Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:4186

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-09-2013
Datum publicatie
12-09-2013
Zaaknummer
HD 200.106.969/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Loonvordering. Overgang van onderneming? Faillietverklaring van appellante, oorspronkelijk gedaagde, na vragen van arrest en bepaling datum arrest. Tussenarrest; ambtshalve schorsing van het geding (artt. 29 en 30 Faillissementswet).

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 29
Faillissementswet 30
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.106.969/01

arrest van 10 september 2013

in de zaak van

MAX-life Servicecenter [MAX-life Servicecenter] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. G.J.A.F. Beulen te Landgraaf,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. C.M. Brouwers te Horst,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 3 juli 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Heerlen onder zaak-/rolnummer 467598 CV EXPL 12-2428 gewezen vonnis in kort geding van 20 april 2012.

5 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 3 juli 2012 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 19 december 2012;

- de memorie van grieven;

- de memorie van antwoord met producties.

Partijen hebben ter rolle van 18 juni 2013 arrest gevraagd en is de uitspraakdatum bepaald.

Uit de brief van de advocaat van MAX-life van 13 augustus 2013, met als bijlage een afdruk uit het Centraal Insolventieregister, blijkt dat MAX-life bij uitspraak van de rechtbank Limburg van 6 augustus 2013 in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. A.L. Stegeman te Heerlen tot curator.

6 De beoordeling

6.1.

Alvorens verder te beslissen wenst het hof kennis te nemen van het in grief 2 bedoelde geluidsfragment, te weten een opname van een telefoongesprek tussen [geïntimeerde] en de heer [X.]. Het hof zal gelasten dat [geïntimeerde] dit geluidsfragment, gebrand op een CD, ter griffie deponeert.

6.2.

[geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord nieuwe producties (16 en 17) overgelegd. MAX-life wordt in de gelegenheid gesteld hierop bij akte te reageren.

6.3.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6.4.

Nu arrest is gevraagd en de uitspraakdatum is bepaald vóór de faillietverklaring van MAX-life (oorspronkelijk gedaagde), is ingevolge artikel 30 lid 1 Faillissementswet artikel 29 Faillissementswet niet toepasselijk, ervan uitgaande dat de vordering van [geïntimeerde] een verifieerbare vordering betreft. Dat betekent dat het geding niet is geschorst door de faillietverklaring.

Uit het voorgaande blijkt echter dat het onderhavige geding ten gevolge van dit arrest wordt voortgezet. Op grond van artikel 30 lid 2 Faillissementswet is artikel 29 Faillissementswet dan weer toepasselijk. Dat betekent dat het geding met het wijzen van dit arrest ambtshalve wordt geschorst.

Dit betekent dat vanwege en gedurende de schorsing de deponering van de CD en het nemen van een akte door MAX-life en verdere proceshandelingen feitelijk niet aan de orde zijn.

7 De uitspraak

Het hof:

gelast [geïntimeerde] het in r.o. 6.1. bedoelde geluidsfragment (gebrand op een CD) binnen twee weken na dit arrest ter griffie van het hof te deponeren;

verwijst de zaak naar de rol van 22 oktober 2013 voor akte aan de zijde van MAX-life, waarin zij (uitsluitend) op de bij memorie van antwoord overgelegde producties 16 en 17 kan reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan;

verstaat dat dit geding ambtshalve wordt geschorst.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, I.B.N. Keizer en A.P. Zweers-van Vollenhoven en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 september 2013.