Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:5879

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-12-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
HD 200.116.503_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:2151
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

cessie; lidmaatschapsbijdrage

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.116.503/01

arrest van 3 december 2013

in de zaak van

[de man],

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. D. Dronkers te Roermond,

tegen

Vereniging van Klussenbedrijven, Vlok,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. F.S. van Steenbergen te Leiden,

op het bij exploot van dagvaarding van 29 oktober 2012 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roermond gewezen vonnis van 31 juli 2012 tussen appellant – [appellant] – als gedaagde en geïntimeerde – VLOK – als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 332179/CV EXPL 12-1143)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep;

- de memorie van grieven met twee grieven en veertien producties;

- de memorie van antwoord met vier producties;

Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak om het volgende.

4.1.1.

Sinds 11 december 2009 drijft [appellant] een onderneming met als activiteiten algemene burgerlijke en utiliteitsbouw, kluswerkzaamheden in en rondom de huisvesting.

4.1.2.

Tot 1 januari 2011 was de handelsnaam van deze onderneming [handelsnaam van de onderneming] h.o.d.n. De Klussenier. Per die datum is de handelsnaam van de onderneming gewijzigd in Bouwservice Roerstreek. De onderneming is op 26 april 2011 per 1 april 2011 uitgeschreven uit het handelsregister op welke laatste datum de onderneming is opgeheven.

4.1.3.

Per 1 februari 2010 is [appellant] als lid toegetreden tot VLOK.

4.1.4.

De artikelen 3, 5 en 9 van de statuten van VLOK luiden voor zover van belang:

Artikel 3

1. De vereniging heeft ten doel: het behartigen van de belangen van de aangesloten leden in de ruimste zin en wel in de eerste plaats ten aanzien van het werkveld en de daarop van toepassing zijnde vestigingswetten en in de tweede plaats ten aanzien van het algemeen functioneren van klussenbedrijven binnen het maatschappelijk bestel.

(…)

Artikel 5

(…)

2. Als gewone leden zijn slechts toelaatbaar ondernemingen die:

a. een klussenbedrijf exploiteren of een bedrijf dat daarmee treffende gelijkenis vertoont

en is ingeschreven in het handelsregister; en

b. de doelstelling van de vereniging onderschrijven en daadwerkelijk willen meewerken

aan de activiteiten van de vereniging.

(….)

Artikel 9

1. Het lidmaatschap eindigt:

a. door niet meer voldoen aan het gestelde in artikel 5 lid 2 sub a.

b. door opzegging door het lid

(…).”

5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar, ongeacht de reden of

noodzaak, eindigt, blijft niettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel door het lid

verschuldigd, tenzij het bestuur anders besluit.

4.1.5.

De artikelen 2 en 3 van het huishoudelijk reglement van VLOK luiden als volgt:

“Artikel 2

1. De vereniging kent uniforme algemene leverings- verkoop- en betalingsvoorwaarden ten behoeve van haar leden: de VLOK “Uitvoeringsvoorwaarden”, die zijn overeengekomen met de consumentenorganisaties.

2. De leden zijn gehouden om te werken op basis van de uitvoeringsvoorwaarden en deze van toepassing te verklaren op alle overeenkomsten welke zij met consumenten aangaan.

3. De vereniging garandeert dat overeenkomsten, welke conform lid 2 van dit artikel zijn aangegaan worden nagekomen.

(…)

Artikel 3

“1. De vereniging is aangesloten bij de Geschillencommissie Klussenbedrijven van de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken.

2. De leden zullen zich in voorkomende gevallen houden aan de uitspraken van de geschillencommissie.

3. Ingeval een lid geen gevolg geeft aan de uitspraak van de geschillencommissie zullen de kosten, die het bestuur moet maken om de uitspraak van de geschillencommissie te effectueren op het betrokken lid worden verhaald.”

4.1.6.

Bij bindend advies van 11 april 2011, dossier [dossiernummer], heeft de Geschillencommissie Klussen- en Vloerenbedrijven beslist dat [appellant], op grond van zijn verplichting tot ongedaanmaking van een reeds ontvangen prestatie, binnen een maand na verzending van het bindend advies een bedrag van € 4046,00 dient te betalen aan [medewerker A. van VLOK].

4.1.7.

Ingevolge artikel 26 van de Reglement Geschillencommissie Klussenbedrijven is vernietiging van het bindend advies slechts mogelijk door dit ter toetsing aan de gewone rechter voor te leggen. [appellant] heeft het bindend advies niet ter toetsing aan de rechter voorgelegd.

4.1.8.

[appellant] heeft [medewerker A. van VLOK] niet betaald.

4.1.9.

Bij factuur van 1 januari 2011, factuurnummer [factuurnummer] is door VLOK aan [appellant] in rekening gebracht een bedrag van € 389,95 ( zijnde: € 255,00 contributie 2011, € 30,00 VLOK geschillenpolis code 1, € 13,50 VLOK ongevallenpolis, € 43,00 VLOK incasso en rechtsbijstand), (hierna: lidmaatschapsbijdrage VLOK 2011).

4.1.10.

Bij betalingsherinnering van 4 april 2011 heeft VLOK [appellant] verzocht binnen zeven dagen de factuur van 1 januari 2011, factuurnummer [factuurnummer] ad € 389,95 te betalen.

4.1.11.

Op 12 september 2011 is een door [medewerker A. van VLOK] en [medewerker B. van VLOK], namens VLOK, ondertekende akte van cessie opgemaakt. In deze akte is vermeld dat [medewerker A. van VLOK] haar vordering ad € 4046,00 op [appellant] - inzake de uitspraak van de Geschillen Commissie dossier [dossiernummer] - aan VLOK overdraagt welke overdracht door VLOK wordt aanvaard. Voorts is in de akte bepaald dat mededeling van de akte van cessie aan [appellant] dient plaats te vinden.

4.1.12

Bij brief van 4 oktober 2011 is [appellant] door de incassogemachtigde van VLOK, GGN mastering crediet, (hierna GGN), gesommeerd tot betaling van in hoofdsom € 389,95. [appellant] is tevens in gebreke gesteld.

4.1.13.

Bij brief van 5 oktober 2011 heeft [appellant] aan GGN geschreven dat hij sinds 1 januari 2011 is uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en sinds 16 oktober 2010 geen Klussenier meer is, nu de franchiseovereenkomst door de franchisegever Het Klushuis in [vestigingsplaats] op die datum eenzijdig is beëindigd. Voorts schrijft [appellant] dat VLOK hier over is geïnformeerd en dat hij, nu hij niet meer werkzaam is als Klussenier noch als ZZP-er, maar in loondienst werkt, niet meer verplicht is om aangesloten te zijn bij VLOK.

4.1.14.

Bij brief van 8 november 2011 is [appellant] door GGN gesommeerd tot betaling van in hoofdsom een bedrag van € 4435,95, zijnde zijn lidmaatschapsbijdrage VLOK 2011 ad € 389,75 en het door de geschillencommissie toegewezen bedrag van € 4046,00.

4.1.15.

Bij brief van 10 november 2011 schrijft [appellant] aan GGN dat zijn lidmaatschap in november 2010 is geëindigd, omdat Het Klushuis in [vestigingsplaats] de franchiseovereenkomst heeft beëindigd, dat hij daarna een ander bedrijf Bouwservice Roerstreek heeft gehad dat per 1 januari 2011 uit het handelsregister is uitgeschreven, terwijl hij voor dit bedrijf geen overeenkomst had met VLOK en daarom geen lidmaatschapsbijdrage over 2011 hoeft te betalen. Ten aanzien van het door de geschillencommissie toegewezen bedrag schrijft hij: “waar u de al onterechte vordering mee ophoogt is ook onterecht en mag u niet eens doen. U geeft sowieso geen specificatie maw u doet maar wat.”

4.1.16.

Bij brief van 28 december 2011 heeft GGN [appellant] bericht dat het gevorderde bedrag ad € 4046 is gebaseerd op het bindend advies van 11 april 2011 waarbij [appellant] werd veroordeeld tot betaling aan [medewerker A. van VLOK] van een bedrag van € 4046,00 en dat Vlok deze vordering van [medewerker A. van VLOK] op [appellant] van [medewerker A. van VLOK] heeft gekocht.

4.2.1.

Bij exploot van 16 februari 2012 heeft VLOK de onderhavige procedure aanhangig gemaakt en gevorderd [appellant] te veroordelen tot betaling aan VLOK van een bedrag van € 4435,95 ( zijnde € 389,95 lidmaatschapsbijdrage VLOK 2011+ € 4046,00 uit hoofde van voornoemde akte van cessie) vermeerderd met een bedrag van € 70,87 aan rente en nog te vervallen rente en € 600,00 aan incassokosten.

4.2.2.

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank [appellant] veroordeeld om aan VLOK te betalen een bedrag van € 5.106,82 (bestaande uit: € 389,95 aan lidmaatschapsbijdrage VLOK 2011, € 4046,00 uit hoofde van voornoemde aan VLOK gecedeerde vordering, € 670,87 uit hoofde van rente en incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4435,95 vanaf 16 februari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

4.3.1.

In hoger beroep heeft [appellant] geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad, tot afwijzing van de vorderingen van VLOK, met veroordeling van VLOK in de kosten van beide instanties met rente.

4.3.2.

Met grief 1 richt [appellant] zich tegen zijn veroordeling tot betaling van de lidmaatschapsbijdragen over 2011, met grief 2 tegen zijn veroordeling tot betaling aan VLOK van een bedrag van € 4046,00.

4.3.3.

Met grief 1 betoogt [appellant] dat zijn lidmaatschap van VLOK per 1 januari 2011 is geëindigd nu zijn bedrijf De Klussenier [handelsnaam van de onderneming] per die datum uit het handelsregister is uitgeschreven, hetgeen eveneens geldt voor zijn bedrijf Bouwservice Roerstreek, met welk bedrijf hij bovendien niet als lid tot VLOK is toegetreden. Voorts betoogt [appellant] dat hij het lidmaatschap van zijn bedrijf bij brief van 1 november 2010 per 1 januari 2011 heeft opgezegd en dat de bewijslast van lidmaatschap van [appellant] rust op VLOK.

Met grief 2 betoogt [appellant] dat er weliswaar een akte van cessie is overgelegd, maar dat niet is voldaan aan het constitutieve vereiste van mededeling aan de schuldenaar ([appellant]) en de vordering ad € 4046,00 van [medewerker A. van VLOK] daarom niet aan VLOK toekomt.

4.4.1.

Het hof stelt voorop dat nu [appellant] niet heeft betwist dat hij per 1 februari 2010 als lid van VLOK is toegetreden, het aan [appellant] is om te bewijzen dat zijn lidmaatschapsverhouding met VLOK is geëindigd.

4.4.2.

Het betoog van [appellant] dat zijn lidmaatschap per 1 januari 2011 is geëindigd omdat hij zijn onderneming De Klussenier [handelsnaam van de onderneming] per die datum uit het handelsregister heeft laten uitschrijven en hij met de nieuwe onderneming, Bouwservice Roerstreek, niet als lid is toegetreden, gaat niet op. Per 1 januari 2011 heeft slechts een naamswijziging van zijn onderneming plaatsgevonden. De handelsnaam, zoals geregistreerd in het handelsregister, [handelsnaam van de onderneming] h.o.d.n. De Klussenier is gewijzigd in Bouwservice Roerstreek. De activiteiten van de onderneming - algemene burgerlijke en utiliteitsbouw, kluswerkzaamheden in en rondom de huisvesting - zijn niet gewijzigd. Dit alles brengt mee dat het in artikel 9 lid 1a van de statuten van VLOK bedoelde geval dat het lidmaatschap eindigt doordat geen sprake meer is van een klussenbedrijf zich niet voor doet.

[appellant] heeft zijn onderneming, met de handelsnaam Bouwservice Roerstreek, anders dan hij stelt niet per 1 januari 2011 uit het handelsregister doen uitschrijven, maar per 1 april 2011. Daarmee geldt dat eerst per 1 april 2011 geen sprake meer is van een klussenbedrijf, waardoor eerst per die datum het lidmaatschap eindigt. Nu het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar is geëindigd - waarbij het hof, nu niet anders is gesteld of gebleken, er vanuit gaat dat een verenigingsjaar een kalenderjaar betreft - en is gesteld noch is gebleken dat van een andersluidend bestuursbesluit, als bedoeld in artikel 9 lid 5 van de statuten van VLOK, sprake is, blijft [appellant] op grond van artikel 9 lid 5 van de statuten van Vlok de lidmaatschapsbijdrage over heel 2011 verschuldigd.

4.4.3.

Het oordeel dat [appellant] de lidmaatschapsbijdrage ad € 389,95 over heel 2011 is verschuldigd, is, gezien de in artikel 9 lid 1 b van de statuten van VLOK genoemde wijzen waarop het lidmaatschap eindigt, evenwel anders indien moet worden aangenomen dat [appellant] zijn lidmaatschap tijdig heeft opgezegd. [appellant] heeft daartoe aangevoerd dat hij zijn lidmaatschap van VLOK bij brief van 1 november 2010 (productie 3 bij memorie van grieven) met ingang van 1 januari 2011 heeft opgezegd. Daar VLOK de ontvangst van deze brief heeft betwist is het aan [appellant] om te bewijzen dat deze brief VLOK heeft bereikt. Het hof zal [appellant] toe laten te bewijzen feiten en omstandigheden op grond waarvan moet worden aangenomen dat genoemde brief van 1 november 2010 VLOK tijdig heeft bereikt.

4.4.4.

Ten aanzien van grief 2 geldt dat het hof [appellant] in zijn betoog niet kan volgen. Artikel 3:94 BW vereist dat mededeling van de akte van cessie wordt gedaan. Aan de mededeling zijn geen vormvereisten verbonden en deze kan zowel door de verkrijger als de vervreemder worden gedaan. De vereiste mededeling ziet op het feit dat er een akte is opgemaakt en niet op de inhoud van de akte. Nu VLOK de akte van cessie d.d. 12 september 2011 ( hiervoor genoemd onder 4.1.11.) bij dagvaarding in eerste aanleg heeft overgelegd is aan het vereiste dat mededeling van de akte van cessie moet worden gedaan voldaan.

Grief 2 faalt.

5 De uitspraak

Het hof:

laat [appellant] toe feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat de onder rechtsoverweging 4.4.3. genoemde brief van 1 november 2010 VLOK tijdig heeft bereikt.

bepaalt, voor het geval [appellant] bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. Y.L.L.A.M. Delfos-Roy als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

verwijst de zaak naar de rol van 17 december 2013 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

bepaalt dat de advocaat van [appellant] tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

bepaalt dat [appellant] het schriftelijk bewijs dat hij wil bijbrengen, uiterlijk twee weken voor het verhoor aan de raadsheer-commissaris en de wederpartij zal toezenden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.J.H.A. Venner-Lijten, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en J.H.C. Schouten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 december 2013.