Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:3982

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-09-2013
Datum publicatie
04-09-2013
Zaaknummer
20-001381-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2012:884, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Seksueel binnendringen bij een persoon onder de 16 jaren, meermalen gepleegd, en onttrekking aan het gezag. Gelet op persoonlijke omstandigheden verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd van 5 jaren en een taakstraf van 240 uren. Meldingsgebod reclassering en ambulante behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001381-12

Uitspraak : 4 september 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 23 maart 2012 in de strafzaak met parketnummer 02-800582-11 tegen:

[verdachte],

geboren te[geboorteplaats]op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde (kinderpornografie) en ter zake van het onder 1 en 3 ten laste gelegde (seksueel binnendringen bij een persoon onder de 16 jaren, meermalen gepleegd, en onttrekking aan het gezag) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank beslist op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij en de in beslag genomen voorwerpen.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Verdachte heeft tegen bovengenoemd vonnis onbeperkt hoger beroep ingesteld.

Nu voor de verdachte geen hoger beroep openstaat tegen de vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde, wordt het hoger beroep begrepen als uitdrukkelijk niet tegen die vrijspraak te zijn gericht.

Hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft – anders dan blijkens de door hem overgelegde schriftelijke vordering – gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en heeft te dien aanzien gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, alsook tot het verrichten van een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft zich ter zake van een bewezenverklaring van het onder 1 en 3 ten laste gelegde, de beslissingen op de vordering van de benadeelde partij en de beslissingen omtrent het beslag gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts heeft de verdediging zich voor wat betreft de strafoplegging geschaard achter het standpunt van de advocaat-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en met de gronden waarop dit berust, met dien verstande dat het hof de bewezenverklaring van de rechtbank ter zake van het onder 3 ten laste gelegde verbeterd zal lezen en behalve voor wat betreft de opgelegde straf, de strafmotivering, de beslissingen omtrent het beslag en de toegepaste wetsartikelen.

Verbeterde lezing bewezenverklaring feit 3

Nu de rechtbank zich uitdrukkelijk onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het onder 3 ten laste gelegde voor zover het feit in België zou zijn gepleegd en hieromtrent tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep geen misverstand heeft bestaan, heeft het hof de bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde verbeterd gelezen in dier voege dat de woorden ‘en/of Boom’ ten onrechte in de bewezenverklaring zijn opgenomen. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting door deze verbetering niet in zijn verdediging geschaad.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij de straftoemeting heeft het hof in het bijzonder rekening gehouden met de omstandigheden dat:

  • -

    verdachte, die op het moment van het bewezen verklaarde 43 jaren oud was, door seksuele handelingen te verrichten met [slachtoffer], die op het moment van het bewezen verklaarde pas 14 jaar oud was, en welke handelingen onder meer hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], seksuele handelingen heeft verricht die, gezien het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen beiden en de wezenlijke ondergeschiktheid van het slachtoffer, in strijd zijn met de sociaal-ethische normen en mitsdien kunnen worden aangemerkt als ontuchtige handelingen;

  • -

    verdachte [slachtoffer] heeft onttrokken aan het ouderlijk gezag.

Gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten, is naar ’s hofs oordeel een strafoplegging zoals in eerste aanleg door de officier van justitie is gevorderd in beginsel gerechtvaardigd, doch gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, ziet het hof aanleiding om geen (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op leggen.

Het hof acht met name van belang dat de verdachte – zoals ook blijkt uit het reclasseringsrapport d.d. 7 augustus 2013 – sinds juli 2012 op vrijwillige basis in behandeling is bij het centrum voor geestelijke gezondheidszorg De Pont te Mechelen, met het oog op het voorkomen van recidive en het tijdig leren herkennen en onderkennen van risicovolle signalen voor wat betreft het aangaan van seksuele contacten met homoseksuele jongens/mannen, alsook dat de verdachte voornemens is om in oktober 2013 te starten met een (zeden-)groepsbehandeling in een forensisch kader.

Alles afwegende, acht het hof – anders dan de rechtbank, de advocaat-generaal en de verdediging, de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 5 jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals hierna vermeld, alsmede de oplegging van een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Het hof is van oordeel dat een proeftijd voor de duur van 5 jaren is aangewezen, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De verdachte is eerst sinds juli 2012 in behandeling bij De Pont te Mechelen. Verdachte dient nog te starten met een groepsbehandeling. Het is ongewis hoe een en ander zich zal ontwikkelen. Het hof acht een langdurige behandeling noodzakelijk om terugval te voorkomen.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Beslag

Onttrekking aan het verkeer

Het hof is van oordeel dat het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp (hennep) vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, nu dit bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte onder 1 en 3 begane misdrijf werd aangetroffen en dit aan de verdachte toebehorende voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Teruggave aan [slachtoffer]

Het hof is van oordeel dat van de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (telefoon en ondergoed) de teruggave dient te worden gelast aan het slachtoffer [slachtoffer], omdat hij als redelijkerwijs rechthebbende kan worden aangemerkt.

Teruggave aan verdachte

Het hof is van oordeel dat van de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (zie dictum) de teruggave dient te worden gelast aan de verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 245 en 279 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissingen omtrent het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat:

  • -

    de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 5 (vijf) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

  • -

    ten behoeve van de vaststelling van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

  • -

    geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken hieronder begrepen

  • -

    dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich binnen drie keer 24 uur na het onherroepelijk worden van de uitspraak bij de Reclassering Nederland meldt op het adres Vrijlandstraat 33b te 4337 EA Middelburg (0118-626157) en zich vervolgens gedurende de proeftijd op door de reclassering te bepalen dagen en tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang de reclassering dit binnen de grenzen van de proeftijd noodzakelijk acht, waarbij zij opgemerkt dat de gesprekken met de toezichthouder kunnen plaatsvinden in de spreekkamerlocatie van de reclassering te Terneuzen, danwel een andere reclasseringsinstelling.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal laten behandelen bij het centrum voor geestelijke gezondheidszorg De Pont te Mechelen (zedengroep) of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dit binnen de grenzen van de proeftijd noodzakelijk acht.

Geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- beslaglijst nummer 535111 (hennep).

Gelast de teruggave aan [slachtoffer] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- beslaglijst nummer 536597 (telefoon)

- beslaglijst nummer 590489 (ondergoed).

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- beslaglijst nummer 535085 (doosje met medicijnen)

- beslaglijst nummer 535089 (doosje met medicijnen)

- beslaglijst nummer 535092 (hoesje)

- beslaglijst nummer 535097 (DVD)

- beslaglijst nummer 535102 (condooms)

- beslaglijst nummer 535105 (doosje met balletjes)

- beslaglijst nummer 535107 (fles)

- beslaglijst nummer 535108 (fles)

- beslaglijst nummer 535109 (gegevensdrager)

- beslaglijst nummer 535110 ((transformator)

- beslaglijst nummer 535112 (zakmes)

- beslaglijst nummer 535113 (sleutelbos)

- beslaglijst nummer 535117 (iPod)

- beslaglijst nummer 535119 (gegevensdrager)

- beslaglijst nummer 535120 (navigator)

- beslaglijst nummer 535121 (navigator)

- beslaglijst nummer 535122 (rekenmachine)

- beslaglijst nummer 535123 (papier met adres)

- beslaglijst nummer 535124 (huurovereenkomst)

- beslaglijst nummer 634687 (telefoon)

- beslaglijst nummer 634698 (ondergoed)

- beslaglijst nummer 634731 (perskaart)

- beslaglijst nummer 634735 (sleutelhanger).

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door

mr. O.A.J.M. Lavrijssen, voorzitter,

mr. K.J. van Dijk en mr. K. van der Meijde, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.A.G.W.M. van der Vleuten, griffier,

en op 4 september 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.