Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:5951

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
10-12-2013
Zaaknummer
20-003194-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor gewapende overval supermarkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003194-12

Uitspraak : 10 december 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Middelburg van 4 september 2012 in de strafzaak met parketnummer 12-700403-10 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum]1981,

wonende te [woonplaats].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van – kort gezegd – diefstal in vereniging met geweld en bedreiging met geweld veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 1 is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 03 december 2010, te Oost-Souburg, in gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een kluis in een supermarkt ALDI) heeft weggenomen geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt ALDI, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen één of meer medewerkers van die supermarkt ALDI, te weten [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - die [betrokkene 2] heeft vastgepakt en/of

- een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [betrokkene 2] heeft gezet/gedrukt en/of

- die [betrokkene 2] dreigend een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en/of

- ( hierbij of vervolgens) die [betrokkene 2] heeft toegevoegd: "Waar is de kluis?" en/of

- die [betrokkene 2] heeft (vooruit)geduwd en/of - een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [betrokkene 1] heeft gericht en/of

- die [betrokkene 1] dreigend een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en/of

- een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [betrokkene 1] heeft gezet en/of (hierbij) die [betrokkene 1] heeft toegevoegd: "Snel, snel geld", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] (be)dreigend heeft toegevoegd: "Hou je rustig dan gebeurt niets. Niet bellen, want daar komen we achter", althans woorden van gelijke aard of strekking;

en

hij op of omstreeks 03 december 2010, te Oost-Souburg, in gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld één of meer medewerkers van supermarkt ALDI, te weten [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2], heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 2000 euro, in elk geval van enig geld/goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt ALDI, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [betrokkene 2] heeft vastgepakt en/of

- een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [betrokkene 2] heeft gezet/gedrukt en/of

- die [betrokkene 2] dreigend een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en/of

- ( hierbij of vervolgens) die [betrokkene 2] heeft toegevoegd: "Waar is de kluis?" en/of

- die [betrokkene 2] heeft (vooruit)geduwd en/of

- een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [betrokkene 1] heeft gericht en/of

- die [betrokkene 1] dreigend een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en/of

- een pistool/vuurwapen, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [betrokkene 1] heeft gezet en/of (hierbij) die [betrokkene 1] heeft toegevoegd: "Snel, snel geld", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- die [betrokkene 1] en/of die [betrokkene 2] (be)dreigend heeft toegevoegd: "Hou je rustig dan gebeurt niets. Niet bellen, want daar komen we achter", althans woorden van gelijke aard of strekking.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging

Bewijsoverwegingen

Het hof komt op basis van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep tot de volgende bewijsoverwegingen.1

Op vrijdag 3 december 2010 omstreeks 08.00 uur is er een overval gepleegd op de Aldi aan de Vlissingsestraat 1 te Oost-Souburg, gemeente Vlissingen. Aldi-medewerkster [betrokkene 2] kwam gelijktijdig met haar collega [betrokkene 1] omstreeks 08.00 uur aan bij de Aldi Supermarkt in Oost-Souburg. Het was toen nog donker. Samen zijn ze de winkel binnengegaan. [betrokkene 2] is naar het magazijn gelopen om de containers brood, die buiten naast de deuren van het magazijn worden gezet, binnen te halen. Toen ze de tweede deur van de dubbele deur wilde openen, zag ze dat een man door de geopende magazijndeur naar binnen stapte. Deze man pakte [betrokkene 2] bij haar bovenarm vast en drukte een pistool tegen haar hoofd. Toen de man [betrokkene 2] bij haar bovenarm pakte, zag [betrokkene 2] een tweede man binnenkomen en ze hoorde dat de buitendeur van het magazijn werd gesloten. De eerste man vroeg schreeuwend en kortaf aan [betrokkene 2]: “Waar is de kluis?”. [betrokkene 2] begreep daaruit dat het menens was. [betrokkene 2] werd door de eerste man vanuit het magazijn de winkel ingeduwd en vervolgens via het gangpad naar de kantoorruimte. De eerste man hield [betrokkene 2] steeds bij haar arm vast en hield het pistool naast zijn lichaam vast met de loop naar voren gericht. [betrokkene 2] werd de kantoorruimte ingeduwd. De twee mannen gingen ook naar binnen. Daar stond haar collega [betrokkene 1]. De eerste man zei tegen [betrokkene 1] dat hij de kluis moest openmaken. [betrokkene 1] opende de kluis. Een van de mannen zei dat [betrokkene 2] moest gaan liggen. [betrokkene 2] is op haar knieën gaan zitten. Een van de mannen zei tegen [betrokkene 1] dat hij ook moest gaan liggen. [betrokkene 1] is naast [betrokkene 2] op zijn knieën gaan zitten.2 Een van de mannen zette een pistool op het hoofd van [betrokkene 1] en riep: “Snel, snel, het geld.” [betrokkene 1] hoorde dat de mannen de geldkistjes die in de kluis lagen aan het legen waren.3 [betrokkene 2] zag dat er een grote zwarte tas op de grond werd gezet. De tas zag er stevig uit. Het was een soort plunjebaal. [betrokkene 2] hoorde dat er spullen uit de kluis werden genomen. In de kluis liggen normaal gesproken twee of drie zilvergrijze geldkistjes met wisselgeld van de kassa’s. Ook ligt er wissel- en muntgeld in de kluis. [betrokkene 2] hoorde dat de spullen uit de kluis in de tas werden gegooid. De eerste man zei vervolgens: “Hou je rustig dan gebeurt er niets. Niet bellen want daar komen we achter.” Daarna zijn de mannen het kantoor uitgelopen. [betrokkene 2] omschrijft de twee mannen als twee negroïde mannen, die met een accent spraken dat deed denken aan een Surinaams of Antilliaans accent. De mannen waren jong en hadden geen van beiden een stevig postuur.4

De buit bestond uit rollen met munten van € 0,01 tot en met € 2,00 en biljetten van € 5,00, in totaal een bedrag van € 2.000,00 à € 3.000,00.5 Het gewicht van het ontvreemde geldbedrag wordt door de districtleider van de Aldi geschat op 25 kilogram.6

Op 3 december 2010 omstreeks 08.15 uur stond getuige [getuige 1] op de eerste verdieping van de kapsalon aan de [x-straat a] te Oost-Souburg. Ze zag twee mensen raar komen aanlopen uit de richting van de supermarkt Aldi. Ze droegen een tas tussen zich in. De tas was zwart. Ze hielden de tas een beetje omhoog. Toen ze ter hoogte van [x-straat y] liepen, ging een van de personen met de tas gehurkt achter een auto zitten en de tweede persoon liep naar het pand aan de [x-straat z] en klopte daar op de deur of de ruit. De deur ging na een paar tellen open. Vervolgens liep de persoon die had aangeklopt terug naar de persoon die gehurkt achter de auto zat. Beiden liepen vervolgens de woning aan de [x-straat z] in.7 De mannen droegen de tas samen naar binnen.8

De [x-straat z] is ongeveer 200 meter van de supermarkt Aldi gelegen. Op dat adres woont onder meer [getuige 2].9 Op 6 december 2010 is in het pand aan de [x-straat z] een zak met muntstukken van € 0,10 en € 0,20 met een totaalbedrag van

€ 15,90 en een zak met muntstukken van € 0,01, € 0,02 en € 0,05 met een totaalgewicht van ruim twee kilo in beslag genomen.10 [getuige 2] heeft verklaard dat er in de week voorafgaand aan zijn verhoor van 7 december 2010 twee mannen twee nachten bij hem hebben gelogeerd, namelijk [R.] en [D.]. Deze mannen waren ongeveer dertig jaar oud. [R.] en [D.] gingen op een ochtend vroeg weg en kwamen ongeveer een half uur later terug. De vriend van [R.] – het hof begrijpt: [D.] – klopte toen op het raam, waarop [getuige 2] de deur heeft geopend. De mannen zijn binnengekomen en hebben gedoucht.11 [getuige 2] heeft bevestigd dat dit plaatsvond op de vrijdagochtend van de overval op de Aldi. [getuige 2] herkent de man die op de HKS-foto met het nummer [PL123] staat als [D.], die bij hem heeft gelogeerd in de periode waarin de overval plaatsvond.12 De getoonde foto [PL123] is een foto van verdachte [verdachte].13

Daarnaast heeft [getuige 3], de moeder van [getuige 2], verklaard dat zij op 1 december 2010 bij haar zoon is blijven slapen. Op die dag zijn twee jongens die zij benoemt als [R.] en [D.], vroeg in de ochtend bij haar zoon op de [x-straat z] langsgekomen. Aan [getuige 3] is de foto getoond onder nummer [PL123], zijnde de foto van verdachte. [getuige 3] verklaart dat de persoon op de getoonde foto de jongen kan zijn die zij kent als [D.], waarbij zijn gezicht lijkt maar zijn haar op het moment van tonen volgens haar korter is.14

Verdachte was ten tijde van de overval woonachtig in Almere. De telefoon die verdachte in gebruik had, heeft van 1 tot en met 3 december 2010 aangestraald op een telefoonmast in Oost-Souburg. Op 3 december 2010 vanaf 11.29 uur heeft de telefoon blijkens het aanstralen op verschillende mastlocaties zich verplaatst richting Amsterdam en later naar Almere, de toenmalige woonplaats van verdachte.15

Op basis van de feiten en omstandigheden die uit de bewijsmiddelen blijken, staat naar het oordeel van het hof vast dat verdachte een van de twee overvallers van de Aldi is geweest op 3 december 2010 te Oost-Souburg.

Bewijsverweren

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte een van de overvallers is geweest. In de eerste plaats wijst de verdediging erop dat getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de gezichtskleur van de mannen die zij met de zwarte tas heeft zien lopen lichtbruin of blank was en dat de taal die zij spraken Oost-Europees klonk. Dit rijmt niet met de kenmerken van verdachte, een negroïde man, geboren te [geboorteplaats].

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

[getuige 1] heeft de twee mannen vanaf een grotere afstand gezien en horen spreken dan [betrokkene 2], namelijk vanuit een kapsalon aan de overzijde van [x-straat z].16 [betrokkene 2] is rechtstreeks geconfronteerd met de overvallers. Zij kon de huidskleur van de overvallers zien. De overvallers hadden wel een sjaal voor een muts op, maar ze zag een stukje van hun gezicht. De overvallers hadden een donkere huidskleur. Ze heeft de mannen ook in het Nederlands horen spreken met een Antilliaans accent.17 [getuige 1] heeft gezien dat een van de mannen aanklopte bij [x-straat z], dat de deur werd geopend en dat beide mannen vervolgens naar binnen gingen. Dit past bij de verklaring van [getuige 2] dat hij op de ochtend van de overval de deur heeft opengedaan voor [D.] en [R.], nadat [D.] had aangeklopt. [D.], die herkend werd van een foto van verdachte, is een negroïde man.

Het is opvallend dat de omschrijvingen van de huidskleur en het accent/de taal zo uiteenlopen, maar gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden twijfelt het hof er niet aan dat de overvallers negroïde waren en met een Antilliaans accent spraken, zoals [betrokkene 2] heeft verklaard en zoals dit bevestiging vindt in de verklaring van [getuige 2].

Aan het verschil in de door getuige [betrokkene 2] geschatte lengte van de overvallers en de daadwerkelijke lengte van verdachte kent het hof geen bijzondere betekenis toe, nu het verschil naar het oordeel van het hof niet bijzonder opvallend is en voorts de overige kenmerken van verdachte wel passen bij de omschrijving die de getuige [betrokkene 2] heeft gegeven.

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat uit de verklaringen van [getuige 3] niet kan worden afgeleid dat de verdachte in de periode van de overval bij [getuige 2] in Oost-Souburg verbleef en voorts dat de omstandigheid dat [getuige 4] verdachte in de week van de overval niet heeft gezien in de Paspoortstraat juist een contra-indicatie vormt voor verdachtes vermeende aanwezigheid aldaar.

Het hof heeft verklaringen van [getuige 3] wel, maar de verklaring van [getuige 4] niet voor het bewijs gebezigd. De verklaring van [getuige 3] acht het hof voldoende consistent ter ondersteuning van in het bijzonder de verklaring van [getuige 2], waaruit volgens het hof kan worden afgeleid dat de verdachte wél in de woning aan de [x-straat z] verbleef in de periode waarin de overval plaatsvond. Het hof passeert daarmee dit verweer.

De verdediging heeft zich ten slotte op het standpunt gesteld dat verdachte weliswaar gebruik maakte van het telefoonnummer [nummer], maar dat niet vaststaat dat dit op 1 tot en met 3 december 2010 ook zo was. Voor zover dit wel het geval mocht zijn, heeft bovendien te gelden dat zendmastgegevens niet kunnen dienen als plaatsbepaling.

Het hof overweegt ten aanzien van dit samengevatte verweer het volgende.

Het mag zo zijn dat verdachte zijn telefoon soms uitleende, dat medeverdachte [K.] het toestel met genoemd telefoonnummer wel eens gebruikte en dat stemherkenning op basis van de getapte gesprekken in het onderhavige geval niet zonder meer zekerheid biedt. Vaststaat echter dat verdachte in elk geval medegebruiker van dit telefoonnummer is geweest. Voor het hof is niet aannemelijk geworden dat het telefoonnummer in de periode van de overval daadwerkelijk bij een ander in gebruik was. Daartoe overweegt het hof, dat er geen concrete aanwijzing is voor dat scenario ten aanzien van het moment van de overval. Daar komt bij dat wanneer de feiten en omstandigheden die uit de bewijsmiddelen blijken in onderlinge samenhang worden bezien, het juist aannemelijk is dat verdachte het telefoonnummer – het nummer van zijn eigen telefoon – in de bewuste periode in gebruik had. Verdachte is immers herkend als degene die van 1 tot en met 3 december 2010 bij [getuige 2] logeerde in Oost-Souburg. Voorts heeft de telefoon met het nummer [nummer] juist in die periode een zendmast in Oost-Souburg aangestraald en vervolgens op 3 december 2010 na de overval op de Aldi zendmasten aangestraald op de weg naar Almere, de plaats waar verdachte toen woonachtig was.

De exacte locatie van de beller of de gebelde kan niet zonder meer worden vastgesteld op basis van het gegeven dat een telefoon met zijn telefoonnummer een bepaalde zendmast heeft aangestraald. Wel kan uit zendmastgegevens worden afgeleid op welk tijdstip een beller of een gebelde zich in een bepaalde omgeving bevond. In het onderhavige geval is op basis van zendmastgegevens een duidelijk traject vast te stellen dat leidt van verdachtes logeerplaats naar verdachtes woonplaats, passend bij hetgeen overigens uit de bewijsmiddelen naar voren komt.18

Gelet op het voorgaande verwerpt het hof de verweren van de verdediging.

Bewezenverklaring

Gelet op de feiten en omstandigheden als vervat in de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op 3 december 2010, te Oost-Souburg, in de gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een kluis in een supermarkt ALDI) heeft weggenomen geld, toebehorende aan supermarkt ALDI, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen medewerkers van die supermarkt ALDI, te weten [betrokkene 1] en [betrokkene 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader

- die [betrokkene 2] heeft vastgepakt en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [betrokkene 2] heeft gedrukt en

- die [betrokkene 2] dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en

- die [betrokkene 2] heeft toegevoegd: "Waar is de kluis?" en

- die [betrokkene 2] heeft (vooruit)geduwd en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [betrokkene 1] heeft gericht en

- die [betrokkene 1] dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [betrokkene 1] heeft gezet en die [betrokkene 1] heeft toegevoegd: "Snel, snel geld" en

- die [betrokkene 1] en die [betrokkene 2] (be)dreigend heeft toegevoegd: "Hou je rustig dan gebeurt niets. Niet bellen, want daar komen we achter",

en

hij op 3 december 2010, te Oost-Souburg, in de gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld medewerkers van supermarkt ALDI, te weten [betrokkene 1] en [betrokkene 2], heeft gedwongen tot de afgifte van geld, toebehorende aan supermarkt ALDI, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader

- die [betrokkene 2] heeft vastgepakt en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [betrokkene 2] heeft gedrukt en

- die [betrokkene 2] dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en

- die [betrokkene 2] heeft toegevoegd: "Waar is de kluis?" en

- die [betrokkene 2] heeft (vooruit)geduwd en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [betrokkene 1] heeft gericht en

- die [betrokkene 1] dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [betrokkene 1] heeft gezet en die [betrokkene 1] heeft toegevoegd: "Snel, snel geld” en

- die [betrokkene 1] en die [betrokkene 2] (be)dreigend heeft toegevoegd: "Hou je rustig dan gebeurt niets. Niet bellen, want daar komen we achter".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, en om bij betrapping op heter daad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft samen met een ander een brutale en gewelddadige overval gepleegd met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. De twee medewerkers van de Aldi die hier het slachtoffer van waren, moeten doodsangsten hebben uitgestaan toen zij dat wapen tegen hun hoofden gedrukt kregen.

Ten aanzien van een overval als de onderhavige kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf van enkele jaren. Het hof let daarbij op de ernst ervan in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde strafmaxima en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Voor dat laatste geldt dat volgens de oriëntatiepunten een gevangenisstraf tussen de twee en vijf jaar als passend kan worden beschouwd, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het gebruik van een vuurwapen (althans een daarop lijkend voorwerp), de omstandigheid dat de overval in vereniging is gepleegd en de omstandigheid dat twee werknemers op grove wijze zijn bedreigd, vormen in elk geval elementen die strafverzwarend zijn. Dat een gewelddadige overval als de onderhavige onrust veroorzaakt bij de samenleving in het algemeen en de supermarktondernemers

en -medewerkers in het bijzonder staat buiten kijf.

Gelet op het voorgaande acht het hof met de advocaat-generaal een straf als opgelegd door de rechtbank passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 63, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. A.R. Hartmann, voorzitter,

mr. N.J.L.M. Tuijn en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 10 december 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.P.M.F. Mols is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Waar hierna verwezen wordt naar paginanummers, wordt verwezen naar de paginanummers in het proces-verbaal onderzoek Katsberg van de Politie Zeeland, Regionaal Recherche Team, met de doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 2333.

2 Proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 2], in de wettelijke vorm opgemaakt door brigadier [verbalisant 1] op 3 december 2010, p. 210 t/m 213.

3 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 1], in de wettelijke vorm opgemaakt door hoofdagent [verbalisant 2] en brigadier [verbalisant 3] op 3 december 2010, p. 201 t/m 209.

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 2], in de wettelijke vorm opgemaakt door brigadier [verbalisant 1] op 3 december 2010, p. 210 t/m 213 in samenhang met proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 4] op 10 december 2010, p. 275.

5 Verklaring van getuige [betrokkene 1], afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in de rechtbank Middelburg op 7 februari 2012, opgenomen in het proces-verbaal van dat verhoor.

6 Een geschrift, namelijk een faxbericht van Aldi Roosendaal B.V. van 23 mei 2012, los opgenomen in het dossier.

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige K. [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt door hoofdagent [verbalisant 5] op 5 december 2010, p. 224 t/m 225.

8 Verklaring van getuige K. [getuige 1], afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in de rechtbank Middelburg op 24 januari 2012, opgenomen in het proces-verbaal van dat verhoor.

9 Proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming, in de wettelijke vorm opgemaakt door hoofdagent [verbalisant 6] op 8 december 2010, p. 265 en 266.

10 Een geschrift, namelijk een kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt door opsporingsambtenaar[verbalisant 7], p. 273.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt door hoofdagenten [verbalisant 6] en [verbalisant 2] op 7 december 2010, p. 289 t/m 293.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt door hoofdagenten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] op 9 december 2010, p. 295 t/m 299, i.h.b. p. 297.

13 Proces-verbaal onderzoek overval Aldi 3 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisant [verbalisant 8] op 8 juli 2011, p. 20.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], in wettelijke vorm opgemaakt door hoofdagenten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] op 13 december 2010, p. 1647-1650.

15 Proces-verbaal van bevindingen identiteit [verdachte] 0559, in de wettelijke vorm opgemaakt door brigadier [verbalisant 9] op 8 februari 2011, p. 597 t/m 601, in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt door brigadier [verbalisant 9] op 18 mei 2011, p. 652 en 653.

16 Verklaring van getuige [getuige], afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in de rechtbank Middelburg op 24 januari 2012, opgenomen in het proces-verbaal van dat verhoor.

17 Verklaring van getuige [betrokkene 2], afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris in de Rechtbank Middelburg op 24 januari 2012, opgenomen in het proces-verbaal van dat verhoor.

18 Proces-verbaal van bevindingen identiteit [verdachte] 0559, in de wettelijke vorm opgemaakt door brigadier [verbalisant 9] op 8 februari 2011, p. 597 t/m 601, in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt door brigadier [verbalisant 9] op 18 mei 2011, p. 652 en 653.