Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:4574

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-10-2013
Datum publicatie
20-08-2015
Zaaknummer
HD 200.129.475-01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2013:2778
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROE:2010:9746
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Profiteren van wanprestatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.129.475/01

arrest van 8 oktober 2013

in de zaak van

[X.] - [Y.] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

appellante,

advocaat: mr. S.J.M. Peters,

tegen

1 Holding [Z.] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

2. [A.] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

geïntimeerden,

advocaat: mr. Y.G.M.J. Breukers,

op het bij exploot van dagvaarding van 31 mei 2013 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen vonnissen van 17 augustus 2011 en 17 april 2013 (hersteld bij vonnis van 24 april 2013 en nadien nogmaals bij vonnis van

8 mei 2013) tussen appellante als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de hoofdzaak en geïntimeerden als eiseressen in conventie, verweersters in reconventie in de hoofdzaak.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 96526/HA ZA 09-744)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen, naar het vonnis in het incident van 3 maart 2010 en naar de tussenvonnissen van 11 augustus 2010 en

18 januari 2012.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep;

- het exploot van anticipatie van 27 juni 2013;

- de rolbeslissing van de rolraadsheer van 13 augustus 2013;

- de akte van appellante van 27 augustus 2013;

- de antwoordakte van geïntimeerden van 10 september 2013.

3 De ontvankelijkheid van het hoger beroep

3.1.

Bij zijn beslissing van 13 augustus 2013 heeft de rolraadsheer de zaak naar de rol verwezen, teneinde appellante in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 3:301 lid 2 BW, en geïntimeerden in de gelegenheid te stellen op de akte van appellante bij antwoordakte te reageren.

3.2.

In haar akte van 27 augustus 2013 heeft appellante zich kort gezegd onder meer op het standpunt gesteld dat het hoger beroep, dat is ingesteld bij dagvaarding van 31 mei 2013, op de voet van artikel 3:301 lid 2 BW op 7 juni 2013 en derhalve tijdig is ingeschreven in de daartoe bestemde registers. Zij heeft ter onderbouwing van haar standpunt een akte van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, overgelegd, waaruit blijkt dat het hoger beroep op 7 juni 2013 ingeschreven is in het register van de rechtbank.

3.3.

In hun antwoordakte van 10 september 2013 hebben geïntimeerden het hiervoor weergegeven standpunt van appellante onderschreven.

3.4.

Het hof stelt vast dat het hoger beroep binnen acht dagen na het instellen ervan is ingeschreven in het daartoe bestemde register.

3.5.

Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van de memorie van grieven. Appellante wordt voor het nemen van de memorie van grieven een laatste termijn verleend van vier weken (met inachtneming van artikel 2.11 van het procesreglement zoals dat geldt per 1 januari 2013 voor civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof
’s-Hertogenbosch). Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 5 november 2013 voor memorie van grieven aan de zijde van appellante;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en
M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op

8 oktober 2013.