Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:2970

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-07-2013
Datum publicatie
09-07-2013
Zaaknummer
20-003113-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2012:3202, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:2784, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Hof veroordeelt verdachte ter zake van het opzettelijk onjuist doen van aangiftes voor de omzetbelasting en valsheid in geschrift tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-003113-12

Uitspraak : 9 juli 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van
29 augustus 2012 in de strafzaak met parketnummer 02-993006-11 tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,

wonende te [woonplaats], [adres],

waarbij verdachte ter zake van:

  • -

    opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd, en

  • -

    valsheid in geschrift

werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de verdachte voor de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

De verdediging heeft bepleit:

  • -

    primair dat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde;

  • -

    subsidiair dat aan verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

A.1

Gelet op de inhoud van het procesdossier is het de kennelijke bedoeling van de steller der tenlastelegging geweest om onder 1. het verwijt te formuleren dat – kort gezegd – verdachte aangiften voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1] opzettelijk onjuist en/of onvolledig heeft gedaan. Blijkens de inhoud van de tenlastelegging heeft de steller der tenlastelegging, gelet op de nadrukkelijke verwijzing, het oog gehad op de aangiftes op dossierpagina’s 51 tot en met 55, welke aangiftes het sofinummer [referentienummer] inhouden. In aanmerking genomen dat dit sofinummer blijkens dossierpagina 46 toebehoort aan [betrokkene], heeft de steller der tenlastelegging met “aangiften voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 1]” het oog gehad op “aangiften voor de omzetbelasting ten name van [betrokkene]”.

Gelet daarop zal het hof de tenlastelegging verbeterd lezen in dier voege dat het in de tenlastelegging voor “ten name van [bedrijf 1]” de woorden “ten name van [betrokkene]” in de plaats stelt. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting door deze verbetering niet in zijn verdediging geschaad.

A.2

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en met inachtneming van het vorenstaande – ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met
31 juli 2009 in Klundert en/of de gemeente(n) Moerdijk en/of Hellevoetsluis en/of Roosendaal, in elke geval in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [betrokkene] over het tweede kwartaal 2008 en/of het derde kwartaal 2008 en/of het vierde kwartaal 2008 en/of het eerste kwartaal 2009 en/of het tweede kwartaal 2009 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft hij, verdachte (telkens) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst (digitaal) ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting ten name van [betrokkene] over

  • -

    het tweede kwartaal 2008 (blz. 51 pv) als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot EURO 13.935 vermeld, althans doen of laten vermelden en/of

  • -

    het derde kwartaal 2008 (blz. 52 pv) als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot EURO 17.600 vermeld, althans doen of laten vermelden en/of

  • -

    het vierde kwartaal 2008 (blz. 53 pv) als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot EURO 18.375 vermeld, althans doen of laten vermelden en/of

  • -

    het eerste kwartaal 2009 (blz. 54 pv) als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot EURO 16.000 vermeld, althans doen of laten vermelden en/of

  • -

    het tweede kwartaal 2009 (blz. 55 pv) als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot EURO 7.779 vermeld, althans doen of laten vermelden

terwijl dat/die bedrag(en) voornoemd aan terug te ontvangen omzetbelasting in werkelijkheid (telkens) lager was/waren dan vermeld en/of in werkelijkheid (telkens) een bedrag aan omzetbelasting was verschuldigd, welk feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2008 tot en met
31 oktober 2009 in Klundert en/of de gemeente(n) Moerdijk en/of Hellevoetsluis en/of Roosendaal, in elk geval in Nederland, opzettelijk de bedrijfsadministratie van de eenmanszaak [bedrijf 1] - zijnde die bedrijfsadministratie een (samenstel van) geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte toen en daar (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - in die bedrijfsadministratie voornoemd opgenomen en/of verwerkt, althans heeft doen of laten opnemen of verwerken:

9, althans één of meerdere (valse/vervalste) factu(u)r(en), volgens factuuropdruk afkomstig van [bedrijf 1] en gericht aan [bedrijf 2] (D-002/1 tot en met
D-002/10), (telkens) terzake van projecten waarvoor [bedrijf 1] werkzaamheden zou hebben verricht, terwijl [bedrijf 1] in werkelijkheid geen, althans niet de op de factu(u)r(en) vermelde werkzaamheden voor [bedrijf 2] heeft verricht, zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het bewijs 1

1.

De ambtsedige verklaring Omzetbelasting, met bijlagen, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Over de tijdvakken 2e kwartaal 2008 t/m 2e kwartaal 2009 zijn de aangiften omzetbelasting betreffende belastingplichtige [betrokkene], [adres], [woonplaats], sofinummer [sofinummer]elektronisch binnengekomen via internet op de computersystemen van de Belastingdienst. De gegevens die op de door belastingplichtige ingediende aangiften zijn vermeld voeg ik als bijlagen bij deze verklaring. Tevens heb ik een vertaaltabel bijgevoegd om de gegevens te kunnen lezen.

Datum/tijdstip ontvangen aangiften:

Ond. Ref.nr Tijdvak Ontvangen op

OB [referentienummer] 2e kw. 2009 02-07-2009 16:57 u. via internet

OB [referentienummer] 1e kw. 2009 30-03-2009 02:38 u. via internet

OB [referentienummer] 4e kw. 2008 27-12-2008 19:42 u. via internet

Sofinummer Periode Datum Ontvangen Tijd ontvangen Ontvangstkanaal

[sofinummer] 2e kw. 2008 2008-07-29 19:39 Web

[sofinummer] 3e kw. 2008 2008-09-30 16:12 Web

Aangiftegevens via EEDI

verstuurd: 29-07-2008 19:39

ontvangen: 30-07-2008 12:34

OB-nummer Tijdvak

[referentienummer] 200824

Ontvangen bericht

RFF + OBN:[referentienummer]

DTM+ATV:200824

CTA++:[verdachte]

TXC+450

MOA+O51:0

MOA+O52:13935

MOA+O50:-13935

verstuurd: 30-09-2008 16:12

ontvangen: 30-09-2008 16:12

OB-nummer Tijdvak

[referentienummer] 200827

Ontvangen bericht

RFF + OBN:[referentienummer]

DTM+ATV:200827

TXC+401

MOA+O11:28947

MOA+O41:5500

TXC+450

MOA+O51:5500

MOA+O52:23100

MOA+O50:-17600

verstuurd: 27-12-2008 19:42

ontvangen: 27-12-2008 19:42

OB-nummer Tijdvak

[referentienummer] 200830

Ontvangen bericht

RFF + OBN:[referentienummer]

DTM+ATV:200830

TXC+401

MOA+O11:6447

MOA+O41:1225

TXC+450

MOA+O51:1225

MOA+O52:19600

MOA+O50:-18375

verstuurd: 30-03-2009 02:38

ontvangen: 30-03-2009 02:38

OB-nummer Tijdvak

[referentienummer] 200921

Ontvangen bericht

RFF + OBN:[referentienummer]

DTM+ATV:200921

TXC+401

MOA+O11:7895

MOA+O41:1500

TXC+450

MOA+O51:1500

MOA+O52:17500

MOA+O50:-16000

verstuurd: 02-07-2009 16:57

ontvangen: 02-07-2009 16:57

OB-nummer Tijdvak

[referentienummer] 200924

Ontvangen bericht

RFF + OBN:[referentienummer]

DTM+ATV:200924

TXC+450

MOA+O51:0

MOA+O52:7779

MOA+O50:-7779

vertaal-tabel

TXC

401

Binnenland

MOA

O11

omzet/waarde/vergoeding van verrichte leveringen/diensten belast met hoog tarief

O41

omzetbelasting over verrichte leveringen/diensten belast met hoog tarief

TXC

450

Berekening totaal

MOA

O51

totaal omzetbelasting

O52

Voorbelasting

O50

totaal te betalen/terug te vragen omzetbelasting2

2.

Het proces-verbaal beoordeling administratie, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

De bij de curator in beslag genomen administratie van [bedrijf 1] is door mij nader geanalyseerd.

Alle in de bij de curator in beslag genomen administratie van [bedrijf 1] aanwezige uitgaande facturen van [bedrijf 1] aan opdrachtgevers zijn door mij verwerkt in een spreadsheet. Tevens is op deze spreadsheet uitgewerkt de op basis van de uitgaande facturen, waarop BTW in rekening wordt gebracht, de per kwartaal door [bedrijf 1] verschuldigde BTW.

Daarnaast is aan de hand van de aangetroffen uitgaande facturen en de aangetroffen bankafschriften van de door [bedrijf 1] aangehouden bankrekeningen bij de Rabobank en de Biznerbank een nieuwe spreadsheet vervaardigd waarop per opdrachtgever is uitgewerkt welke facturen door [bedrijf 1] zijn opgemaakt en wanneer betaling van deze facturen heeft plaatsgevonden. Dit overzicht is door mij aangevuld aan de hand van de op de bankrekeningen van [bedrijf 1] ontvangen bedragen die betrekking hebben op betalingen van uitgeschreven facturen en waarvan de facturen in de administratie ontbreken.

Vervolgens is door mij een overzicht vervaardigd van alle facturen waarop door de ondernemer BTW in rekening wordt gebracht.

Tevens heb ik aan de hand van de in de administratie van [bedrijf 1] aangetroffen kostenfacturen en andere bonnen die betrekking hebben op gemaakte kosten, de op deze kostenfacturen en onkostenbonnen vermelde BTW per jaar verwerkt in een spreadsheet.

Vervolgens heb ik aan de hand van dit vervaardigd overzicht per kwartaal vastgesteld welk bedrag aan voorbelasting de onderneming terug kan vragen als betaalde voorbelasting op basis van deze bescheiden.

Ten slotte is door mij in een nieuwe spreadsheet een overzicht gemaakt waarin door mij per kwartaal deze cijfers zijn verwerkt. Deze spreadsheet vermeldt de volgende rubrieken:

  • -

    Omzet werkelijke omzet volgens administratie
    omzet volgens aangifte

  • -

    BTW verschuldigde BTW volgens administratie
    verschuldigde BTW volgens aangifte

  • -

    Voorbelasting werkelijke voorbelasting volgens administratie
    voorbelasting volgens aangifte

  • -

    Af te dragen werkelijk af te dragen volgens de administratie
    af te dragen volgens aangifte

  • -

    Verschil Per saldo te veel terugontvangen of te weinig aangegeven.

Deze vervaardigde spreadsheet van de werkelijke en de aangegeven BTW en het per saldo te veel terugontvangen of te weinig aangegeven bedrag aan BTW is als bijlage D-026 bij het proces-verbaal gevoegd.

Per saldo is aan de hand van de in beslag genomen administratie van [bedrijf 1] vastgesteld dat [bedrijf 1] een bedrag van € 73.823,07 aan BTW te veel terug heeft ontvangen van de Belastingdienst.3

3.

De analyse administratie [bedrijf 1], zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, bijlage nr. D 026, dossierpagina 316, welke hier in kopie is opgenomen.

4.

Het proces-verbaal ontvangst ambtsedige verklaring, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 3 november 2010 is door mij per post ontvangen de ambtsedige verklaring van de controlerend ambtenaar van de Belastingdienst. Bij deze door de controlerend ambtenaar van de Belastingdienst opgemaakte ambtsedige verklaring zijn door hem als bijlagen gevoegd kopieën van de door hem in de administratie van [bedrijf 1] aangetroffen facturen van [bedrijf 1] aan het [bedrijf 2] te Eindhoven.

De door de controlerend ambtenaar van de Belastingdienst in de administratie van
[bedrijf 1] aangetroffen facturen van [bedrijf 1] aan het [bedrijf 2] zijn als bijlage D-002-1 tot en met D-002-10 bij het
proces-verbaal gevoegd.4

5.

De ambtsedige verklaring, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 18 september 2009 heb ik, samen met de heer [ambtenaar 3], eveneens ambtenaar van de Belastingdienst, het boekenonderzoek aangevangen op het woonadres van de heer [betrokkene]. De heren [betrokkene] en [verdachte], alsmede de moeder van de heer [betrokkene] waren hierbij aanwezig. De heer [verdachte] deed het woord.

Tijdens het inleidend gesprek heb ik aan de heren [betrokkene] en [verdachte] gevraagd wie de administratie van de onderneming verzorgt en wie zorg draagt voor de invulling en indiening van de aangiften omzetbelasting.

De heer [verdachte] deelde ons mee dat hij de gehele administratie van het bedrijf verzorgt en tevens zorg draagt voor het invullen en indienen van de aangiften omzetbelasting van het bedrijf van de heer [betrokkene].

Ik heb vervolgens direct voorgesteld de administratie (2 ordners) mee te nemen om deze op kantoor te bekijken. Hiermee ging men akkoord. De heer [verdachte] heeft vervolgens een uitleg gegeven over de inhoud van de ordners en vertelde vervolgens spontaan dat de grote bedragen aan voorbelasting worden veroorzaakt door opdrachtgevers die hun rekeningen niet betalen en opdrachtgevers die failliet zijn gegaan.

Door de heer [ambtenaar 3] wordt vervolgens aan de heren [betrokkene] en [verdachte] uitgelegd hoe de Wet op de Omzetbelasting werkt in het geval dat vorderingen niet zijn of worden ontvangen. Dat de omzetbelasting van opdrachtgevers die failliet zijn gegaan, kan worden teruggevorderd als de omzetbelasting op het moment van factureren ook is afgedragen. De heer [verdachte] zegt niet te weten dat het zo werkt en reageert als volgt: “Oh, dat wist ik niet”. Hij vertelt dat hij in verband met vorderingen die niet werden betaald, omzetbelasting in aftrek heeft gebracht.

We hebben vervolgens het gesprek afgerond en de administratie met toestemming van de heer [betrokkene] meegenomen.

Ik heb kopieën gemaakt van de in deze administratie aanwezige uitgaande facturen van [bedrijf 1].

Ik heb geconstateerd dat tussen de verkoopfacturen facturen van [bedrijf 1] aan [bedrijf 2], verder te noemen [bedrijf 2], aanwezig zijn. Het betreft de navolgende facturen:

Factuur

Factuurdatum

Uren

Tarief

Factuur

OB

Totaal

2008/012C

14-07-2008

960

32,0

30.720,00

5.836,80

36.556,80

2008/012D

22-07-2008

880

35,0

30.800,00

5.852,00

36.652,00

2008/012A

12-08-2008

640

33,5

21.440,00

4.073,60

25.513,60

2008/012B

22-09-2008

612

33,5

20.502,00

3.895,38

24.397,38

2008/012E

12-10-2008

1.440

28,0

40.320,00

7.660,80

47.980,80

2008/012F

12-12-2008

900

28,0

25.200,00

4.788,00

29.988,00

2008/012G

18-1-2009

1220

28,0

34.160,00

6.490,40

40.650,40

2008/012H

12-2-2009

290

33,0

9.570,00

1.818,30

11.388,30

2008/012I

23-3-2009

1220

33,0

40.260,00

7.649,40

47.909,405

6.

De factuur met bijlage nr. D-002 1/10, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1]

Datum: 14 juni 2008

Factuurnr. 2008/012C

Factuuradres:

[bedrijf 2]

[adres]

[vestigingsplaats]

Beschrijving

Uren

Tarief

Bedrag

Project bejaardenflat te’s-Gravenhage

960,00

32,00

€ 30.720,00

Subtotaal

€ 30.720,00

BTW

19,00%

BTW-bedrag

5.836,80

Totaal

€ 36.556,80

U wordt verzocht het vermelde bedrag binnen 14 dagen over te maken op het onderstaande rekeningnummer

Rekeningnummer [bedrijf 1] [rekeningnummer]6

7.

De factuur met bijlage nr. D-002 3/10, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1]

Datum: 22 juli 2008

Factuurnr. 2008/012D

Factuuradres:

[bedrijf 2]

[adres]

[vestigingsplaats]

Beschrijving

Uren

Tarief

Bedrag

Project bejaardenflat te’s-Gravenhage

880,00

35,00

€ 30.800,00

Subtotaal

€ 30.800,00

BTW

19,00%

BTW-bedrag

5.852,00

Totaal

€ 36.652,00

U wordt verzocht het vermelde bedrag binnen 14 dagen over te maken op het onderstaande rekeningnummer

Rekeningnummer [bedrijf 1] [rekeningnummer]7

8.

De factuur met bijlage nr. D-002 4/10, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1]

Datum: 12 augustus 2008

Factuurnr. 2008/012A

Factuuradres:

[bedrijf 2]

[adres]

[vestigingsplaats]

Beschrijving

Uren

Tarief

Bedrag

Eindtraject project Amsterdam / Diemen

640,00

33,50

€ 21.440,00

Subtotaal

€ 21.440,00

BTW

19,00%

BTW-bedrag

4.073,60

Totaal

€ 25.513,60

U wordt verzocht het vermelde bedrag binnen 14 dagen over te maken op het onderstaande rekeningnummer

Rekeningnummer [bedrijf 1] [rekeningnummer]8

9.

De factuur met bijlage nr. D-002 5/10, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1]

Datum: 22 september 2008

Factuurnr. 2008/012B

Factuuradres:

[bedrijf 2]

[adres]

[vestigingsplaats]

Beschrijving

Uren

Tarief

Bedrag

Project Rijswijk hele traject

612,00

33,50

€ 20.502,00

Subtotaal

€ 20.502,00

BTW

19,00%

BTW-bedrag

3.895,38

Totaal

€ 24.397,38

U wordt verzocht het vermelde bedrag binnen 14 dagen over te maken op het onderstaande rekeningnummer

Rekeningnummer [bedrijf 1] [rekeningnummer]9

10.

De factuur met bijlage nr. D-002 6/10, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1]

Datum: 12 oktober 2008

Factuurnr. 2008/012E

Factuuradres:

[bedrijf 2]

[adres]

[vestigingsplaats]

Beschrijving

Uren

Tarief

Bedrag

Project Leerdam 6 medewerkers conform urenlijsten

1.440,00

28,00

€ 40.320,00

Subtotaal

€ 40.320,00

BTW

19,00%

BTW-bedrag

7.660,80

Totaal

€ 47.980,80

U wordt verzocht het vermelde bedrag binnen 14 dagen over te maken op het onderstaande rekeningnummer

Rekeningnummer [bedrijf 1] [rekeningnummer]10

11.

De factuur met bijlage nr. D-002 7/10, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1]

Datum: 12 december 2008

Factuurnr. 2008/012F

Factuuradres:

[bedrijf 2]

[adres]

[vestigingsplaats]

Beschrijving

Uren

Tarief

Bedrag

Voorschotnota doorloop traject Leerdam

900,00

28,00

€ 25.200,00

Subtotaal

€ 25.200,00

BTW

19,00%

BTW-bedrag

4.788,00

Totaal

€ 29.988,00

U wordt verzocht het vermelde bedrag binnen 14 dagen over te maken op het onderstaande rekeningnummer

Rekeningnummer [bedrijf 1] [rekeningnummer]11

12.

De factuur met bijlage nr. D-002 8/10, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1]

Datum: 18 januari 2009

Factuurnr. 2008/012G

Factuuradres:

[bedrijf 2]

[adres]

[vestigingsplaats]

Beschrijving

Uren

Tarief

Bedrag

Eindnota project Leerdam

1.220,00

28,00

€ 34.160,00

Subtotaal

€ 34.160,00

BTW

19,00%

BTW-bedrag

6.490,40

Totaal

€ 40.650,40

U wordt verzocht het vermelde bedrag binnen 14 dagen over te maken op het onderstaande rekeningnummer

Rekeningnummer [bedrijf 1] [rekeningnummer]12

13.

De factuur met bijlage nr. D-002 9/10, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1]

Datum: 12 februari 2009

Factuurnr. 2008/012H

Factuuradres:

[bedrijf 2]

[adres]

[vestigingsplaats]

Beschrijving

Uren

Tarief

Bedrag

4 schilders project Rijswijk

290,00

33,00

€ 9.570,00

Subtotaal

€ 9.570,00

BTW

19,00%

BTW-bedrag

1.818,30

Totaal

€ 11.388,30

U wordt verzocht het vermelde bedrag binnen 14 dagen over te maken op het onderstaande rekeningnummer

Rekeningnummer [bedrijf 1] [rekeningnummer]13

14.

De factuur met bijlage nr. D-002 10/10, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1]

Datum: 23 maart 2009

Factuurnr. 2008/012I

Factuuradres:

[bedrijf 2]

[adres]

[vestigingsplaats]

Beschrijving

Uren

Tarief

Bedrag

Nieuwbouwwoningen te Bernisse 7 personen

1.220,00

33,00

€ 40.260,00

Subtotaal

€ 40.260,00

BTW

19,00%

BTW-bedrag

7.649,40

Totaal

€ 47.909,40

U wordt verzocht het vermelde bedrag binnen 14 dagen over te maken op het onderstaande rekeningnummer

Rekeningnummer [bedrijf 1] [rekeningnummer]14

15.

De verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

[bedrijf 1] was een eenmanszaak op naam van [betrokkene].
was op papier de eigenaar, maar ik runde eigenlijk de zaak.

Ik verzorgde de administratie van [bedrijf 1], die bestond uit inkomende en uitgaande facturen, kostenbonnen, urenlijsten en dergelijke. Ik maakte de facturen, alle binnenkomende post werd door mij behandeld.

Opmerking verbalisanten:

De controleambtenaar heeft in de administratie van [bedrijf 1] de onderstaande facturen, afkomstig van [bedrijf 1] en gericht aan [bedrijf 2] ([bedrijf 2]) aangetroffen.

Facturen van [bedrijf 1] aan [bedrijf 2]

Factuur

Factuurdatum

Uren

Tarief

Factuur

OB

Totaal

2008/012C

14-07-2008

960

32,0

30.720,00

5.836,80

36.556,80

2008/012D

22-07-2008

880

35,0

30.800,00

5.852,00

36.652,00

2008/012A

12-08-2008

640

33,5

21.440,00

4.073,60

25.513,60

2008/012B

22-09-2008

612

33,5

20.502,00

3.895,38

24.397,38

2008/012E

12-10-2008

1.440

28,0

40.320,00

7.660,80

47.980,80

2008/012F

12-12-2008

900

28,0

25.200,00

4.788,00

29.988,00

2008/012G

18-1-2009

1220

28,0

34.160,00

6.490,40

40.650,40

2008/012H

12-2-2009

290

33,0

9.570,00

1.818,30

11.388,30

2008/012I

23-3-2009

1220

33,0

40.260,00

7.649,40

47.909,40

Vraag verbalisanten:

Herkent u deze facturen en wat kunt u vertellen over deze facturen?

Antwoord gehoorde:

Ik herken deze facturen. Ik heb deze opgemaakt. Ik denk dat ik deze opgemaakt heb in 2008 en 2009.

Op deze facturen zijn nooit betalingen verricht. Ik erken dat het lomp te noemen is dat ik deze zo in mijn administratie heb opgenomen.

Vraag verbalisanten: Heeft [bedrijf 1] op deze facturen D-002 betalingen ontvangen? Antwoord gehoorde:

Neen, absoluut niet van deze facturen klopt niets.

Ik heb die gehele set facturen, uw bijlage D-002, opgemaakt. Ik heb deze in mijn administratie opgeborgen.15

16.

De verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Vraag verbalisanten:

Wie stelde de aangiften omzetbelasting op voor de onderneming [bedrijf 1]? Wie diende de aangiften omzetbelasting in voor [bedrijf 1] en op welke wijze werden deze ingediend?

Antwoord gehoorde:

Ik stelde de aangiften omzetbelasting op. Ik heb de aangiftes gewoon geschat. Het is allemaal wel een heel globale schatting. Ik heb alleen de aangiften ingediend van de btw waarvan ik dacht dat we deze terug zouden kunnen krijgen en voor geen enkele andere reden. Ik kon dat niet staven aan de hand van de administratie omdat deze niet bij was. Dat is nog steeds niet zo.

Ik vulde de aangifte bij mij thuis in. Dat deed ik online en stuurde deze via de website van de Belastingdienst in. De inloggegevens van het bedrijf [bedrijf 1] had ik in mijn bezit. Die lagen bij mij in de kast.

Vraag verbalisanten:

Aan de hand van welke gegevens stelde u de aangiften omzetbelasting samen voor
[bedrijf 1]?

Ik schatte deze gegevens.16

17.

De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 15 augustus 2012, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik heb altijd zelf de aangifte omzetbelasting ingediend. Dat deed ik online.

De aangiftes omzetbelasting heb ik geschat aan de hand van de leasevoertuigen die we hadden en de relaties die niet betaalden.

Voor de facturen zoals opgenomen onder D-002 in het dossier, is nooit gewerkt. Wij verrichten geen werkzaamheden voor [bedrijf 2].

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

B.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

C.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem onder 1. ten laste gelegde, omdat er onvoldoende bewijs is dat de aangiften opzettelijk onjuist zijn gedaan. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat de omstandigheid dat verdachte denkfouten heeft gemaakt waardoor hij onjuiste aangiften voor de omzetbelasting heeft gedaan, onvoldoende bewijs oplevert om opzet te kunnen bewijzen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

C.2

Het hof stelt voorop dat het doen van aangiftes voor de omzetbelasting de nodige kennis vraagt, gelet in het bijzonder op de complexiteit van de regelgeving. Om die reden wordt het doen van aangiftes voor de omzetbelasting door bedrijven veelal uitbesteed. Naar het oordeel van het hof mag dan ook van een ondernemer die zelf de aangiftes voor de omzetbelasting doet, worden verlangd dat hij zich goed en terdege laat informeren over de juiste wijze van invullen van de aangifte voor de omzetbelasting.

C.3

Verdachte heeft blijkens de inhoud van bewijsmiddel 16 tegenover de verbalisanten verklaard dat hij de aangiftes gewoon had geschat. ‘Het is allemaal wel een heel globale schatting. Ik kon dat niet staven aan de hand van de administratie omdat deze niet bij was.’

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep desgevraagd verklaard over de wijze waarop hij de aangiftes voor de omzetbelasting heeft gedaan, dat hem dat ‘zo is uitgelegd’. Gelet op deze vage bewoordingen is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden dat verdachte zich goed en terdege heeft laten informeren over de juiste wijze van invullen van de aangifte voor de omzetbelasting.

Door zulks na te laten en te volstaan met een globale schatting heeft verdachte naar het oordeel van het hof bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij de aangiftes voor de omzetbelasting onjuist zou doen.

Het hof verwerpt bijgevolg het verweer.

D.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem onder 2. ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd

– zakelijk weergegeven – dat:

  • -

    verdachte de facturen niet opzettelijk heeft vervalst, omdat het geen facturen zijn, maar concepten, en ze niet vervalst zijn;

  • -

    verdachte niet het oogmerk had om de concepten als echte facturen te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

D.2

Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft verdachte facturen gemaakt ter zake van projecten waarvoor [bedrijf 1] werkzaamheden zou hebben verricht, terwijl [bedrijf 1] in werkelijkheid geen werkzaamheden voor [bedrijf 2] heeft verricht en deze facturen niet inhielden dat het concepten waren. Verdachte heeft deze facturen in de administratie van [bedrijf 1] opgenomen, terwijl hij wist dat de inhoud niet overeenstemde met de werkelijkheid. Aldus heeft verdachte naar het oordeel van het hof de administratie van [bedrijf 1] opzettelijk valselijk opgemaakt door het daarin opnemen van de facturen.

D.3

In aanmerking genomen voorts dat een administratie – naar algemeen bekend is – is voorgeschreven juist om tot bewijs te kunnen dienen van het daarin vermelde, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat verdachte de bedoeling had en het dus een noodzakelijk en door hem gewild gevolg was de administratie van [bedrijf 1], en dus ook de daarin opgenomen valse facturen, als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken.

Het hof verwerpt mitsdien het verweer in al zijn onderdelen.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen (als hierboven genoemd), in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof het aan verdachte onder 1. en 2. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 juli 2008 tot en met 31 juli 2009 in Nederland opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van [betrokkene] over het tweede kwartaal 2008 en het derde kwartaal 2008 en het vierde kwartaal 2008 en het eerste kwartaal 2009 en het tweede kwartaal 2009 onjuist heeft gedaan, immers heeft hij, verdachte telkens opzettelijk op de bij de Belastingdienst digitaal ingeleverde aangiftebiljetten omzetbelasting ten name van [betrokkene] over

  • -

    het tweede kwartaal 2008 als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot
    EURO 13.935 vermeld, en

  • -

    het derde kwartaal 2008 als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot
    EURO 17.600 vermeld, en

  • -

    het vierde kwartaal 2008 als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot
    EURO 18.375 vermeld, en

  • -

    het eerste kwartaal 2009 als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot
    EURO 16.000 vermeld, en

  • -

    het tweede kwartaal 2009 als terug te ontvangen omzetbelasting een saldo groot
    EURO 7.779 vermeld,

terwijl die bedragen voornoemd aan terug te ontvangen omzetbelasting in werkelijkheid lager waren dan vermeld en/of in werkelijkheid een bedrag aan omzetbelasting was verschuldigd, welk feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven;

2.

hij in de periode van 1 juni 2008 tot en met 18 september 2009 in Nederland opzettelijk de administratie van de eenmanszaak [bedrijf 1] – zijnde die administratie een samenstel van geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - in die bedrijfsadministratie voornoemd opgenomen 9 facturen, volgens factuuropdruk afkomstig van [bedrijf 1] en gericht aan [bedrijf 2] terzake van projecten waarvoor [bedrijf 1] werkzaamheden zou hebben verricht, terwijl [bedrijf 1] in werkelijkheid geen werkzaamheden voor [bedrijf 2] heeft verricht, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1. bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Het onder 2. bewezen verklaarde levert op:

Valsheid in geschrift.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de omstandigheid dat door het onder 2. bewezen verklaarde het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer mag worden gesteld in de echtheid van stukken als de onderhavige is verstoord;

  • -

    de mate waarin het vertrouwen dat de fiscale overheid in aangiftes als de onderhavige mag stellen door het onder 1. bewezen verklaarde is geschonden;

  • -

    de mate waarin door het bewezen verklaarde aan de Staat fiscaal nadeel is toegebracht, te weten tot een bedrag van ruim € 70.000,00.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie
    d.d. 22 mei 2013, waaruit blijkt dat hij eerder ter zake valsheid in geschrift door de strafrechter is veroordeeld;

  • -

    de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op het voorgaande niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft het hof enerzijds aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van fraude. Het hof zal daarbij uitgaan van een benadelingsbedrag van ruim € 70.000,00.

Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor de op te leggen straf bij een benadelingsbedrag van € 70.000,00 tot € 125.000,00 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 tot 9 maanden dan wel een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet hierop en voorts aansluiting zoekend bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd, heeft het hof een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden tot uitgangspunt genomen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet van feiten en omstandigheden gebleken die aanleiding geven om van het hiervoor genoemde uitgangspunt af te wijken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1. en 2. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1. en 2. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. V.M. van Daalen-Mannaerts en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 9 juli 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. V.M. van Daalen-Mannaerts is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Hierna wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar dossierpagina’s betreffende ambtsedige
processen-verbaal van politie en andere bescheiden, opgenomen in het proces-verbaal van Belastingdienst/FIOD, kantoor Roosendaal, met Gefisnr. 46.552.

2 De ambtsedige verklaring, bijlage nr. AH-003, d.d. 29 oktober 2010, opgemaakt door
[ambtenaar 1], ambtenaar Belastingdienst/Centrale Administratie, met bijlagen, zijnde geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina’s
46-47, 51-55 en 57.

3 Het ambtsedig proces-verbaal beoordeling administratie, codenr. AH-005, d.d. 13 december 2010, opgemaakt door [verbalisant 1], opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD, dossierpagina’s 59-61.

4 Het ambtsedig proces-verbaal ontvangst ambtsedige verklaring, codenr. AH-002a, d.d. 5 november 2010, opgemaakt door [verbalisant 1], opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD, dossierpagina 44.

5 De ambtsedige verklaring, AH-002, d.d. 2 november 2010, opgemaakt door [ambtenaar 2], ambtenaar van de Belastingdienst, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het
Wetboek van Strafvordering, dossierpagina’s 37 en 39.

6 De factuur, bijlage nr. D-002 1/10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina 166.

7 De factuur, bijlage nr. D-002 3/10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina 168.

8 De factuur, bijlage nr. D-002 4/10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina 169.

9 De factuur, bijlage nr. D-002 5/10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina 170.

10 De factuur, bijlage nr. D-002 6/10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina 171.

11 De factuur, bijlage nr. D-002 7/10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina 172.

12 De factuur, bijlage nr. D-002 8/10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina 173.

13 De factuur, bijlage nr. D-002 9/10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina 174.

14 De factuur, bijlage nr. D-002 10/10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, dossierpagina 175.

15 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor van een verdachte, codenr. V2-001, d.d. 7 december 2010, opgemaakt door [verbalisant 2] en [verbalisant 1], beiden opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD, dossierpagina’s
109-119.

16 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor van een verdachte, codenr. V2-001, d.d. 8 december 2010, opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 1], beiden opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD, dossierpagina 125.