Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:2847

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-05-2013
Datum publicatie
27-10-2014
Zaaknummer
HD 200.108.394-01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2013:966
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:590
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:4336
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.108.394/01

arrest van 21 mei 2013

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. Y.J.M.L. Dijk te Roermond,

tegen

  1. V.O.F. [V.O.F.], h.o.d.n. [TCC] Timmerwerken Carrosserie Contructions,

    gevestigd te [vestigingsplaats],

  2. [geintimeerde 2],

    wonende te [woonplaats],

  3. [geintimeerde 3],

    wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: respectievelijk de v.o.f., [geintimeerde 2] en [geintimeerde 3], tezamen: [geintimeerden c.s.],

geïntimeerden,

in hoger beroep niet verschenen,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 29 januari 2013 in het hoger beroep van de door de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond onder zaaknummer 318192 / CV EXPL 11-4702 gewezen vonnissen van 6 september 2011 en 15 mei 2012.

6 Het tussenarrest van 29 januari 2013

Bij genoemd arrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld het betekeningsexploot van zijn wijziging van eis in hoger beroep, bij memorie van grieven gedaan, in het geding te brengen dan wel zijn eiswijziging alsnog aan [geintimeerden c.s.] te betekenen en het betekeningsexploot in het geding te brengen en is iedere verdere beslissing aangehouden.

7 Het verdere verloop van de procedure

7.1.

[appellant] heeft bij akte van 26 februari 2013 een betekeningsexploot van 8 februari 2013 in het geding gebracht, waaruit blijkt dat de eiswijziging in de memorie van grieven aan [geintimeerden c.s.] is betekend.

7.2.

Het hof heeft vervolgens de uitspraak bepaald op heden.

8 De verdere beoordeling

8.1.

Voor de tussen partijen vaststaande feiten en het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar het tussenarrest van 29 januari 2013.

8.2.

[appellant] heeft in zijn memorie van grieven zijn eis vermeerderd. Hij vordert thans naast toewijzing van zijn inleidende vorderingen (met uitzondering van de vordering tot betaling van de kosten voor heraansluiting van de energietoevoer die [appellant] in hoger beroep niet langer handhaaft):

  • -

    veroordeling van [geintimeerden c.s.] tot betaling van de resterende huurtermijnen, te weten de huurtermijnen van de maand, volgend op de maand waarin het hof arrest zal wijzen, tot en met 30 juni 2014, rekening houdend met de overeengekomen jaarlijkse indexering;

  • -

    een verklaring voor recht dat de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet rechtsgeldig door opzegging of op een andere wijze van beëindiging is geëindigd tegen 1 juli 2010 en dat de huurovereenkomst voortduurt tot en met 30 juni 2014 dan wel tot en met de datum waarop de huurovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd.

Uit de stukken die zijn overgelegd bij de akte van [appellant] van 26 februari 2013 blijkt dat

voornoemde eiswijziging aan [geintimeerden c.s.] is betekend. Het hof acht de eiswijziging toelaatbaar.

8.3.

[appellant] komt in hoger beroep van zowel het tussenvonnis van 6 september 2011 als het eindvonnis van 15 mei 2012. Hij heeft echter geen grieven aangevoerd tegen het vonnis van 6 september 2011, zodat hij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn hoger beroep voor zover dit tegen dat vonnis is gericht.

8.4.

De grieven van [appellant] richten zich tegen de bewijswaardering door de kantonrechter en de daaraan verbonden gevolgen voor zijn vorderingen. [appellant] biedt in zijn memorie van grieven aan de heer [getuige 1], mevrouw [getuige 2], de heer [getuige 3], de heer [getuige 4] en de heer [getuige 5] als getuigen te doen horen. Volgens [appellant] kunnen zij verklaringen afleggen ter ondersteuning van zijn betwisting van de stelling van [geintimeerden c.s.], inhoudende dat zij tijdens een bespreking met [appellant] op 11 maart 2010 de tussen partijen bestaande huurovereenkomst mondeling hebben opgezegd tegen 1 juli 2010.

[appellant] geeft in zijn memorie van grieven (punt 69) tevens aan dat hij schriftelijke verklaringen van voornoemde personen in het geding brengt, maar deze verklaringen zijn niet bij de memorie van grieven gevoegd.

8.5.

Het hof overweegt als volgt. In eerste aanleg heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 18 oktober 2011 [geintimeerden c.s.] toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat [geintimeerden c.s.] op of omstreeks 11 maart 2010 de tussen partijen bestaande huurovereenkomst hebben opgezegd tegen 1 juli 2010 en vervolgens ook deze opzegging in briefvorm (brief d.d. 11 maart 2010) ten huize van [appellant] hebben bezorgd. In het kader van deze bewijsopdracht hebben [geintimeerden c.s.] een vijftal getuigen doen horen. [appellant] had in eerste aanleg de gelegenheid om getuigen in contra-enquête te doen horen, maar heeft hiervan afgezien. Het hoger beroep dient mede om omissies uit de eerste aanleg te herstellen. Het hof zal [appellant] in hoger beroep in de gelegenheid stellen om alsnog de door hem genoemde getuigen in contra-enquête te doen horen met betrekking tot de door de kantonrechter aan [geintimeerden c.s.] verstrekte bewijsopdracht. Tegen die bewijsopdracht zijn geen grieven gericht, zodat het hof deze vooralsnog tot uitgangspunt neemt. Na het horen van getuigen in contra-enquête zal het hof ingaan op de bewijswaardering en, afhankelijk van het resultaat daarvan, eventueel op andere kwesties.

8.5.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

9 De uitspraak

Het hof:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen het tussenvonnis van de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond van 6 september 2011;

laat [appellant] toe in contra-enquête de genoemde getuigen te doen horen met betrekking tot de hiervoor onder 8.5 aangehaalde bewijsopdracht;

bepaalt dat deze getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. N.J.M. van Etten als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 4 juni 2013 voor opgave van de verhinderdata van [appellant] zelf, zijn advocaat en de getuigen op woensdagen en vrijdagen in de maanden augustus en september 2013;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, B.A. Meulenbroek en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 mei 2013.