Hyves ontstaan. Volgens mij heb ik dat contact als eerste gelegd.

Ik vroeg wat ze had gedaan. Ze vertelde wat ze bijvoorbeeld op school deed.

Ik kan me herinneren dat we het over de cito uitslag hebben gehad.

Ik ben wat ouder dan [slachtoffer]. Volgens mij heb ik verteld dat ik 20 was.

Als ik mijn echte leeftijd zou hebben gezegd dan wilde ze misschien geen contact met mij.

We hebben het wel eens over sex gehad.

U vraagt waarom ik het met zo een jong meisje heb over seks. Het is niet normaal. Het trekt me aan. Ik weet dat het niet kan.

Het hoort gewoon niet op die jonge leeftijd.

Ik weet dat ze vaak naar het bos ging om daar tot rust te komen. Het klopt dat [slachtoffer] een afspraakje heeft afgehouden, anders was het er wel van gekomen.

8. het proces-verbaal van verhoor van verdachte, , voor zover inhoudende:

Ik zocht vooral ’s avonds contact met [slachtoffer]. Volgens mij was [slachtoffer] rond 19.00 uur on line en dan maakte ik contact. Dit was vooral doordeweeks.

Ik heb [slachtoffer] wel gevraagd om een foto in haar ondergoed en of ze er toch over wil nadenken om een naaktfoto te sturen.

We zaten op msn.

Verder verliep het contact via de telefoon.

[slachtoffer] zat vaak op E-Buddy. Ik heb gezegd dat we daar verder konden chatten.

Ik gebruik de volgende hotmailadressen:

[e-mailadres 1] en [e-mailadres 2], welke laatste ik nog steeds gebruik.

Ik voelde me wel tot [slachtoffer] aangetrokken.

U vraagt mij wie [naam contact ander meisje] is. Dat is verzonnen.

9. het proces-verbaal van verhoor van verdachte, , voor zover inhoudende:

U vraagt mij naar mijn reactie op hetgeen mij wordt verweten. Ja, ik heb bekend. Wat ik heb gedaan kan niet door de beugel.

10. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 13

februari 2013, voor zover inhoudende:

Het is juist dat ik in de periode van 1 september 2010 tot en met 20 juni 2011 seksueel getinte gesprekken heb gehad met [slachtoffer], die toen 11 jaar oud was. Dat heeft ze me zelf verteld. We hadden contact via msn en sms. Als je naar de tekst van de berichten kijkt zie je dat er wordt gesproken over het maken van afspraken tussen haar en mij. Ik woonde destijds in Eindhoven op het terrein van de Grote Beek. Ik ben in die periode niet in het buitenland geweest.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

I.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep zijn bij de politie en de rechter-commissaris afgelegde -bekennende- verklaringen genuanceerd, in die zin dat er wel met [slachtoffer] is gesproken over seks, maar dat het er niet zozeer over ging dat hij seks met [slachtoffer] wilde hebben. Verder is er nooit een afspraak gemaakt met [slachtoffer] en hij heeft hierop ook niet aangedrongen. De verklaring afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris, dat het er wel van zou zijn gekomen, geeft niet goed weer wat er door hem is gezegd. Voorts heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat de contacten met [slachtoffer] alleen maar communicatie waren en dat, als er een ontmoeting zou zijn afgesproken, hij daar niet naar toe zou zijn gegaan.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof houdt de verdachte aan zijn verklaringen afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris. Het hof acht deze verklaringen geloofwaardig en ziet geen aanleiding om daaraan te twijfelen, mede gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen, in het bijzonder de inhoud van de chat- en smsgesprekken.

II.

a.

Van de zijde van de verdediging is -kort gezegd- aangevoerd dat, mede gelet op de wetsgeschiedenis van artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht, voor strafbaarheid in het kader van “grooming” niet alleen sprake moet zijn van een voorstel voor een ontmoeting, maar ook van een uitvoeringshandeling gericht op het realiseren van de ontmoeting. Dat wijst dus al snel in de richting van een concrete datum, tijd en plaats. Daarvan is in deze zaak echter geen sprake. [slachtoffer] heeft niet verteld in welk bos zij ging wandelen. Ook is niet bekend waar in winkelcentrum Woensel zou worden afgesproken.

Gelet daarop kan het primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend worden bewezen verklaard en moet verdachte worden vrijgesproken.

Het hof overweegt als volgt.

b.

Blijkens de Memorie van Toelichting is voor strafbaarheid van “grooming” ex artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht vereist dat de communicatiefase, waarbij de dader in een langerlopend proces door veelvuldig chat- en e-mailcontact langzaam het vertrouwen wint van het kind, het kind verleidt tot het delen van intimiteiten en op die wijze het kind in de digitale wereld vatbaar maakt voor seksueel misbruik in de fysieke wereld, uitmondt in een voorstel voor een ontmoeting en het verrichten van een handeling gericht op het realiseren van die ontmoeting. Er dient aldus sprake te zijn van het treffen van concrete voorbereidingen gericht op het verwezenlijken van de ontmoeting.

c.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt van de navolgende feiten en/of omstandigheden:

- de gesprekken die verdachte met [slachtoffer] voerde, gingen veelal over seksuele onderwerpen, in het bijzonder dat hij hoopte met haar te vrijen en seks met haar te hebben. Hij heeft haar ook gevraagd om aan hem een naaktfoto te sturen, zodat hij, als ze seks zouden hebben, veel van haar wist. Hij spiegelde het slachtoffer daarbij voor dat het normaal zou zijn om seks te hebben op haar leeftijd. Hij noemde als voorbeeld het feit dat hij ook seks had met een meisje van 12 jaar, [naam contact ander meisje] genaamd;

- verdachte heeft bij herhaling bij [slachtoffer] aangedrongen op een ontmoeting. Hij heeft daartoe voorgesteld om elkaar te ontmoeten, in het bos, in het winkelcentrum Woensel en bij haar thuis. Hij heeft een concrete middag, avond dan wel tijdstip genoemd.

- verdachte heeft er bij [slachtoffer] op aangedrongen dat zij een plaats voor de ontmoeting zou noemen en heeft er herhaaldelijk op aangedrongen dat de ontmoetingen snel zouden plaatsvinden. Hij heeft haar kort samengevat onder druk gezet;

- verdachte en [slachtoffer] woonden allebei in Eindhoven; zij wisten dat ook van elkaar.

Daarbij wist verdachte dat zij in de wijk Woensel woonde. Ze hadden elkaars telefoonnummers. In het kader van het concretiseren van een afspraak geeft verdachte haar zijn telefoonnummer.

Gelet op voormelde feiten en/of omstandigheden is het hof van oordeel dat aan bovengenoemd vereiste van “een voorstel voor een ontmoeting en het verrichten van een handeling gericht op het realiseren van die ontmoeting” is voldaan, nu verdachte voldoende concrete plaatsen en tijdstippen voor het hebben van ontmoetingen met [slachtoffer] heeft voorgesteld en voorts het verwezenlijken van deze afspraak heeft getracht af te dwingen door de nodige druk op [slachtoffer] uit te oefenen, haar daartoe zijn telefoonnummer te geven en haar voor te spiegelen dat seks op haar leeftijd normaal was. Verdachte heeft alles in het werk gesteld een ontmoeting te realiseren. Het doel van verdachte daarbij was het plegen van ontuchtige handelen (gemeenschap) met [slachtoffer]. Het is enkel aan [slachtoffer] te danken dat er geen feitelijke ontmoeting heeft plaatsgevonden.

Het enkele feit dat de plaats van de ontmoeting nog globaal was doet aan vorenstaande niet af. Daarbij acht het hof nog van belang dat verdachte en [slachtoffer] elkaars telefoonnummer hadden, zodat op elk gewenst moment deze ontmoetingsplaats bekend kon worden.

Het hof heeft bij vorenstaand oordeel gelet op het doel en strekking van artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht, te weten het op adequate wijze bescherming bieden aan minderjarigen tegen bedoelingen van pedoseksuelen om daadwerkelijk een situatie te creëren waarin zij seksueel contact met die minderjarigen kunnen hebben.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof het aan verdachte primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 september 2010 tot en met 20 juni 2011 in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst met een persoon van wie hij, verdachte, weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer], geboren op […] 1999, ontmoetingen heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen (gemeenschap) met die [slachtoffer] te plegen, terwijl hij, verdachte, daarbij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer] concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd en/of plaats (het bos en winkelcentrum Woensel) van die ontmoeting.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Het hof heeft daarbij ten bezware van verdachte in het bijzonder gelet op het volgende.

Verdachte, een man van destijds 25/26 jaar oud, heeft zich via mobiele telefoon en het internet voorgedaan als een jongeman van 20 jaar oud en in die hoedanigheid contact gelegd met een zeer jong, kwetsbaar meisje in de leeftijd van 11 jaar en getracht haar vertrouwen te winnen. Hij heeft getracht met haar een ontmoeting te arrangeren met het doel ontuchtige handelingen met haar te verrichten. Hij heeft daarbij de nodige druk op het meisje gelegd om dit te bewerkstelligen. Dat het zover niet is gekomen heeft naar het oordeel van het hof niet gelegen aan de verdachte, maar aan de omstandigheid dat het meisje zo verstandig was niet te zeggen waar zij was.

Hij heeft het onderhavige feit gepleegd terwijl hij onder toezicht stond van de reclassering en voor behandeling was op genomen in kliniek De Woenselse Poort in Eindhoven in het kader van de proeftijd van een eerdere veroordeling. Het hof rekent verdachte aan dat hij (aan zijn behandelaars in de Woenselse Poort) heeft verzwegen wat hij deed en wat er in hem om ging. Hij heeft ook geen hulp en/of steun gezocht, terwijl die in ruime mate voor hem beschikbaar was.

Verdachte heeft zowel ter terechtzitting in eerste aanleg als in hoger beroep weinig probleembesef getoond en nauwelijks inzicht in het laakbare van zijn handelen. Het omtrent de verdachte opgemaakt psychologische rapport verschaft geen inzicht in de persoon van verdachte in relatie tot het feit, aangezien verdachte in onderhavige zaak steeds heeft geweigerd mee te werken aan een psychologisch onderzoek.

Het hof heeft tevens meegewogen dat verdachte duidelijk misbruik heeft gemaakt van de kwetsbaarheid van het meisje.

Het hof heeft ten aanzien van de persoon van verdachte in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 januari 2013, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van ‘grooming’ is veroordeeld;

- de inhoud van het Pro Justitia rapport betreffende verdachte, d.d. 12 september 2011, opgemaakt door psycholoog A.F.J.M. Zwegers;

- de inhoud van de over verdachte opgemaakte reclasseringsadviezen d.d. 2 september 2011 en 24 november 2011 door Novadic & Kentron;

- de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Alles overziend acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor na te melden duur passend en geboden. Vanwege de bijzondere ernst van het feit, waarbij misbruik is gemaakt van de kwetsbaarheid van het slachtoffer legt het hof een zwaardere en andere straf op dan door de verdediging is bepleit.

Met oplegging voorts van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Daarbij -én bij het opleggen van nader te melden voorwaarden- heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte ter terechtzitting in hoger beroep op indringende vragen van het hof omtrent de redenen van zijn handelen geen antwoord heeft kunnen en/of willen geven en ook vragen omtrent een lijst in het dossier (waaruit naar voren komt dat hij meerdere andere jonge meisjes heeft benaderd en op seksueel gebied wilde uithoren) niet wenste te beantwoorden omdat dat nadelig voor hem zou kunnen zijn. Voorts is van belang dat verdachte, zoals hiervoor reeds is overwogen, weinig probleembesef heeft en het laakbare van zijn handelen kennelijk nauwelijks inziet. Hij heeft voorts na zijn ontslag uit detentie geen hulp gezocht maar volstaan met het enkele keren bellen van een anonieme hulplijn.

Het hof acht gelet op dit een en ander oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht geïndiceerd, ook indien dit inhoudt controle van de computer en het computergebruik van de verdachte, evenals de oplegging van de bijzondere voorwaarde van een contactverbod, waarbij verdachte wordt verboden contact op te nemen, te zoeken of te hebben – in welke vorm dan ook, ook niet via derden - met het in deze strafzaak genoemde slachtoffer [slachtoffer], een en ander voor de duur van de proeftijd. Het hof zal, anders dan door de advocaat-generaal gevorderd, de proeftijd vaststellen op een periode van twee jaren, gelet op de ten tijde van het bewezen verklaarde geldende wettekst.

Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking waartoe of met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan cq. die bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane misdrijf zijn aangetroffen, aan verdachte toebehoren en kunnen dienen tot het begaan of voorbereiden van soortgelijke misdrijven, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Vordering tenuitvoerlegging

Het hof is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te 's-Hertogenbosch van 22 november 2011, tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Arnhem van 15 april 2009 onder parketnummer 05-515316-08 opgelegde voorwaardelijke straf, van oordeel, dat -nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt- de gehele tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis, dient te worden gelast.

Het hof acht, anders dan de raadsman, geen termen aanwezig om tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te komen dan wel de gevangenisstraf (ten dele) om te zetten in een werkstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 14j, 33, 33a, 36b, 36d en 248e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 7 (zeven) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of t.b.v. vaststelling identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs a.b.i. art. 1 Wet o/d identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de verdachte gedurende de proeftijd geen contact zal opnemen, zoeken of hebben - in welke vorm dan ook, ook niet via derden - met de in deze strafzaak genoemde en aan verdachte bekende, bij een algeheel contactverbod belang hebbende persoon:

[slachtoffer], een en ander met dien verstande dat onder dit contactverbod niet vallen contacten van of door tussenkomst van de advocaat van veroordeelde met genoemde persoon;

- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd onder het toezicht stelt van de stichting reclassering, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt controle van de computer en het computergebruik van verdachte.

Geeft genoemde reclassering opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een GSM (mobiele telefoon), kleur zwart, merk Samsung, goednr. 387074.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 6 briefjes, (namen, telnrs en notitties op blaadjes) goednr. 387055;

- 17 foto's van meisjes, goednr. 387061.

- 1 GSM (mobiele telefoon), kleur zwart, merk Blackberry Bold, met zwart hoesje er omheen, goednr. 387071.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 T-Mobile simkaart, goednr. 387065.

- 1 agenda, goednr. 387067.

- 1 gegevensdrager, merk Sandisk Micro Sd, goednr. 387069.

- 1 GSM (mobiele telefoon), kleur grijs, merk Nokia, goednr. 387078.

- 1 GSM (mobiele telefoon), kleur zwart, merk Motorola C115, met adapter, goednr. 387083.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Arnhem van 15 april 2009, parketnummer 05-515316-08, te weten van:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Aldus gewezen door

mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. H. Eijsenga, raadsheren,

in tegenwoordigheid van A. van Baast, griffier,

en op 27 februari 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.