Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:5150

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-11-2013
Datum publicatie
01-11-2013
Zaaknummer
20-003545-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van primair poging doodslag, subsidiair poging zware mishandeling en meer subsidiair mishandeling. Het hof is niet op grond van wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat verdachte het slachtoffer heeft aangevallen en hem opzettelijk letsel heeft toegebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003545-12

Uitspraak : 1 november 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Middelburg van 17 oktober 2012 in de strafzaak met parketnummer 12-715089-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te[woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van openlijke geweldpleging (feit 2) en ter zake van – kort gezegd – poging tot doodslag (feit 1 primair) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest en tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft de rechtbank beslist op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis (onbeperkt) hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Nu voor de verdachte geen hoger beroep openstaat tegen de vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde, wordt het hoger beroep begrepen als uitdrukkelijk niet tegen die vrijspraak te zijn gericht.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal bevestigen.

Door de raadsman van verdachte is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsman een beroep gedaan op noodweer dan wel noodweerexces en ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. Meer subsidiair – wanneer het hof tot een veroordeling mocht komen – heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd. De raadsman heeft in alle gevallen betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 februari 2012 te Axel, in de gemeente Terneuzen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp in de hals/nek heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat


hij op of omstreeks 19 februari 2012 te Axel, in de gemeente Terneuzen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp in de hals/nek heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en voor zover terzake het onder 1 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat


hij op of omstreeks 19 februari 2012 te Axel, gemeente Terneuzen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]) met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp in de hals/nek heeft gestoken en/of gesneden, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Uit de inhoud van de verklaringen die [slachtoffer], [medeverdachte] en de verdachte bij de politie hebben afgelegd (dossierpagina’s 8-11, 41, 66-67 en 70) volgt dat:

  • -

    zij op zondagmiddag19 februari 2012 bij de vader van verdachte in Axel op bezoek waren;

  • -

    zij die dag omstreeks 18.00 uur de woning van de vader van verdachte hebben verlaten;

  • -

    [slachtoffer] toen voorop liep en [medeverdachte] en verdachte achter hem liepen.

Uit de inhoud van de voornoemde verklaringen, het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 19 februari 2012 (dossierpagina 140), de medische verklaring/letselbeschrijving van forensisch geneeskundige M. Weststrate d.d. 5 april 2012 (bijlage 1 van het proces-verbaal ‘aanvullend onderzoek steekincident Axel’ van 4 mei 2012) en de foto’s van het letsel (dossierpagina’s 23-24) blijkt dat [slachtoffer] vervolgens op enig moment aan de Adriaan van Ostadeweg te Axel een aantal verwondingen in zijn hals/nek heeft opgelopen.

[slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat hij opeens van achteren werd aangevallen (dossierpagina 8) en dat hij denkt dat de verdachte degene is geweest die hem toen met een mes heeft gestoken/gesneden, waarna hij tegen een schutting is gevallen. [slachtoffer] zou verdachte een mes hebben zien weggooien (dossierpagina 12). [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij ineens zag dat [slachtoffer] en verdachte elkaar beet hadden en dat hij bij geen van beiden een mes heeft gezien (dossierpagina’s 37 en 41). Verdachte heeft bij de politie verklaard dat [slachtoffer] ineens met een mes begon te zwaaien en dat hij, verdachte, toen probeerde dat mes uit de handen van [slachtoffer] te slaan, waarna hij en [slachtoffer] op de grond vielen. [slachtoffer] zou het mes op dat moment nog vast hebben gehad en omdat dit mes toen dicht bij zijn nek was, zou het mes toen in de nek van [slachtoffer] terecht kunnen zijn gekomen (dossierpagina’s 67 en 70). Ter terechtzitting in hoger beroep is de verdachte bij zijn eerdere verklaring gebleven. De verklaringen van [slachtoffer] en van verdachte omtrent de mogelijke ontstaanswijze van de letsels in de hals/nek van [slachtoffer] staan mitsdien lijnrecht tegenover elkaar, terwijl de verklaring van [medeverdachte] geen nader licht op de zaak werpt.

Op de plaats delict is geen mes dan wel een ander steek- of snijwapen aangetroffen (proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 1 maart 2012).

Forensisch arts D. Botter van het NFI heeft onder meer de aard en oorzaak van de letsels bij [slachtoffer] beoordeeld (NFI-rapport d.d. 17 juli 2012) en heeft daaromtrent geconcludeerd dat, voor zover hier van belang, uit het verloop en de locatie van de letsels niet valt op te maken onder welke omstandigheden zij zijn ontstaan (toegebracht door een belager c.q. ‘accidentele’ zelfbeschadiging tijdens de worsteling).

De bevindingen van de forensisch arts D. Botter leveren derhalve geen aanwijzingen op voor de juistheid van de verklaring van de verdachte dan wel van [slachtoffer]. Ook in de door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] op 19 februari 2012 bij de politie (dossierpagina’s 79-82) en op 10 mei 2012 bij de rechter-commissaris afgelegde verklaringen vindt het hof onvoldoende steun voor de lezing van [slachtoffer] dan wel voor de lezing van verdachte.

Mitsdien is het hof niet op grond van wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat verdachte [slachtoffer] heeft aangevallen en hem opzettelijk letsel heeft toegebracht. Het hof zal de verdachte vrijspreken van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ingediend tot een bedrag van € 447,45 ter zake van materiële schade. Bij vonnis, waarvan beroep, is die vordering toegewezen tot een bedrag van € 256,95 en is de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. De voeging duurt derhalve van rechtswege voort in hoger beroep voor zover de vordering is toegewezen.

Nu aan verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. F.P.E. Wiemans, voorzitter,

mr. M.J.H.J. de Vries-Leemans en mr. T. Kooijmans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.A.G.W.M. van der Vleuten, griffier,

en op 1 november 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. F.P.E. Wiemans en mr. T. Kooijmans zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.