Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:5872

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-12-2013
Datum publicatie
06-12-2013
Zaaknummer
HD 200.107.786-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wck; verjaring; opeisbaarheid uitstaande saldo; betekenis achterwege blijven deugdelijke opeising; kredietvergoeding; vervallen termijnen.

Wetsverwijzingen
Wet op het consumentenkrediet, geldigheid: 2013-12-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200,107,786/01

arrest van 3 december 2013

in de zaak van

LaSer Nederland B,V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. F.E.C. Koopman,

tegen

1 [geïntimeerde 1.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: : mr. H.J.A.B. Bellemakers,

2. [geïntimeerde 2.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. G.A. Speelman,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 16 juli 2013 in het hoger beroep van de door de rechtbank Breda onder zaaknummer 239226 / HA ZA 11-1285 gewezen vonnissen van 14 december 2011 en 15 februari 2012.

6 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 16 juli 2013;

- de akte na tussenarrest van 13 augustus 2013 van LaSer met productie;

- de antwoordakte na tussenarrest van 10 september 2012 van [geïntimeerde 2.].

Partijen hebben arrest gevraagd.

7 De verdere beoordeling

7.1

Bij genoemd tussenarrest is LaSer in de gelegenheid gesteld een nieuwe berekening van haar vordering in het geding te brengen, waarbij zij rekening dient te houden met vervallen termijnen uit de periode juli/augustus 2004 tot 21 september 2005, die reeds zijn verjaard.

7.2.1.

Voor zover LaSer met haar stellingname beoogt het hof te bewegen terug te komen op haar eerdere beslissing faalt dit. Anders dan LaSer betoogt kan het saldo op 21 september 2005 niet gelijk zijn aan het saldo op 2 juli 2004, nu in de verjaarde termijnen van de tussenliggende periode ook een aflossingscomponent van 0,42% - te weten 1% minus 0,58% van het uitstaande saldo ter zake kredietvergoeding - is opgenomen geweest. Het uitstaande saldo dient dan ook met dit percentage per maandtermijn te worden verminderd. Dit volgt niet uit de primaire berekening van LaSer.

7.2.2.

LaSer heeft subsidiair een berekening overgelegd waarin rekening is gehouden met de vervallen termijnen ad 1% van het uitstaand saldo. Uit deze berekening volgt dat het uitstaande saldo per 21 september 2005 in dat geval € 19.566,14 bedraagt. Uitgaande daarvan heeft LaSer de vordering (subsidiair) herberekend op een bedrag van € 7.131,86. Het hof zal dit subsidiair gevorderde bedrag toewijzen, nu ook [geïntimeerde 2.] de subsidiaire berekening van LaSer als juist aanneemt.

7.3.

Het door [geïntimeerde 2.] nader uitgewerkte verweer dat sprake is geweest van rauwelijkse dagvaarding in eerste aanleg kan hem niet baten, nu gesteld noch gebleken is dat [geïntimeerde 2.] na deze dagvaarding terstond heeft aangeboden de gevorderde hoofdsom en verschuldigde rente te zullen voldoen zonder de kosten van dagvaarding en eventueel griffierecht.

7.4

Op grond van het voorgaande en met inachtneming van de overwegingen in het tussenarrest, waarin het hof volhardt, zal het hof de (gewijzigde) vordering van LaSer ten aanzien van [geïntimeerde 1.] afwijzen en het subsidiair gevorderde ten aanzien van [geïntimeerde 2.] toewijzen, inclusief de gevorderde wettelijke rente over het verschuldigde bedrag aan kredietvergoeding, als niet weersproken.

7.5

Het hof zal de bestreden vonnissen gedeeltelijk vernietigen en bekrachtigen voor het overige, op de wijze als hierna op te nemen. [geïntimeerde 2.] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep van het geding tussen hem en LaSer, inclusief de door LaSer gevorderde nakosten. Nu LaSer [geïntimeerde 2.] tezamen met [geïntimeerde 1.] in rechte heeft betrokken en tegen beide in één memorie van grieven heeft geconcludeerd, zal het hof het door LaSer betaalde griffierecht en de kosten van de memorie van grieven voor de helft toerekenen aan het geding tussen LaSer en [geïntimeerde 2.]. LaSer zal in het geding tussen haar en [geïntimeerde 1.] als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

8 De uitspraak

Het hof:

vernietigt de vonnissen waarvan beroep voor zover daarin de vorderingen van LaSer ten aanzien van [geïntimeerde 2.] zijn afgewezen

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

verklaart voor recht dat de rechtsvordering van LaSer jegens [geïntimeerde 2.] ter zake van de hoofdsom niet is verjaard omdat de hoofdsom niet opeisbaar is geworden;

veroordeelt [geïntimeerde 2.] tot betaling van een bedrag van € 7.131,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding in eerste aanleg tot aan de dag der algehele veroordeling;

veroordeelt [geïntimeerde 2.] in het geding tussen hem en LaSer in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van LaSer tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 409,17 aan verschotten en op € 894,-- aan salaris advocaat, en voor wat betreft de nakosten op € 131,-- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,-- indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

veroordeelt LaSer in het geding tussen haar en [geïntimeerde 1.] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1.] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 291,- aan verschotten en op € 894,-- aan salaris advocaat;

wijst af het meer of anders gevorderde;

bekrachtigt de vonnissen waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.A.M. van Schaik-Veltman, J.C.J. van Craaikamp en

R.R.M. de Moor en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 december 2013.