Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8208

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-01-2013
Datum publicatie
11-01-2013
Zaaknummer
HD 200.102.074 E
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vonnis waarbij de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring wordt afgewezen is een tussenvonnis waarvan, behoudens toestemming van de rechter in eerste aanleg, geen hoger beroep openstaat anders dan tegelijk met het eindvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.102.074

arrest van 8 januari 2013

in de zaak van

1. [Appellant sub 1.],

2. [Appellante sub 2.],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

advocaat: mr. S. Bharatsingh,

tegen:

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. T.J.P. Jager,

als vervolg op de door het hof gegeven beslissing van 21 augustus 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Venlo onder nummer 313532/CV EXPL 11-2525 gewezen vonnis in het incident van 21 september 2011.

5. De beslissing van 21 augustus 2012

Bij genoemde beslissing heeft het hof [appellant sub 1.] c.s. in de gelegenheid gesteld een akte te nemen en is iedere verdere beslissing aangehouden.

6. Het verdere verloop van de procedure

6.1.[appellant sub 1.] c.s. hebben een akte genomen, waarna Nationale Nederlanden een antwoordakte heeft genomen.

6.2. Partijen hebben daarna aanvullend de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

7. De verdere beoordeling

7.1.Het hof heeft in overweging 3.5.1 van de beslissing van 21 augustus 2012 reeds overwogen dat het vonnis waarvan beroep een tussenvonnis is, omdat in het vonnis niet een uitdrukkelijk einde is gemaakt aan enig deel van het gevorderde. Hetgeen [appellant sub 1.] c.s. in de akte van 4 september 2012 hebben aangevoerd maakt dit oordeel niet anders. Nu is gesteld noch gebleken dat [appellant sub 1.] c.s. toestemming hebben gekregen van de kantonrechter om tussentijds hoger beroep in te stellen, zijn zij gelet op het bepaalde in artikel 337 lid 2 Rv niet-ontvankelijk in het onderhavige hoger beroep.

7.2.[appellant sub 1.] c.s. worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep, aangezien het hoger beroep nodeloos aanhangig is gemaakt.

8. De uitspraak

Het hof:

verklaart [appellant sub 1.] c.s. niet-ontvankelijk in het hoger beroep van het vonnis van 21 september 2011;

veroordeelt [appellant sub 1.] c.s. in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Nationale Nederlanden worden begroot op € 649,00 aan verschotten en op € 632,00 aan salaris advocaat;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, S. Riemens en M.B. Beekhoven van den Boezem en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 januari 2013.