Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:6910

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-11-2013
Datum publicatie
18-06-2014
Zaaknummer
Wr 202-24-2013
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Het hof verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer

registratienummer wraking: 202-24-2013
datum beslissing: 29 november 2013

beslissing op het verzoek als bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

in de zaak met zaaknummer HD 200.113.032/01 van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

appellante,

advocaat: mr. P.M.J. Graus,

hierna te noemen: verzoekster,

tegen:

Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidoost Nederland,

kantoorhoudende te Maastricht,

geïntimeerde,

en de volgende door het hof als zodanig aangemerkte belanghebbenden:

- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te Roermond, (mede) kantoorhoudende te Sittard;

- [belanghebbende 1], laatstelijk wonende te [woonplaats];

- Tonjo Johannes Anna Steinbach, kind van verzoekster en [belanghebbende 1], wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente];

strekkende tot wraking van mrs. O.G.H. Milar (afdelingsvoorzitter), M.C. Bijleveld-van der Slikke, C.E.M. Renckens en M.L.F.J. Schyns, raadsheren in de civiele sector van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

1 Het procesverloop

1.1.

Op 17 oktober 2013 is ter griffie van het hof het door mr. Graus namens verzoekster per fax ingediende wrakingsverzoek ontvangen. Het wrakingsverzoek is gericht tegen alle betrokken raadsheren.

1.2.

Mrs. Milar, Bijleveld-van der Slikke, Renckens en Schyns hebben niet in de wraking berust. Mrs. Renckens en Schyns hebben ieder een schriftelijke reactie op het verzoek aan de wrakingskamer toegezonden.

1.3.

De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek ter zitting van 15 november 2013 met gesloten deuren behandeld. Mr. Graus is ter zitting verschenen. Verzoekster zelf is niet verschenen. Mrs. Milar, Bijleveld-van der Slikke, Renckens en Schyns hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om op het wrakingsverzoek te worden gehoord en zijn ter zitting evenmin verschenen. Ook de belanghebbenden zijn ter zitting niet verschenen.

1.4.

Mr. Graus heeft zich bij aanvang van de zitting als advocaat onttrokken en in verband daarmee om aanhouding van de zitting gevraagd. Mr. Graus heeft daartoe aangevoerd dat hij er bezwaar tegen heeft dat in vier door hem ingediende wrakingsverzoeken achtereenvolgens op dezelfde middag zitting is bepaald, nu deze handelwijze wijst op een strijd tussen hem als raadsman en het hof, hetgeen ten nadele is van verzoekster.

Na kort beraad heeft de wrakingskamer het verzoek om aanhouding afgewezen. Volgens de wrakingskamer valt niet in te zien dat het enkele feit dat de behandeling van de vier wrakingsverzoeken op dezelfde middag is bepaald, wijst op een strijd als door mr. Graus bedoeld. Gelet hierop en gelet op het feit dat de onttrekking als advocaat en het verzoek om aanhouding ter zitting van de wrakingskamer zijn geschied vanwege een omstandigheid die al ruim een week aan mr. Graus bekend was, moet het aanhoudingsverzoek als misbruik van procesrecht worden aangemerkt.

In verband met zijn onttrekking als advocaat heeft mr. Graus geen nadere toelichting op het wrakingsverzoek gegeven.

1.5.

Na de mondelinge behandeling heeft de voorzitter het onderzoek gesloten en medegedeeld dat de wrakingskamer op 29 november 2013 in het openbaar uitspraak zal doen.

2 Het standpunt van verzoekster

Verzoekster stelt zich op het standpunt dat de weigering van het hof om de behandeling van de hoofdzaak ter zitting d.d. 17 oktober 2013 aan te houden een grond voor wraking oplevert. Verzoekster heeft in dit verband aangevoerd dat het hof de datum voor de terechtzitting zonder rekening te houden met de verhinderdata van haar advocaat heeft bepaald, dat mr. Graus op die datum evenwel wegens vakantie verhinderd was en dat zij geen vervangende advocaat heeft kunnen en willen vinden.

3 Het standpunt van de raadsheren tegen wie het wrakingsverzoek is gericht

Mrs. Renckens en Schyns hebben geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar verzoek, althans tot afwijzing daarvan.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 37 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een verzoek tot wraking worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

4.2.

Het wrakingsverzoek is ingegeven door de afwijzing door het hof, in casu de voorzitter van het team familie, mr. Milar, van het door verzoekster gedane verzoek om uitstel van de op 17 oktober 2013 bepaalde zitting in de hoofdzaak. Uit het dossier in de hoofdzaak leidt de wrakingskamer af dat die beslissing reeds op 30 augustus 2013 is genomen. De grond voor de wraking was derhalve reeds op of daags na laatstgenoemde datum bij (de advocaat van) verzoekster bekend.

Het wrakingsverzoek is evenwel eerst op 17 oktober 2013 schriftelijk ingediend, derhalve bijna zeven weken later. Verzoekster heeft er geen verklaring voor gegeven dat zij zo lang met de indiening van het wrakingsverzoek heeft gewacht.

Naar het oordeel van de wrakingskamer is niet aan de eis van artikel 37 lid 1 Rv voldaan en is het verzoek om wraking te laat ingediend.

4.3.

Gezien het voorgaande zal verzoekster niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek tot wraking.

4.4.

De wrakingskamer constateert dat verzoekster in dezelfde procedure reeds eerder, bij beslissing van 17 juli 2013, niet-ontvankelijk is verklaard in een verzoek tot wraking (registratienummer 187-09-2013). Ook dat verzoek was - ten onrechte, gezien rechtsoverweging 3.5 van die uitspraak - gestoeld op de weigering door het hof de zitting in de hoofdzaak aan te houden. Tezamen met het feit dat verzoekster met de indiening van het onderhavige verzoek bijna zeven weken heeft gewacht tot de dag waarop de zitting in de hoofdzaak zou plaatsvinden, zulks kennelijk met het doel de zitting ondanks het geweigerde aanhoudingsverzoek geen doorgang te laten vinden, leidt dit de wrakingskamer tot de conclusie dat verzoekster misbruik maakt van het wrakingsmiddel. Derhalve zal op de voet van artikel 39 lid 4 Rv worden bepaald dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zal worden genomen.

5 De beslissing

Het hof:

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;

bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek;

bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster niet in behandeling wordt genomen;

beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster, mr. Graus, geïntimeerde, de belanghebbenden en mrs. Milar, Bijleveld-van der Slikke, Renckens en Schyns.

Deze beslissing is gegeven door mrs. N.J.M. van Etten, J. Swinkels en N.J.M. Ruyters in tegenwoordigheid van mr. A.J. Anker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2013.