Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:2605

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-06-2013
Datum publicatie
22-06-2015
Zaaknummer
HD 200.118.879_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.118.879/01

arrest van 4 juni 2013

gewezen in het incident tot voeging in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats 1] (Duitsland),

appellante,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. N.P.H. Vissers,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats 2] (Frankrijk),

geïntimeerde,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. D.C. Bitter,

op het bij exploot van dagvaarding van 11 december 2012 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roermond in vrijwaring gewezen vonnis van 12 september 2012 tussen appellant – [appellante] – als eiser en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. 108013/HA ZA 11-258)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het in de hoofdzaak gewezen vonnis van de rechtbank Roermond van 12 september 2012 met zaaknummer/rolnummer 103853/ HA ZA 10-727 tussen [eiser 1] en [eiser 2] als eisers en [appellante] en [geïntimeerde] als gedaagden.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

In voormelde appeldagvaarding heeft [appellante], voor het geval in hoger beroep de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] in de hoofdzaak worden toegewezen, geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot het – zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – alsnog toewijzen van zijn inleidende vorderingen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.

2.2.

Bij memorie van grieven heeft [appellante] een incidentele conclusie tot voeging genomen van de onderhavige zaak in vrijwaring met de eveneens bij het hof (onder zaaknummer HD 200.117.720/01) aanhangige hoofdzaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] als appellanten en [appellante] en [geïntimeerde] als geïntimeerden.

2.3.

Bij memorie van antwoord in het incident heeft [geïntimeerde] te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen de gevorderde voeging van de beide zaken en heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

2.4.

Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd in het incident.

3 De beoordeling

3.1.

Alvorens de vordering tot voeging te kunnen beoordelen, dient het hof eerst na te gaan of de Nederlandse rechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Zowel [appellante] als [geïntimeerde] wonen immers niet in Nederland, zodat de zaak internationale aspecten heeft.

Naar het oordeel van het hof is de Nederlandse rechter ingevolge de EEX-verordening bevoegd van het geschil kennis te nemen.

3.2.

Gelet op het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv in verbinding met artikel 222 Rv is het hof van oordeel dat de incidentele vordering tot voeging behoort te worden toegewezen, nu de hiervoor genoemde zaken met elkaar verknocht zijn.

3.3.

Het hof zal de beslissing over de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak.

4 De beslissing

Het hof:

in het incident:

beveelt de voeging van de onderhavige zaak in vrijwaring (zaaknummer HD 200.118.879/01) met de bij dit hof aanhangige hoofdzaak met zaaknummer HD 200.117.720/01 tussen [eiser 1] en [eiser 2] als appellanten en [appellante] en [geïntimeerde] als geïntimeerden;

in de zaak in vrijwaring:

verwijst de zaak naar de rol van 9 juli 2013 voor memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde];

in het incident en de zaak in vrijwaring:

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 juni 2013.