Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:2936

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-06-2013
Datum publicatie
17-09-2014
Zaaknummer
HD 200.080.284-01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2012:4130
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:3528
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vereffening V.O.F. tussen twee voormalige echtgenoten. Reformatio in peius?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

G

ERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.080.284

arrest van 18 juni 2013

in de zaak van

[de man],

wonende te [woonplaats],

appellant in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

advocaat: mr. G.L.H.M. Sliepenbeek-Sanders,

tegen:

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

advocaat: mr. J. Witvoet,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 1 maart 2011 en 25 september 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Breda onder nummer 185620/HA ZA 08-300 gewezen vonnis van 29 december 2010.

9 Het tussenarrest van 25 september 2012

Bij genoemd arrest is de zaak naar de rol verwezen met het in r.o. 8.10 van dat arrest omschreven doel en is iedere verdere beslissing aangehouden.

10 Het verdere verloop van de procedure

10.1.

Op de rol van 6 november 2012 heeft [de vrouw] een akte uitlatingen genomen en heeft [de man] een akte uitlating na arrest genomen.

Vervolgens hebben partijen het procesdossier vanaf de pleidooidatum ([de vrouw] inclusief de pleitaantekeningen van haar advocaat) overgelegd en uitspraak gevraagd.

11 De verdere beoordeling

in principaal en incidenteel appel

11.1.

Het hof volhardt bij hetgeen in het tussenarrest is overwogen en beslist, tenzij hierna anders zal blijken.

In de eerste regel van bladzijde 3 van het tussenarrest dient in plaats van “[de man]” te worden gelezen: ”[de vrouw]”.

In r.o. 8.9.6. dient voor de aanduiding van conceptvraag 2 sub f. respectievelijk g. te worden gelezen: e. respectievelijk f.

11.2.

Bij het tussenarrest is in het kader van de behandeling van de grieven 1 en 3 in incidenteel appel overwogen dat het hof een deskundige zal benoemen ter beantwoording van de in r.o. 8.9.6 voorlopig geformuleerde vragen, waarbij ten aanzien van de persoon van de deskundige kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige, zijnde een redelijk ervaren medewerker van een te goeder naam en faam bekend staand administratiekantoor.

11.3.

Partijen zijn het erover eens dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige.

11.4.

Wat de persoon van de deskundige betreft pleit [de vrouw] om proceseconomische redenen voor benoeming van [de registeraccountant] (verbonden aan [Accountants B.V.]., [vestigingsplaats], de auteur van de in r.o. 8.1.5 van het tussenarrest reeds genoemde briefrapportage van 15 mei 2009, het “[rapport-registeraccountant]), terwijl [de man] op dezelfde grond opteert voor benoeming van een aan genoemd registeraccountantskantoor verbonden medewerker.

11.5.

Het hof zal, mede gelet op genoemde wensen van partijen, de heer [de registeraccountant], (verbonden aan [Accountants B.V.], [adres], [vestigingsplaats], telefoon: [telefoonnummer]) tot deskundige benoemen, met dien verstande dat de werkzaamheden in verband met het onderzoek van de administratie en het opstellen van het deskundigenbericht, onder verantwoordelijkheid van de deskundige, in feite zoveel mogelijk worden verricht door een aan het kantoor van de deskundige verbonden redelijk ervaren medewerker.

11.6.

Het hof zal de in randnummer 5 van de akte van [de vrouw] voorgestelde aanvulling op de eerste vraag deels overnemen, voor zover dat voorstel niet reeds ligt besloten in de geformuleerde eerste vraag. Dat geldt niet voor het voorstel in randnummer 6, omdat de daar voorgestelde aanvulling in voldoende mate ligt besloten in de reeds geformuleerde vragen.

11.7.

De in randnummer 2.2 van de akte gedane voorstellen van [de man] zullen worden overgenomen, behalve waar het gaat om de premies van overlijdensrisicoverzekeringen voor zover deze gekoppeld zijn aan een hypotheek.

11.8.

Niet wordt overgenomen het in randnummer 2.3 van de akte van [de vrouw] gedane voorstel, omdat het hof in het (eind)arrest per kostensoort in verband met het onderhoud aan huis en tuin, gelet op de van belang zijnde omstandigheden, zal beoordelen of de betreffende kostenpost al dan niet tot de kosten van de gemeenschappelijke huishouding wordt gerekend. Wel zal de deskundige worden verzocht om de kosten in verband met bedoeld onderhoud zoveel mogelijk uit te splitsen naar aard van het onderhoud.

11.9.

Met inachtneming van het voorgaande zullen aan de deskundige de volgende vragen worden gesteld:

1. Wilt u aan de hand van de door [de man] aan u beschikbaar te stellen volledige kas- en bankadministratie van de vof een gespecificeerd overzicht maken van alle bedragen die van de op naam van de vof staande bank- en girorekeningen in de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2007 zijn opgenomen dan wel betaald voor andere dan zakelijke (bedrijfs)doeleinden, voor zover mogelijk telkens met vermelding van het bestedingsdoel;

bij de beantwoording van deze vraag is niet (uitsluitend) leidend de kwalificatie en/of toerekening door degene die de betaling dan wel de opname heeft verricht of degene die de administratie heeft gevoerd;

2. Wilt u, (mede) aan de hand van de antwoorden op vraag 1, uitgaande van het saldo per 1 januari 2003 van de kapitaalrekeningen van ieder der partijen, de saldi van die rekeningen berekenen per 31 december 2003, 31 december 2004, 31 december 2005, 31 december 2006 en 31 december 2007, waarbij de volgende uitgangspunten gelden:

a. de resultaten van de vof per kalenderjaar worden aan ieder van partijen voor de helft toegerekend;

b. alle kosten van de gemeenschappelijke huishouding van partijen worden aan ieder van partijen voor de helft toegerekend; tot de kosten van de gemeenschappelijke huishouding moeten worden gerekend al hetgeen in het huishouden verteerd of verbruikt wordt en al hetgeen ten behoeve van de huishouding wordt uitgegeven;

c. onder de kosten van de huishouding behoren ook: de rente in verband met de op de – thans voormalige – echtelijke woning rustende hypotheek, de kosten van verzorging en opvoeding van de jongste zoon van partijen die in de periode waarop het onderzoek betrekking heeft minderjarig was, de kosten van levensonderhoud en studie, voor zover daarvan in feite sprake was, van de oudste zoon van partijen die in bedoelde periode meerderjarig was, de belastingen en heffingen die uit de inkomsten plegen te worden voldaan, onroerende zaakbelasting voor zover deze betrekking heeft op het gebruik van bedoelde woning, premies voor overlijdensrisicoverzekeringen (behalve die welke gekoppeld zijn aan een hypotheek), premies voor ziektekostenverzekeringen, het eigen risico en de niet verzekerde medische kosten, alles ten aanzien van alle gezinsleden, de kosten voor (gezins)vakanties en de kosten van aanschaf van de auto van [de vrouw], brandstof, normaal groot en klein onderhoud, reparaties, wegenbelasting en verzekering in verband met auto’s;

d. onder de kosten van de huishouding behoren niet: aflossingen op de sub c bedoelde hypotheek, onroerende zaak belasting voor zover deze betrekking heeft op de eigendom van meerbedoelde woning, de premie opstalverzekering betreffende die woning alsmede alle kosten van onderhoud van die woning en van de bijbehorende tuin; de deskundige wordt verzocht de betaalde kosten van dit onderhoud zoveel mogelijk uit te splitsen naar de aard van het onderhoud;

e. de door de deskundige te berekenen saldi per 31 december 2007 dienen voor elk van partijen te worden verhoogd met € 7.339,50 in verband met toerekening van de in de eindbalans per 31 december 2007 opgenomen post “transitoria”(zie r.o. 8.9.3 van het tussenarrest van 25 september 2012)

f. het door de deskundige te berekenen saldo van de kapitaalrekening per 31 december 2007 van ieder van partijen dient te worden verhoogd met € 6.000,-- in verband met de toerekening aan het boekjaar 2007 van de nadien gefactureerde netto omzet ad € 12.000,--; het saldo per 31 december 2007 van de kapitaalrekening van [de vrouw] dient te worden verlaagd met € 5.980,-- wegens geheel aan haar toe te rekenen in december 2007 opgenomen bedragen van in totaal € 5.980,-- (zie r.o. 8.9.3, laatste alinea van het tussenarrest van 25 september 2012);

3. Welke opmerkingen acht u verder nog van belang voor de door het hof te nemen beslissing?

11.10.

Het hof ziet geen aanleiding om afzonderlijk te bepalen dat [de vrouw], zoals zij in randnummer 7 van haar akte wenst, overleg met de deskundige mag hebben, met hem de administratie mag beoordelen en commentaar op het conceptrapport mag leveren, omdat hierna in de beslissing voldoende aan de wet ontleende waarborgen worden ingebouwd om partijen (door de deskundige) te doen horen en partijen de gelegenheid te geven tot commentaar op het concept-rapport, en omdat aan de deskundige binnen de wettelijke kaders voldoende vrijheid dient toe te komen ten aanzien van de wijze waarop hij aan de hem gegeven opdracht uitvoering geeft.

11.11.

De deskundige heeft het hof laten weten dat hij een voorschot ad € 10.890,-- incl. 21% btw (verwachte tijdsbesteding: 72 uur; uurtarief: € 125,-- excl. btw) verlangt, welk bedrag door de staat zal worden voorgeschoten omdat [de vrouw] met een toevoeging procedeert

In verband met de uiteindelijke kosten van het deskundigenbericht merkt het hof – wellicht ten overvloede – nog op, dat allerminst kan worden uitgesloten dat, mede omdat partijen ook gewezen huwelijkspartners van elkaar zijn, in het eindarrest zal worden beslist dat ieder van partijen de helft van die uiteindelijke kosten zal dragen. Dit zou dan (ook) kunnen meebrengen dat [de vrouw] (ongeveer) de helft van het door de staat voorgeschoten bedrag zal moeten terugbetalen. Mede in dit licht bezien verdient het wellicht aanbeveling dat partijen, mogelijk ook met de hulp van hun advocaten, andermaal nagaan of, vóórdat de deskundige zijn onderzoek start en dus kosten worden gemaakt, een allesomvattende regeling van hun geschillen kan worden bereikt.

11.12.

In afwachting van het deskundigenbericht wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

12 De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel

12.1.

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rechtsoverweging 11.9 van dit arrest geformuleerde vraag/vragen;

12.2.

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vraag/vragen:

de heer [de registeraccountant], verbonden aan [Accountants B.V.],[adres], [vestigingsplaats], telefoon: [telefoonnummer], en bepaalt dat de werkzaamheden in verband met het onderzoek van de administratie en het opstellen van het deskundigenbericht, onder verantwoordelijkheid van de deskundige, in feite zoveel mogelijk worden verricht door een aan het kantoor van de deskundige verbonden redelijk ervaren medewerker;

12.3.

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

12.4.

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

12.5.

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

12.6.

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

12.7.

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

12.8.

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

12.9.

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 10.890,-- incl. 21% btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

12.10.

bepaalt dat het voorschot van partij [de vrouw], nu aan deze partij een toevoeging is verleend, voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komt;

12.11.

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

12.12.

benoemt mr. P.Th. Gründemann tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

12.13.

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 26 november 2013 voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van [de vrouw];

12.14.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken, P.Th. Gründemann en P.M. Huijbers-Koopman en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 juni 2013.