Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:7000

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-09-2013
Datum publicatie
13-09-2016
Zaaknummer
20-001250-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Verwijzing na Hoge Raad
Inhoudsindicatie

Terugwijzing van de Hoge Raad.

Naar het oordeel van het hof of dat de verdachte al dan niet in vereniging en al dan niet opzettelijk de in de kofferbak van de auto aangetroffen hoeveelheid hennep heeft vervoerd, in elk geval aanwezig heeft gehad, is allereerst vereist dat er sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van die aangetroffen hoeveelheid hennep. Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan dit naar het oordeel van het hof niet worden afgeleid.

De verdachte wordt vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-001250-13

Uitspraak : 13 september 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen, na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad, op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 5 februari 2010, parketnummer 02-806044-09 in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1986,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van “medeplegen van handelen in strijd met een artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 19 februari 2013 de in cassatie bestreden uitspraak van dit gerechtshof van 30 december 2010 vernietigd en de zaak teruggewezen naar dit hof, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Het onderhavige arrest is - na voornoemde terugwijzing - gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en de verdachte van het hem ten laste gelegde zal vrijspreken, ook van het impliciet subsidiair ten laste gelegde.

De verdediging heeft primair bepleit dat de verdachte van de gehele tenlastelegging dient te worden vrijgesproken, subsidiair - voor het geval het hof tot bewezenverklaring van (één van de) impliciet ten laste gelegde overtreding(en) zou komen - dat de verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld.

Meer subsidiair - voor het geval het hof aan deze standpunten voorbij gaat - heeft de verdediging bepleit dat zal worden volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke straf, althans een taakstraf en heeft de verdediging bepleit dat het recht op berechting binnen een redelijke termijn is geschonden hetgeen tot strafvermindering dient te leiden.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 05 februari 2009 te Oosterhout tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (al dan niet) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 17,85 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is er geen wettig bewijs dat de verdachte, al dan niet in vereniging, hennep (al dan niet) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor het overige overweegt het hof als volgt.

Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan naar het oordeel van het hof worden afgeleid dat de verdachte op 5 februari 2009 als passagier in de door de [medeverdachte] bestuurde auto heeft gezeten en dat zich in de kofferbak van die auto een hoeveelheid hennep bevond. Op de (herhaalde) vraag van verdachte aan de medeverdachte waarom het in de auto naar hennep rook, kreeg hij van de medeverdachte (telkens) als antwoord dat deze een joint had gerookt.

Voor de nog te beantwoorden vraag of de verdachte al dan niet in vereniging en al dan niet opzettelijk de in de kofferbak van de auto aangetroffen hoeveelheid hennep heeft vervoerd, in elk geval aanwezig heeft gehad, is naar het oordeel van het hof vooreerst vereist dat sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van die aangetroffen hoeveelheid hennep.

Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan dit naar het oordeel van het hof niet worden afgeleid. De enkele omstandigheid dat de verdachte een hennepgeur heeft geroken is, in aanmerking genomen de verklaring die hem daarvoor is gegeven, niet toereikend. Voorts kan uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat de ten laste gelegde hoeveelheid hennep zich in de machtssfeer van de verdachte heeft bevonden.

Bijgevolg kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte, al dan niet in vereniging, al dan niet opzettelijk de in de tenlastelegging bedoelde hennep heeft vervoerd, in elk geval aanwezig heeft gehad.

De verdachte zal van de gehele tenlastelegging worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend, voorzitter,

mr. S.C. van Duijn en mr. T. Kooijmans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van R.H. Boekelman, griffier,

en op 13 september 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Kooijmans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.