Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:3012

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-07-2013
Datum publicatie
11-07-2013
Zaaknummer
20-003414-11
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMAA:2011:BR7066, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt, wegens seksueel misbruik van de dochters van zijn ex-partners en bezit en vervaardigen van kinderporno, veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden en TBS met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003414-11

Uitspraak : 11 juli 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Maastricht van 31 augustus 2011 in de strafzaak met parketnummer 03-700062-11 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

thans gedetineerd in PPC Vught te Vught.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd - telkens met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd (feit 1 subsidiair en feit 4 subsidiair), met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd (feit 2 primair), het vervaardigen en in bezit hebben van een kinderpornografische afbeelding, meermalen gepleegd, en het in bezit hebben van een gegevensdrager met een dergelijk afbeelding, meermalen gepleegd (feit 3) en verkrachting, meermalen gepleegd (feit 5 primair en feit 6 primair) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest, en de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Voorts heeft de eerste rechter beslist over een in beslag genomen voorwerp.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, alle ten laste gelegde feiten in de primaire variant zal bewezen verklaren en verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging zal opleggen. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de in beslag genomen laptop zal onttrekken aan het verkeer.

De verdediging heeft zich voor wat betreft de beslissing over de oplegging van straf of maatregel gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en maatregel en de motivering daarvan en met verbetering van de motivering van de bewijsbeslissing ten aanzien van de feiten 1 en 4.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Het hof is van oordeel dat de rechtbank in haar bewijsoverwegingen aangaande de feiten 1 en 4 primair een te strenge maatstaf heeft aangelegd waar zij overweegt dat er voldoende bewijs voorhanden dient te zijn om “met zekerheid” te kunnen vaststellen dat elk van beide slachtoffers ten tijde van de jegens ieder van hen gepleegde ontuchtige handelingen jonger was dan twaalf respectievelijk zestien jaren. Het hof is van oordeel dat het aanwezige bewijs voldoende dient te zijn om te kunnen oordelen dat deze situatie zich ten aanzien van elk van beide slachtoffers dan wel ten aanzien van één van hen heeft voorgedaan. Met de rechtbank acht het hof het bewijs daartoe in beide gevallen onvoldoende, zodat het hof, anders dan de advocaat-generaal, wel tot dezelfde conclusie komt als de rechtbank, te weten dat de verdachte voor de primaire variant van beide feiten behoort te worden vrijgesproken.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft gedurende langere tijd ontuchtige handelingen gepleegd met zijn voormalige minderjarige stiefdochters. Ten aanzien van één van hen, [slachtoffer 1], is daarbij deels zodanige dwang uitgeoefend dat in juridische zin sprake is geweest van verkrachting. Daarnaast is ten aanzien van de ander, [slachtoffer 2], meermalen sprake geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam. Tevens heeft verdachte kinderpornografische afbeeldingen in bezit gehad waaronder afbeeldingen van één van zijn stiefdochters die hij zelf had vervaardigd.

Verdachte heeft met zijn handelen slechts oog gehad voor de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften en heeft geen rekening gehouden met de gevoelens van de slachtoffers. Slachtoffers van dergelijke delicten ondervinden vaak nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen ervan. Voorts heeft verdachte het vertrouwen dat beide slachtoffers in hem als stiefvader hadden, ernstig misbruikt.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, daarop in strafrechtelijke zin slechts worden gereageerd met het opleggen van een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Rekening houdend met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte acht het hof een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden passend en geboden. Deze straf is in duur beperkter dan door de advocaat-generaal gevorderd, omdat het hof het gewenst acht dat eerder een aanvang wordt gemaakt met behandeling van verdachte in het kader van de maatregel van ter beschikkingstelling met verpleging van overheidswege, welke maatregel het hof naast voormelde gevangenisstraf zal opleggen.

Bij zijn beslissing tot het opleggen van deze maatregel heeft het hof acht geslagen op het op 3 juni 2011 opgemaakte rapport van H.J.T.M. Corstens, psychiater, in welk rapport onder meer het navolgende is overwogen:

Er is sprake van pedofilie en chronisch alcoholmisbruik bij een man met een persoonlijkheidsstoornis. (…).De kans dat betrokkene weer tot seksuele handelingen zal overgaan, wanneer hij weer in een dergelijk relatiepatroon verzeild raakt met een alleenstaande moeder met een of meerdere dochters, een moeder bovendien die dan niet in staat is haar dochter voldoende affectiviteit te bieden, is vrij groot. (...) Affectie en seksualiteit zijn bij hem aan elkaar gekoppeld, hij kent een sterke en opvallende emotionele identificatie met jonge kinderen. (…) Betrokkene kan, op grond van de bestaande stoornissen, zelf onvoldoende sturing geven aan zijn seksuele gedrag om hetgeen hem ten laste wordt gelegd te voorkomen waarbij de kans op herhaling aanzienlijk is. (…) Indien betrokkene ambulant behandeld zou worden zou hij blootgesteld worden aan een grote hoeveelheid nauwelijks te hanteren stress die zijn leven ernstig zouden bemoeilijken. In de omgeving waar hij vandaan komt wordt hij ernstig gestigmatiseerd. Hij heeft nauwelijks een sociaal netwerk van betekenis, het recidiverisico is groot. Concluderend is een klinische behandeling waarbij naast behandeling ook beveiliging een rol speelt te adviseren. (…). Voor de TBS met verpleging pleit de argumentatie dat wegens de ernstige cognitieve vervorming, het beperkte intellectuele functioneren en het gebrek aan ziekteinzicht de behandeling lang zal duren, dat er een onaanvaardbaar groot risico op recidive is en dat betrokkene niet in staat is zich maatschappelijk zelfstandig te handhaven. Er is ruimte nodig om op grond van de vorderingen in de behandeling de verdere stappen in de behandeling te kunnen bepalen.

Voorts heeft het hof acht geslagen op het rapport van 27 juni 2011 van drs. T. ’t Hoen, psycholoog waarin onder meer het navolgende wordt overwogen:

Er is bij betrokkene sprake van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in termen van pedofilie, een aanpassingsstoornis en een persoonlijkheidsstoornis NAO met afhankelijke en antisociale trekken. (…) Onderzoeker schat het recidiverisico als groot in. Het betreft een langdurig bestaand patroon, dat voor problemen op meerdere levensgebieden zorgt en wat over het algemeen moeilijk veranderbaar is. Betrokkene legt nauwelijks enig ziektebesef en –inzicht aan de dag en er is sprake van forse cognitieve vervormingen waarmee hij zijn seksuele gedrag lijkt te rechtvaardigen. Een negatieve factor wat betreft het recidiverisico is voorts de gebrekkige impulscontrole van betrokkene, alsmede het problematische alcoholgebruik.(…) Betrokkene dient langdurig klinisch behandeld te worden voor de pedofilie en zijn persoonlijkheidsproblematiek om de recidivekans te verminderen. Het recidiverisico is te groot om erop te vertrouwen dat hij tijdens een behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden niet zal vervallen in delictgedrag. Na de klinische behandeling dient een langdurig en gecontroleerd re-integratietraject plaats te vinden, bij voorkeur vanuit een begeleid wonen traject. Ondergetekende is van mening dat TBS met voorwaarden voldoende mogelijkheden biedt om de behandeling veilig te stellen en het risico in te perken.

In hun advies van 15 augustus 2012 hebben R.J. Batta, coördinator, en A.J.W.M. Trompenaars, justitieel forensisch psychiater, van de afdeling Indicatiestelling Forensische Zorg (IFZ) van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie (NIFP) verdachte geïndicieerd voor een plaatsing gedurende drie tot zes maanden ten behoeve van diagnostisch onderzoek in een forensisch psychiatrische kliniek met een hoge zorgintensiteit en een hoog beveiligingsniveau.

Verdachte is vervolgens in het kader van een proefbehandeling van 6 december 2012 tot en met 21 maart 2013 opgenomen geweest in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK), unit De Baak, te Assen. J.A.M. Bakker, behandelcoördinator, en J. Krakeel, psychiater, beiden werkzaam bij deze instelling, hebben in een brief d.d. 8 april 2013 gerapporteerd dat deze proefbehandeling, die erop was gericht te bezien of een terbeschikkingstelling met voorwaarden een alternatief vormt voor behandeling van verdachte, niet tot het gewenste resultaat heeft geleid en dat is besloten verdachte geen behandeling aan te bieden. Uit het rapport van 19 april 2013 blijkt dat de reclassering, gelet op de bevindingen vanuit de proefbehandeling, een klinisch traject in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden niet haalbaar acht en dat de reclassering ook geen andere mogelijkheden ziet voor een klinisch traject binnen een ander strafrechtelijk kader dan, zo begrijpt het hof, terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Ter terechtzitting in hoger beroep zijn, mede naar aanleiding van deze proefbehandeling, onder meer de gedragsdeskundigen Corsten en ’t Hoen door het hof gehoord. Blijkens de door hen ter terechtzitting gegeven toelichting blijven beide getuigen-deskundigen bij de door hen getrokken conclusies. Getuige-deskundige Corstens heeft bij die gelegenheid verklaard dat hij voorts geen aanleiding ziet het advies neergelegd in zijn rapportage d.d. 3 juni 2011 bij te stellen. Getuige-deskundige ’t Hoen heeft verklaard dat hij, gelet op de uitkomst van de proefbehandeling, zijn advies in zoverre bijstelt dat hij thans evenzeer een terbeschikkingstelling met dwangverpleging aangewezen acht.

Het hof neemt de conclusies en uiteindelijke adviezen van deze getuigen-deskundigen over en maakt deze tot de zijne.

Het hof stelt vast dat aan de voorwaarden voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling is voldaan. Immers er bestond ten tijde van het begaan van het bewezen verklaarde bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens en het bewezen verklaarde betreft misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, terwijl de veiligheid van anderen alsmede de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel eisen. Het hof neemt daarbij in aanmerking de inhoud van voornoemde rapporten alsmede de conclusies en uiteindelijke adviezen van de beide getuigen-deskundigen.

Het hof is van oordeel dat er, gelet op de inhoud van genoemde rapporten en op de hiervoor weergegeven conclusies van de beide getuigen-deskundigen sprake is van een dusdanig hoog recidivegevaar dat de samenleving daartegen beschermd dient te worden door middel van behandeling van verdachte. Gelet op de afwezigheid van reële alternatieven die aansluiten bij de problematiek van verdachte eisen de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen dat het hof zal bevelen dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Gelet op het bewezen verklaarde wordt de maatregel van ter beschikkingstelling opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Beslag

Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is dat toebehoort aan verdachte en met behulp van welke het feit is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Het hof zal daarom dit voorwerp verbeurd verklaren. Het hof merkt hierbij op dat de advocaat-generaal ter terechtzitting van het hof heeft toegezegd zich ervoor te zullen inspannen dat eventueel ‘onbesproken’ persoonlijk fotomateriaal dat zonder bezwaar kan worden teruggegeven aan verdachte, van de verbeurd te verklaren gegevensdrager wordt gekopieerd en aan verdachte wordt teruggegeven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24, 33, 33a, 37a, 37b, 38e, 57, 63, 240b, 242, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1.00 STK Computer Kl:zwart

HEWLETT PACKARD mini

[nummer]

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door

mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter,

mr. J.F.M. Pols en mr. O.A.J.M. Lavrijssen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. drs. T. Kraniotis, griffier,

en op 11 juli 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.F.M. Pols is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.