Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7451

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
20-000398-11
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2011:BP1444, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:1271, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Directeur/rayonleider bouwbedrijf veroordeeld tot gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk in verband met omkoping van ambtenaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-000398-11

Uitspraak : 27 december 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Gravenhage

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, zetelend te ’s-Hertogenbosch, van 19 januari 2011 in de strafzaak met parketnummer

01-993202-09 tegen:

[verdachte B],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is:

- de dagvaarding nietig verklaard voor zover het betreft het onder II ten laste gelegde;

- de verdachte ter zake van – kort gezegd –

o een ambtenaar een gift doen met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen, en

o medeplegen van een ambtenaar een gift doen met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen, meermalen gepleegd,

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 8, 9 en 12 oktober 2012, 19, 21, 29 en 30 november 2012 en 13 december 2012, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 14 juni 2010, 8, 9, 13, 15, 16, 20 en 22 december 2010 en 5 januari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaten-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de verdachte voor het onder I onder A. tot en met H. ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De verdediging heeft bepleit dat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder I en II ten laste gelegde.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – ten laste gelegd dat:

I

hij (als Nederlander) op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 juni 2004 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of Stein en/of Maastricht en/of Heerlen en/of Elsloo, gemeente Stein, en/of Nuth en/of Beek en/of Brunssum en/of Landgraaf en/of Sittard-Geleen en/of Simpelveld en/of Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, en/of te Maasmechelen en/of Genk, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ambtenaar, te weten

A. [ambtenaar A], zijnde ambtenaar van de gemeente Voerendaal en/of van de gemeente Stein, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- de aanleg van een tuin behorende bij de woning van die [ambtenaar A] ter waarde van (ongeveer) 39.724,64 euro en/of

- een lening ter waarde van (ongeveer) 40.000,-- euro en/of

- een bemiddeling ten behoeve van een lening ter waarde van (ongeveer) 40.000,-- euro en/of

- een geldbedrag (kwijtschelding van een schuld) ter waarde van (ongeveer)

5.124,64 euro en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) van (ongeveer) 2.000,-- euro en/of

- een (contant) geldbedrag van 6.500,-- euro en/of

- een diner (bij [restaurant] te Genk),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar A] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Voerendaal en/of gemeente Stein, in strijd met zijn plicht iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar A] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Voerendaal en/of gemeente Stein, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] beïnvloeden van besluitvormingsprocedures (binnen de gemeente Voerendaal en/of gemeente Stein) en/of (een) (beslissingsbevoegde) collega(’s) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) toezeggen van (een) toekomstig(e) werk(en) en/of opdracht(en) en/of project(en) aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken van (een) fictie(f)(ve) werk(en) en/of opdracht(en) en/of (een) valse werkopdracht(en) aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerkers(s) van [bouwbedrijf];

en/of

B. [ambtenaar B], zijnde ambtenaar van de provincie Limburg, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in de woning van die [ambtenaar B] en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij de woning van die [ambtenaar B] en/of

- een kraam-/babyborrel bij [hotel-restaurant],

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar B] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de provincie Limburg, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar B] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de provincie Limburg, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/provinciale en/of

niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] verstrekken van (eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de provincie Limburg) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan

[bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verschaffen van informatie voor het opstellen van een of meerdere fictieve offerte(s) en/of het (vervolgens) verstrekken van een of meerdere fictieve opdracht(en) aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerkers(s) van [bouwbedrijf];

en/of

C. [ambtenaar C], zijnde ambtenaar van de gemeente Maastricht, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij de woning van die [ambtenaar C] en/of

- het bestraten van de oprit behorende bij de woning van die [ambtenaar C] en/of

- het plaatsen van een afvalcontainer bij de woning van die [ambtenaar C] en/of

- schilderwerkzaamheden aan/in de woning van die [ambtenaar C] en/of

- een vloerbedekking (inclusief het leggen) voor de woning van die [ambtenaar C] en/of

- een volledig verzorgde (vlieg)reis naar de Grand Prix in Monaco en/of

- meerdere, althans een, diner(s) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor popfestival Rock Werchter en/of Pinkpop en/of een concert van Kane en/of (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- een volledige verzorgde uitstapje naar een concert van Robbie Williams,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar C] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Maastricht, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar C] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Maastricht, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verstrekken en/of gunnen van (een) werk(en) en/of (een) opdracht(en) en/of (een) project(en) aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) ophogen en/of aanpassen van (een) (eind)afrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) met betrekking tot werkzaamheden verricht door [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verschaffen van informatie voor het opstellen van (een) opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) aan verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van deze opgehoogde factu(u)r(en) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) niet (nauwkeurig) controleren van (een) eindafrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) afkomstig van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan

[bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

D. [ambtenaar D], zijnde ambtenaar van de gemeente Heerlen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- een volledig verzorgde (vlieg)reis naar het Europees kampioenschap voetbal in Zwitserland en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor een concert van AC/DC en/of het popfestival Pinkpop en/of (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- een volledig verzorgd uitje/dagje quadrijden en/of kleiduivenschieten,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar D] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar D] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/ delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verzwijgen van het onjuist en/of valselijk gebruik van begeleidingsbrieven/ stortbonnen door verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- het oneigenlijk verstrekken van begeleidingsbrieven/stortbonnen aan verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verwijderen (ten behoeve van

[bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf]) van (een) rapportage(s)/ stuk(ken) uit gemeentelijke stukken/administratie en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

E. [ambtenaar E], zijnde ambtenaar van de gemeente Heerlen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- een volledige verzorgd uitje/dagje kleiduivenschieten en/of een volledig verzorgd uitje/dagje quadrijden en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor (een) voetbalwedstrijd(en),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar E] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1), en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar E] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/ delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- het oneigenlijk verstrekken van begeleidingsbrieven/stortbonnen aan verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken van (een) fictie(f)(ve) werk(en) en/of (een) valse werkopdracht(en) aan [bouwbedrijf] en/of verdachte [verdachte A] en/of (een) andere medewerkers(s) van [bouwbedrijf] en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van de factu(u)r(en) ingediend op basis van dit/deze werk(en) en/of deze werkopdracht(en) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verschaffen van informatie voor het opstellen van (een) opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) aan verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van deze opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) niet (nauwkeurig) controleren van (een) factu(u)r(en) afkomstig van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

F. [ambtenaar F], zijnde ambtenaar van de gemeente Nuth en/of van de gemeente Beek en/of gedetacheerd bij de gemeente Beek, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden,

te weten

- verbouwings-/timmerwerkzaamheden aan/van de zolder van de woning van die [ambtenaar F] en/of

- de vergoeding van reparatiekosten van/aan zijn de personenauto van die [ambtenaar F] en/of

- een contant geldbedrag en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- het ter beschikking stellen van opslagruimte en/of

- een internetkaart,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar F] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Nuth en/of van de gemeente Beek en/of gedetacheerd bij de gemeente Beek, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar F] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Nuth en/of van de gemeente Beek en/of gedetacheerd bij de gemeente Beek, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/ of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- valselijk en/of onvolledig opmaken en/of ondertekenen van een referentieverklaring ten behoeve van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) goedkeuren van en/of opdracht geven tot en/of positief adviseren tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- het niet (of niet tijdig of niet volledig) informeren van het/de MT/College van B&W/gemeenteraad over de met [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] overeengekomen afkoopsom;

en/of

G. [ambtenaar G], zijnde ambtenaar van de gemeente Heerlen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden,

te weten

- het (her)bestraten van een oprit en/of een pad en/of een terras, behorende bij de woning van die [ambtenaar G] en/of

- een trap (inclusief het plaatsen), behorende bij de woning van die [ambtenaar G],

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar G] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar G] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

H. [ambtenaar H], zijnde ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden,

te weten

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en), althans meerdere, althans een, geldlening(en) en/of

- meerdere, althans een, zeefdruk(ken),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar H] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar H] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentie gevoelige informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- (anders dan om zakelijke redenen) aansturen op het ondertekenen en/of verstrekken van een referentieverklaring ten behoeve van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

II

hij (als Nederlander) op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode 01 juni 2004 tot en met 27 januari 2009 te Voerendaal en/of Stein en/of Maastricht en/of Heerlen en/of Elsloo, gemeente Stein, en/of Nuth en/of Beek en/of Brunssum en/of Landgraaf en/of Sittard-Geleen en/of Simpelveld en/of Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem en/of Meerssen, in elk geval in Nederland, en/of te Maasmechelen en/of Genk, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ambtenaar, te weten

A. [ambtenaar A], zijnde ambtenaar van de gemeente Voerendaal en/of van de gemeente Stein, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- de aanleg van een tuin behorende bij de woning van die [ambtenaar A] ter waarde van (ongeveer) 39.724,64 euro en/of

- een lening ter waarde van (ongeveer) 40.000,-- euro en/of

- een bemiddeling ten behoeve van een lening ter waarde van (ongeveer) 40.000,-- euro en/of

- een geldbedrag (kwijtschelding van een schuld) ter waarde van (ongeveer)

5.124,64 euro en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) van (ongeveer) 2.000,-- euro en/of

- een (contant) geldbedrag van 6.500,-- euro en/of

- een diner (bij [restaurant] te Genk),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar A] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Voerendaal en/of gemeente Stein, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar A] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Voerendaal en/of gemeente Stein, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van interne/gemeentelijke informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- ten gunste van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] beïnvloeden van besluitvormingsprocedures (binnen de gemeente Voerendaal en/of gemeente Stein) en/of (een) (beslissingsbevoegde) collega(’s) en/of

- toezeggen van (een) toekomstig(e) werk(en) en/of opdracht(en) en/of project(en) aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

B. [ambtenaar B], zijnde ambtenaar van de provincie Limburg, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn de woning van die [ambtenaar B] en/of

- (een) rolluik(en) en/of (een) hor(ren) en/of (een) screen(s) en/of een overkapping en/of een sectionaaldeur (inclusief plaatsing) en/of

- een dakkapel (inclusief plaatsing) en/of

- een aanrechtblad (inclusief plaatsing) en/of

- een airconditioningsinstallatie (inclusief plaatsing) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- aanleg(werkzaamheden) van/in een tuin behorende bij de woning van die [ambtenaar B] en/of

- een kraam-/babyborrel bij [hotel-restaurant],

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar B] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de provincie Limburg, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar B] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de provincie Limburg, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte C] en/of

[verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/ delen van interne/provinciale informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- ten gunste van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte C] en/of

[verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van

[bouwbedrijf] verstrekken van (eenzijdige) informatie ten behoeve van besluitvormingsprocedures (binnen de provincie Limburg) en/of

- (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

C. [ambtenaar C], zijnde ambtenaar van de gemeente Maastricht, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- aanleg(werkzaamheden) van een tuin behorende bij de woning van die [ambtenaar C] en/of

- het bestraten van de oprit behorende bij de woning van die [ambtenaar C] en/of

- het plaatsen van een afvalcontainer bij de woning van die [ambtenaar C] en/of

- schilderwerkzaamheden aan/in zijn de woning van die [ambtenaar C] en/of

- een vloerbedekking (inclusief het leggen) voor de woning van die [ambtenaar C] en/of

- een volledig verzorgde (vlieg)reis naar de Grand Prix in Monaco en/of

- meerdere, althans een, diner(s) en/of

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor popfestival Rock Werchter en/of Pinkpop en/of een concert van Kane en/of (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- een volledige verzorgd uitstapje naar een concert van Robbie Williams,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar C] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Maastricht, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar C] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Maastricht, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van interne/gemeentelijke informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken en/of gunnen van (een) werk(en) en/of (een) opdracht(en) en/of (een) project(en) aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- ophogen en/of aanpassen van (een) (eind)afrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) met betrekking tot werkzaamheden verricht door [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verschaffen van informatie voor het opstellen van (een) opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) aan verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van deze opgehoogde factu(u)r(en) en/of

- niet (nauwkeurig) controleren van (een) eindafrekening(en) en/of (een) factu(u)r(en) afkomstig van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- goedkeuren van en/of opdracht geven tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

D. [ambtenaar D], zijnde ambtenaar van de gemeente Heerlen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- een volledig verzorgde (vlieg)reis naar het Europees kampioenschap voetbal in Zwitserland en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor een concert van AC/DC en/of het popfestival Pinkpop en/of (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- een volledig verzorgd uitje/dagje quadrijden en/of kleiduivenschieten,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar D] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar D] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/ delen van interne/gemeentelijke informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verwijderen (ten behoeve van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf]) van (een) rapportage(s)/ stuk(ken) uit gemeentelijke stukken/administratie en/of

- (adviseren tot) verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

E. [ambtenaar E], zijnde ambtenaar van de gemeente Heerlen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden,

te weten

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en) en/of

- een volledige verzorgd uitje/dagje kleiduivenschieten en/of een volledig verzorgd uitje/dagje quadrijden en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor (een) voetbalwedstrijd(en),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar E] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen en/of na te laten (sub 1), en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar E] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/ delen van interne/gemeentelijke informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verschaffen van informatie voor het opstellen van (een) opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) aan verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of (vervolgens) voor akkoord paraferen van deze opgehoogde en/of aangepaste factu(u)r(en) en/of

- niet (nauwkeurig) controleren van (een) factu(u)r(en) afkomstig van

[bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

F. [ambtenaar F], zijnde ambtenaar van de gemeente Nuth en/of van de gemeente Beek en/of gedetacheerd bij de gemeente Beek, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

- verbouwings-/timmerwerkzaamheden aan/van de zolder van de woning van die [ambtenaar F] en/of

- de vergoeding van reparatiekosten van/aan zijn de personenauto van die [ambtenaar F] en/of

- een contant geldbedrag en/of

- meerdere, althans een, toegangskaart(en) voor (een) voetbalwedstrijd(en) en/of

- het ter beschikking stellen van opslagruimte en/of

- een internetkaart,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar F] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Nuth en/of van de gemeente Beek en/of gedetacheerd bij de gemeente Beek, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar F] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Nuth en/of van de gemeente Beek en/of gedetacheerd bij de gemeente Beek, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/ of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van interne/gemeentelijke informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken en/of gunnen van werken en/of opdrachten en/of projecten aan

[bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- goedkeuren van en/of opdracht geven tot en/of positief adviseren tot het doen van meerwerk en/of verrichten van aanvullende werkzaamheden door/aan

[bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

G. [ambtenaar G], zijnde ambtenaar van de gemeente Heerlen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden,

te weten

- het (her)bestraten van een oprit en/of een pad en/of een terras, behorende bij de woning van die [ambtenaar G] en/of

- een trap (inclusief het plaatsen), behorende bij de woning van die [ambtenaar G],

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar G] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar G] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Heerlen, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf];

en/of

H. [ambtenaar H], zijnde ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden,

te weten

- meerdere, althans een, contant(e) geldbedrag(en), althans meerdere, althans een, geldlening(en) en/of

- meerdere, althans een, zeefdruk(ken),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

met het oogmerk om die [ambtenaar H] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen en/of na te laten (sub 1) en/of

tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [ambtenaar H] in zijn huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan en/of nagelaten (sub 2)

bestaande uit het (telkens)

- begunstigen van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- verstrekken/delen van interne/gemeentelijke informatie aan/met verdachte en/of

[verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf] en/of

- aansturen op het ondertekenen en/of verstrekken van een referentieverklaring ten behoeve van [bouwbedrijf] en/of verdachte en/of [verdachte A] en/of (een) andere medewerker(s) van [bouwbedrijf].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het bewijs

[…]

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

A.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

B.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat hij moet worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, omdat:

- het met de telefoontap vergaarde bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen;

- de nadien door verdachte afgelegde verklaringen ten overstaan van de politie zozeer verweven zijn met en een rechtstreeks gevolg zijn van de onrechtmatig verkregen onderzoeksresultaten dat deze dienen te worden uitgesloten van het bewijs, evenals de verklaringen van medeverdachten voor zover deze zijn afgelegd na confrontatie met de taps van verdachte;

- overigens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier resteert.

Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven en onder verwijzing naar de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde “Analyse ‘proces-verbaal’ verdenking jegens [verdachte B]” – dat:

- ten tijde van de aanvraag tot inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden op

14 februari 2008 geen sprake was van een strafvorderlijke verdenking tegen verdachte, aangezien de beweerdelijke verdenkingen niet kunnen volgen uit de aan de inzet ten grondslag gelegde stukken van de Rijksrecherche, in het bijzonder het proces-verbaal van verdenking;

- de rechter-commissaris op 15 februari 2008 op grond hiervan in redelijkheid niet had kunnen komen tot het verlenen van een machtiging op een daartoe strekkende vordering van de officier van justitie op 14 februari 2008;

- het vervolgens door de officier van justitie afgegeven bevel tot het opnemen van telecommunicatie onrechtmatig was, zodat de inzet van deze bijzondere opsporingsbevoegdheid onrechtmatig was.

Het hof overweegt als volgt.

B.2

Blijkens de inhoud van het BOB-dossier heeft de officier van justitie op 14 februari 2008 gevorderd dat de rechter-commissaris aan de officier van justitie machtiging verleent tot het geven van een bevel dat een opsporingsambtenaar niet voor het publiek bestemde communicatie die wordt gevoerd middels de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer], in gebruik bij verdachte, opneemt met een technisch hulpmiddel (dossierpagina’s 300188-300189 en 300307-300308). In de vorderingen heeft de officier van justitie verwezen naar het proces-verbaal van de Rijksrecherche, Regio Zuid d.d. 14 februari 2008.

Vervolgens heeft de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam op 15 februari 2008 de officier van justitie gemachtigd overeenkomstig de vorderingen (dossierpagina’s 300190 en 300309) .

Op 18 februari 2008 heeft de officier van justitie, gelet op de verleende machtigingen, bevolen dat een opsporingsambtenaar telecommunicatie, als bedoeld in artikel 126m , tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, gevoerd middels de telefoonnummers

[telefoonnummer] en [telefoonnummer], opneemt met een technisch hulpmiddel (dossierpagina’s 300191 en 300310) .

B.3

Het staat in eerste instantie ter beoordeling van de officier van justitie of sprake is van een verdenking als bedoeld in artikel 126m, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en of het onderzoek dringend vordert dat gegevensverkeer wordt opgenomen. Bij deze laatste toetsing spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol.

De rechter-commissaris dient vervolgens bij de vraag of een machtiging kan worden verstrekt, te toetsen of aan bovenstaande wettelijke voorwaarden is voldaan.

Het hof staat bij de inzet van de bevoegdheid van artikel 126m, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering de rechtmatigheid van de toepassing van deze bevoegdheid ter beoordeling.

Naar het oordeel van het hof houdt die beoordeling in het wettelijk systeem, in een geval als het onderhavige waarin de rechter-commissaris tevoren een machtiging heeft verstrekt, een beantwoording in van de vraag of de rechter-commissaris in redelijkheid tot zijn oordeel omtrent die machtiging heeft kunnen komen. Voorts omvat die beoordeling de vraag of het gebruik dat de officier van justitie vervolgens heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot het bevelen van het opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel in overeenstemming is met die machtiging en ook overigens rechtmatig is.

B.4

Aan de machtigingen van de rechter-commissaris en de bevelen van de officier van justitie ligt ten grondslag het proces-verbaal van verdenking. Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang – het volgende in:

“[…]”

B.5

Op grond van de inhoud van het proces-verbaal van verdenking, zoals hiervoor weergegeven, is het hof van oordeel dat de rechter-commissaris in redelijkheid heeft kunnen komen tot het oordeel dat jegens verdachte de verdenking bestond dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan handelen in strijd met de artikel 177, 177a, 225 en/of 326 van het

Wetboek van Strafrecht. Hetgeen door de verdediging is opgemerkt in de “Analyse

‘proces-verbaal verdenking’ jegens [verdachte B]” kan daaraan niet afdoen.

Voorts heeft de rechter-commissaris in redelijkheid kunnen komen tot het oordeel dat aan de voorwaarden van artikel 126m, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was voldaan, zodat de rechter-commissaris in redelijkheid heeft kunnen komen tot het verstrekken van de onderhavige machtigingen.

Voorts heeft de officier van justitie in overeenstemming met de machtigingen gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid tot het bevelen van het opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel en dit gebruik is overigens ook rechtmatig.

B.6

Van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek tegen verdachte is gelet op het vorenstaande geen sprake. Het bepaalde bij artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering mist derhalve toepassing, zodat bewijsuitsluiting niet aan de orde is.

Het hof verwerpt bijgevolg het verweer.

C.

De verdediging heeft voorwaardelijk, te weten voor het geval dat het hof het oordeel dat de beslissing van de rechter-commissaris tot afgifte van de machtiging, afgezet tegen de inhoud van de objectieve informatie vervat in het proces-verbaal van verdenking van

14 februari 2008, niet begrijpelijk althans zonder nadere motivering niet zonder meer begrijpelijk is, niet deelt en wil aannemen dat er wellicht meer feiten aan de

rechter-commissaris zouden zijn voorgehouden of op wat voor wijze dan ook betrokken zijn bij zijn beoordeling, verzocht de rechter-commissaris mr. J.W. Veenendaal, de officier van justitie mr. E.A.F. Roelofs alsmede de officier van justitie werkzaam bij het openbaar ministerie te Maastricht als getuigen te horen.

Het hof is, zoals hiervoor overwogen, van oordeel dat de rechter-commissaris in redelijkheid tot het verlenen van de machtigingen is kunnen komen. Het hof heeft geen aanwijzingen gevonden voor de stelling dat aan de rechter-commissaris meer of andere feiten zijn voorgehouden dan wel dat meer of andere feiten op een andere wijze betrokken zijn in de beoordeling.

Het voorwaardelijke verzoek behoeft derhalve geen verdere bespreking.

D.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat:

- het middels het opnemen van telecommunicatie en het observeren van verdachte verkregen bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen;

- de nadien door verdachte afgelegde verklaringen en overige verklaringen, zozeer verwezen als zij zijn met het onrechtmatig verkregen bewijs dienen te worden uitgesloten van het bewijs, evenals de verklaringen van medeverdachten voor zover deze zijn afgelegd na confrontatie met de taps van verdachte.

Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat het opnemen van telecommunicatie en het observeren van [verdachte B], gegeven de destijds beschikbare onderzoeksgegevens en de toenmalige stand van het onderzoek, niet hadden mogen worden bevolen c.q. worden ingezet, omdat het onderzoek zulks op dat moment niet dringend vorderde.

Het hof overweegt als volgt.

D.2

Op grond van artikel 126m, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de

officier van justitie aan een opsporingsambtenaar bevelen dat met een technisch hulpmiddel niet voor het publiek bestemde communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van de diensten van een aanbieder van een communicatiedienst, wordt opgenomen indien het onderzoek dit dringend vordert.

Op grond van artikel 126g, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de

officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar stelselmatig een persoon volgt of stelselmatig diens aanwezigheid of gedrag waarneemt.

D.3

Het hof overweegt tegen de achtergrond van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit allereerst dat de bescherming van de geregelde werking van de organen van het staatsgezag het opnemen van telecommunicatie en stelselmatige observatie rechtvaardigt. Voorts heeft het hof in aanmerking genomen dat gelet op de inhoud van het evenvermelde proces-verbaal van verdenking en de daaraan ontleende verdenkingen niet valt in te zien dat de waarheid op een andere, minder ingrijpende wijze kon worden gevonden. Daarnaast neemt het hof in aanmerking dat het ging om het opnemen van telecommunicatie gevoerd met de telefoonaansluitingen van verdachte en een bevel tot stelselmatige observatie van verdachte, terwijl verdachte, zoals hiervoor overwogen, destijds ook reeds als verdachte kon worden aangemerkt.

D.4

Gelet op het vorenstaande vorderde het onderzoek dringend de inzet van de bevoegdheid omschreven in artikel 126m, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Voorts was de inzet van de bevoegdheid van artikel 126g, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering in het belang van het onderzoek.

Van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek tegen verdachte is derhalve geen sprake. Het bepaalde bij artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering mist derhalve toepassing, zodat bewijsuitsluiting niet aan de orde is.

D.5

Het hof verwerpt het verweer.

E.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat hij van het hem onder I ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven –:

- dat het hof niet kan komen tot de vaststelling dat verdachte medepleger is bij het ten laste gelegde;

- dat niet kan worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde oogmerk, om een ambtenaar te bewegen in zijn bediening in strijd met zijn plicht iets te doen, heeft gehad;

- dat verdachte aan [ambtenaar A] geen gift van € 2.000,00 heeft gedaan, doch een lening van € 2.000,00 heeft verstrekt aan [ambtenaar A];

- dat een bewezenverklaring waarbij de verklaring van [ambtenaar A] als uitgangspunt wordt genomen, strijd oplevert met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, aangezien deze bewijsbeslissing in dat geval uitsluitend of in beslissende mate zal zijn gebaseerd op deze getuige die niet is kunnen worden gehoord door de verdediging, aangezien hij zich bij de raadsheer-commissaris heeft beroepen op zijn verschoningsrecht;

- dat verdachte de betaling van de babyborrel door [bouwbedrijf] niet bekend was tot ruimschoots na zijn aanhouding en er geen bewijsmiddel is waaruit strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte kan blijken;

- dat verdachte ten aanzien van de reis naar de Grand Prix van Monaco er van uit is gegaan dat net als andere jaren en bij andere deelnemers bij [ambtenaar C] een eigen bijdrage zou worden geïnd, zoals bijvoorbeeld bij [betrokkene] van [bedrijf];

- dat [ambtenaar C] blijkens de stukken niet is mee geweest op een volledig verzorgd uitstapje naar een concert van Robbie Williams, dat immers plaatsvond op 22 en 23 juni 2006, en dat het mogelijk is dat [ambtenaar C] op 24 juni 2006 met eigen vervoer met [verdachte A] naar Robbie Williams is geweest, doch zonder verdachte, die daar ook geen wetenschap van had.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

E.2 Ten aanzien van de zaak [ambtenaar A]

E.2.1

Op grond van de verklaringen van [ambtenaar A], zoals gebezigd tot het bewijs, alsmede de inhoud van het telefoongesprek van 10 maart 2008 te 11:29 uur tussen verdachte en [verdachte A], is het hof van oordeel dat het bedrag van € 2.000,00 geen lening, doch een gift was. Uit de inhoud van het telefoongesprek blijkt immers dat de kwitantie wordt ondertekend als zijnde een lening om de waarheid te verhullen. Gelet daarop merkt het hof het geven van het bedrag van € 2.000,00 aan als een gift.

E.2.2

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof af dat [ambtenaar A] van verdachte en medeverdachte [verdachte A] een bedrag van € 2.000,00 heeft ontvangen en dat [ambtenaar A], op instigatie van verdachte, de toezegging aan medeverdachte [verdachte A] heeft gedaan dat hiervoor fictieve opdrachten van gelijke waarde verstrekt zouden worden. Hieruit kan naar het oordeel van het hof geen andere conclusie worden getrokken dan dat verdachte tezamen en in vereniging met [verdachte A] de gift van € 2.000,00 aan [ambtenaar A] heeft gedaan teneinde hem in zijn functie van ambtenaar van de gemeente Stein te bewegen om [bouwbedrijf] in strijd met zijn plicht te begunstigen. Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte handelde met het oogmerk om [ambtenaar A] te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen, te weten het begunstigen van [bouwbedrijf].

E.2.3

Het hof is van oordeel dat de bewijsbeslissing niet uitsluitend of in beslissende mate is gebaseerd op de verklaringen van [ambtenaar A]. Naar het oordeel van het hof vormt het

proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken aangaande de gift(en) en/of de dienst en de tegenprestaties in relatie tot [ambtenaar A] een essentieel onderdeel van het bewijs.

E.3 Ten aanzien van de zaak [ambtenaar B]

E.3.1

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat:

- [ambtenaar B] begin 2005 zijn woning heeft laten schilderen waarbij de kosten (omstreeks € 6.000,00) door bouwbedrijf [bouwbedrijf] zijn betaald;

- medio 2005 rolluiken, horren, screens, overkappingen en een sectionaaldeur zijn geplaatst in de woning van [ambtenaar B], waarbij de kosten (omstreeks € 20.000,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- de zolderverdieping van de woning van [ambtenaar B] in het voorjaar van 2006 is verbouwd waarbij de kosten (omstreeks € 22.000,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- [ambtenaar B] in mei 2006 de zolderverdieping van zijn woning heeft laten schilderen waarbij de kosten (omstreeks € 2.600,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- in augustus 2006 een aanrechtblad is geplaatst in de bijkeuken van de woning van [ambtenaar B], waarbij de kosten (omstreeks € 2.300,00) door [bouwbedrijf] zijn betaald;

- in het voorjaar van 2007 een airconditioning is geleverd en gemonteerd in de woning van [ambtenaar B], waarbij de kosten (omstreeks € 13.000,00) door

[bouwbedrijf] zijn betaald.

E.3.2

Uit de gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder de verklaringen van [ambtenaar B] en [verdachte A], leidt het hof af dat deze giften door [verdachte D] respectievelijk [verdachte C] tezamen en in vereniging met verdachte zijn gedaan.

E.3.3

[ambtenaar B], aan wie verdachte tezamen en in vereniging met [verdachte C] en [verdachte D] giften heeft gedaan, had binnen de provincie Limburg een positie waarin hij direct verantwoordelijk was voor projecten binnen de provincie Limburg, in welk kader hij uit hoofde van zijn functie ook contact had met [bouwbedrijf]. Verdachte wist ook dat [ambtenaar B] projectleider was.

In aanmerking genomen dat verdachte en medeverdachten [verdachte D] en [verdachte C] de bovengenoemde giften hebben gedaan aan [ambtenaar B] in een periode waarin [ambtenaar B] ook zakelijk contact met [bouwbedrijf] had, kan het niet anders zijn dan dat verdachte tezamen en in vereniging met [verdachte C] en [verdachte D] de omvangrijke giften heeft gedaan met het oogmerk om [ambtenaar B] te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen, te weten het begunstigen van [bouwbedrijf]. Naar het oordeel van het hof kan het namelijk niet anders zijn dan dat de giften werden gedaan aan [ambtenaar B] teneinde een relatie met hem te doen ontstaan en/of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen.

E.3.4.1

De verdediging heeft voorwaardelijk, te weten voor het geval dat het hof de door [ambtenaar B] op 8 oktober 2012 afgelegde verklaring zou willen gebruiken voor het bewijs, verzocht [ambtenaar B], [verdachte D] en [verdachte C] als getuigen te horen.

E.3.4.2

Op 12 oktober 2012 heeft het hof het verzoek van de raadsman om [ambtenaar B] als getuige te horen, toegewezen. [ambtenaar B] is op 12 oktober 2012 ter terechtzitting als getuige gehoord. Daarbij is aan de raadsman en de verdachte de gelegenheid gegeven de getuige vragen te stellen en opmerkingen te maken.

Uit hetgeen door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht, is het hof de noodzaak van het opnieuw horen van deze getuige niet gebleken. Aangezien van de noodzaak ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken, wijst het hof het verzoek af.

E.3.4.3

Uit hetgeen door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht, is het hof de noodzaak van het horen van [verdachte D] en [verdachte C] als getuige eveneens niet gebleken. Aangezien van de noodzaak ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken, wijst het hof het verzoek af.

E.4 Ten aanzien van de zaak [ambtenaar C]

E.4.1

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is de stelling van de verdachte dat hij ten aanzien van de reis naar de Grand Prix van Monaco er van uit is gegaan dat net als andere jaren en bij andere deelnemers bij [ambtenaar C] een eigen bijdrage zou worden geïnd, zoals bijvoorbeeld bij [betrokkene] van [bedrijf], niet aannemelijk geworden.

Bij dat oordeel neemt het hof allereerst in aanmerking dat niet door verdachte of medeverdachte [verdachte A] het initiatief is genomen om door [betrokkene] een bijdrage te laten betalen. [betrokkene] mocht immers enkel mee als hij privé zou betalen en wilde ingedekt zijn. Het hof acht dan ook bewezen, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, dat verdachte en medeverdachte [verdachte A] [ambtenaar C] een gift, bestaande uit een volledig verzorgde vliegreis naar de Grand Prix van Monaco, hebben gedaan.

E.4.2

Het hof leidt uit de gebezigde bewijsmiddelen af dat vanuit [bouwbedrijf] zowel op 22 juni 2006 als op 24 juni 2006 volledig verzorgde uitstapjes naar een concert van Robbie Williams zijn georganiseerd. Het uitstapje op 24 juni 2006 is aangeboden aan ambtenaren, waaronder in ieder geval ook [ambtenaar C] die ook is meegegaan. Gelet op de verklaring van verdachte, zoals gebezigd tot het bewijs, is het hof van oordeel dat dit uitstapje met medeweten van verdachte is georganiseerd, terwijl ook met medeweten en goedkeuring van verdachte de kosten van dit uitstapje voor rekening van

[bouwbedrijf] zijn gekomen. Aldus heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen een gift gedaan aan [ambtenaar C], bestaande uit een volledig verzorgd uitstapje naar een concert van Robbie Williams.

E.4.3

Verdachte heeft tezamen en in vereniging giften gedaan aan [ambtenaar C]. [ambtenaar C] had binnen de gemeente Maastricht een positie waarin hij direct verantwoordelijk was voor projecten binnen de gemeente, in welk kader hij uit hoofde van zijn functie ook contact had met [bouwbedrijf]. Verdachte en medeverdachte [verdachte A] hadden in hun functie binnen [bouwbedrijf] ook zakelijk contact met [ambtenaar C]. Verdachte wist ook dat [ambtenaar C] projectleider was.

In aanmerking genomen dat verdachte en medeverdachte [verdachte A] de bovengenoemde giften hebben gedaan aan [ambtenaar C] in een periode waarin [ambtenaar C] ook zakelijk contact met [bouwbedrijf] had, kan het niet anders zijn dan dat verdachte tezamen en in vereniging met [verdachte A] de (omvangrijke) giften heeft gedaan met het oogmerk om [ambtenaar C] te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen, te weten het begunstigen van [bouwbedrijf]. Gelet in het bijzonder op de inhoud van de telefoongesprekken gevoerd door verdachte en medeverdachte [verdachte A] kan het naar het oordeel van het hof namelijk niet anders zijn dan dat de giften werden gedaan aan [ambtenaar C] teneinde een relatie met hem te doen ontstaan en/of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen.

E.5

Het hof verwerpt het verweer in al zijn onderdelen.

F.

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep – op gronden als in de pleitnota verwoord – ten verweer betoogd dat:

- handelingen van [ambtenaar A], [ambtenaar B] en/of [ambtenaar C] niet bewezen kunnen worden verklaard;

- handelingen van [ambtenaar A], [ambtenaar B] en/of [ambtenaar C] geen strijd met de ambtsplicht kunnen opleveren;

- niet bewezen kan worden dat [ambtenaar A], [ambtenaar B] en/of [ambtenaar C] tot bepaald handelen zijn bewogen.

Het hof overweegt dienaangaande dat deze verweren geen bespreking behoeven, reeds omdat niet vereist is dat het met de gift beoogde handelen of nalaten ook daadwerkelijk is gevolgd.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen (als hierboven genoemd), in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof het aan verdachte onder I ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 27 januari 2009 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen een ambtenaar, te weten

A. [ambtenaar A], zijnde ambtenaar van de gemeente Stein, een gift heeft gedaan, te weten een contant geldbedrag van 2.000,-- euro, met het oogmerk om die [ambtenaar A] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Stein, in strijd met zijn plicht iets te doen, bestaande uit het begunstigen van [bouwbedrijf]

en

B. [ambtenaar B], zijnde ambtenaar van de provincie Limburg, een gift heeft gedaan, te weten

- schilderwerkzaamheden aan/in de woning van die [ambtenaar B] en

- rolluiken en horren en screens en een overkapping en een sectionaaldeur inclusief plaatsing en

- een dakkapel inclusief plaatsing en

- een aanrechtblad inclusief plaatsing en

- een airconditioningsinstallatie inclusief plaatsing,

met het oogmerk om die [ambtenaar B] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de provincie Limburg, in strijd met zijn plicht iets te doen, bestaande uit het begunstigen van [bouwbedrijf]

en

C. [ambtenaar C], zijnde ambtenaar van de gemeente Maastricht, giften heeft gedaan, te weten

- een volledig verzorgde vliegreis naar de Grand Prix in Monaco en

- een volledige verzorgde uitstapje naar een concert van Robbie Williams,

met het oogmerk om die [ambtenaar C] te bewegen in zijn bediening, als ambtenaar van de gemeente Maastricht, in strijd met zijn plicht iets te doen, bestaande uit het

begunstigen van [bouwbedrijf].

Partiële vrijspraak

G.1

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Daartoe overweegt het hof in het bijzonder als volgt.

G.2.1

Het voorhanden bewijs schiet er met betrekking tot de ambtenaren [ambtenaar D], [ambtenaar E], [ambtenaar F] en [ambtenaar H] voor tekort dat verdachte zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt bij het doen van de ten laste gelegde giften aan ambtenaren dat sprake is van het medeplegen van die gedragingen, terwijl er evenmin bewijs voorhanden is dat verdachte de ten laste gelegde giften heeft gedaan.

G.2.2

Ten aanzien van voornoemde ambtenaren komen uit het dossier aanwijzingen naar voren dat binnen [bouwbedrijf] en in het bijzonder de vestiging te Meerssen een cultuur bestond waarbinnen het doen van giften aan ambtenaren met het oogmerk om hen te bewegen in hun bediening, al dan niet in strijd met hun plicht, iets te doen of na te laten, niet ongebruikelijk was. Verdachte was in eerste instantie als regiodirecteur van de vestiging van [bouwbedrijf] te Meersen en later als directeur van [bouwbedrijf] bevoegd en redelijkerwijs ook gehouden maatregelen te nemen ter voorkoming van die gedragingen. Aan verdachte is evenwel niet ten laste gelegd het feitelijk leidinggeven aan het door [bouwbedrijf] doen van giften aan ambtenaren met het oogmerk om hen te bewegen in hun bediening, al dan niet in strijd met hun plicht, iets te doen of na te laten.

G.2.3

Ten overvloede overweegt het hof nog dat de stelling van de verdediging dat door de keuze van de woorden “een ander of anderen” de tenlastelegging uitsluitend ziet op natuurlijke personen en niet op een of meer rechtspersonen, geen steun vindt in het recht. Immers, ook een rechtspersoon kan een strafbaar feit medeplegen.

G.3.1

Uit het onderzoek ter terechtzitting en in het bijzonder uit het dossier blijkt met betrekking tot het ten laste gelegde doen van giften aan de ambtenaar [ambtenaar G] onder meer het volgende.

[ambtenaar G], werkzaam als kabinetsmedewerker bij de gemeente Heerlen, heeft in 1998 na bemiddeling van verdachte de bestrating van zijn tuin aan laten leggen door

[bedrijf 1], de rechtsvoorganger van [bouwbedrijf]. [ambtenaar G] heeft hiervoor 8.000,-- á 10.000,-- gulden betaald. De bestrating, eolietstenen, was destijds geleverd door [bedrijf 2] aan [bouwbedrijf]. Nadat de bestrating was aangelegd, heeft verdachte tegen [ambtenaar G] iets gezegd in de trant van dat hij er een levenslange garantie op durfde te geven.

Na enkele jaren zagen de stenen er niet meer goed uit en liet de bovenlaag los. [ambtenaar G] heeft daarover vanaf 2006 met medewerkers van [bouwbedrijf], waaronder verdachte, contact gehad.

In het voorjaar van 2008 is door [bedrijf 3], na bemiddeling van verdachte, een nieuwe bestrating in de tuin van [ambtenaar G] gelegd. Voorts is toen op verzoek van [ambtenaar G] door laatstgenoemd bedrijf een nieuwe trap bij zijn woning aangelegd. De factuur van [bedrijf 3], groot € 19.500,-, is voldaan door

[bouwbedrijf]. De firma [bedrijf 2] heeft € 5.000,- aan [bouwbedrijf] betaald als bijdrage in de kosten. [ambtenaar G] heeft voorts € 3.750,- betaald aan verdachte in verband met het meerwerk, te weten de aanleg van de trap.

G.3.2

Het hof is van oordeel dat het voorhanden bewijs ervoor te kort schiet om tot de conclusie te komen dat [ambtenaar G] de herbestrating en/of de trap is gegeven tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten.

G.3.3

Het hof ziet zich derhalve gesteld voor de vraag of, voor zover ten aanzien van de herbestrating en de trap al sprake is van een gift, belofte of dienst in de zin van de artikelen 177 en 177a van het Wetboek van Strafrecht, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, de herbestrating en/of de trap heeft gegeven aan [ambtenaar G] met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten.

Gelet op de omstandigheid dat sprake was van een kennelijke garantieverplichting van

[bouwbedrijf] en/of verdachte jegens [ambtenaar G], de omstandigheid dat [ambtenaar G] contant € 3.750,00 heeft betaald in verband met meerwerk, te weten de aanleg van de trap, de omstandigheid dat uit het onderzoek ter terechtzitting niet duidelijk is geworden of en in hoeverre het voor [ambtenaar G] duidelijk moest zijn dat de prijs van de nieuwe bestrating veel hoger was dan de prijs van de oude bestrating alsmede de positie van [ambtenaar G] binnen de gemeente Heerlen, heeft het hof aan het voorhanden bewijs niet de overtuiging kunnen ontlenen dat verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, de herbestrating en/of de trap heeft gegeven aan [ambtenaar G] met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder I bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van een ambtenaar een gift doen met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

H.1

Op grond van de argumenten die ten grondslag lagen aan het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting, zoals weergegeven onder B., heeft de verdediging betoogd dat strafvermindering dient te volgen. Het hof verwerpt dit verweer op dezelfde gronden als gehanteerd bij de verwerping van deze onderdelen van het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting.

H.2

Het hof heeft bewezen verklaard – kort weergegeven – dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen:

- aan de ambtenaar [ambtenaar A] een gift heeft gedaan ter waarde van € 2.000,00,

- aan de ambtenaar [ambtenaar B] giften heeft gedaan ter waarde van ongeveer € 66.000,00 en

- aan de ambtenaar [ambtenaar C] twee giften heeft gedaan, terwijl de waarde van de volledig verzorgde vliegreis naar de Grand Prix in Monaco ongeveer € 2.600,00 bedroeg,

met het oogmerk om deze personen te bewegen om, in strijd met hun plicht, in hun bediening iets te doen.

De eerste rechter heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaten-generaal hebben ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof aan verdachte een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 24 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De verdediging heeft bepleit dat bij de strafoplegging acht geslagen zal worden op:

- de duur van de zaak;

- de impact van de zaak op verdachte;

- de motieven van verdachte;

- de omstandigheid dat het openbaar ministerie het dossier heeft overhandigd aan de Nederlandse Mededingsautoriteit aan de hand waarvan een boete van € 250.000,00 is opgelegd aan verdachte;

- de impact van de publiciteit op verdachte;

- de omstandigheid dat geen sprake is geweest van zelfverrijking door verdachte, omdat de resultaat afhankelijke beloning niet daadwerkelijk was te beïnvloeden door in Meerssen veel werk aan te nemen.

H.3

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat verdachte in de periode van 2005 tot en met 2008 aan ambtenaren giften heeft gedaan met een waarde van in totaal ongeveer € 70.000,00;

- de omstandigheid dat door het bewezen verklaarde het vertrouwen dat de burger in het overheidsapparaat moet kunnen stellen is geschaad, aangezien de burger er op moet kunnen vertrouwen dat beslissingen van de overheid op objectieve gronden worden genomen;

- de omstandigheid dat verdachte door ambtenaren om te kopen [bouwbedrijf] op oneerlijke wijze voordeel heeft willen verschaffen, waardoor andere aannemers zouden worden benadeeld;

- de leidinggevende functie van verdachte binnen [bouwbedrijf], aanvankelijk als rayonleider binnen de vestiging te Meerssen en later als directeur van [bouwbedrijf].alsmede de leidinggevende rol bij het bewezen verklaarde.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie

d.d. 9 augustus 2012, waaruit blijkt dat hij niet eerder ter zake soortgelijke feiten door de strafrechter is veroordeeld;

- het hem betreffend (beknopt) reclasseringsadvies d.d. 12 september 2012 van Reclassering Nederland, opgemaakt door M.T.M.G. Krutzen;

- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd. Aan de hand daarvan acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van

24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk een passende reactie.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet van feiten en omstandigheden gebleken die aanleiding geven om van dit uitgangspunt af te wijken. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als opgelegd door de rechtbank, omdat daarin de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt.

Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63 en 177 van het

Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder I ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.A. Blokx-van Roosmalen en mr. M.F.S. ter Heide, griffiers,

en op 27 december 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H. Harmsen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.