Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2013:2597

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-06-2013
Datum publicatie
28-01-2014
Zaaknummer
HD 200.112.894-01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:76
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

schijn van volmachtverlening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.112.894/01

arrest van 25 juni 2013

in de zaak van

Fun Projects B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. N. Vinke te Eindhoven,

tegen

Heblo B.V. t.h.o.d.n. [Eventhings] Eventhings,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.J. Koning te Amsterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 2 juli 2012 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven, gewezen vonnis van 5 april 2012 tussen appellante – Fun Projects – als gedaagde en geïntimeerde – Heblo – als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 740763 / 11-1569)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis alsmede naar de tussenvonnissen van 7 juli en 24 november 2011. Bij tussenvonnis van 7 juli 2011 is het verzoek van Fun Projects aan de kantonrechter zich onbevoegd te verklaren en de zaak te verwijzen naar de rechtbank te ’s-Hertogenbosch afgewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven met producties;

  • -

    de memorie van antwoord met één productie.

2.2.

Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter heeft in het vonnis waarvan beroep alsmede in genoemde tussenvonnissen geen feiten vastgesteld. Daarom volgt hierna in 4.2 eerst een overzicht van de relevante feiten en in 4.3 een weergave van het geschil.

4.2.

Het gaat in deze zaak om het volgende.

  1. . Fun Projects houdt zich bezig met het organiseren en exploiteren van crossmediale evenementen. In dit kader heeft zij aanzienlijke financiële investeringen gedaan in een aantal dansevenementen onder de naam “Citydance”. Volgens Fun Projects lag de organisatie van de evenementen in handen van de heer [organisator] (hierna: [organisator]). [organisator] is via [Beheer] Beheer B.V. bestuurder van Café Costa B.V. (hierna: Costa), gevestigd te [vestigingsplaats 1.].

  2. . Heblo heeft onder meer hekwerk, kassa-units en kantoorunits verhuurd ten behoeve van de Citydance-evenementen in [plaats 1.] (op 21 juni 2009), [plaats 2.] (op 28 juni 2009) en [plaats 3.] (op 19 juli 2009).

  3. . Heblo heeft hiertoe contact gehad met de heer [contactpersoon 1.] (hierna: [contactpersoon 1.]) en de heer [contactpersoon 2.] (hierna: [contactpersoon 2.]).

  4. . Na de Citydance-evenementen heeft Heblo aan Fun Projects de volgende bedragen in rekening gebracht:

  5. factuurnummer [factuurnummer 1.] ad € 3.247,51 ([plaats 1.]),

  6. factuurnummer [factuurnummer 2.] ad € 3.168,97 ([plaats 2.]),

  7. factuurnummer [factuurnummer 3.] ad € 3.159,45 ([plaats 3.]),

  8. factuurnummer [factuurnummer 4.] ad € 371,88;

of wel een totaalbedrag van € 9.947,81.

e. Naderhand zijn deze facturen op naam van Costa gezet.

f. Costa dan wel Fun Projects heeft de facturen onbetaald gelaten.

4.3.

Heblo heeft Fun Projects en Costa in rechte betrokken. Volgens Heblo zijn door [contactpersoon 1.] en/of [contactpersoon 2.] de overeenkomsten namens Fun Projects aangegaan. Op verzoek van eerst [contactpersoon 2.] en later [organisator] zijn de facturen ten name van Fun Projects op naam van Costa gezet. Nu de overeenkomsten met Fun Projects zijn aangegaan heeft Heblo Fun Projects in rechte betrokken. Voor zover [contactpersoon 1.] en/of [contactpersoon 2.] de overeenkomsten niet zijn aangegaan namens Fun Projects zijn zij de overeenkomsten aangegaan namens Costa, aldus Heblo. Volgens Heblo zijn de verhuurde zaken geleverd aan Costa en heeft Costa daarvan gebruik gemaakt. Op die grond is Costa eveneens in rechte betrokken.

Zij vordert van beiden, des dat de één betaald hebbende de ander voor dat deel zal zijn gekweten, betaling van:

  • -

    de hoofdsom ad € 9.947,81 vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW over de facturen,

  • -

    de buitengerechtelijke incassokosten ad € 768,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

  • -

    de kosten van deze procedure, waaronder de kosten voor het leggen van conservatoir beslag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis.

Costa is in eerste aanleg niet verschenen.

4.4.

Fun Projects heeft betwist dat zij overeenkomsten heeft gesloten met Heblo voor het huren van hekwerken, kassa-units en kantoorunits met betrekking tot de Citydance- evenementen. Volgens Fun Projects heeft Heblo de overeenkomsten gesloten met Costa althans een aan [organisator] gelieerde onderneming, althans met [contactpersoon 1.] voor eigen rekening. Fun Projects heeft gesteld dat [contactpersoon 1.] en/of [contactpersoon 2.] niet bevoegd waren Fun Projects te vertegenwoordigen.

4.5.

Bij tussenvonnis van 7 juli 2011 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen bepaald. Deze heeft op 8 september 2011 plaatsgevonden. Bij tussenvonnis van 24 november 2011 heeft de kantonrechter overwogen dat de overeenkomsten tot stand zijn gekomen door toedoen van [contactpersoon 1.] en/of [contactpersoon 2.] en dat alleen een rechtsgeldige overeenkomst tussen Heblo en Fun Projects tot stand kan zijn gekomen indien Fun Projects aan [contactpersoon 1.] en/of [contactpersoon 2.] hetzij uitdrukkelijk hetzij stilzwijgend een toereikende volmacht heeft gegeven om namens haar de overeenkomsten aan te gaan. Heblo is vervolgens in de gelegenheid gesteld om feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit ofwel volgt dat aan [contactpersoon 1.] en/of [contactpersoon 2.] een toereikende volmacht was verleend om namens Fun Projects de overeenkomsten aan te gaan waarop de orderbevestigingen en de facturen die zijn overgelegd, betrekking hebben, ofwel volgt dat zij door een gedraging of verklaring van Fun Projects redelijkerwijze mocht aannemen dat die volmacht was verleend.

Heblo heeft vervolgens [contactpersoon 2.] als getuige laten horen. Naar aanleiding van dit getuigenverhoor heeft de kantonrechter in r.o. 2.5 van het bestreden vonnis geoordeeld dat [contactpersoon 2.] uit de verklaringen en gedragingen van Fun Projects mocht afleiden dat [organisator] bevoegd was Fun Projects te vertegenwoordigen bij de Citydance-evenementen.

In r.o. 2.6 heeft de kantonrechter geoordeeld dat de verklaringen en gedragingen van Fun Projects richting [contactpersoon 2.] dienen te worden beschouwd als verklaringen en gedragingen richting Heblo nu deze ervoor hebben gezorgd dat [contactpersoon 2.] in de veronderstelling verkeerde namens Fun Projects te handelen en hij dit ook zo aan Heblo heeft gepresenteerd. Heblo mocht er dan ook vanuit gaan dat [contactpersoon 2.] bevoegd was Fun Projects te vertegenwoordigen en overeenkomsten met Fun Projects tot stand te brengen, aldus de kantonrechter.

De kantonrechter heeft de vorderingen jegens Fun Projects toegewezen in die zin dat Fun Projects veroordeeld is om aan Heblo te betalen de som van € 9.947,81 te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW met ingang van 1 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening. Fun Projects is tevens veroordeeld in de proceskosten. De vordering jegens Costa is afgewezen.

4.6.

Fun Projects is van dit vonnis in hoger beroep gekomen. De twee grieven zien op de rechtsoverwegingen 2.5 en 2.6 van het bestreden vonnis. Fun Projects stelt hiertoe onder meer dat zij zich niet kan vinden in de uitleg van de kantonrechter dat [contactpersoon 2.] uit de verklaringen en gedragingen van Fun Projects mocht afleiden dat [organisator] bevoegd was Fun Projects te vertegenwoordigen. Fun Projects stelt tevens dat zij nimmer met Heblo een overeenkomst heeft gesloten voor de huur van hekwerken e.d. voor de betreffende Citydance-evenementen. Daarnaast is volgens Fun Projects nimmer sprake geweest van verklaringen of gedragingen waaruit Heblo heeft kunnen afleiden dat [organisator] bevoegd was Fun Projects te vertegenwoordigen. In de registers van de kamer van koophandel heeft Fun Projects duidelijk vermeld dat enkel haar bestuurder, te weten MVA Holding B.V., bevoegd is haar te vertegenwoordigen.

Gezien de onderlinge samenhang zal het hof de grieven gezamenlijk behandelen.

4.7.

De vraag die zich in hoger beroep, kort gezegd, voordoet is of Heblo met Fun Projects heeft gecontracteerd.

4.8.

Het hof stelt voorop dat indien door een onbevoegde vertegenwoordiger een rechtshandeling wordt verricht namens de pseudo-vertegenwoordigde, de pseudo-vertegenwoordigde toch is gebonden aan de rechtshandeling indien de wederpartij onder de gegeven omstandigheden heeft aangenomen en redelijkerwijs mocht aannemen dat er een toereikende volmacht was verleend (art. 3:61 lid 2 BW) dan wel de vertegenwoordigde de schijn heeft gewekt dat zij de overeenkomst heeft bekrachtigd (HR 12 januari 2001, NJ 2001/157). Voor toerekening van de schijn van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde kan ook plaats zijn ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvatting zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Een ‘toedoen’ van de vertegenwoordigde is daarvoor niet noodzakelijk (zie HR 19 februari 2010, LJN: BK7671 en HR 3 februari 2012, LJN: BU4909).

4.9.

Heblo stelt dat [organisator] wel degelijk bevoegd was Fun Projects te vertegenwoordigen en verwijst hiertoe naar de getuigenverklaring van [contactpersoon 2.]. [contactpersoon 2.] heeft hierin onder meer verklaard dat [organisator] zijn enige aanspreekpunt voor Fun Projects was, dat hij van [organisator] de orderbevestigingen en facturen op naam van Fun Projects moest stellen en dat [organisator] er voor zorgde dat er betalingen van Fun Projects aan [contactpersoon 2.] werden gedaan.

Heblo stelt vervolgens in de memorie van antwoord dat indien de betalingen van Fun Projects niet als gedragingen in de zin van artikel 3:61 lid 2 BW mochten kwalificeren, dat Fun Projects dan met het doen van deze betalingen de door [organisator] verrichte rechtshandelingen betreffende Citydance- evenementen heeft bekrachtigd als bedoeld in artikel 3:69 lid 1 BW.

Daarnaast stelt Heblo dat [middelijk bestuurder van Fun Projects] (hierna: [middelijk bestuurder van Fun Projects]), middellijk bestuurder van Fun Projects, heeft bijgedragen aan de opgewekte schijn doordat [contactpersoon 2.] [middelijk bestuurder van Fun Projects] met [organisator] tezamen achter de kassa heeft waargenomen tijdens de evenementen. [contactpersoon 2.] heeft verklaard dat hij [middelijk bestuurder van Fun Projects] wel eens heeft gesproken en dat hij [contactpersoon 2.] had verteld dat hij het meeste geld in Fun Projects had zitten. Zoals [contactpersoon 2.] het begreep was [middelijk bestuurder van Fun Projects] de “moneyman” en [organisator] de ideeënman.

De vraag of [contactpersoon 2.] de waarneming heeft gedaan voor of na het sluiten van de overeenkomst met Heblo doet niet ter zake, aldus Heblo. Volgens Heblo zijn de gedragingen van [middelijk bestuurder van Fun Projects] te kwalificeren als gedragingen in de zin van artikel 3:61 lid 2 BW, althans als gedragingen waarmee is bekrachtigd als bedoeld in artikel 3:69 lid 2 BW.

4.10.

Het hof overweegt dat Fun Projects nog niet heeft kunnen reageren op de stelling van Heblo dat indien de betalingen van Fun Projects niet als gedragingen in de zin van artikel 3:61 lid 2 BW gekwalificeerd worden, Fun Projects dan met het doen van de betalingen de door [organisator] verrichte rechtshandelingen betreffende Citydance-evenementen heeft bekrachtigd als bedoeld in artikel 3:69 lid 1 BW. Dit geldt volgens Heblo eveneens voor de gedragingen van [middelijk bestuurder van Fun Projects].

Het hof zal Fun Projects alsnog in de gelegenheid stellen om op deze stellingen te reageren.

4.11.

Voordat het hof echter kan beoordelen of Heblo met Fun Projects heeft gecontracteerd, heeft het hof behoefte aan nadere inlichtingen.

Het volgende is voor het hof onder andere niet duidelijk:

  • -

    Wat hield de samenwerking tussen Fun Projects en [organisator] in? Wat waren de afspraken, hoe zijn die afspraken uitgevoerd en hoe pasten daar de betalingen aan [contactpersoon 2.] in?

  • -

    Waarom heeft Fun Projects de facturen gericht aan Fun Projects op het adres in [vestigingsplaats 2.] (waarvan Fun Projects stelt dat zij daar geen vestiging heeft, maar waarvan na raadpleging van het internet door het hof lijkt te blijken dat zij daar wel een vestiging heeft) voldaan?

Het hof zal hiertoe een comparitie van partijen gelasten.

Het hof acht het van groot belang dat tijdens de comparitie Fun Projects vertegenwoordigd zal zijn door [middelijk bestuurder van Fun Projects] en dat Fun Projects ervoor zal zorgen dat [organisator] ook bij de comparitie aanwezig is, zodat het hof ook bij hen persoonlijk inlichtingen kan inwinnen.

Heblo dient tevens de in het procesdossier ontbrekende producties 9 tot en met 13 en het proces-verbaal van de comparitie op 8 september 2011, respectievelijk de door de griffier van die zitting gemaakte aantekeningen, aan de raadsheer-commissaris en de wederpartij over te leggen binnen de nader aan te geven termijn. Partijen worden voorts verzocht alle bescheiden waarop zij ter comparitie een beroep wensen te doen uiterlijk één week voor de zittingsdatum toe te zenden aan de advocaat van de wederpartij en aan de raadsheer-commissaris (via de griffie).

De comparitie zal tevens dienen om te onderzoeken of partijen tot een minnelijke regeling kunnen komen.

Fun Projects kan haar reactie als bedoeld in r.o. 4.10 voorlopig mondeling ter comparitie geven.

4.12.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat partij Fun Projects vertegenwoordigd door [middelijk bestuurder van Fun Projects] en partij Heblo door een vertegenwoordiger die van deze zaak op de hoogte is en tot het aangaan van een schikking bevoegd is, waarbij zij zich ieder mogen laten bijstaan door hun respectieve raadsman, zullen verschijnen voor mr. R.R.M. de Moor als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum, met de hiervoor onder 4.11. vermelde doeleinden;

verwijst de zaak naar de rol van 9 juli 2013 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van de comparitie zal vaststellen;

bepaalt dat partij Heblo de in onderdeel 4.11 genoemde stukken, te weten de producties 9 tot en met 13 en het proces-verbaal van de comparitie op 8 september 2011, in afschrift tenminste één week voorafgaand aan de bepaalde zitting aan de raadsheer-commissaris en Fun Projects dient toe te sturen;

bepaalt dat partijen andere bescheiden dan de in onderdeel 4.11 genoemde stukken, waarop zij zich ieder ter comparitie respectief willen beroepen, in afschrift tenminste één week voorafgaand aan de bepaalde zitting aan raadsheer-commissaris en aan de respectieve wederpartij dienen toe te sturen;

bepaalt dat partij Fun Projects de in onderdeel 4.11 bedoelde informant [organisator] naar de zitting zal meebrengen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken, M.J.H.A. Venner-Lijten en R.R.M. de Moor en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 25 juni 2013.

er