Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7456

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
20-000386-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gemeenteambtenaar veroordeeld tot gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk en ontzetting van het recht tot het bekleden van ambten voor de duur van 3 jaren voor het aannemen van giften van een bouwbedrijf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-000386-11

Uitspraak : 27 december 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Gravenhage

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, zetelend te 's-Hertogenbosch, van 19 januari 2011 in de strafzaak met parketnummer

01-993206-09 tegen:

[ambtenaar C],

geboren [1959],

wonende [woonplaats].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is:

- de dagvaarding nietig verklaard voor zover het betreft het onder II ten laste gelegde;

- de [ambtenaar C] ter zake van – kort gezegd –

o als ambtenaar een gift aannemen wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd, en

o als ambtenaar een gift vragen teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren alsmede een ontzetting uit het recht om een ambt te bekleden in rijks-, provinciaal- of gemeentelijk verband dan wel in enige andere organisatie met overheidsstatus, voor een duur die de hoofdstraf 2 jaar te boven gaat.

De [ambtenaar C] en de officier van justitie hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door en namens de [ambtenaar C] naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaten-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de [ambtenaar C] voor het onder I ten laste gelegde feit zal veroordelen tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot

- ontzetting uit het recht om een ambt te bekleden in rijks-, provinciaal of gemeentelijk verband, dan wel in enige andere organisatie met overheidsstatus, voor een duur van twee jaar.

De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring aan het oordeel van het hof en heeft verzocht [ambtenaar C] te veroordelen tot een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd reeds omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan [ambtenaar C] is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – ten laste gelegd dat:

I

hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Maastricht en/of Meerssen, in elk geval in Nederland als ambtenaar (in de functie van projectleider bij de afdeling Wegen en Groen van de dienst Stadsbeheer en Facilitaire Zaken en/of projectleider Infra van het domein Stadsontwikkeling, Economie en Beheer) van de gemeente Maastricht

(een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- het bestraten van de oprit behorende bij zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- het plaatsen van een afvalcontainer bij zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- een vloerbedekking (inclusief het leggen) voor zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- een volledig verzorgde (vlieg)reis naar de Grand Prix in Monaco en/of

- meerdere, althans een, diner(s) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor popfestival Rock Werchter en/of Pinkpop en/of een concert van Kane en/of (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- een volledige verzorgd uitstapje naar een concert van Robbie Williams,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [verdachte A] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte B] (in zijn hoedanigheid van directeur van [bouwbedrijf]) en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (namens) [bouwbedrijf]

A. heeft aangenomen terwijl hij, [ambtenaar C],

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde hem, [ambtenaar C], te bewegen om in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, [ambtenaar C], in strijd met zijn plicht in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verstrekken en/of gunnen van (een) werk(en) en/of (een) opdracht(en) en/of (een) project(en) aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ophogen en/of aanpassen van (een) (eind)afrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) met betrekking tot werkzaamheden verricht door [bouwbedrijf] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verschaffen van informatie voor het opstellen van (een) opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) aan [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van deze opgehoogde factu(u)r(en) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) niet (nauwkeurig) controleren van (een) eindafrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) afkomstig van [bouwbedrijf] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

II

hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 te Maastricht en/of Meerssen, in elk geval in Nederland als ambtenaar (in de functie van projectleider bij de afdeling Wegen en Groen van de dienst Stadsbeheer en Facilitaire Zaken en/of projectleider Infra van het domein Stadsontwikkeling, Economie en Beheer) van de gemeente Maastricht

(een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- het bestraten van de oprit behorende bij zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- het plaatsen van een afvalcontainer bij zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- een vloerbedekking (inclusief het leggen) voor zijn, [ambtenaar C]s, woning en/of

- een volledig verzorgde (vlieg)reis naar de Grand Prix in Monaco en/of

- meerdere, althans een, diner(s) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor popfestival Rock Werchter en/of Pinkpop en/of een concert van Kane en/of (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- een volledige verzorgd uitstapje naar een concert van Robbie Williams,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [verdachte A] (in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bouwbedrijf]) en/of [verdachte B] (in zijn hoedanigheid van directeur van [bouwbedrijf]) en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (namens) [bouwbedrijf]

A. heeft aangenomen terwijl hij, [ambtenaar C],

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)

en/of

B. heeft gevraagd

(telkens) teneinde hem, [ambtenaar C], te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 3) en/of

(telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, [ambtenaar C], zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4)

te weten het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van interne/gemeentelijke informatie aan/met [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken en/of gunnen van (een) werk(en) en/of (een) opdracht(en) en/of (een) project(en) aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- ophogen en/of aanpassen van (een) (eind)afrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) met betrekking tot werkzaamheden verricht door [bouwbedrijf] en/of

[verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- verschaffen van informatie voor het opstellen van (een) opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) aan [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van deze opgehoogde factu(u)r(en) en/of

- niet (nauwkeurig) controleren van (een) eindafrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) afkomstig van [bouwbedrijf] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [bouwbedrijf] en/of [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De [ambtenaar C] is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [ambtenaar C] het onder I ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 01 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 in Nederland als ambtenaar in de functie van projectleider bij de afdeling Wegen en Groen van de dienst Stadsbeheer en Facilitaire Zaken en/of projectleider Infra van het domein Stadsontwikkeling, Economie en Beheer van de gemeente Maastricht giften, te weten

- aanlegwerkzaamheden van/in een tuin behorende bij zijn, [ambtenaar C]s, woning en

- het bestraten van de oprit behorende bij zijn, [ambtenaar C]s, woning en

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn, [ambtenaar C]s, woning en

- vloerbedekking inclusief het leggen voor zijn, [ambtenaar C]s, woning en

- een volledig verzorgde vliegreis naar de Grand Prix in Monaco en

- diners en

- contante geldbedragen en

- toegangskaarten voor popfestival Rock Werchter en Pinkpop en een concert van Kane en voetbalwedstrijden en

- een volledig verzorgd uitstapje naar een concert van Robbie Williams,

gedaan door [verdachte A] in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bouwbedrijf] en/of [verdachte B] in zijn hoedanigheid van directeur van [bouwbedrijf] heeft aangenomen

en een gift, te weten

- het plaatsen van een afvalcontainer bij zijn, [ambtenaar C]s, woning

gedaan door [verdachte A] in zijn hoedanigheid van projectleider of regiomanager bij [bouwbedrijf] heeft gevraagd

terwijl hij, [ambtenaar C], telkens wist dat deze giften hem werden gedaan teneinde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht in zijn bediening iets te doen of na te laten te weten het begunstigen van [bouwbedrijf].

Het hof acht niet bewezen hetgeen [ambtenaar C] meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

A1.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de [ambtenaar C] is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Het hof overweegt hieromtrent in het bijzonder nog het volgende.

A2.

Uit de hierboven bedoelde bewijsmiddelen blijkt dat:

- medio 2005 werkzaamheden zijn verricht in de tuin en aan de oprit van de oude woning van [ambtenaar C] (adres) waarbij de kosten (omstreeks € 10.000,00) door bouwbedrijf [bouwbedrijf] (hierna: [bouwbedrijf]) zijn betaald;

- [ambtenaar C] in juni 2006 (geheel verzorgd) naar een concert van Robbie Williams is geweest, waarbij de kosten door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- [ambtenaar C] begin 2007 met zijn vriendin een etentje heeft gehad in het

Restaurant [naam] te Maastricht waarbij de kosten (omstreeks € 150,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- [ambtenaar C] in mei 2008 mee is geweest met een geheel verzorgde reis naar de

Grand Prix in Monaco waarbij de kosten door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- medio 2008 op verzoek van [ambtenaar C] een afvalcontainer voor zijn woning aan [adres] te Maastricht is geplaatst (voor het leegmaken van de woning), waarbij de kosten (omstreeks € 650,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- in juli en augustus 2008 schilderwerkzaamheden zijn uitgevoerd en een vloerbedekking is gelegd in de nieuwe woning van [ambtenaar C] ([adres]), waarbij de kosten (omstreeks € 4.000,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- [ambtenaar C] in 2008 verschillende malen voor rekening van [bouwbedrijf] is gaan dineren bij restaurant [naam] te Maastricht;

- [ambtenaar C] medio 2008 geheel voor rekening van [bouwbedrijf] naar een concert van Kane, naar het rockfestival Werchter en naar het festival Pinkpop is geweest;

- [ambtenaar C] in de periode van december 2007 tot december 2008 een bedrag van ongeveer € 12.500,00 heeft ontvangen van [verdachte A] (in diens hoedanigheid van projectleider van [bouwbedrijf]);

- [ambtenaar C] in de ten laste gelegde periode enkele keren in de Skybox een voetbalwedstrijd van Roda JC heeft bijgewoond, geheel voor rekening van [bouwbedrijf].

A3.

[ambtenaar C] heeft in de periode 2005 tot en met 2008 als projectleider en projectleider Infra van het domein Stadsontwikkeling, Economie en Beheer van de gemeente Maastricht als tegenprestatie voor de bovengenoemde giften o.a.:

- in overleg met medewerkers van [bouwbedrijf] de eindafrekening van diverse bouwprojecten in de gemeente Maastricht opgehoogd;

- voorinformatie verstrekt aan [bouwbedrijf] inzake diverse projecten waardoor [bouwbedrijf] bij de aanbesteding een voorsprong had op concurrenten;

- vertrouwelijke informatie verstrekt aan [bouwbedrijf] waardoor werd bevorderd dat bepaalde projecten aan [bouwbedrijf] werden gegund door de gemeente Maastricht;

A4.

Ambtenaren handelen in strijd met hun plicht wanneer zij handelen in strijd met de voor hen geldende gedragslijn dat een ambtenaar – naar uit de aard van het ambtenaarschap voortvloeit – in zijn taakuitoefening eerlijk, nauwgezet en neutraal dient te zijn en alle belanghebbenden gelijkelijk dient te behandelen. Uit het vorenstaande blijkt dat [ambtenaar C], zoals hij ook zelf heeft verklaard, in de ten laste gelegde periode, in ruil voor de bovenstaande giften vertrouwelijke (voor)informatie heeft verstrekt aan [bouwbedrijf] en behulpzaam is geweest bij het ophogen van eindafrekeningen. Dat een aldus handelende ambtenaar in strijd met zijn plicht handelt moet als een feit van van algemene bekendheid worden aangenomen.

A5.

Het hof acht op grond van het vorenstaande dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [ambtenaar C] de onder A2 genoemde giften (met een totale waarde van ruim € 30.000,00) heeft aangenomen terwijl hij wist dat deze giften hem werden gedaan ten einde hem te bewegen om in strijd met zijn plicht iets te doen, te weten het begunstigen van

[bouwbedrijf] zoals hiervoor bewezen verklaard.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder I bewezen verklaarde levert op:

als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd

en

als ambtenaar een gift vragen, teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Op te leggen straf

B1.

Het hof heeft bewezen verklaard – kort weergegeven – dat [ambtenaar C] als ambtenaar giften voor een totaalbedrag van omstreeks € 30.000,00 heeft aangenomen, terwijl hij wist dat deze giften hem gedaan werden teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen.

B2.

De advocaten-generaal hebben ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof aan [ambtenaar C] zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan

3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek overeenkomstig

artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede ontzetting uit het recht om een ambt te bekleden in rijks-, provinciaal of gemeentelijk verband, dan wel in enige andere organisatie met overheidsstatus, voor een duur van twee jaar.

B3.

De verdediging heeft bepleit dat bij de strafoplegging acht geslagen zal worden op de persoonlijke omstandigheden van [ambtenaar C], zoals die ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde zijn gekomen en om, gelet op die omstandigheden, [ambtenaar C] te veroordelen tot een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

B4.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de [ambtenaar C], zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat [ambtenaar C] in een periode van ruim drie jaar giften heeft aangenomen met een waarde van in totaal omstreeks € 30.000,00;

- de omstandigheid dat [ambtenaar C] door het aannemen van de giften het in hem gestelde vertrouwen heeft beschaamd en zijn positie heeft misbruikt voor persoonlijk voordeel;

- de omstandigheid dat door het bewezen verklaarde het vertrouwen dat de burger in het overheidsapparaat moet kunnen stellen is geschaad, aangezien de burger er op moet kunnen vertrouwen dat beslissingen van de overheid op objectieve gronden worden genomen;

- de omstandigheid dat door het bewezen verklaarde de integriteit van de overheid is aangetast, aangezien de overheid moet kunnen vertrouwen op de loyaliteit, betrouwbaarheid en onkreukbaarheid van de eigen ambtenaren.

Ten aanzien van de persoon van [ambtenaar C] heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie

d.d. 9 augustus 2012, waaruit blijkt dat hij niet eerder door de strafrechter is veroordeeld;

- het hem betreffend (beknopt) reclasseringsadvies d.d. 24 september 2012 van Reclassering Nederland, opgemaakt door [naam];

- de persoonlijke omstandigheden van [ambtenaar C], zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

B5.

Het hof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd. Gelet op de omvang van de door [ambtenaar C] aangenomen giften en de tegenprestaties waartoe [ambtenaar C] is bewogen, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie. Het hof zal daarnaast een deel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

B6.

Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

B7.

[ambtenaar C] heeft door zijn bewezen verklaarde handelen het in hem als ambtenaar gestelde vertrouwen ernstig geschonden en zijn ambt in diskrediet gebracht. Daarom zal hem de bijkomende straf van ontzetting uit het recht om ambten te bekleden worden opgelegd voor na te melden duur.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 28, 29, 31, 57, en 363 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de [ambtenaar C] het onder I ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de [ambtenaar C] meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de [ambtenaar C] strafbaar.

Veroordeelt de [ambtenaar C] tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de [ambtenaar C] zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de [ambtenaar C] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ontzet de [ambtenaar C] van het recht tot het bekleden van ambten voor de duur van

3 (drie) jaren.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.A. Blokx-van Roosmalen en mr. M.F.S. ter Heide, griffiers,

en op 27 december 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H. Harmsen is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.