Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:3183

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-07-2013
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
HD 200.106.970/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rolbeslissing bezwaar wijziging in eis in vrijwaringszaak in hoger beroep. Uitzondering op de in artikel 347 lid 1 Rv besloten twee-conclusie-regel.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 347
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/472
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.106.970/01

rolbeslissing van 16 juli 2013

in de zaak van

[Holding] Holding B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. F.W. Linders te Waalre,

tegen

1 [geintimeerde sub 1.],

wonende te [woonplaats],

2. [geintimeerde sub 2.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. S.J. Bruins Slot te 's-Hertogenbosch,

op het bezwaar van de geïntimeerde sub 1, [geintimeerde sub 1.], tegen de wijziging van eis van appellante, [Holding], bij akte in vrijwaring houdende eiswijziging/verandering met producties.

1 De wijziging van eis en de beoordeling van het bezwaar

1.1.

Bij akte in vrijwaring houdende eiswijziging/verandering met producties heeft [Holding] haar eis gewijzigd in die zin dat zij thans de hoofdelijke veroordeling vordert van geïntimeerden om tegen finale kwijting aan haar te betalen:

  1. ) al hetgeen waartoe [Holding] in de hoofdzaak bij gerechtelijke uitspraak ten gunste van [International] mocht worden veroordeeld, daarbij het geslaagde beroep van [Holding] op verrekening voor het daarmee gemoeide bedrag buiten beschouwing latend, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van beide instanties, zoals het vastrecht, het (na)salaris c.a., en tot betaling daarvan aan [Holding] binnen vijf dagen na betekening van het arrest;

  2. ) al hetgeen [Holding] ter uitvoering van het bestreden vonnis aan geïntimeerden heeft voldaan aan [Holding] terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling.

De vetgemaakte zinsnede is de eiswijziging.

1.2.

[Holding] stelt dat de eiswijziging samenhangt met het beroep op verrekening dat zij, [Holding], bij memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel van 28 mei 2013 als verweer voert in de hoofdzaak die tussen [International] International B.V. (hierna: [International]) en (onder andere) [Holding] onder zaaknummer HD 200.106.015/01 bij dit hof aanhangig is. De – met de vordering van [International] in de hoofdzaak – te verrekenen vordering heeft volgens [Holding] niets uit te staan met de claim van [International] op [Holding]. [Holding] stelt zich op het standpunt dat indien en voor zover dit verrekenverweer in de hoofdzaak slaagt, de daarmee gerealiseerde verrekenpost daarom niet ten voordele van [geintimeerde sub 2.] en [geintimeerde sub 1.], de verwerende partijen in de vrijwaring, dient te komen.

1.3.

[geintimeerde sub 1.] maakt bij akte houdende bezwaar eiswijziging in vrijwaring tevens houdende voorwaardelijke antwoordmemorie eiswijziging in vrijwaring bezwaar tegen de wijziging van eis op de grond dat deze in strijd is met de eisen van een goede procesorde aangezien deze tardief is ingesteld. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 19 juni 2009, LJN BI8771, stelt [geintimeerde sub 1.] dat [Holding] haar eis uiterlijk bij haar memorie van grieven van 3 juli 2012 had moeten wijzigen. Een uitzondering op de twee-conclusie-regel van artikel 347 Rv doet zich in de visie van [geintimeerde sub 1.] niet voor.

1.4.

De in artikel 347 lid 1 Rv besloten twee-conclusie-regel beperkt de aan oorspronkelijk eiser toekomende bevoegdheid tot verandering of vermeerdering van eis in hoger beroep in die zin dat hij in beginsel zijn eis niet later dan in zijn memorie van grieven of antwoord mag veranderen of vermeerderen. Dit geldt ook als de verandering of vermeerdering van eis slechts betrekking heeft op de grondslag van hetgeen ter toelichting van de vordering door de oorspronkelijke eiser is gesteld. Op deze in beginsel strakke regel kunnen onder omstandigheden uitzonderingen worden aanvaard, onder meer indien de aard van het geschil meebrengt dat in een later stadium nog een zodanige verandering of vermeerdering van eis kan plaatsvinden.

1.5.

Deze uitzondering doet zich hier voor. De wijziging van eis hangt samen met een verrekeningsverweer van [Holding] in de hoofdzaak. [Holding] heeft dit verweer gevoerd bij memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel van 28 mei 2013, op welke datum in deze vrijwaringszaak de memorie van grieven – het in beginsel laatste moment dat [Holding] haar eis had mogen wijzigen of vermeerderen – reeds was genomen (op 3 juli 2012). Aangezien een vrijwaringsprocedure nauw samenhangt met, en afhankelijk is van de hoofdzaak, is het hof van oordeel dat de aard van de vrijwaringsprocedure meebrengt dat de wijziging van eis van [Holding] kan worden toegestaan.

Het hof neemt daarbij in aanmerking dat in hoger beroep, anders dan in eerste aanleg, de hoofdzaak en de vrijwaring niet van rechtswege zijn gevoegd en de procedures doorgaans niet (min of meer) gelijk oplopen. In dit geval is in de hoofdzaak tussen [International] en (onder andere) [Holding], na een incident tot voeging ex artikel 222 Rv, de memorie van grieven genomen op 5 februari 2013, terwijl in de vrijwaringszaak de memorie van grieven reeds op 3 juli 2012 was genomen. De procedures lopen dus bepaald niet synchroon. In deze situatie zou het niet toelaten van de eiswijziging die is gedaan naar aanleiding van een nieuw verweer in de hoofdzaak (ook al is dat verweer gevoerd door dezelfde partij die in deze vrijwaring de eis wijzigt), een miskenning zijn van de nauwe samenhang van de vrijwaring met de hoofdzaak.
Verder weegt het hof het volgende mee. [Holding] heeft [geintimeerde sub 1.] in vrijwaring betrokken om haar te vrijwaren voor de nadelige gevolgen van toewijzing van de vorderingen van [International] in de hoofdzaak, welke vorderingen zijn gegrond op misbruik van informatie of schending van geheimhoudingsplicht. De vordering in de vrijwaring heeft dezelfde grondslag. De wijziging van eis brengt hier geen verandering in. De wijziging van eis houdt niet meer in dan dat honorering van het verrekeningsverweer in de hoofdzaak, welk verweer is gegrond op een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [International] waar [geintimeerde sub 1.] volgens [Holding] buiten staat, in de vrijwaring buiten beschouwing moet worden gelaten. Aangezien [geintimeerde sub 1.] dat ook heeft begrepen, en van strijd met de eisen van een goede procesorde overigens geen sprake is, is zijn bezwaar ongegrond.

1.6.

[geintimeerde sub 1.] is reeds inhoudelijk ingegaan op de gewijzigde eis, zodat hem daartoe geen gelegenheid meer hoeft te worden geboden. De zaak zal worden verwezen naar de rol van 23 juli 2013 voor beraad.

2 De beslissing

Het bezwaar wordt ongegrond verklaard.

De zaak wordt verwezen naar de rol van 23 juli 2013 voor beraad.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.G.W.M. Stienissen, rolraadsheer, in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2013en ondertekend door de griffier en de rolraadsheer.

sheer