Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:2647

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-07-2013
Datum publicatie
02-07-2013
Zaaknummer
20-002820-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4244, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Acht oplichtingen en twee pogingen tot oplichting van filialen van ING bank middels identiteitsfraude.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002820-12

Uitspraak : 2 juli 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 9 augustus 2012 in de strafzaak met parketnummer 02-800022-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,

volgens de gemeentelijke basisadministratie wonende te [woonplaats],[adres],

doch volgens opgaaf van zijn raadsman wonende te [woonplaats] ([land]), nadere adresgegevens te [woonplaats] onbekend

waarbij:

  • -

    verdachte ter zake van acht maal oplichting en drie maal poging tot oplichting werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en onderzoek en behandeling door een forensisch psychiatrische polikliniek;

  • -

    een aangiftemap verbeurd werd verklaard.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en te dien aanzien opnieuw rechtdoende de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van
18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De verdediging heeft:

  • -

    bepleit dat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder 3., 4., 5., 6., 8. 9., 10. en 11. ten laste gelegde;

  • -

    zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van het onder 7. ten laste gelegde;

  • -

    bepleit dat aan verdachte een lagere gevangenisstraf zal worden opgelegd dan de gevangenisstraf die hij opgelegd heeft gekregen van de rechtbank alsmede dat verdachte zal worden onthouden van begeleiding door de reclassering.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 5 januari 2012 omstreeks 15:00 uur te Bergen op Zoom ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Bergen op Zoom te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank heeft voorgedaan als zijnde [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag] 1971 en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 1] heeft overhandigd van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 3 januari 2012 omstreeks 15:15 uur te Bergen op Zoom met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Bergen op Zoom heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 2] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 2] getoond van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij op of omstreeks 3 januari 2012 omstreeks 12:50 uur te Middelburg ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Middelburg te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank heeft voorgedaan als zijnde [slachtoffer 2] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 2] heeft overhandigd van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 24 december 2011 omstreeks 12:15 uur te Middelburg met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Middelburg heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 3] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 3] getoond van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij op of omstreeks 21 december 2011 omstreeks 15:45 uur te Vlissingen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Vlissingen heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 4] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 4] getoond van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

hij op of omstreeks 21 december 2011 omstreeks 16:00 uur te Goes ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Goes te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank heeft voorgedaan als zijnde [slachtoffer 4] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 4] heeft overhandigd van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 tot en met 8 november 2011 te Goes met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Goes heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere geldbedrag(en), te weten in totaal een geldbedrag van 2.860 Euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – telkens opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 5] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die[slachtoffer 5] getoond van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8.

hij op of omstreeks 1 november 2011 omstreeks 09:52 uur te Middelburg met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Middelburg heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 6] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 6] getoond van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

9.

hij op of omstreeks 31 oktober 2011 omstreeks 12:04 uur te Middelburg met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Middelburg heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 6] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 6] getoond van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

10.

hij op of omstreeks 21 oktober 2011 omstreeks 10:07 uur te Bergen op Zoom met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Bergen op Zoom heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 7] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 7] getoond van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

11.

hij op of omstreeks 17 oktober 2011 omstreeks 09:49 uur te Etten-Leur met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank te Etten-Leur heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 7] en/of vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 7] getoond van vermissing van identiteitspapieren en/of een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 6. ten laste gelegde heeft begaan. Daartoe overweegt het hof als volgt.

Blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep bevond verdachte zich op 21 december 2011 om 15.46 uur in Vlissingen. Het dossier houdt voorts in dat het onder 6. ten laste gelegde diezelfde dag om 16:00 uur te Goes is gepleegd.

Het hof twijfelt er aan of verdachte op diezelfde dag omstreeks in 16.00 uur in Goes kan zijn geweest, de afstand en de daarmee gepaard gaande reistijd tussen Vlissingen en Goes in aanmerking genomen. Gelet daarop heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat verdachte dat het onder 6. ten laste gelegde heeft begaan.

Het bewijs1

1. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 5 januari 2012 omstreeks 15.05 uur kregen wij een melding inhoudende dat een persoon bij de ING op de Peter Vineloolaan te Bergen op Zoom met valse identiteitsgegevens geld probeerde op te nemen. Op 5 januari 2012 omstreeks 15.10 uur kwamen wij bij de ING ter plaatse.

Bij aankomst sprak een medewerker van de ING ons aan. Later bleek dit de aangever, [getuige 1], te zijn. De aangever verklaarde dat hij de man die aan de balie stond op 3 januari 2012 om 15.18 uur geld had overhandigd. De man had toen een aangifte bij zich op naam van [slachtoffer 2]. De aangever had op 3 januari 2012 om 15.18 uur een bedrag van € 500,- overhandigd aan de man.

De aangever verklaarde vervolgens dat op 5 januari 2012 omstreeks 15.00 uur een man bij een collega van de aangever kwam staan. Die collega bleek later [getuige 2] te zijn. Bij [getuige 2] stond een man aan de balie met een aangifte van de politie die daarmee geld probeerde op te nemen. De aangifte stond op naam van [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag]-1971 te [geboorteplaats].

Ik, [verbalisant 1] sprak de man aan. Hij gaf mij desgevraagd op te zijn [slachtoffer 1], geboren op [geboortedag]-1971 te [geboorteplaats].

[getuige 1] overhandigde ons een door de man afgegeven aangifte. Wij zagen dat de aangifte was afgegeven op naam van [slachtoffer 1], geboren op[geboortedag] 1971. [getuige 1] overhandigde ons tevens een kopie van de handtekening die onder de naam [slachtoffer 1] in het computersysteem van de ING zat. Wij zagen dat de handtekening op de aangifte en de handtekening van het computersysteem van de ING verschillend waren.

Wij gaven aan de tevens ter plaatse gekomen collega’s [verbalisant 3] en [verbalisant 4] door dat de verdachte kon worden aangehouden terzake oplichting.2

2. Het proces-verbaal aanhouding, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 5 januari 2012 te 15.20 uur hielden wij op de locatie Peter Vineloolaan 48, 4611 AN Bergen op Zoom, als verdachte aan: [slachtoffer 1], geboren op[geboortedag] 1971 te [geboorteplaats].

Wij brachten de verdachte, ter voorgeleiding voor een hulpofficier van justitie, over naar Districtsbureau Bergen op Zoom, Jacob Obrechtlaan 9, 4611 AP Bergen op Zoom.3

3. De kennisgeving van inbeslagneming, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Inbeslagneming

Plaats : Jacob Obrechtlaan 9, 4611 AP Bergen op Zoom

Datum en tijd : 5 januari 2012

Omstandigheden : Verdachte gaf aanvankelijk bij voorgeleiding valse identiteit op ([slachtoffer 1]). Corrigeerde dit bij bevel tot insluiting ([verdachte]).

Beslagene

Achternaam : [achternaam verdachte]

Voornamen : [voornamen verdachte]

Geboren : [geboortedag] 1981

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Object : Telefoon

Merk/type : Samsung GSM

Bijzonderheden : GSM no. [telefoonnummer]

Object : Document

Bijzonderheden : Aangiftemap politie Zeeland d.d. 5-1-2012 (pv 2012-001294)4

4. Het proces-verbaal aangifte van [getuige 1], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Eergisteren heeft een persoon die een aangifte toonde hier bij de ING geld opgenomen. Het bedrag dat hij opnam was € 500,-. Dit was op 3 januari 2012 om 15.18 uur. De man had toen een aangifte bij van iemand genaamd [slachtoffer 2]. Hij gaf toen aan die persoon te zijn. Het geld heb ik hem toen overhandigd.

Vandaag, 5 januari 2012 omstreeks 15:00 uur kwam een collega van mij naar mij toe. Bij hem aan de balie stond een man met een aangifte van de politie. De aangifte stond op naam van: [slachtoffer 1] geboren op [geboortedag]-1971 te [geboorteplaats]. De aangifte was gedateerd op vandaag.

Op de aangifte stond een handtekening van de aangever. De collega die naar mij kwam zag dat de handtekening op de aangifte anders was dan die in ons computersysteem. In ons computersysteem staat onder [slachtoffer 1] een andere handtekening.

Ik herkende de man direct die op 3 januari 2012 te 15:18 uur met een andere aangifte op naam van [slachtoffer 2] geld had opgenomen. Ik ben er 100% zeker van dat de persoon die jullie hebben aangehouden de persoon is die 2 keer met verschillende aangiftes op verschillende namen geprobeerd heeft geld op te nemen. De eerste keer is dat dus gelukt.

Verder wil ik nog vertellen dat de man eergisteren zelf begon te vertellen over zijn hypotheek. Hij wilde zijn hypotheek veranderen. Toen ik vandaag met mijn collega naar de man liep zei de man ongevraagd: “Ik heb nog gekeken naar mijn hypotheek, ik heb al een afspraak gemaakt met een adviseur in Amersfoort.” Toen was voor mij gelijk duidelijk dat het de man van eergisteren was.5

5. De verklaring van [getuige 1], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

De man stelde zich op 3 januari 2012 aan mij voor als [slachtoffer 2]. Diezelfde dag, voor 15.00 uur, is de man mij bekend als de heer [slachtoffer 2]. bij mijn collega [getuige 3] geweest in filiaal Middelburg. [getuige 3] heeft de aanvraag van 500 euro daar afgewezen omdat zij ook dacht de man eerder te hebben gezien en de man kon op de door haar gestelde vragen niet snel en juist genoeg antwoord geven. In ons systeem worden de handtekeningen opgeslagen en hier valt mij op dat de voor mij bekende heer [slachtoffer 2]., bij alle handtekeningen gebruik maakt van een andere naam maar om elke handtekening komen dezelfde cirkels voor. Dit zijn 4 à 7 cirkels om de naam heen.

In december, net voor de kerst, heeft de collega [getuige 4], filiaal Vlissingen, aan een man genaamd [slachtoffer 4] 500 euro uitbetaald. De handtekening die de heer [slachtoffer 4] hier heeft gebruikt, is ook weer voorzien van dezelfde cirkels rond de naam die gebruikt werd als handtekening.6

6. De verklaring van [getuige 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 5 januari 2012 omstreeks 14.54 uur was ik bezig met mijn dienst. Ik ben werkzaam als adviseur bij de ING bank en op 5 januari 2012 zat ik achter de kas. Omstreeks 14.54 kwam er een man bij mij aan de balie. De man stelde zich voor en gaf aan dat hij geld wilde opnemen. De man zei “ik ben bestolen van mijn portemonnee in Vlissingen, deze is bij mij op 2 januari 2012 gestolen, hierin zat mijn bankpas en mijn legitimatie, mijn paspoort, en ik heb 5 januari 2012 aangifte gedaan van de diefstal”.

Hierop moet ik een aantal controles uitvoeren. Ik vroeg de man zijn rekeningnummer. De man antwoordde en gaf zijn rekeningnummer op. Hierop heb ik de gegevens van de rekening gecontroleerd en zag ik in het systeem van de ING bank dat deze pas geblokkeerd stond.

De volgende stap is dat de aangever, die niet in bezit is van een bankpas noch een legitimatiebewijs, een proces-verbaal overhandigt. Ik zag dat de man een mapje van de politie reeds op de toonbank had gelegd. Ik zei tegen de man dat we nu de volgende stap konden nemen en vroeg aan de man wat hij op wilde nemen. De man wilde 500 euro opnemen. Nog voordat ik kon zeggen dat ik een proces-verbaal nodig had zag ik dat de man de map al aan mij overhandigde. Hierop ben ik de gegevens die vermeld staan op het proces-verbaal gaan controleren met de gegevens die in ons systeem staan.

Ik vond het vreemd dat de man precies wist dat hij mij een proces-verbaal moest overhandigen en dat hij precies 500 euro wilde opnemen wat het maximale is. Tevens vond ik het vreemd dat de man woonachtig was in Amersfoort, aangifte had gedaan in Vlissingen en in Bergen op Zoom naar de bank kwam om geld op te nemen. Hierop hoorde ik de man zeggen dat hij inderdaad in Amersfoort woont, werkt in Vlissingen en dat zijn familie in Bergen op Zoom woont.

Ik weet nog dat wij via de interne mail een mailtje hadden van een fraudezaak waarbij iemand op een dergelijke manier probeert geld op te nemen. We moeten dan een kopie van de aangifte maken, hiervoor moet ik aan de andere zijde van ons bureau zijn. Aan de andere zijde zat de kantoormanager, [getuige 1]. Ik zei tijdens het maken van de kopie dat ik dacht dat er iets niet zou kloppen aan deze aanvraag omdat de man in Amersfoort woont en hier geld komt opnemen.

[getuige 1] heeft even over de toonbank gekeken naar de man. De man draaide zich op dat moment om en [getuige 1] herkende de man. [getuige 1] had dezelfde man op 2 januari 2012 (het hof begrijpt: 3 januari 2012) geholpen en zag op het formulier dat ik aan het kopiëren was, een andere naam dan die van 2 januari 2012 (het hof begrijpt: 3 januari 2012). Hierop hoorde ik [getuige 1] zeggen dat ik geen geld mocht meegeven aan de man. [getuige 1] gaf aan dat ik de man aan de praat moest houden en dat [getuige 1] de politie zou bellen.

Op het moment dat ik bij de man terug kwam heb ik de aangifte, die de man mij had overhandigd, op het bureau gelegd. Ik heb de aanvraag opgestart en de man moet dan aan het einde op een digitaal systeem een handtekening zetten. Dit systeem werkt niet optimaal, na de handtekening moet de klant op OK drukken. Een nieuwe klant zet dan normaliter zijn handtekening en ziet niet dat hij op OK moet drukken. De man voor mij, die opgaf te zijn de heer [slachtoffer 1], wist wel dat hij op OK moest drukken met de touchpen maar op de ene of andere manier wist hij dat deze slecht reageerde en drukte net zo lang tot OK werkte. Hierna komt de bevestiging op mijn scherm.

[getuige 1] kwam bij mij staan en begon met de man te praten. Ik hoorde dat [getuige 1] begon over de hypotheek die de man zou hebben bij de Rabobank en dat hij [getuige 1] bedankte voor het advies en dat hij inderdaad over zou stappen naar de ING omdat hij telefonisch te horen had gekregen dat de hypotheek bij de ING 0,4 procent lager zou zijn.

Na ongeveer 25 minuten arriveerde de politie en is de man aangehouden.7

7. Een kopie van het proces-verbaal aangifte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Proces-verbaalnummer: PL194E 2012001294-1

Op 5 januari 2012 te 11.50 uur verscheen voor mij, in het politiebureau, Bureau Vlissingen, een persoon die mij opgaf te zijn:

Achternaam : [slachtoffer 1]

Voornamen : [voornaam slachtoffer 1]

Geboren :[geboortedag] 1971

Geboorteplaats/land : [geboorteplaats] in Italië.

Hij deed aangifte en verklaarde het volgende:

Ik ben tijdelijk werkzaam op de Rabobank, gelegen op de Lange Zelke 1 in de gemeente Vlissingen. Op 2 januari 2012, omstreeks 09.00 uur heb ik mijn colbertjas met daarin mijn portemonnee opgehangen op mijn bureaustoel.

Op 2 januari 2012, omstreeks 18.00 uur wilde ik mijn colbertjas pakken om naar huis te gaan. Ik zag toen dat mijn colbertjas niet meer over mijn stoel hing.

In de binnenzak van de colbertjas zat mijn zwart leren klap portemonnee met daarin mijn Nederlandse paspoort met paspoortnummer [paspoortnummer], ING bankpas met rekeningnummer [rekeningnummer], zorgpas van Agis/Aevitae, OV-chipkaart met abonnement en foto. Dit alles ten name van [slachtoffer 1].

Ik heb echt geen idee wie dit gedaan kan hebben.8

8. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 5 januari 2012 omstreeks 11.50 uur was ik werkzaam aan de balie van het politiebureau te Vlissingen. Op dat moment verscheen voor mij een manspersoon. Ik hoorde dat de man tegen mij zei dat zijn colbertjasje met daarin zijn portemonnee was gestolen. De manspersoon gaf mij op te zijn [slachtoffer 1], geboren op[geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] en wonende [adres] te [woonplaats]. Nadat ik de aangifte had opgenomen heb ik de voornoemde [slachtoffer 1] een afschrift hiervan overhandigd.

Op 7 januari 2012 kreeg ik via de mail een bericht van collega [verbalisant 6] uit de politieregio Midden West Brabant. Hij informeerde naar de aangifte die ik had opgenomen van voornoemde [slachtoffer 1]. Bij deze mail was een foto meegestuurd voorzien van het fotonummer PL1300:07:42815. Ik herkende de man op de foto als zijnde de voornoemde [slachtoffer 1] welke de aangifte deed van diefstal van zijn colbertjas met inhoud.9

9. Het Eind proces-verbaal, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Door politiemedewerker [verbalisant 5] werd een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. [verbalisant 5] verklaart dat ze de manspersoon die op 5 januari 2012 aangifte deed ter zake diefstal, welke opgaf [slachtoffer 1] te zijn, herkende als zijnde de verdachte [verdachte].10

10. Een kopie van het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 3 januari 2012 te 11.20 uur verscheen voor mij in het politiebureau, Bureau Middelburg, een persoon die mij opgaf te zijn [slachtoffer 2], geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats].

Hij deed aangifte van vermissing van zijn identiteitsbewijs.

Object : Paspoort

Land : Nederland

Datum vermissing : 31 december 2011

Met betrekking tot de reden dan wel de gelegenheid bij welke de vermissing werd ontdekt, verklaarde de betrokkene het volgende: “Ik heb de genoemde goederen verloren op de Markt in Middelburg op 31 december 2011 tussen 13.00 – 17.00 uur.”11

11. Het bewijs van vermissing, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Datum kennisname : 3 januari 2012

Ondergetekende verklaart dat door [slachtoffer 2] bij de politie te Middelburg melding is gedaan van vermissing van:

Object : Paspoort

Land : Nederland

Object : Bankbescheiden (pas)

Merk : ING

Registratienummer : [rekeningnummer]

Bijzonderheden : Op naam van [slachtoffer 2]

Object : Bankbescheiden (pas)

Merk : ING

Registratienummer : [rekeningnummer]

Bijzonderheden : Op naam van [slachtoffer 2]

Verklaring verliezer

Ik heb de genoemde goederen verloren op de Markt in Middelburg op 31 december 2011 tussen 13.00 – 17.00 uur.12

12. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Van [verbalisant 4], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Naar aanleiding van het proces-verbaal van aangifte van oplichting nummer 2012004033 waarbij dhr. [slachtoffer 1] werd aangehouden, heb ik een nader onderzoek ingesteld.

Ik heb in BVH een aangifte gevonden van vermissing van diverse bescheiden op naam van dhr. [slachtoffer 2] onder BVH nummer 2012000802. In desbetreffend BVH nr, vermeldt dhr. [slachtoffer 2] zijn mobiele telefoonnummer: [telefoonnummer].

Ik heb genoemd nummer gecontacteerd waarbij ik hoorde en zag dat de mobiele telefoon van verdachte [slachtoffer 1] over ging.13

13. De aangifte van [slachtoffer 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben eigenaar van de bankrekening [rekeningnummer] ING bank. Ik ben ook eigenaar van het geld en heb op geen enkele wijze iemand anders toestemming gegeven om geld van mijn rekening af te halen.

Op 4 januari 2012 werd ik gebeld door dhr. [betrokkene] werkzaam voor de ING bank afdeling fraude. Dhr. [betrokkene] vroeg mij of ik de laatste tijd nog in Middelburg geweest was. Ik vertelde hem dat dit niet het geval is. Dhr. [betrokkene] vertelde mij dat er 500 euro van mijn rekening is opgenomen in Middelburg. Dit is gebeurd zonder een bankpas en/of een legitimatiebewijs. Ik ben nog in het bezit van mijn pasje.14

14. De verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 3 januari ben ik bij de ING geweest. Ik ben op die dag in de ING bank geweest in Bergen op Zoom.15

15. De verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben gisteren (het hof begrijpt: 5 januari 2012) bij de ING in Bergen op Zoom geweest. Ik heb toen als mijn naam een andere naam opgegeven, namelijk [slachtoffer 1].16

16. De verklaring van verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik heb twee maal bij de ING met een valse naam geld opgenomen van een rekening die niet aan mij toebehoorde.17

17. De aangifte van [getuige 3], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben als adviseur werkzaam bij de ING Middelburg.

Door een man is twee maal geld van een rekening afgehaald. Deze man had een aangifte van vermissing van diverse goederen en spullen bij zich, waaronder een bankpas van de ING.

De eerste keer was op 31 oktober 2011. Dat was bij mij. Ik heb toen 500 euro uitgekeerd aan hem. Ik heb toen een kopie gemaakt van het bewijs van vermissing wat die man bij zich had. Ik laat u dit nu zien. Hij gaf zich uit voor [slachtoffer 6].

De dag erna kwam deze man weer. Mijn collega stond toen aan de kas. Er is toen weer 500 euro aan hem uitgekeerd. Weer op de naam [slachtoffer 6]. Er is toen weer een kopie gemaakt van het bewijs van vermissing.

Op 3 januari 2012 kwam bovenstaande man weer aan de balie van de ING bank te Middelburg. Ik stond toen aan de kas. Hij wilde wederom 500 euro hebben. Ik herkende hem echter gelijk. Ik was wel bezig met de transactie maar omdat ik het niet vertrouwde ben ik gaan kijken op de lopende rekening waar het geld vanaf moest. Ik stelde toen enkele controlevragen. Daar wist de man geen antwoord op.

Ik zag toen wel dat de naam die hij nu aannam was veranderd in [slachtoffer 2]. Dat was dus een andere naam als in oktober, maar absoluut wel dezelfde persoon. Ik vroeg die man ook nog om zijn handtekening. Wij hebben die namelijk in het systeem staan. Die gaf toen als antwoord dat hij die pas geleden had veranderd. De man is toen weggegaan.18

18. Het proces-verbaal van tonen selectie bij sequentiële fotoconfrontatie, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 16 februari 2012 confronteerde ik de getuige [getuige 3] met een fotoselectie van 11 personen. Ik toonde aan de getuige de foto’s van de personen sequentieel op een beeldscherm. De foto’s waren doorlopend genummerd van 1 tot en met 11. Terwijl de getuige naar de selectie keek, hoorde ik dat zij niets zei. Direct na het beëindigen van de fotoconfrontatie hoorde ik dat de getuige zei “Ik dacht dat het foto 5 was, maar ik wilde de overige foto’s afwachten”.

Na afloop van de confrontatie deelde de confrontatieleider mij mee dat in de getoonde selectie de foto van de verdachte [verdachte] op plaats 5 stond.19

19. De aangifte van [getuige 3], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben als adviseur werkzaam bij de ING, gevestigd aan de Markt 43 te Middelburg.

Door een man is er 500 euro van een rekening gehaald. Deze man had op 24 december 2011 aangifte gedaan van vermissing van zijn paspoort bij de politie te Goes. Met dit bewijs van vermissing heeft hij toen eenmalig geld kunnen opnemen bij ons. De man heeft toen op de naam [slachtoffer 3] geld opgenomen. Hij heeft ook zijn handtekening geplaatst onder die naam. Ikzelf heb dit geld uitbetaald aan deze man.20

20. Een kopie van het bewijs van vermissing, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Datum kennisname : 24 december 2011

Ondergetekende verklaart dat door [slachtoffer 3] bij de politie te Goes melding is gedaan van vermissing van:

Object : Bankbescheiden (pas)

Merk : ING

Registratienummer : [rekeningnummer]

Bijzonderheden : Geblokkeerd [slachtoffer 3]

Object : Paspoort

Land : Nederland

Bijzonderheden : [slachtoffer 3]

Verklaring verliezer

Op 23 december 2011 ben ik mijn portemonnee met inhoud verloren op het station te Goes.21

21. Een kopie van het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 24 december 2011 te 11.18 uur verscheen voor mij in het politiebureau, Bureau Goes, een persoon die mij opgaf te zijn [slachtoffer 3].

Hij deed aangifte van vermissing van zijn identiteitsbewijs.

Object : Paspoort

Land : Nederland

Bijzonderheden : [slachtoffer 3]

Datum vermissing : 31 december 2011

Met betrekking tot de reden dan wel de gelegenheid bij welke de vermissing werd ontdekt, verklaarde de betrokkene het volgende:

Op 23 december 2011 ben ik mijn portemonnee met inhoud verloren op het station te Goes.22

22. De aangifte van [slachtoffer 3], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 27 december (het hof begrijpt: 2011) omstreeks 12.00 uur wilde ik even kijken of de huurkosten al van mijn rekening waren gehaald. Ik zag opeens dat er op 24 december een bedrag van 500 euro van mijn rekening afgeschreven was. Ik zag dat dit was gebeurd in een filiaal van de ING. Ik heb dit bedrag nooit zelf afgeschreven van mijn rekening. Ik ben die dag ook niet bij de ING geweest.

Ik heb contact gehad met de ING. De medewerker van de ING heeft tegen mij gezegd dat de fout bij hun lag omdat ik zelf in het bezit ben van de bankpas en identiteitskaart. Er is maar één pas afgegeven die ik nooit uitgeleend heb aan iemand. Ik ben nog nooit een ID kaart of paspoort verloren. Ik heb mijn ID kaart zelf in het bezit. Ik heb niemand toestemming gegeven om een geldbedrag van mijn rekening af te schrijven.23

23. De aangifte van [getuige 4], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben werkzaam als financieel adviseur bij de ING Bank te Vlissingen. Op 21 december 2011 te 15.46 uur werkte ik achter de kasbalie. Ik zag dat er een man bij mij kwam. De man vertelde mij dat hij zijn bankpas en legitimatiebewijzen was verloren. Hij toonde mij direct een proces-verbaal van vermissing voorzien van het nummer: 2011101023-1. Ik overhandig u nu een kopie van het document. Ik vroeg de man naar zijn rekeningnummer. Hij gaf mij het rekeningnummer ter stond: [rekeningnummer]. Dit gaf hij mij mondeling. De man gaf mij op te zijn: [slachtoffer 4], [adres], [woonplaats], geboren[geboortedag]-1972.

Wat ik raar vond is dat de man uit Zoetermeer kwam. Dit vroeg ik de man ook. hij vertelde mij dat hij hier door de week op cursus zat. Op de uitdraai van ons systeem staat het rekeningnummer van de tenaamgestelde. Wanneer ik op dat nummer klik, dan kan ik de laatste bij-/afschrijvingen zien. Ik vroeg de man wanneer hij voor het laatst een transactie gedaan had. De man vertelde mij het saldo van de rekening, de laatste bijboeking, hij gebruikte de rekening weinig, vooral kleine betalingen. Omdat de man deze details wist te vertellen vertrouwde ik de man en ging er vanuit dat hij de rekeninghouder was.

Ik heb toen gecontroleerd of de betaalpas geblokkeerd was. Dit was het geval. Ik ben toen tot betaling overgegaan. Voordat wij geld kunnen uitkeren moet een ieder een handtekening plaatsen. Ik controleerde de handtekening en vond het toen redelijk. Toch twijfelde ik. De handtekening kwam niet helemaal overeen met die van ons zelf. Wij hebben namelijk van alle cliënten een digitale handtekening. er zaten in deze handtekening meer krassen / strepen. toch las ik [slachtoffer 4] in de handtekening. Ik denk dat de man zag dat ik twijfelde. De man vertelde mij toen dat hij een beetje zenuwachtig was. Hierop heb ik de man zijn gevraagde geld gegeven.. Ik overhandigde de man 10 x 50 euro biljetten.24

24. Een kopie van het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 21 december 2011 te 12.35 uur verscheen voor mij in het politiebureau, Bureau Vlissingen, een persoon die mij opgaf te zijn [slachtoffer 4].

Hij deed aangifte van vermissing van zijn identiteitsbewijs.

Object : Paspoort

Land : Nederland

Datum vermissing : 19 december 2011

Met betrekking tot de reden dan wel de gelegenheid bij welke de vermissing werd ontdekt, verklaarde de betrokkene het volgende:

Ik ben vermoedelijk op 19 december 2011 mijn portemonnee met inhoud verloren. In de zwarte lederen portemonnee zat mijn paspoort, een ING bankpas, ongeveer veertig euro, een zorgpas, een OV-chipkaart, visitekaartjes en een huissleutel.25

25. De aangifte van [slachtoffer 4], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben houder van een bankrekening van de ING bank, voorzien van rekeningnummer [rekeningnummer]. Bij deze rekening hoort één pas. Deze pas wordt door mijn vrouw af en toe gebruikt. Zij heeft de pas altijd bij haar.

Op 14 januari 2012 kreeg ik een papieren afschrift van de ING, behorende bij rekeningnummer [rekeningnummer]. Omdat deze rekening niet veel gebruikt wordt, zag ik meteen dat er iets niet klopte. Ik zag dat er een geldbedrag van 500 euro was afgeschreven. Op het afschrift las ik dat er een geldopname was gedaan. Dat was gebeurd op 21 december 2011. Als code staat er PK. Dat wil zeggen dat op een kantoor aan de balie geld is opgenomen.

Ik heb aan mijn vrouw gevraagd of zij een bedrag van 500 euro had opgenomen. Dit bleek niet het geval. Zelf heb ik ook geen geld opgenomen van deze rekening. Ook stond er op het afschrfit dat er een bedrag van 7,50 was afgeschreven voor de aanvraag van een nieuwe pas. De aanvraag was op 21 december 2011 gedaan. Ik heb nooit een nieuwe pas aangevraagd bij de ING. Ik had echter wel in de kerstvakantie een nieuwe pas in de brievenbus gevonden. De pas was door de ING opgestuurd en hoort bij voornoemd rekeningnummer.

Op 17 januari 2012 werd ik gebeld door de ING. Ik kreeg te horen dat het bedrag van 500 euro was opgenomen bij de ING gevestigd aan de Aagje Dekenlaan te Vlissingen. Ik gaf aan dat ik nog nooit in Vlissingen geweest was en deze transactie niet gedaan had.

Ik ben nog steeds in het bezit van beide bankpassen. Ik heb aan niemand de passen uitgeleend of afgegeven.26

26. Het geschrift, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Naam de heer [slachtoffer 4]

Adres [adres]

Woonplaats [woonplaats]

Geboortedatum[geboortedag]-1972

Betaalrekening [rekeningnummer]

Overzicht van gebeurtenissen

Datum

Tijd

Omschrijving

19-12-2012

16:50

Telefonisch contact geweest met de Alarmlijn ING Call Center. Genoteerd door medewerker: Klant gaf aan bagage kwijt te zijn met pas, wilde echter niet dat ik pas nu blokkeer, wil tot morgen wachten, aangegeven dat risico voor hem is. Telnr. [telefoonnummer].

21-12-2012

13.03

Pasnummer [nummer] geblokkeerd door medewerker Alarmlijn, reden gestolen/vermist

21-12-2012

Telefonisch contact kantoor Vlissingen met de Alarmlijn ING call center: mededeling dat zij € 500 hebben uitgekeerd op vertoon van PV. Geen legi bekeken. ING Goes was klant ook al geweest en die hebben niet uitbetaald.27

27. De aangifte van [getuige 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik ben werkzaam als bankmanager bij ING te Goes.

Op 7 november 2011 omstreeks 10:42 uur heeft een man 3 keer 500 euro opgenomen van 3 verschillende rekeningen. Hij deed dit onder de naam:[slachtoffer 5]. Zie bijgevoegde kopie van het proces-verbaal van vermissing identiteitsbewijs waarmee hij de fraude heeft gepleegd. De man heeft 3 keer 500,00 opgenomen van de volgende rekeningen:

[rekeningnummer]

[rekeningnummer]

[rekeningnummer]

Op 8 november 2011 omstreeks 09:38 uur kwam de man wederom naar ons filiaal en heeft hij wederom 3 keer geld opgenomen op dezelfde werkwijze als hierboven genoemd. Echter stond op de rekening [rekeningnummer] niet voldoende geld meer en heeft de man hier 360,00 euro van opgenomen. Van de andere 2 rekeningen heeft de man 500 euro opgenomen.28

28. Een kopie van het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 6 november 2011 te 14.54 uur verscheen voor mij in het politiebureau te ‘s-Gravenhage, een persoon die mij opgaf te zijn [slachtoffer 5].

Hij deed aangifte van vermissing van zijn identiteitsbewijs.

Object : Paspoort

Land : Nederland

Datum vermissing : 4 november 2011

Met betrekking tot de reden dan wel de gelegenheid bij welke de vermissing werd ontdekt, verklaarde de betrokkene het volgende:

dit goed was op 4 november 2011 17:00 voor het laatst in mijn bezit. Dit goed is vermist sinds 5 november 2011 07:00.

Tevens zijn onderstaande goederen vermist:

portemonnee

bankpas 2 stuks ING

credit card 1 stuks.29

29. De verklaring van [getuige 6], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

De verdachte die is genoemd in de aangifte van [getuige 5] had ik op twee momenten gezien en/of gesproken. Op 7 november 2011 zag ik de verdachte praten met [getuige 5]. Op 8 november 2011 hielp ik de verdachte persoonlijk. Ik herken de verdachte die ik op 8 november 2011 hielp als dezelfde persoon die mijn collega [getuige 5] op 7 november 2011 sprak.30

30. Het proces-verbaal van tonen selectie bij sequentiële fotoconfrontratie, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 28 maart 2012 confronteerde ik de getuige[getuige 6] met een fotoselectie van 11 personen.

Ik toonde aan de getuige de foto’s van de personen sequentieel op een beeldscherm. De foto’s waren doorlopend genummerd van 1 tot en met 11. Ik hoorde dat de getuige uit eigen beweging zei: Het is de persoon op foto nummer 4.

Vervolgens vroeg ik aan de getuige: “Bevond de door u bedoelde persoon zich in de selectie?”

De getuige antwoordde: “Ja, foto nummer 4 dus”.

Na afloop van de confrontatie deelde de confrontatieleider mij mee dat in de getoonde selectie de foto van de verdachte [verdachte] op plaats 4 stond.31

31. De aangifte van [slachtoffer 5], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - als volgt:

Ik ben rechtmatig rekeninghouder bij de ING bank met de rekeningnummers [rekeningnummer], [rekeningnummer] en [rekeningnummer].

Op 7 november 2011, omstreeks 21.10 uur, bevond ik mij op mijn woonadres. Ik wilde gebruik gaan maken van internet bankieren. Ik zag op het moment dat ik geld wilde overmaken dat er 500 euro was afgeboekt van mijn rekening [rekeningnummer]. Ik zag toen ik mijn transactie wilde voltooien dat dit niet lukte. Ik zag dat ik een tancode blokkade had gekregen. Ik ging vervolgens meteen mijn andere rekeningnummer nakijken. Ik zag dat op de rekening nummers [rekeningnummer] en [rekeningnummer] ook bedragen waren afgeschreven waar ik geen toestemming voor had gegeven.

Ik zag dat van rekeningnummer [rekeningnummer] een totaal bedrag van 500 euro was afgeschreven. Ik zag dat van rekeningnummer [rekeningnummer] een totaal bedrag van 500 euro was afgeschreven. En ik zag dat van rekeningnummer [rekeningnummer] een totaal bedrag van 500 euro was afgeschreven.

Ik heb vervolgens meteen omstreeks 21:45 uur de ING bank gebeld en ik vertelde de medewerker wat er was gebeurd. Ik kreeg te horen dat op 7 november 2011 door iemand mijn drie bankpasjes en legitimatiebewijs als vermist waren opgegeven. Ik zei tegen de ING medewerker dat dit niet zo was en dat ik nog in het bezit ben van mijn bankpasjes en legitimatiebewijs.

Op 8 november 2011 zag ik dat er vanaf mijn TOP spaarrekening die gekoppeld is aan rekeningnummer [rekeningnummer] 225 euro was overgeboekt en ik zag dat er meteen weer 500 euro van mijn rekening werd afgehaald. Ik ging meteen mijn andere rekeningen bekijken en ik zag dat omstreeks 09:37 uur vanaf rekeningnummer [rekeningnummer] 360 euro was afgeschreven. Ik zag dat vanaf rekeningnummer [rekeningnummer] ook meteen 500 euro was afgeschreven. Ik zag dat het geld was opgenomen op een kantoor.

Ik zag dat er een totaal bedrag van 2860 euro van mijn drie rekeningnummers was afgehaald.

Ik ben de enige persoon die gebruik maakt van de drie bankpasjes en ik ben ook de enige persoon die de pincode en de inlogcodes van ing.nl weet van de drie bankpasjes. Ik heb aan niemand toestemming gegeven tot het plegen van dit strafbare feit.32

32. De aangifte van [slachtoffer 6], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - als volgt:

Op 6 december 2011 zag ik dat er op twee verschillende dagen twee geldbedragen van mijn ING bankrekening waren opgenomen. Mijn rekeningnummer is [rekeningnummer] en mijn pasnummer is [nummer].

Ik zag namelijk op mijn bankafschrift dat er op 31 oktober 2011 een bedrag van 500 euro was opgenomen en dat er op 1 november 2011 nogmaals een bedrag van 500 euro was opgenomen.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.33

33. Het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 30 oktober 2011 te 12.52 uur verscheen voor mij in het politiebureau, districtsbureau Bergen op Zoom, een persoon die mij opgaf te zijn [slachtoffer 6].

Hij deed aangifte van vermissing van zijn identiteitsbewijs.

Object : Paspoort

Land : Nederland

Datum vermissing : 28 oktober 2011

Met betrekking tot de reden dan wel de gelegenheid bij welke de vermissing werd ontdekt, verklaarde de betrokkene het volgende:

Deze goederen waren op 28 oktober 2011 10:15 voor het laatst in bezit. Deze goederen zijn vermist sinds 28 oktober 2011 14:30.34

34. De aangifte van [getuige 1], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik doe namens de ING bank Bergen op Zoom aangifte ter zake oplichting.

Op 21 oktober 2011 omstreeks 10:07 uur werd er met een valse identiteit een geldbedrag van 500 euro opgenomen. De valse identiteit die door de persoon gebruikt werd is [slachtoffer 7].

Er werd middels listige kunstgrepen 500 euro van de bankrekening van [slachtoffer 7] afgeschreven. Het rekeningnummer van [slachtoffer 7] is [rekeningnummer].

Het betrof een geldopname met proces-verbaal. Dit wil zeggen dat er zonder legitimatiebewijs en bankpas geld tot een maximaal bedrag van 500 euro opgenomen kan worden. Dit gaat alleen met behulp van een geldig proces-verbaal van aangifte c.q. vermissing.

De medewerker die de persoon die zich uitgaf als [slachtoffer 7] sprak, was [getuige 2].35

35. De verklaring van [getuige 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik was op 5 januari 2012 aanwezig toen de verdachte werd aangehouden in de ING te Bergen op Zoom. Ik kan u verklaren dat ik de persoon die ik op 21 oktober 2011 sprak herkende op het moment dat ik de aangehouden verdachte op 5 januari 2012 sprak. Ik bedoel na het moment dat ik met mijn collega [getuige 1] sprak en [getuige 1] de verdachte herkende van een eerder contact. Nadat [getuige 1] hem herkende hield ik de verdachte aan de praat in de bank door de transactie uit te stellen. Dit bracht mij in de gelegenheid hem te observeren. Dit is het moment dat ik hem herkende als dezelfde persoon van 21 oktober 2011. Verder realiseerde ik mij dat de verdachte een soortgelijk verhaal ophield. Ik bedoel dat het proces-verbaal van aangifte vermissing ING pas net als op 21 oktober niet in Bergen op Zoom gedaan was. Verder wist de man hoe de ING in dergelijke gevallen 500 euro geeft en kwam hij qua uiterlijk overeen met de man op 21 oktober 2011.

Ik ben ervan overtuigd dat de verdachte van 5 januari 2012 dezelfde man was als wie ik op 21 oktober 2011 in de bank sprak.36

36. De aangifte van A. Uskalelier, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Ik doe namens de ING bank Etten-Leur aangifte ter zake oplichting.

Op 17 oktober 2011 omstreeks 09:49 uur werd er met een valse identiteit een geldbedrag van 500 euro opgenomen. De valse identiteit die door de persoon gebruikt werd is [slachtoffer 7].

Er werd middels listige kunstgrepen 500 euro van de bankrekening van [slachtoffer 7] afgeschreven. Het rekeningnummer van [slachtoffer 7] is [rekeningnummer].

Het betrof een geldopname met proces-verbaal. Dit wil zeggen dat er zonder legitimatiebewijs en bankpas geld tot een maximaal bedrag van 500 euro opgenomen kan worden. Dit gaat alleen met behulp van een geldig proces-verbaal van aangifte c.q. vermissing.37

37. De aangifte van [slachtoffer 7], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 17 oktober 2011 ging mijn vrouw internetbankieren en zag dat er 500 euro van onze gezamenlijke rekening was afgeschreven. Het betreft hier een rekening op naam van [slachtoffer 7] e/o [naam]. Het betreft rekeningnummer [rekeningnummer] van de ING bank. Mijn vrouw vroeg aan mij of ik 500 euro had opgenomen op 17 oktober. Ik had geen 500 euro opgenomen en vond het vreemd dat het geld van de rekening af was.

Later in de week, 21 oktober 2011, keek mijn vrouw weer op het internetbankieren. Toen bleek dat er weer een bedrag van 500 euro van onze rekening was afgeschreven. Geen van ons heeft dit bedrag opgenomen van de bank.

Iemand heeft geld van onze rekening weten te halen. Dit heeft de persoon gedaan om zichzelf te bevoordelen en ons te benadelen. Ik heb niemand toestemming gegeven tot het plegen van dit feit.38

38. Een kopie van de aangifte op naam van [slachtoffer 7], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 15 oktober 2011, omstreeks 08:00 uur, bevond ik mij in de kantine van Sparta, gevestigd aan het Spartapark N 1 te Rotterdam. Ik heb omstreeks genoemd tijdstip mijn sporttas neergezet in een hoekje in de kantine. Omstreeks 15:00 kwam ik terug en zag dat genoemde sporttas was weggenomen. In de sporttas zaten de volgende goederen:

  • -

    identiteitsbewijs

  • -

    twee ING bankpassen.

Bijlage weggenomen goederen

Object : ID kaart

Land : Nederland

Houder : [slachtoffer 7]

Object : Bankbescheiden (pas)

Aantal : 2

Merk/type : ING

Houder : [slachtoffer 7]39

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

A.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

B.

Bij de vraag of verdachte het onder 4. en 11. ten laste gelegde heeft begaan, heeft het hof de omstandigheid in aanmerking genomen, dat de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de onder 1., 2., 3., 5., 7., 8., 9. en 10. ten laste gelegde feiten, op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de onder 4. en 11. ten laste gelegde feiten, welke feiten soortgelijk zijn aan de onder 1., 2., 3., 5., 7., 8., 9. en 10. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten.

In nagenoeg alle gevallen is sprake geweest van (een poging tot) het opnemen van het maximale bedrag van 500 euro bij een filiaal van de ING bank met behulp van een proces-verbaal waarin aangifte is gedaan van vermissing van een identiteitsbewijs en een of meer bankpassen, terwijl de houder van het identiteitsbewijs en de bankpas(sen) deze in werkelijkheid niet kwijt is.

Met betrekking tot de modus operandi zoals daarvan blijkt uit de bewijsvoering overweegt de hof dat op grond daarvan in onderlinge samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat ook de onder 4. en 11. ten laste gelegde oplichtingen telkens door verdachte zijn gepleegd.

Het hof is dan ook van oordeel dat verdachte het onder 4. en 11. ten laste gelegde heeft begaan. Deze beslissing is zowel gegrond op de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen die blijkens hun inhoud betrekking hebben op het onder 4. respectievelijk 11. ten laste gelegde, als op het schakelbewijs bestaande uit de bewijsmiddelen die blijkens hun inhoud betrekking hebben op de onder 1., 2., 3., 5., 7., 8., 9. en 10. ten laste gelegde feiten.

C.

Bij de vraag of verdachte het onder 5. ten laste gelegde heeft begaan, heeft het hof de omstandigheid in aanmerking genomen dat blijkens het overzicht van gebeurtenissen (bewijsmiddel 26) het contatct over het verlies van de bankpas met het telefoonnummer
[telefoonnummer] is gelegd. Dit is het nummer van het GSM-toestel dat bij verdachte tijdens zijn aanhouding op heterdaad d.d. 5 januari 2012 in beslag is genomen.

D.1

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep op gronden als in de pleitnota verwoord betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de hem onder 3., 4., 5., 8., 9., 10. en 11. ten laste gelegde feiten.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

D.2

Ten aanzien van de onder 8. en 9. ten laste gelegde feiten heeft de verdediging betoogd dat de herkenning van verdachte door [getuige 3] onbetrouwbaar is, dat verdachte het gevoel heeft dat alles in zijn schoenen wordt geschoven en voorts dat hij de betreffende ochtend werkzaam is geweest bij een filiaal van Kentucky Fried Chicken van zijn broer. Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn evenwel geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de herkenning van verdachte door [getuige 3]. Dat verdachte voor de in de tenlastelegging genoemde tijdstippen een “alibi” zou hebben in die zin dat hij op die tijdstippen zou hebben gewerkt bij Kentucky Fried Chicken wordt niet ondersteund door de verklaringen van verdachtes vader en broer waaraan door de verdediging is gerefereerd.

D.3

Voor zover namens de verdachte voor het overige vrijspraak is bepleit, vind dit zijn weerlegging in de door het hof gebezigde bewijsmiddelen. Het hof overweegt voorts nog dat door de verdediging is gesteld dat ene Samir Allawi en niet de verdachte de dader zou zijn geweest in de zaken die door de verdachte worden ontkend maar naar het oordeel van het hof is enige betrokkenheid of zelfs het bestaan van deze Allawi niet aannemelijk geworden.

D.4

Het hof verwerpt het verweer in al zijn onderdelen.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen (als hierboven genoemd), in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof het aan verdachte onder 1., 2., 3., 4., 5., 7., 8., 9., 10. en 11. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 5 januari 2012 omstreeks 15:00 uur te Bergen op Zoom ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen de ING bank te
Bergen op Zoom te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank heeft voorgedaan als zijnde [slachtoffer 1], geboren op[geboortedag] 1971 en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 1] heeft overhandigd van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 3 januari 2012 omstreeks 15:15 uur te Bergen op Zoom met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen de ING bank te Bergen op Zoom heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 2] en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 2] getoond van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij op 3 januari 2012 omstreeks 12:50 uur te Middelburg ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen de ING bank te Middelburg te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank heeft voorgedaan als zijnde [slachtoffer 2] en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 2] heeft overhandigd van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 24 december 2011 omstreeks 12:15 uur te Middelburg met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen de ING bank te Middelburg heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 3] en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 3] getoond van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij op 21 december 2011 omstreeks 15:45 uur te Vlissingen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen de ING bank te Vlissingen heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 4] en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 4] getoond van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

hij op tijdstippen in de periode van 7 tot en met 8 november 2011 te Goes met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen de ING bank te Goes heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, te weten in totaal een geldbedrag van 2.860 Euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – telkens opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 5] en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die[slachtoffer 5] getoond van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8.

hij op 1 november 2011 omstreeks 09:52 uur te Middelburg met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en listige kunstgrepen de ING bank te Middelburg heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 6] en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 6] getoond van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

9.

hij op 31 oktober 2011 omstreeks 12:04 uur te Middelburg met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en listige kunstgrepen de ING bank te Middelburg heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 6] en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 6] getoond van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

10.

hij op 21 oktober 2011 omstreeks 10:07 uur te Bergen op Zoom met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en listige kunstgrepen de ING bank te Bergen op Zoom heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 7] en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 7] getoond van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

11.

hij op 17 oktober 2011 omstreeks 09:49 uur te Etten-Leur met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en listige kunstgrepen de ING bank te Etten-Leur heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, te weten 500 Euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk zich jegens een bankmedewerker van voornoemde bank voorgedaan als zijnde [slachtoffer 7] en vervolgens aan die bankmedewerker een aangifte op naam van die [slachtoffer 7] getoond van vermissing van identiteitspapieren en een ING bankpas, waardoor voornoemde bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1. en 3. bewezen verklaarde levert telkens op:

Poging tot oplichting.

Het onder 2., 4., 5., 7., 8., 9., 10. en 11. bewezen verklaarde levert telkens op:

Oplichting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de mate waarin het vertrouwen dat de banken in stukken waaruit de identiteit van klanten kan blijken door het bewezen verklaarde is geschonden;

  • -

    de mate waarin door het bewezen verklaarde aan de ING bank financieel nadeel is toegebracht;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte bij het bewezen verklaarde misbruik heeft gemaakt van de identiteit van klanten van de ING bank en de mate van overlast en ergernis die door dergelijke delicten worden veroorzaakt aan gedupeerden;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte kennelijk slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

  • -

    de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.
    7 februari 2013, waaruit blijkt dat hij eerder – in 2007 - door de strafrechter is veroordeeld ter zake van oplichting;

  • -

    het hem betreffend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 24 juli 2012;

  • -

    de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op het voorgaande niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd, heeft het hof een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden tot uitgangspunt genomen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet van feiten en omstandigheden gebleken die aanleiding geven om van het hiervoor genoemde uitgangspunt af te wijken. In dat kader merkt het hof nog het volgende op.

Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 6. ten laste gelegde en komt aldus tot een bewezenverklaring van minder feiten dan de eerste rechter en van minder feiten dan waarvan de advocaat-generaal bij het bepalen van haar vordering is uitgegaan. Naar het oordeel van het hof kan evenwel niet worden volstaan met een straf als opgelegd door de rechtbank of een straf als gevorderd door de advocaat-generaal, omdat daarin de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende naar voren komt.

Beslag

Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, blijkens het onderzoek aan verdachte toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het onder 1. ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 45, 57, 63 en 326 van het
Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 6. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1., 2., 3., 4., 5., 7., 8., 9., 10. en 11. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1., 2., 3., 4., 5., 7., 8., 9., 10. en 11. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een aangiftemap van de politie Zeeland d.d. 5 januari 2012, goednr. 670328.

Aldus gewezen door

mr. J.J. van der Kaaden, voorzitter,

mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 2 juli 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Hierna wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar dossierpagina’s betreffende ambtsedige
processen-verbaal van politie en andere bescheiden, opgenomen in het proces-verbaal van
Regiopolitie Midden en West Brabant, district Bergen op Zoom, Lokale Ernstige Criminaliteit, proces-verbaal nr. BVH 2012004033.

2 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL201C 2012004033-12, d.d. 6 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 1], agent van politie, en [verbalisant 2], aspirant van politie, dossierpagina’s 261-262.

3 Het ambtsedig proces-verbaal van aanhouding, proces-verbaalnr. PL201K 2012004033-2, d.d. 5 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 3], brigadier van politie, en [verbalisant 4], surveillant van politie, dossierpagina’s 24-25.

4 De kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 5 januari 2012, proces-verbaalnr. PL201M 2012004033-10, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 7], agent van politie, dossierpagina’s 1-2.

5 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL201C 2012004033-1, d.d. 5 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 1], agent van politie, en [verbalisant 2], aspirant van politie, dossierpagina’s 66-67.

6 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor aangever, proces-verbaalnr. PL201M 2012004033-15, d.d.
6 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 8], agent van politie, dossierpagina’s 69-70.

7 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor getuige, proces-verbaalnr. PL201M 2012004033-14, d.d.
6 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 8], agent van politie, dossierpagina’s 71-72.

8 Een kopie van het proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL194E 2012001294-1, d.d.
5 januari 2012, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 5], BOA domein generieke opsporing, dossierpagina’s 74-75.

9 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL194E 2012001294-4, d.d. 14 februari 2012, opgemaakt door [verbalisant 1], agent van politie, en [verbalisant 2], aspirant van politie, dossierpagina’s 261-262.

10 Het ambtsedig Eind proces-verbaal, onderzoek Alias, d.d. 12 april 2012, opgemaakt door [verbalisant 9], hoofdagent van politie, dossierpagina 8.

11 Een kopie van het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, proces-verbaalnr. PL1940 2012000802-1, d.d.
3 januari 2012, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 10], brigadier van politie, dossierpagina 88.

12 Het bewijs van vermissing, registratienr. PL1940 2012000802-1, d.d. 3 januari 2012, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 10], dossierpagina’s 90-91.

13 Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnr. PL201D 2012004033-4, d.d. 5 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 4], surveillant van politie, dossierpagina 93.

14 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL05QC 2012001502-1, d.d. 5 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 11], hoofdagent van politie, dossierpagina’s 86-87.

15 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor verdachte, proces-verbaalnr. PL201M 2012004033-16, d.d.
7 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 8], agent van politie, en L.M.J. Stroop, brigadier van politie, dossierpagina 59.

16 Het proces-verbaal van verhoor, RC-nr. 12/39, d.d. 6 januari 2012, opgemaakt door de rechter-commissaris in de rechtbank Breda.

17 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor verdachte, proces-verbaalnr. PL201M 2012004033-29, d.d.
10 februari 2012, opgemaakt door [verbalisant 12], hoofdagent van politie, en [verbalisant 8], agent van politie, dossierpagina 61.

18 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL1940 2012004545-1, d.d. 17 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 13], brigadier van politie, dossierpagina’s 97-98.

19 Het ambtsedig proces-verbaal van tonen selectie bij sequentiële fotobewijsconfrontatie, proces-verbaalnr. 2012004033, d.d. 16 februari 2012, opgemaakt door[verbalisant 14], buitengewoon opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 106-108.

20 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL1940 2012011043-1, d.d. 13 februari 2012, opgemaakt door [verbalisant 13], brigadier van politie, dossierpagina’s 113-114.

21 Een kopie van het bewijs van vermissing, registratienr. PL195A 2011101892-1, d.d. 24 december 2011, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 15], dossierpagina 121.

22 Een kopie van het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, proces-verbaalnr. PL195A 2011101892-1, d.d.
24 december 2011, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 15], BOA domein generieke opsporing, dossierpagina 123.

23 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL13W3 2011332262-1, d.d. 28 december 2011, opgemaakt door [verbalisant 16], agent van politie, dossierpagina’s 115-116.

24 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL194E 2012004121-1, d.d. 16 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 17], agent van politie, dossierpagina’s 115-116.

25 Een kopie van het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, proces-verbaalnr. PL194E 2011101023-1-1, d.d. 21 december 2011, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 18], BOA domein generieke opsporing, dossierpagina 133.

26 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL1551 2012014143-1, d.d. 18 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 19], BOA domein generieke opsporing, dossierpagina’s 151-152.

27 Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, d.d. 3 april 2012, dossierpagina 157.

28 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL195A 2012004415-1, d.d. 17 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 20], agent van politie, dossierpagina’s 161-162.

29 Een kopie van het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, proces-verbaalnr. PL1533 2011235008-1, d.d. 6 november 2011, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 21], buitengewoon opsporingsambtenaar, dossierpagina 165.

30 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor aangever, proces-verbaalnr. PL201M 2012004033-27, d.d.
26 januari 2012, opgemaakt door [verbalisant 9], hoofdagent van politie, dossierpagina 189.

31 Het ambtsedig proces-verbaal van tonen selectie bij sequentiële fotobewijsconfrontatie, proces-verbaalnr. 2012004033, d.d. 28 maart 2012, opgemaakt door [verbalisant 22], buitengewoon opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 191-193.

32 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL1512 2011236621-1, d.d. 8 november 2011, opgemaakt door [verbalisant 23], buitengewoon opsporingsambtenaar, dossierpagina’s 194-195.

33 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL0740 2011141714-1, d.d. 9 december 2011, opgemaakt door [verbalisant 24], buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, dossierpagina’s 226-227.

34 Het proces-verbaal vermissing identiteitsbewijs, proces-verbaalnr. PL201N 2011217629-1, d.d. 30 oktober 2011, opgemaakt door [verbalisant 25], BOA domein generieke opsporing, dossierpagina 232.

35 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL201M 2012025958-1, d.d. 3 februari 2012, opgemaakt door [verbalisant 9], hoofdagent van politie, dossierpagina’s 237-238.

36 Het ambtsedig proces-verbaal verhoor getuige, proces-verbaalnr. PL201M 2012004033-32, d.d.
29 maart 2012, opgemaakt door [verbalisant 9], hoofdagent van politie, dossierpagina 239.

37 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL201M 2012026203-1, d.d. 3 februari 2012, opgemaakt door [verbalisant 9], hoofdagent van politie, dossierpagina 245.

38 Het ambtsedig proces-verbaal aangifte, proces-verbaalnr. PL0940 2011242012-1, d.d. 25 oktober 2011, opgemaakt door [verbalisant 26], brigadier, dossierpagina’s 248-251.

39 Een kopie van het proces-verbaal aangifte, d.d. 16 oktober 2011, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [verbalisant 27], BOA domein generieke opsporing, dossierpagina 255-256.