Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:4471

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-10-2013
Datum publicatie
03-10-2013
Zaaknummer
20-000810-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

1. Fiscale strafzaak. 2. Strafmaat. Rechtbank legde werkstraf op en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Hof komt tot gevangenisstraf.

Ad 1. Veroordeling verdachte als feitelijk leidinggevende ter zake van het meermalen opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting en vennootschapsbelasting, het opzettelijk niet voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen en het opzettelijk niet bewaren van ingevolge de belastingwet verplicht zijnde boeken, bescheiden of andere gegevensdragers (artikel 69 AWR), alsmede veroordeling van verdachte ter zake van het opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting en witwassen.

Ad 2. Het hof legt aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Er is sprake van een totaal benadelingsbedrag van zeker meer dan € 500.000,=. Het hof overweegt dat bij een benadelingsbedrag van € 500.000,= tot € 1.000.000,= als regel zeker niet minder dan 18 tot 24 maanden gevangenisstraf wordt opgelegd. Omdat het hof het de verdachte, in zijn rol als feitelijk leidinggevende van de rechtspersoon zwaar aanrekent dat hij gedurende een aantal jaren steeds opnieuw ervoor heeft gekozen om onjuiste aangiftes te doen en hij ook gedurende een aantal jaren de administratie van de B.V. niet op orde had en hij grote bedragen aan loon zwart heeft uitbetaald en hem voorts zwaar aanrekent dat hij bij herhaling zijn eigen inkomstenbelastingaangiftes onjuist heeft gedaan, kan niet worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf noch met een straf als door de advocaat-generaal is geëist.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 69, geldigheid: 2013-10-03
Wetboek van Strafrecht 420bis, geldigheid: 2013-10-03
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/14

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000810-12

Uitspraak : 1 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 21 februari 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-994048-09 tegen:

[verdachte],

[geboorteplaats] [geboortedatum],

[woonplaats].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:

1.

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl dat feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

2.

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl dat feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

3.

Medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl dat feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

4.

Ingevolge de belastingwet verplicht zijn tot het voeren van een administratie en het bewaren van bescheiden en deze administratie niet hebben gevoerd en deze bescheiden niet hebben bewaard, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

5.

Witwassen;

veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, verdachte voor de aan hem onder 1., 2., 3., 4. en 5. ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft:

  • -

    primair vrijspraak bepleit;

  • -

    subsidiair, mocht het hof tot een bewezenverklaring komen, zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.
[X B.V.], in elk geval een rechtspersoon, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 mei 2005 tot en met 27 oktober 2008 te Eindhoven en/of te Veldhoven en/of te Apeldoorn, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [X B.V.], in elk geval een rechtspersoon, over het:

  • -

    eerste kwartaal 2005 (D-892 7/22) en/of

  • -

    tweede kwartaal 2005 (D-892 8/22) en/of

  • -

    derde kwartaal 2005 (D-892 9/22) en/of

  • -

    vierde kwartaal 2005 (D-892 10/22) en/of

  • -

    eerste kwartaal 2006 (D-892 11/22) en/of

  • -

    tweede kwartaal 2006 (D-892 12/22) en/of

  • -

    derde kwartaal 2006 (D-892 13/22) en/of

  • -

    vierde kwartaal 2006 (D-892 14/22) en/of

  • -

    eerste kwartaal 2007 (D-892 15/22) en/of

  • -

    tweede kwartaal 2007 (D-892 16/22) en/of

  • -

    derde kwartaal 2007 (D-892 17/22) en/of

  • -

    vierde kwartaal 2007 (D892 18/22) en/of

  • -

    tweede kwartaal 2008 (D-892 19/22) en/of

  • -

    derde kwartaal 2008 (D-892 20/22)

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft de [X B.V.] (telkens) opzettelijk op het bij de Inspecteur belastingen of de Belastingdienst te Eindhoven en/of Apeldoorn, in elk geval de Belastingdienst ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken)/kwarta(a)l(en), (telkens) een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) (een) onjuist(e) bedrag(en), althans (telkens) (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belasting opgegeven (in rubriek MOA051: totale omzetbelasting) te weten 0 euro (nihil), terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

2.
[X B.V.], in elk geval een rechtspersoon, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4 mei 2007 tot en met 29 augustus 2008 te Eindhoven en/of te Veldhoven en/of te Apeldoorn, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de vennootschapsbelasting ten name van [X B.V.], in elk geval een rechtspersoon, over het/de jaar/jaren 2005 (D-893 5/12 t/m D-893 8/12) en/of 2006 (D-893 9/12 t/m D-893 12/12) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft [X B.V.] (telkens) opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Eindhoven en/of Apeldoorn, in elk geval de Belastingdienst, ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet(ten) vennootschapsbelasting over genoemd(e) jaar/jaren (telkens) een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) (een) onjuist(e) bedrag(en), althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting opgegeven (in de rubrieken 'belastbaar bedrag' en 'belastbare winst'), te weten

0

euro (nihil), terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

3.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 juni 2007 tot en met

28 juli 2008 te Waalre en/of Veldhoven en/of te Apeldoorn, althans in het arrondissement

's-Hertogenbosch, in elk geval (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het/de jaar/jaren 2005 (D894 3/9) en/of 2006 (D894 5/9) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte en/of (één of meer van) haar mededader(s) toen aldaar (telkens) opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Eindhoven en/of Apeldoorn, in elk geval de Belastingdienst ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet(ten) Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over genoemd(e) jaar/jaren (telkens) een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) (een) onjuist(e) bedrag(en), althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting opgegeven (in de rubriek 'verzamelinkomen belastingplichtige'), te weten 0 euro (nihil), terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven;

4.
[X B.V.], in elk geval een rechtspersoon, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 september 2008, te Eindhoven en/of te Veldhoven, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval (elders) in Nederland, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot:

  • -

    het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of

  • -

    het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, opzettelijk niet heeft bewaard,

terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven,

immers heeft [X B.V.] toen aldaar, opzettelijk, terwijl door haar bouwactiviteiten werden verricht onder de naam [X B.V.], geen kasadministratie bijgehouden en/of verwerkt en/of bewaard, geen loonadministratie bijgehouden en/of verwerkt en/of bewaard, geen bedrijfsadministratie bijgehouden en/of verwerkt en/of bewaard,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;


5.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met

30 september 2008, te Eindhoven, althans in het arrondissement ’s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

van een voorwerp, te weten een (giraal) geldbedrag groot (in totaal) 368.022,- euro of daaromtrent, in elk geval één of meer geldbedragen, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) was, en/of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had

en/of een voorwerp, te weten een (giraal) geldbedrag groot (in totaal) 368.022,- euro of daaromtrent, in elk geval één of meer geldbedragen, heeft verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemd voorwerp gebruik heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij en/of (één of meer van) zijn mededader(s) wist(en) dat dit voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf,

door toen en daar opzettelijk (telkens) tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

  • -

    (een groot gedeelte van) de bedrijfsomzetten van [X B.V.] buiten de bedrijfsadministratie van die B.V. te houden en/of te doen houden en/of

  • -

    die bedrijfsomzetten niet te verwerken en/of te doen verwerken in de aangifte(n) Omzetbelasting en/of de aangifte(n) Vennootschapsbelasting van die B.V. en/of

  • -

    betalingen en /of onttrekkingen vanuit die B.V. ten behoeve van hem, verdachte, niet in de aangifte(n) Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van hem, verdachte, en/of een of meer andere persoon/personen te verwerken en/of te doen verwerken en/of

  • -

    (een) gira(a)1(e) geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van die B.V. om te zetten in (een) chart(a)l(e) geldbedrag(en) en/of

  • -

    (vervolgens) daarmee op geheel of gedeeltelijk ontraceerbare wijze en/of moeilijk traceerbare wijze (bedrijfs)kosten van die B.V. te betalen en/of aan medewerkers van die B.V. (buiten de administratie om) financiële vergoedingen (voor werkzaamheden) te verstrekken en/of ten behoeve van hem, verdachte, privé-uitgaven te doen en/of

  • -

    deze gelden anderszins op geheel of gedeeltelijk ontraceerbare wijze en/of moeilijk traceerbare wijze aan te wenden),

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) —onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1., 2., 3., 4. en 5. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:


1.
[X B.V.] op tijdstippen in de periode van 2 mei 2005 tot en met 27 oktober 2008 te Eindhoven en/of te Apeldoorn, , telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van [X B.V.] over het:

  • -

    eerste kwartaal 2005 en/of

  • -

    tweede kwartaal 2005 en/of

  • -

    derde kwartaal 2005 en/of

  • -

    vierde kwartaal 2005 en/of

  • -

    eerste kwartaal 2006 en/of

  • -

    tweede kwartaal 2006 en/of

  • -

    derde kwartaal 2006 en/of

  • -

    vierde kwartaal 2006 en/of

  • -

    eerste kwartaal 2007 en/of

  • -

    tweede kwartaal 2007 en/of

  • -

    derde kwartaal 2007 en/of

  • -

    vierde kwartaal 2007 en/of

  • -

    tweede kwartaal 2008 en/of

  • -

    derde kwartaal 2008

onjuist heeft gedaan, immers heeft [X B.V.] telkens opzettelijk op het bij de Inspecteur belastingen of de Belastingdienst te Eindhoven en/of Apeldoorn, ingezonden aangiftebiljetten omzetbelasting over genoemde kwartalen, telkens onjuiste bedragen, aan belasting opgegeven (in rubriek MOA051: totale omzetbelasting) te weten 0 euro (nihil), terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;


2.
[X B.V.] op tijdstippen in de periode van 4 mei 2007 tot en met 29 augustus 2008 te Eindhoven en/of te Apeldoorn, telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de vennootschapsbelasting ten name van [X B.V.], over de jaren 2005 en 2006 onjuist heeft gedaan, immers heeft de [X B.V.] telkens opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Eindhoven en/of Apeldoorn, ingezonden aangiftebiljet vennootschapsbelasting over genoemde jaren een te laag belastbaar bedrag opgegeven, te weten 0 euro (nihil), terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;

3.
hij op tijdstippen in de periode van 21 juni 2007 tot en met 28 juli 2008 te Waalre en/of Veldhoven en/of te Apeldoorn, telkens tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2005 en 2006 onjuist heeft gedaan, immers hebben verdachte en zijn mededader toen aldaar telkens opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Eindhoven en/of Apeldoorn ingezonden aangiftebiljetten Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over genoemde jaren een te laag bedrag opgegeven in de rubriek 'verzamelinkomen belastingplichtige', te weten 0 euro (nihil), terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven;

4.
[X B.V.] in de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 september 2008, te Eindhoven en Veldhoven, telkens als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot:

  • -

    het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en

  • -

    het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, opzettelijk niet heeft bewaard,

terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, immers heeft [X B.V.] opzettelijk, terwijl door haar bouwactiviteiten werden verricht onder de naam [X B.V.], geen kasadministratie bijgehouden en verwerkt en bewaard, geen loonadministratie bijgehouden en verwerkt en bewaard, geen bedrijfsadministratie bijgehouden en verwerkt en bewaard, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven.

5.
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 september 2008, in Nederland, van een voorwerp, te weten een geldbedrag groot (in totaal) 368.022,- euro, gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist dat dit voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf,

door toen en daar opzettelijk telkens deze gelden op moeilijk traceerbare wijze aan te wenden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

1.Namens verdachte is betoogd dat het opzet op de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en verdachte mitsdien van deze feiten dient te worden vrijgesproken. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat verdachte voor de boekhouding van [X B.V.] en het verzorgen van de aangiften vennootschapsbelasting en omzetbelasting van deze vennootschap, alsmede de aangiften inkomstenbelasting van verdachte zelf, [A] als boekhouder had ingeschakeld, dat de administratie van [X B.V.] en zijn eigen administratie prima op orde was en genoemde persoon ter zake van genoemde werkzaamheden buiten medeweten van verdachte in gebreke is gebleven.

In dit verband heeft de verdediging voorts aangevoerd dat aan de belastende verklaringen die [A] over verdachte heeft afgelegd geen geloof dient te worden gehecht, nu deze persoon – zijnde een medeverdachte in onderhavige strafzaak – hiermede louter zijn eigen rol tracht te verhullen.

Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte tijdens de politieverhoren zeer emotioneel was, hij die verhoren als zeer intimiderend heeft ervaren, hij tijdens deze verhoren niet beschikte over zijn bril, waardoor hij niet in staat was om hetgeen de verbalisanten hadden opgetekend na te lezen, en voorts de inhoud van die vastgelegde verhoren slechts in grote lijnen aan hem is voorgehouden. Aldus hebben deze verhoren volgens de verdediging niet op de juiste wijze plaatsgevonden en dient – zo begrijpt het hof – aan de belastende verklaringen die verdachte tijdens deze verhoren aangaande hemzelf heeft afgelegd geen waarde te worden gehecht.

2.

Het hof overweegt dienaangaande dat het geen reden heeft om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de – tot het bewijs gebezigde delen van de – verklaringen van [A] en verdachte, waaronder de passages die zien op de onvolledige administratie van [X B.V.] en [de verklaring van A]dat hij met verdachte heeft besproken dat hij volstond met het doen van nihil-aangiften omzetbelasting, vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting.

In het bijzonder hecht het hof geloof aan die (delen van de) verklaringen, nu deze onderling ook bevestiging vinden in elkaar (zie onder meer de verklaringen van [A] zoals weergegeven op dossierpagina 213, 214 en 217 tot en met 219 en de verklaringen van verdachte zoals weergegeven op dossierpagina 183 en 184).

Voorts overweegt het hof dat uit de inhoud van de politieverhoren van verdachte niet blijkt dat verdachte deze verklaringen onder grote druk heeft afgelegd dan wel sprake was van enige verwarring bij verdachte. Die verklaringen, door verdachte tijdens verschillende politieverhoren op verschillende dagen afgelegd, weerspreken dat sprake was van een verwarde en geëmotioneerde persoon. Zij geven blijk van een persoon die zowel in staat was zichzelf goed in woorden uit te drukken als ook herberekeningen uit te voeren van zwart loon dat door [X B.V.] in de ten laste gelegde periode aan Polen was uitbetaald (dossierpagina 194).

Evenmin blijkt uit die verklaringen dat verdachte niet op adequate wijze heeft kennis kunnen nemen van de inhoud van die verklaringen. Blijkens de betreffende processen-verbaal heeft verdachte zijn verklaringen telkens doorgelezen alvorens te tekenen voor de juistheid van de weergave van die verklaringen. Voor de hiervoor bedoelde verklaring van verdachte afgelegd op 28 april 2010, dossierpagina 183 en 184, waarbij verdachte onder meer verklaart dat hij de administratie niet goed bijhield en [A] hem had verteld dat hij nihil op de aangiften had ingevuld, geldt bovendien dat blijkens het proces-verbaal van verhoor deze verklaring ook is voorgelezen.

Gelet op het al vorenoverwogene ziet het hof geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de inhoud van de tot het bewijs gebezigde verklaringen van verdachte en [A].

3.

Tot slot overweegt het hof dat de omstandigheid dat beweerdelijk ook [A] is tekortgeschoten in zijn werkzaamheden voor verdachte en [X B.V.] aan het opzet dat verdachte in verband met de aan hem ten laste gelegde feiten kan worden verweten niet af doet.

4.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1. en 2. bewezen verklaarde levert telkens op:

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Het onder 3. bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Het onder 4. bewezen verklaarde levert op:

Ingevolge de belastingwet verplicht zijnde

een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen te voeren, een zodanige administratie opzettelijk niet voeren,

terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

en

Ingevolge de belastingwet verplicht zijnde

boeken, bescheiden of andere gegevensdragers te bewaren, deze opzettelijk niet bewaren, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

Het onder 5. bewezen verklaarde levert op:

Witwassen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de mate waarin het vertrouwen dat de fiscale overheid in belastingaangiften mag stellen door verdachte is geschonden;

  • -

    de omstandigheid dat gedurende langere tijd, te weten een periode van bijna 4 jaar, telkenmale valse belastingaangiften zijn gedaan;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte reeds vele jaren als ondernemer werkzaam is en uit dien hoofde wist welke administratieve verplichtingen op hem als feitelijk leidinggevende van [X B.V.] rusten;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte blijkens diens verklaring (dossierpagina 182) iedere maand een salaris genoot uit [X B.V.] ten bedrage van € 3.000,= per maand, zijnde € 36.000,= per jaar, welk inkomen hij niet heeft vermeld in zijn aangifte IB/premie volksverzekering over de jaren 2005 en 2006 waardoor een fiscaal nadeel is ontstaan;

  • -

    het feit dat door verdachte als gevolg van de niet op aangifte voldane omzetbelasting aan de Nederlandse Staat een fiscaal nadeel is toegebracht, dat is becijferd op een bedrag van zeker € 368.000,=;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte blijkens diens verklaring (dossierpagina 194) gedurende 4 jaren onbekend gebleven personeel “zwart” heeft uitbetaald voor een door verdachte zelf geschat bedrag van € 240.000,= per jaar (dossierpagina 194), ter zake waarvan geen loonadministratie is bijgehouden en door [X B.V.] geen loonheffing is afgedragen. Als gevolg daarvan is gedurende meerdere jaren de fiscus, en daarmee de samenleving, globaal genomen honderdduizenden euro’s nadeel toegebracht.

(Het hof zou dit fiscale nadeel alleen al over de jaren 2005 tot en met 2007 kunnen becijferen op een bedrag van zeker acht ton aan loonheffing (2005 € 312.960 (tarief 130,4%); 2006 € 259.920 (tarief 108,3%) en 2007 € 259.920 (tarief 108,3%)). Het hof zal evenwel niet direct aansluiting zoeken bij deze, voor verdachte nadeligere, becijfering, nu deze bedragen niet als zodanig ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde is geweest);

- het fiscale nadeel ontstaan als gevolg van de malversaties binnen [X B.V.], (zie het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde) en als gevolg van verdachtes malversaties aangaande zijn inkomstenbelasting, in totaal dus substantieel is geweest, waardoor het nadeel de € 500.000,= zeker heeft overschreden.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 31 juli 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder door een strafrechter is veroordeeld;

  • -

    de persoonlijke omstandigheden van verdachte voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, in het bijzonder gezondheidstoestand van zijn echtgenote;

  • -

    de omstandigheid dat na het tijdstip waarop het bewezenverklaarde heeft plaatsgevonden inmiddels 5 jaren zijn verstreken.

Bij een benadelingsbedrag van € 500.000,= tot € 1.000.000,= wordt als regel zeker niet minder dan 18 tot 24 maanden gevangenisstraf opgelegd. Verdachte heeft daarnaast ook nog gelden witgewassen. Omdat het hof het de verdachte, in zijn rol als feitelijk leidinggevende van de rechtspersoon zwaar aanrekent dat hij gedurende een aantal jaren steeds opnieuw ervoor heeft gekozen om onjuiste aangiftes te doen en hij ook gedurende een aantal jaren de administratie van [X B.V.] niet op orde had en hij grote bedragen aan loon zwart heeft uitbetaald en hem voorts zwaar aanrekent dat hij bij herhaling zijn eigen inkomstenbelastingaangiftes onjuist heeft gedaan, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf terwijl voorts niet kan worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal is geëist. Het hof zal daarom gevangenisstraf van na te melden duur opleggen.

Het hof zal bepalen dat een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk zal worden opgelegd. Gelet op het feit dat verdachte ook thans nog als ondernemer werkzaam is en hij als gevolg daarvan nog dagelijks met diverse, uit hoofde van de belastingwet op hem rustende, (administratie)verplichtingen wordt geconfronteerd, wordt met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf, de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 14a, 14b, 14c, 51, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1., 2., 3. 4. en 5. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het onder 1., 2., 3. 4. en 5. bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend, voorzitter,

mr. P.A.G.M. Cools en mr. H. Harmsen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van, griffier,

en op 1 oktober 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.