Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7461

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
20-000333-11
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2011:BP1514, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Echtgenote van provincieambtenaar wegens medeplichtigheid aan het aannemen van giften van een bouwbedrijf veroordeeld tot taakstraf van 200 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-000333-11

Uitspraak : 27 december 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Gravenhage

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, zetelend te ’s-Hertogenbosch, van 19 januari 2011 in de strafzaak met parketnummer

01-993216-09 tegen:

[echtgenote ambtenaar B],

geboren [1976],

wonende [woonplaats].

1. Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is:

- de dagvaarding nietig verklaard voor zover het betreft het onder II (primair en subsidiair) ten laste gelegde;

- [echtgenote ambtenaar B] ter zake van – kort gezegd –

o medeplegen van als ambtenaar een gift vragen teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen, meermalen gepleegd, en

o medeplegen van als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen, meermalen gepleegd

veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

2 jaren.

De [echtgenote ambtenaar B] en de officier van justitie hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

2. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 8, 9 en 12 oktober 2012, 19, 21 en 29 november 2012 en 13 december 2012, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 14 juni 2010, 8 december 2010 en .

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door en namens de [echtgenote ambtenaar B] naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaten-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de [echtgenote ambtenaar B] voor het primair onder I ten laste gelegde feit zal veroordelen tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

2 jaren, alsmede tot

- een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis.

De verdediging heeft bepleit dat [echtgenote ambtenaar B] wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde.

3. Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd reeds omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.

4. Tenlastelegging

Aan [echtgenote ambtenaar B] is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – ten laste gelegd dat:

primair

I

zij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

1 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of Maastricht en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander als ambtenaar (in de functie van medewerker technisch beheer wegen bij Provinciale Wegen) van de provincie Limburg,

(een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in haar, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- (aanleg)werkzaamheden van/in een tuin behorende bij haar, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en/of

- een kraam-/babyborrel ,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [verdachte C] (in zijn hoedanigheid van projectleider bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte D] (in zijn hoedanigheid van projectleider bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte A] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte B] (in zijn hoedanigheid van directeur van [bouwbedrijf]) en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (namens) [bouwbedrijf]

A. heeft aangenomen terwijl zij, [echtgenote ambtenaar B],

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar mededader(s) werd(en) gedaan teneinde haar en/of haar mededader(s) te bewegen om in strijd met zijn/haar/hun plicht in zijn/haar/hun bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar mededader(s) werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door haar en/of haar mededader(s) in strijd met zijn/haar/hun plicht in zijn/haar/hun huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde haar, [echtgenote ambtenaar B], en/of haar mededader(s) te bewegen om in strijd met zijn/haar/hun plicht in zijn/haar/hun bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door haar, [echtgenote ambtenaar B], en/of haar mededader(s) in strijd met zijn/haar/hun plicht, in zijn/haar/hun huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/provinciale en/of

niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met [verdachte C] en/of

[verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van Jansen de Jong Infra BV en/of

[verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] verstrekken van (eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de provincie Limburg) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of

[verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verschaffen van informatie voor het opstellen van een of meerdere fictieve offerte(s) en/of het (vervolgens) verstrekken van een of meerdere fictieve opdracht(en) aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerkers(s) van [bouwbedrijf];

en/of

II

zij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

1 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of Maastricht en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander als ambtenaar (in de functie van medewerker technisch beheer wegen bij Provinciale Wegen) van de provincie Limburg,

(een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in haar, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij zijn, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en/of

- een kraam-/babyborrel ,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [verdachte C] (in zijn hoedanigheid van projectleider bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte D] (in zijn hoedanigheid van projectleider bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte A] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte B] (in zijn hoedanigheid van directeur van [bouwbedrijf]) en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (namens) [bouwbedrijf]

A. heeft aangenomen terwijl zij, [echtgenote ambtenaar B],

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met haar en/of haar mededader(s) plicht te handelen, in zijn/haar/hun bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) haar en/of haar mededader(s) werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door haar, zonder daardoor in strijd met zijn/haar/hun plicht te handelen, in zijn/haar/hun huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde haar, [echtgenote ambtenaar B], en/of haar mededader(s) te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn/haar/hun plicht te handelen, in zijn/haar/hun bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door haar, [echtgenote ambtenaar B], en/of haar mededader(s) zonder daardoor in strijd met zijn/haar/hun plicht te handelen, in zijn/haar/hun huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van interne/provinciale informatie aan/met [verdachte C] en/of

[verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- ten gunste van [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] verstrekken van (eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de provincie Limburg) en/of

- (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of

[verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

subsidiair

I

[ambtenaar B] op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of Maastricht en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, als ambtenaar (in de functie van medewerker technisch beheer wegen bij Provinciale Wegen) van de provincie Limburg

(een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- (aanleg)werkzaamheden van/in een tuin behorende bij zijn, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en/of

- een kraam-/babyborrel ,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [verdachte C] (in zijn hoedanigheid van projectleider bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte D] (in zijn hoedanigheid van projectleider bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte A] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte B] (in zijn hoedanigheid van directeur van [bouwbedrijf]) en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (namens) [bouwbedrijf]

A. heeft aangenomen terwijl hij, [ambtenaar B],

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde hem, [ambtenaar B], te bewegen om in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, [ambtenaar B], in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/provinciale en/of

niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met [verdachte C] en/of

[verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van Jansen de Jong Infra BV en/of

[verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] verstrekken van (eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de provincie Limburg) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of

[verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verschaffen van informatie voor het opstellen van een of meerdere fictieve offerte(s) en/of het (vervolgens) verstrekken van een of meerdere fictieve opdracht(en) aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerkers(s) van [bouwbedrijf]

bij het plegen van welk misdrijf zij, [echtgenote ambtenaar B], toen daar (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest door meermalen, althans eenmaal,

- opdrachten te geven tot en/of afspraken te maken over de uitvoering van voornoemde schilderwerkzaamheden en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van die schilderwerkzaamheden en/of

- voornoemde (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur uit te zoeken en/of te bestellen en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van die/dat rolluik(en) en/of hor(ren) en/of screen(s) en/of overkapping en/of een sectionaaldeur en/of

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van voornoemde dakkapel en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van de plaatsing van die dakkapel en/of

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van voornoemd aanrechtblad en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van dat aanrechtblad en/of

- voornoemde airconditioningsinstallatie uit te zoeken en/of te bestellen en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van die airconditioningsinstallatie en/of

- opdrachten te geven tot en/of afspraken te maken over de uitvoering van voornoemde (aanleg)werkzaamheden van/aan een tuin behorende bij haar, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van die (aanleg)werkzaamheden en/of

- het reserveren van een zaal/ruimte bij Hotel Restaurant Kasteel Ter Worm ten behoeve van voornoemde kraam-/babyborrel en/of afspraken te maken over deze

kraam-/babyborrel;

en/of

II

[ambtenaar B] op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of Maastricht en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, als ambtenaar (in de functie van medewerker technisch beheer wegen bij Provinciale Wegen) van de provincie Limburg

(een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn, [ambtenaar B]s, woning en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij zijn, [ambtenaar B]s, woning en/of

- een kraam-/babyborrel,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [verdachte C] (in zijn hoedanigheid van projectleider bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte D] (in zijn hoedanigheid van projectleider bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte A] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte B] (in zijn hoedanigheid van directeur van [bouwbedrijf]) en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (namens) [bouwbedrijf]

A. heeft aangenomen terwijl hij, [ambtenaar B],

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde hem, [ambtenaar B], te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, [ambtenaar B], zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van interne/provinciale informatie aan/met [verdachte C] en/of

[verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- ten gunste van [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] verstrekken van (eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de provincie Limburg) en/of

- (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of

[verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf]

bij het plegen van welk misdrijf zij, [echtgenote ambtenaar B], toen daar (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest door meermalen, althans eenmaal,

- opdrachten te geven tot en/of afspraken te maken over de uitvoering van voornoemde schilderwerkzaamheden en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van die schilderwerkzaamheden en/of

- voornoemde (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur uit te zoeken en/of te bestellen en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van die/dat rolluik(en) en/of hor(ren) en/of screen(s) en/of overkapping en/of een sectionaaldeur en/of

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van voornoemde dakkapel en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van de plaatsing van die dakkapel en/of

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van voornoemd aanrechtblad en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van dat aanrechtblad en/of

- voornoemde airconditioningsinstallatie uit te zoeken en/of te bestellen en/of (vervolgens) toe te zien op de plaatsing van die airconditioningsinstallatie en/of

- opdrachten te geven tot en/of afspraken te maken over de uitvoering van voornoemde (aanleg)werkzaamheden van/aan een tuin behorende bij haar, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en/of (vervolgens) toe te zien op de uitvoering van die (aanleg)werkzaamheden en/of

- het reserveren van een zaal/ruimte bij Hotel Restaurant Kasteel Ter Worm ten behoeve van voornoemde kraam-/babyborrel en/of afspraken te maken over deze

kraam-/babyborrel;

meer subsidiair

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met

27 januari 2009 te Voerendaal, in elk geval in Nederland,

- een of meer rolluik(en) en/of een of meer hor(ren) en/of een of meer screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur en/of

- een dakkapel en/of

- een aanrechtblad en/of

- een airconditioningsinstallatie en/of

- een of meer (contante) geldbedrag(en)

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij, [echtgenote ambtenaar B], ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat

- rolluik(en) en/of hor(ren) en/of screen(s) en/of overkapping en/of sectionaaldeur en/of

- dakkapel en/of

- aanrechtblad en/of

- airconditioningsinstallatie en/of

- (contante) geldbedrag(en)

wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De [echtgenote ambtenaar B] is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof is – in tegenstelling tot de advocaat-generaal – van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat [echtgenote ambtenaar B] het primair onder I en onder II ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof is van oordeel dat [echtgenote ambtenaar B]s betrokkenheid bij het ten laste gelegde zodanig was dat zij met name actief is geweest bij het plannen van de werkzaamheden en het maken van afspraken met de betreffende bouwbedrijven over wat er moest gebeuren en wanneer. Zij was op de hoogte van het feit dat de kosten van de werkzaamheden die in de woning zijn verricht voor rekening van [bouwbedrijf] zijn gekomen en dat dit enig verband hield met de relatie die haar echtgenoot in het kader van zijn functie bij de provincie met [bouwbedrijf] had. Uit het onderzoek ter terechtzitting is echter niet van voldoende bewijsmiddelen gebleken op grond waarvan bewezen kan worden dat deze betrokkenheid van [echtgenote ambtenaar B] zodanig is geweest dat zij tezamen en in vereniging met medeverdachte [ambtenaar B] giften heeft aangenomen om [ambtenaar B] te bewegen om al dan niet in strijd met zijn ambtsplicht [bouwbedrijf] te begunstigen.

Bewijsmiddelen

[…]

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

D1.

De raadsman heeft namens [echtgenote ambtenaar B] bepleit dat [echtgenote ambtenaar B] dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat [echtgenote ambtenaar B] niet op de hoogte was van wat zich op het werk van haar echtgenoot afspeelde en derhalve niet wist dat de giften aan haar echtgenoot waren gedaan met het oogmerk hem te bewegen tot een handelen of nalaten (al dan niet in strijd met de ambtsplicht) in diens betrekking.

D2.

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen onder A tot en met C blijkt dat:

- [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot, [ambtenaar B], begin 2005 de woning hebben laten schilderen waarbij de kosten (omstreeks € 6.000,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- [echtgenote ambtenaar B] de afspraken heeft gemaakt met de schilder [naam] over de te verrichten werkzaamheden en heeft aangegeven dat de factuur naar [bouwbedrijf] gestuurd moest worden;

- medio 2005 rolluiken, horren, screens, overkappingen en een sectionaaldeur zijn geplaatst in de woning van [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot, waarbij de kosten (omstreeks € 20.000,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- [echtgenote ambtenaar B] samen met haar echtgenoot de afspraken heeft gemaakt met de leverancier van deze zaken ([naam]) en daarbij heeft aangegeven dat de factuur naar [bouwbedrijf] gestuurd kon worden;

- de zolderverdieping van de woning van [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot in het voorjaar van 2006 is verbouwd waarbij de kosten (omstreeks € 22.000,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot in mei 2006 de zolderverdieping van hun woning hebben laten schilderen waarbij de kosten (omstreeks € 2.600,00) door

[bouwbedrijf] zijn betaald;

- in augustus 2006 een aanrechtblad is geplaatst in de bijkeuken van de woning van [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot, waarbij de kosten (omstreeks € 2.300,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- in het voorjaar van 2007 een airconditioning is geleverd en gemonteerd in de woning van [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot, waarbij de kosten (omstreeks € 13.000,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- de verbouwing van de zolder, het plaatsen van het aanrechtblad en de levering en plaatsing van de airconditioning allemaal zijn gelopen via bouwbedrijf [naam];

- [naam] in het kader van deze werkzaamheden voornamelijk contact had met [echtgenote ambtenaar B] die – blijkens de verklaring van [naam] – de opdrachtgeefster was en steeds aangaf wat er moest gebeuren;

- In april 2008, geheel voor rekening van [bouwbedrijf], kunstgras is aangelegd in de tuin van [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot;

- [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot in augustus 2008 een kraamborrel hebben gegeven waarvan de kosten (omstreeks € 3.300,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- [echtgenote ambtenaar B] ook met betrekking tot deze borrel de afspraken heeft gemaakt en heeft aangegeven dat de factuur naar [bouwbedrijf] gestuurd kon worden;

D3.

[echtgenote ambtenaar B] wist dat haar echtgenoot als ambtenaar werkzaam was bij de provincie Limburg en in het kader van zijn functie contact had met het bouwbedrijf dat de kosten van de bovengenoemde giften allemaal voor zijn rekening heeft genomen. [echtgenote ambtenaar B] heeft een actieve rol gespeeld bij het aannemen van deze giften in de zin dat zij steeds betrokken was bij het verstrekken van de opdrachten en het plannen van de (voor rekening van [bouwbedrijf]) verrichte bouwwerkzaamheden aan de woning van [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot.

Gelet hierop en op de omvang van deze giften heeft [echtgenote ambtenaar B] minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze giften door [bouwbedrijf] werden gedaan met het doel dat haar echtgenoot, [ambtenaar B], [bouwbedrijf], in strijd met zijn ambtsplicht, zou begunstigen. Die begunstiging van [bouwbedrijf] door [ambtenaar B] heeft feitelijk ook plaatsgevonden zoals blijkt uit de bewijsmiddelen hiervoor onder C opgenomen.

D4.

Het hof acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat [echtgenote ambtenaar B] medeplichtig is geweest aan het aannemen van giften terwijl deze giften werden gedaan ten einde [ambtenaar B] te bewegen om in strijd met zijn plicht iets te doen, te weten het begunstigen van [bouwbedrijf].

Het verweer wordt bijgevolg verworpen.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden, zoals die naar voren komen uit de daaraan onder A tot en met C opgenomen bewijsmiddelen (genoemd in de voetnoten), alsmede hetgeen hierover overwogen is onder D, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof het aan [echtgenote ambtenaar B] subsidiair onder I ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

I

[ambtenaar B] op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2005 tot en met

27 januari 2009 in Nederland, als ambtenaar in de functie van medewerker technisch beheer wegen bij Provinciale Wegen van de provincie Limburg giften, te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in haar, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en

- rolluiken en horren en screens en een overkapping en een sectionaaldeur inclusief plaatsing en

- een dakkapel inclusief plaatsing en

- een aanrechtblad inclusief plaatsing en

- een airconditioningsinstallatie inclusief plaatsing en

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij haar, [echtgenote ambtenaar B]s, woning en

- een kraam-/babyborrel,

gedaan door medewerkers van [bouwbedrijf], heeft aangenomen terwijl hij,

[ambtenaar B], telkens wist dat deze giften hem werden gedaan teneinde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen, te weten het begunstigen van [bouwbedrijf].,

bij het plegen van welk misdrijf zij, [echtgenote ambtenaar B], toen daar telkens opzettelijk behulpzaam is geweest door,

- opdrachten te geven tot en afspraken te maken over de uitvoering van voornoemde schilderwerkzaamheden en;

- voornoemde rolluiken en horren en screens en een overkapping en een sectionaaldeur uit te zoeken en/of te bestellen en;

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van voornoemde dakkapel en

- opdracht te geven tot en/of afspraken te maken over de plaatsing van voornoemd aanrechtblad en

- voornoemde airconditioningsinstallatie uit te zoeken en/of te bestellen en

- het reserveren van een zaal/ruimte bij [naam] ten behoeve van voornoemde kraam-/babyborrel en/of afspraken te maken over deze

kraam-/babyborrel.

Het hof acht niet bewezen hetgeen [echtgenote ambtenaar B] meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het subsidiair onder I bewezen verklaarde levert op:

Medeplichtigheid aan als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Op te leggen straf

E1.

Het hof heeft bewezen verklaard – kort weergegeven – dat [echtgenote ambtenaar B] medeplichtig is aan het als ambtenaar giften (voor een totaalbedrag van omstreeks € 70.000,00) aannemen, terwijl deze giften hem gedaan werden teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen.

E2.

De advocaten-generaal hebben ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof aan [echtgenote ambtenaar B] een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis zal opleggen.

E3.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de [echtgenote ambtenaar B], zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

E4.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat [echtgenote ambtenaar B] in een periode van ruim drie jaar betrokken is geweest bij het aannemen van giften met een waarde van in totaal omstreeks € 70.000,00;

- de omstandigheid dat door het bewezen verklaarde het vertrouwen dat de burger in het overheidsapparaat moet kunnen stellen is geschaad, aangezien de burger er op moet kunnen vertrouwen dat beslissingen van de overheid op objectieve gronden worden genomen;

- de omstandigheid dat door het bewezen verklaarde de integriteit van de overheid is aangetast, aangezien de overheid moet kunnen vertrouwen op de loyaliteit, betrouwbaarheid en onkreukbaarheid van de eigen ambtenaren.

Ten aanzien van de persoon van [echtgenote ambtenaar B] heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het haar betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie

d.d. 9 augustus 2012, waaruit blijkt dat zij niet eerder door de strafrechter is veroordeeld;

- het haar betreffend (beknopt) reclasseringsadvies d.d. 31 augustus 2012 van Reclassering Nederland, opgemaakt door [naam];

- de persoonlijke omstandigheden van [echtgenote ambtenaar B], zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

E5.

Het hof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd. Gelet op de omvang van de door [echtgenote ambtenaar B] en haar echtgenoot aangenomen giften en de rol die [echtgenote ambtenaar B] hierbij heeft gespeeld, acht het hof een taakstraf en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf in het onderhavige geval een passende reactie.

E6.

Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 57 en 363 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de [echtgenote ambtenaar B] het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de [echtgenote ambtenaar B] het subsidiair onder I ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de [echtgenote ambtenaar B] meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de [echtgenote ambtenaar B] strafbaar.

Veroordeelt de [echtgenote ambtenaar B] tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de [echtgenote ambtenaar B] zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de [echtgenote ambtenaar B] tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de [echtgenote ambtenaar B] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.A. Blokx-van Roosmalen en mr. M.F.S. ter Heide, griffiers,

en op 27 december 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H. Harmsen is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.