Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BY0031

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
15-10-2012
Zaaknummer
20-003751-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in strafvervolging. Zeker vijf ordners van het politiedossier zijn zoekgeraakt. Gevolg: een rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van onderzoekshandelingen die hebben plaatsgevonden in het buitenland is onmogelijk geworden. Het hof is van oordeel dat het zoekraken van deze stukken een ernstige inbreuk op beginselen van een behoorlijke procesorde oplevert waardoor met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/242
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-003751-03

Uitspraak : 28 september 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van

17 oktober 2003 in de strafzaak met parketnummer 02-004035-03 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

wonende te [woonplaats], [adres],

waarbij:

- verdachte ter zake van “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod” werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- de in beslag genomen voorwerpen werden teruggegeven aan de Franse justitiële autoriteiten.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn strafvervolging.

De verdediging heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn strafvervolging.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 februari 2000 tot en met 16 maart 2000 te Roosendaal, althans in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een partij van ongeveer 53,937 kilogram heroïne, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van die wet;

subsidiair:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 februari 2000 tot en met 16 maart 2000 te Roosendaal, althans in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, en/of te Duitsland en/of te België en/of te Frankrijk en/of te Engeland, tezamen en in vereniging met een ander of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht, althans opzettelijk heeft/hebben verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, een partij van ongeveer 53,937 kilogram heroïne, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van die wet, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, als medeplichtige, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 14 maart 2000 tot en met 16 maart 2000 te Roosendaal, althans in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, en/of te België en/of te Frankrijk en/of te Engeland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid/middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:

- een of meer doos/dozen (met daarin de voornoemde hoeveelheid heroïne) in de/een door verdachte [medeverdachte 2] bestuurde vrachtwagen te zetten/laden/gooien/verstoppen, althans over te dragen aan voornoemde [medeverdachte 2] en/of

- [medeverdachte 1] met zijn (verdachtes) personenauto via België en/of Frankrijk naar Engeland te rijden en/of

- voor (hemzelf en/of) [medeverdachte 1] een of meer ticket(s) voor de overtocht van Calais naar Dover en/of van Dover naar Calais te kopen en/of te betalen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

i.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gerequireerd tot

niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn strafvervolging, omdat – kort weergegeven – het dossier blijvend incompleet is, de verdediging niet meer kan nagaan of de handelingen in het buitenland conform het geldend recht zijn uitgevoerd en ook de in de fase van het hoger beroep uitgevoerde onderzoekshandelingen dat niet kunnen rechtzetten.

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn strafvervolging. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat sprake is van een exorbitante overschrijding van de redelijke termijn en een deel van het strafdossier is zoekgeraakt, als gevolg waarvan verdachte in zijn verdediging is geschaad en strafvermindering onvoldoende compensatie zou bieden aan verdachte.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

ii.

Op 8 maart 2005 is het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep voor onbepaalde tijd geschorst en zijn de stukken in handen gesteld van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Breda ter fine van het horen van zes getuigen. Op 18 maart 2005 is door het ressortsparket ’s-Hertogenbosch het dossier verzonden naar het kabinet van de rechter-commissaris in de rechtbank Breda. Op enig moment bleek de

rechter-commissaris evenwel niet te beschikken over het complete dossier. Niet is kunnen worden vastgesteld waar en wanneer de ontbrekende onderdelen van het dossier in het ongerede zijn geraakt, terwijl deze ontbrekende onderdelen van het dossier ondanks diverse zoekacties bij de rechtbank Breda, het ressortsparket en het hof nooit meer zijn gevonden.

Op 30 januari 2007 is de laatste getuige gehoord door de rechter-commissaris en is het incomplete dossier geretourneerd aan het ressortsparket.

iii.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 september 2012 is gebleken dat vijf ordners deel uitmakend van het politiedossier, te weten: dossierpagina’s 527 tot en met 2913, ontbreken. Deze ordners zouden volgens een door de advocaat-generaal verstrekt overzicht in het bijzonder afschriften van uitgaande rechtshulpverzoeken, de naar aanleiding van die rechtshulpverzoeken ontvangen stukken en inkomende rechtshulpverzoeken en de Nederlandse stukken die in antwoord daarop aan de buitenlandse autoriteiten zijn toegezonden, bevatten. Daarvan maakten deel uit de processen-verbaal van bevindingen omtrent de onderschepping van het transport van de verdovende middelen in Calais in Frankrijk.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat het niet mogelijk is om op enigerlei wijze het dossier alsnog te completeren.

iv.

Het ontbreken van de genoemde stukken heeft in het bijzonder tot gevolg dat een rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van onderzoekshandelingen die hebben plaatsgevonden in het buitenland onmogelijk is geworden. Gelet daarop is het hof van oordeel dat het zoekraken van deze stukken een ernstige inbreuk op beginselen van een behoorlijke procesorde oplevert waardoor met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Het hof zal mitsdien het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in zijn strafvervolging.

Beslag

Ten aanzien van de in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen kan geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt en daarvan zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Voorlopige hechtenis

Het hof zal het op 8 december 2003 geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het primair en subsidiair ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

- twee tachograafschijven, ter beschikking gesteld door justitie Frankrijk;

- twee vrachtbrieven, ter beschikking gesteld door justitie Frankrijk.

Heft op het, op 8 december 2003 geschorste, tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. T.A. de Roos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 28 september 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.