Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BY6030

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-12-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
20-001628-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Valse aangifte van autodiefstal na inbeslagneming door politie. Schuldigverklaring zonder strafoplegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-001628-11

Uitspraak : 13 december 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof te

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 28 maart 2011 in de strafzaak met parketnummer 02-108166-10 tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het doen van valse aangifte veroordeeld tot een werkstraf van twaalf uur, subsidiair zes dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

Door de verdediging is primair vrijspraak bepleit. Indien het hof toch tot een veroordeling zou komen, zou het hof volgens de verdediging moeten volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van een straf of maatregel.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf.

Al hetgeen de verdediging tegen de bewezenverklaring heeft ingebracht, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen van de politierechter.

Het hof voegt aan het vonnis van de politierechter toe dat uit het proces-verbaal van verbalisante [M] van 26 januari 2010 - opgenomen als bewijsmiddel 2 in het vonnis van de politierechter - blijkt, dat de initialen van verbalisante [M] ‘[initialen]’ zijn.

Overweging met betrekking tot de strafoplegging

Bewezen is verklaard dat verdachte aangifte heeft gedaan van diefstal van zijn auto, terwijl hij wist dat die diefstal niet was gepleegd. De auto van verdachte was namelijk in beslag genomen door de politie en verdachte wist dat.

Deze valse aangifte is enigszins bijzonder, omdat er niet de bekende motieven aan ten grondslag liggen. De valse aangifte is niet gedaan om een verzekeringsmaatschappij te bewegen tot het ten onrechte uitkeren van een vergoeding of om te ontkomen aan de verantwoordelijkheid voor een voorval waarbij de auto betrokken zou zijn geweest. Verdachte heeft de valse aangifte gedaan, omdat hij vond dat de politie zijn auto ten onrechte in beslag had genomen. Dit mag niet worden vergoelijkt, maar het zet de valse aangifte wel in een ander perspectief dan gebruikelijk.

Het hof betrekt voorts in zijn afweging dat er in casu geen reëel gevaar was voor misleiding van de politie of inzet van opsporingscapaciteit in verband met deze aangifte. Verdachte heeft de valse aangifte namelijk gedaan bij de Regiopolitie Midden- en West Brabant te Tilburg, terwijl datzelfde korps de auto van verdachte kort daarvoor in beslag had genomen.

Gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan, zoals hiervoor uiteengezet, acht het hof na te melden beslissing passend.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep doch uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door

mr. J. Huurman-van Asten, voorzitter,

mr. J.J. van der Kaaden en mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 13 december 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.