Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BY0027

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-10-2012
Datum publicatie
15-10-2012
Zaaknummer
20-000693-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2012:BV3721, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:714, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van medeplegen van oplichting van buitenlandse belastingautoriteiten tot een bedrag van € 1.444.280,53, medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van een gewoonte maken van witwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. Toewijzing vordering benadeelde partij tot het bedrag van EUR 586.096,30 met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2012-2620
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-000693-12

Uitspraak : 9 oktober 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 14 februari 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-997504-11 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

thans verblijvende in PI Vught - Nieuw Vosseveld 2 GEV te Vught,

waarbij:

- verdachte ter zake van

o “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”

o “oplichting, meermalen gepleegd”

o “medeplegen van een gewoonte maken van witwassen”

werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- het in beslag genomen Chopard horloge verbeurd werd verklaard;

- de benadeelde partij Financnì úrad pro Prahu 1 niet-ontvankelijk werd verklaard in haar vordering.

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal houdt in dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende:

- de verdachte voor het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- aan de verdachte zal opleggen de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot een bedrag van € 586.056,30 subsidiair 365 dagen hechtenis;

- de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van

EUR 586.056,30;

- het in beslag genomen horloge verbeurd zal verklaren.

De verdediging heeft bepleit dat:

- verdachte ter zake van het onder 3. ten laste gelegde zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging;

- aan verdachte een gevangenisstraf voor duur van 36 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren zal worden opgelegd;

- de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand maart 2009 tot en met de maand oktober 2009, in elk geval op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks het jaar 2009 in de gemeente(n) Eindhoven en/of Helmond en/of Zwolle en/of (elders) in Nederland en/of in Maaseik (België) en/of (elders) in België, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot SEK 1.194.700,- van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Ludvika (Zweden), gedateerd 24 april 2009 (RHV-07 43) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot Kr 2.049.286,40 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Stockholm (Zweden), gedateerd 14 september 2009 (RHV-07 35) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 102.531,- euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Graz (Oostenrijk), gedateerd 17 april 2009 (D-031 27/269) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 147.384,- euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Graz (Oostenrijk), gedateerd 15 juni 2009 (D-031 231/269) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 2.334.511,13 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 24 april 2009 (RHV-06b 70/95) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 3.741.591,15 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 15 juni 2009 (RHV-06b 24/95) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 1.725.680,70 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 1 juli 2009 (RHV-06b 80/95) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 3.978.528,86 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 14 september 2009 (RHV-06b 35/95) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 3.517.603,26 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt B.V. te Son en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 2 oktober 2009 (RHV-06b 90/95) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 117.907,20 euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Madrid (Spanje), gedateerd 15 juni 2009 (RHV-08b 118/218) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 128.545,28 euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Madrid (Spanje), gedateerd 14 september 2009 (RHV-08b 143/218) en/of

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 55.892,50 euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Madrid (Spanje), gedateerd 1 juli 2009 (RHV-08b 98/218),

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst door (telkens) tezamen met een of meer van zijn medeverdachte(n), althans alleen, (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

= op die/dat verzoek(en) om teruggaaf omzetbelasting voornoemd te vermelden dat zij (telkens) werd(en) gedaan door of namens de daarop vermelde aanvrager(s) voornoemd en/of

= die/dat verzoeken om teruggaaf omzetbelasting voornoemd (telkens) te voorzien van een handtekening welke moest doorgaan voor de handtekening van de gevolmachtigde(n) van de aanvrager(s) voornoemd en/of

= op die/dat verzoek(en) om teruggaaf omzetbelasting voornoemd (telkens) te vermelden dat de aanvrager(s) voornoemd recht had(den) op voornoemde teruggaven/teruggaaf van omzetbelasting van de voornoemde belastingdienst(en) terzake van de in die/dat verzoek(en) om teruggaaf omzetbelasting voornoemd, althans in de als bijlage(n) bij die/dat verzoek(en) om teruggaaf omzetbelasting voornoemd vermelde goederen en/of diensten en/of

= in die/dat verzoek(en) om teruggaaf omzetbelasting voornoemd (telkens) te verklaren dat de daarin vermelde inlichtingen (telkens) naar waarheid zijn verstrekt door die/dat verzoek(en) om teruggaaf omzetbelasting voornoemd (telkens) te voorzien van een handtekening,

zulks (telkens) met het oogmerk om die / dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand maart 2009 tot en met de maand februari 2010, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf het jaar 2009 tot en met de maand februari 2010 in de gemeente(n) Eindhoven en/of Helmond en/of (elders) in Nederland en/of in Ludvika (Zweden) en/of Stockholm (Zweden) en/of (elders) in Zweden en/of in Graz (Oostenrijk) en/of (elders) in Oostenrijk en/of in Praag (Tsjechië) en/of (elders) in Tsjechië en/of in Madrid (Spanje) en/of (elders) in Spanje, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de belastingautoriteiten in Ludvika (Zweden) en/of in Stockholm (Zweden) en/of in Graz (Oostenrijk) en/of in Praag (Tsjechië) en/of in Madrid (Spanje), althans de belastingautoriteiten in Zweden en/of Oostenrijk en/of Tsjechië en/of Spanje heeft bewogen tot de afgifte(n) van een of meer (gira(a)l(e)) bedrag(en) aan geld (in de vorm van teruggaven van omzetbelasting) tot een totaalbedrag van 1.444.280,53 euro of daaromtrent, in elk geval van een of meer (gira(a)1(e)) bedrag(en) aan geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan die buitenlandse belastingautoriteit(en) voornoemd (telkens) (een) verzoek(en) om teruggaaf omzetbelasting van een niet in het land gevestigde belastingplichtige en/of daarbij gevoegde bijlage(n), (onder meer) bestaande uit (een) factu(u)r(en), toegezonden, althans doen toekomen,

- waarin (telkens) werd voorgewend dat door de in die/dat verzoek(en) om teruggaaf omzetbelasting van een niet in het land gevestigde belastingplichtige en/of daarbij gevoegde bijlage(n) voornoemd genoemd(e) aanvrager(s) op buitenlandse facturen omzetbelasting is betaald op de aanschaf van goederen die uiteindelijk naar Nederland zijn vervoerd en/of

- waarin (telkens) (een) bankrekeningnummer(s) werd(en) vermeld op naam van de aanvrager(s) voornoemd (waarop de teruggave(n) van de omzetbelasting diende(n) te worden overgemaakt), van (een) bankrekening(en) die in werkelijkheid (telkens) stond(en) ten name van een rechtspersoon waarover hij, verdachte en/of een of meer van zijn medeverdachte(n) het (feitelijke) beheer had(den),

waardoor voornoemde buitenlandse belastingautoriteit(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

3.

hij (op een of meer tijdstip(pen)) in of omstreeks de periode van 19 mei 2009 tot en met

29 juni 2010, althans (op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de/het ja(a)r(en) 2009 en/of 2010, in de gemeente(n) Eindhoven en/of Helmond en/of (elders) in Nederland en/of in Frankrijk en/of Zwitserland en/of Duitsland en/of Belgie en/of Luxemburg (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben/heeft hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n)

a. een of meer voorwerp(en), te weten een giraal geldbedrag groot 95.650,- euro verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of daarvan gebruik gemaakt door dat geldbedrag voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 1] ten name van [bedrijf 1] over te maken, althans te doen of laten overmaken naar een Franse, althans buitenlandse bankrekening (D-010 19/44) en/of

b. een of meer voorwerp(en), te weten drie, in elk geval een of meer geldbedrag(en) tot een totaal geldbedrag groot 215.000,- euro verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of daarvan gebruik gemaakt door die/dat geldbedrag(en) voornoemd (telkens) vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 1] ten name van [bedrijf 1] contant op te nemen, althans te doen of laten opnemen (D-010 22/44) en/of

c. een of meer voorwerp(en), te weten een giraal geldbedrag groot 349.522,14 euro verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of daarvan gebruik gemaakt door dat geldbedrag voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 1] ten name van [bedrijf 1] over te maken, althans te doen of laten overmaken naar een Zwitserse bankrekening ten name van [medeverdachte 1] (RHV-04/22) en/of

d. een of meer voorwerp(en), te weten een giraal geldbedrag groot 246.000 euro verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of daarvan gebruik gemaakt door dat geldbedrag voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 2] ten name van [bedrijf 2] over te maken, althans te doen of laten overmaken naar een Luxemburgse, in elk geval buitenlandse bankrekening (D-010 48/44) en/of

e. een of meer voorwerp(en), te weten twee, althans een gira(a)l(e) geldbedrag(en) groot 134.039,17 euro en/of 203.418,72 euro verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of daarvan gebruik gemaakt door die/dat geldbedrag(en) voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 2] ten name van [bedrijf 2] over te maken, althans te doen of laten overmaken naar een bankrekening ten name van

[goudleverancier] (D-010 40/44) en/of

f. een of meer voorwerp(en), te weten een giraal geldbedrag groot 148.605,73 euro verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of daarvan gebruik gemaakt door die/dat geldbedrag(en) voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 2] ten name van [bedrijf 2] over te maken, althans te doen of laten overmaken naar een Zwitserse bankrekening ten name van [medeverdachte 1] (RHV-04/22),

terwijl hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) (telkens) wist(en) dat die/dat voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het bewijs

[…]

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen (als hierboven genoemd), in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof het aan verdachte onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op tijdstippen in het jaar 2009 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot SEK 1.194.700,- van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Ludvika (Zweden), gedateerd 24 april 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot Kr 2.049.286,40 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Stockholm (Zweden), gedateerd 14 september 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 102.531,- euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Graz (Oostenrijk), gedateerd 17 april 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 147.384,- euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Graz (Oostenrijk), gedateerd 15 juni 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 2.334.511,13 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 24 april 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 3.741.591,15 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 15 juni 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 1.725.680,70 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 1 juli 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 3.978.528,86 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 14 september 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot

CZK 3.517.603,26 van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt B.V. te Son en gericht aan de belastingdienst in Praag (Tsjechië), gedateerd 2 oktober 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 117.907,20 euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Madrid (Spanje), gedateerd 15 juni 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 128.545,28 euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Wehkamp B.V. te Zwolle en gericht aan de belastingdienst in Madrid (Spanje), gedateerd 14 september 2009 en

= een verzoek om teruggaaf omzetbelasting voor een totaalbedrag groot 55.892,50 euro van een niet in het land gevestigde belastingplichtige, afkomstig van de aanvrager Mediamarkt Eindhoven en gericht aan de belastingdienst in Madrid (Spanje), gedateerd 1 juli 2009,

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - telkens valselijk heeft opgemaakt door tezamen met zijn medeverdachte valselijk en in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

= op die verzoeken om teruggaaf omzetbelasting voornoemd te vermelden dat zij werden gedaan door of namens de daarop vermelde aanvragers voornoemd en

= die verzoeken om teruggaaf omzetbelasting voornoemd te voorzien van een handtekening welke moest doorgaan voor de handtekening van de gevolmachtigden van de aanvragers voornoemd en

= op die verzoeken om teruggauf omzetbelasting voornoemd te vermelden dat de aanvragers voornoemd recht hadden op voornoemde teruggaven van omzetbelasting van de voornoemde belastingdiensten terzake van de als bijlagen bij die verzoeken om teruggaaf omzetbelasting voornoemd vermelde goederen en

= in die verzoeken om teruggaaf omzetbelasting voornoemd te verklaren dat de daarin vermelde inlichtingen naar waarheid zijn verstrekt door die verzoeken om teruggaaf omzetbelasting voornoemd te voorzien van een handtekening,

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

hij op tijdstippen in de periode vanaf de maand maart 2009 tot en met de maand februari 2010 in Nederland en in Zweden en in Oostenrijk en in Tsjechië en in Spanje, tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, de belastingautoriteiten in Ludvika (Zweden) en in Graz (Oostenrijk) en in Praag (Tsjechië) en in Madrid (Spanje) heeft bewogen tot de afgifte van girale bedragen in de vorm van teruggaven van omzetbelasting tot een totaalbedrag van 1.444.280,53 euro of daaromtrent, hebbende verdachte en zijn medeverdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid aan die buitenlandse belastingautoriteiten voornoemd verzoeken om teruggaaf omzetbelasting van een niet in het land gevestigde belastingplichtige en daarbij gevoegde bijlagen toegezonden

- waarin werd voorgewend dat door de in die verzoeken om teruggaaf omzetbelasting van een niet in het land gevestigde belastingplichtige voornoemd genoemde aanvragers op buitenlandse facturen omzetbelasting is betaald op de aanschaf van goederen die uiteindelijk naar Nederland zijn vervoerd en

- waarin een bankrekeningnummer werd vermeld op naam van de aanvrager voornoemd waarop de teruggave van de omzetbelasting diende te worden overgemaakt, van een bankrekening die in werkelijkheid stond ten name van een rechtspersoon waarover hij, verdachte en/of zijn medeverdachte het feitelijke beheer hadden,

waardoor voornoemde buitenlandse belastingautoriteiten werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

3.

hij op tijdstippen in de jaren 2009 en 2010 in Nederland en in Duitsland telkens tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn medeverdachten

a. een giraal geldbedrag groot 95.650,- euro overgedragen door dat geldbedrag voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 1] ten name van [bedrijf 1] over te maken naar een Franse bankrekening en

b. drie geldbedragen tot een totaal geldbedrag groot 215.000,- euro overgedragen door die geldbedragen voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 1] ten name van [bedrijf 1] contant op te nemen en

c. een giraal geldbedrag groot 349.522,14 euro overgedragen door dat geldbedrag voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 1] ten name van [bedrijf 1] over te maken naar een Zwitserse bankrekening ten name van [medeverdachte 1] en

d. een giraal geldbedrag groot 246.000 euro overgedragen door dat geldbedrag voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 2] ten name van [bedrijf 2] over te maken naar een Luxemburgse bankrekening en

e. van twee girale geldbedragen groot 134.039,17 euro en 203.418,72 euro gebruik gemaakt door die geldbedragen voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 2] ten name van [bedrijf 2] over te maken naar een bankrekening ten name van

[goudleverancier] en

f. een giraal geldbedrag groot 148.605,73 euro overgedragen door dat geldbedrag voornoemd vanaf bankrekening nummer [rekeningnummer 2] ten name van [bedrijf 2] over te maken naar een Zwitserse bankrekening ten name van [medeverdachte 1],

terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachten wisten dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

A.1

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat hij moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging ter zake van het onder 3. ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat:

- naast de bestanddelen “verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of gebruikt maakt”, zoals opgenomen in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht, van de witwasser een aanvullende handeling wordt gevergd die erop is gericht om zijn criminele inkomsten veilig te stellen;

- niet als witwassen van de opbrengsten van eigen misdrijf kan worden gekwalificeerd een gedraging die niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp;

- uit de ten laste gelegde gedragingen niet zonder meer volgt dat deze op eigerlei wijze zouden hebben kunnen bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de fraudegelden.

Dienaangaande overweegt het hof als volgt.

A.2

Het hof heeft onder 3. bewezen verklaard dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt door het overdragen dan wel gebruik maken van geldbedragen die afkomstig waren uit enig misdrijf. Uit het onderzoek ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat deze geldbedragen afkomstig zijn uit door verdachte tezamen en in vereniging met een ander begane misdrijven.

A.3

De stelling van de verdediging komt er op neer dat indien vaststaat dat het verwerven, voorhanden hebben, overdragen of gebruik maken door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf, al dan niet in vereniging, begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd.

Deze stelling vindt evenwel geen steun in het recht. Enkel wanneer vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, kan die gedraging niet als witwassen worden gekwalificeerd. Het hof heeft evenwel bewezen verklaard dat verdachte geldbedragen heeft overgedragen dan wel daarvan gebruik heeft gemaakt.

A.4

Het hof verwerpt het verweer.

B.

Het onder 1. bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het onder 2. bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 3. bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van een gewoonte maken van witwassen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

C.1

Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan – kort weergegeven -:

- het tezamen en in vereniging met een ander valselijk opmaken van twaalf verzoeken om teruggaaf omzetbelasting van een niet in het land gevestigde belastingplichtige;

- het tezamen en in vereniging met een ander oplichten van buitenlandse belastingautoriteiten voor een bedrag van € 1.444.280,53;

- het tezamen en in vereniging met anderen witwassen van in totaal € 1.392.235,76.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van – kort weergegeven –:

- het valselijk opmaken van twaalf verzoeken om teruggaaf omzetbelasting van een niet in het land gevestigde belastingplichtige;

- het oplichten van buitenlandse belastingautoriteiten voor een bedrag van

€ 1.444.280,53;

- het tezamen en in vereniging met anderen witwassen van in totaal € 1.392.235,76.

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof de verdachte voor de door de eerste rechter bewezen verklaarde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat aan hem ter zake van de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk zal worden opgelegd. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven en op gronden als in de pleitnota verwoord – dat:

- het voordeel dat verdachte met de BTW-fraude heeft behaald slechts een deel bedraagt van het bedrag van € 1.444.280,53, te weten maximaal € 627.787, zodat de rechtbank verdachte een hogere straf heeft opgelegd dan in het licht van de oriëntatiepunten gerechtvaardigd is;

- verdachte ‘first offender’ is op het gebied van vermogensdelicten;

- het gezin van verdachte fysieke en psychische klachten ondervindt als gevolg van de afwezigheid van verdachte;

- de financiële draagkracht van verdachte en zijn gezin zorgelijk is;

- verdachte niet in aanmerking is gekomen voor enige vorm van verlof of detentiefasering en dientengevolge zijn partner niet heeft kunnen bijstaan bij de bevalling van hun kind;

- het wederrechtelijk handelen van verdachte enkel gericht is geweest om de buitenlandse fiscus geld afhandig te maken, terwijl de reële kans aanwezig is dat andere landen eveneens strafrechtelijke sancties aan verdachte zullen (willen) opleggen voor hetzelfde feitencomplex waarvoor hij reeds in Nederland is bestraft;

- verdachte spijt heeft van zijn handelen en in het kader van de aanhangig gemaakte ontnemingsvordering volledig inzicht heeft gegeven omtrent het vermogen waarover hij thans de beschikking heeft;

- verdachte zijn medewerking heeft verleend om m[medeverdachte 2], wiens identiteit tot voor kort onbekend was bij het openbaar ministerie, aan te houden;

- verdachte de mogelijkheid heeft om na zijn detentie fulltime in dienst te treden in de kledingzaak van zijn zus;

- het hof in een zaak die zich qua omvang en ernst eenvoudig kan meten met onderhavige zaak op 7 augustus 2012 de verdachte heeft veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.

C.2

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat door het onder 1. bewezen verklaarde het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer mag worden gesteld in de echtheid van stukken als de onderhavige is verstoord;

- de mate waarin het vertrouwen dat de fiscale overheid in verzoeken om teruggaaf als de onderhavige mag stellen door het onder 1. en 2. bewezen verklaarde is geschonden;

- de mate waarin door het bewezen verklaarde aan de Zweedse, Oostenrijkse, Tsjechische en Spaanse staat fiscaal nadeel is toegebracht, te weten tot een bedrag van

€ 1.444.280,53;

- de omstandigheid dat verdachte bij het onder 1. en 2. bewezen verklaarde misbruik heeft gemaakt van de namen van grote (inter)nationale bedrijven, namelijk Mediamarkt, Philips, Wehkamp, Adidas, Ernst & Young en PricewaterhouseCoopers, en aldus deze bedrijven in een kwaad daglicht heeft gesteld;

- de omstandigheid dat door het onder 3. bewezen verklaarde witwassen van grote geldbedragen inbreuk is gemaakt op de integriteit van het financieële en economische verkeer;

- de omstandigheid dat verdachte kennelijk slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie

d.d. 24 augustus 2012, waaruit blijkt dat hij niet eerder ter zake soortgelijke feiten door de strafrechter is veroordeeld;

- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op het voorgaande niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft het hof enerzijds aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van fraude. Het hof zal daarbij uitgaan van een benadelingsbedrag van € 1.444.280,53. Verdachte en zijn mededader hebben immers tezamen en in vereniging de buitenlandse belastingautoriteiten benadeeld voor dat bedrag. Het hof ziet geen aanleiding om uit te gaan van een lager benadelingsbedrag en dus ook niet van het door verdachte beweerdelijk ontvangen deel van het benadelingsbedrag te weten 45% van € 1.444.280,53. Bij de oriëntatiepunten is immers niet het door een verdachte behaalde voordeel leidend, doch uitsluitend het (totale) benadelingsbedrag. Het andersluidend standpunt van de verdediging wordt door het hof niet gevolgd.

Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor de op te leggen straf bij een benadelingsbedrag van € 1.000.000,00 en hoger een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden tot de maximale onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Gelet op de hiervoor genoemde strafverzwarende omstandigheden en voorts aansluiting zoekend bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd, heeft het hof een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren tot uitgangspunt genomen.

Het hof overweegt voorts dat de door de raadsman bij pleidooi aangehaalde zaak niet als een vergelijkbaar geval kan gelden, aangezien het feitencomplex geenszins vergelijkbaar is met het onderhavige feitencomplex.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet van feiten en omstandigheden gebleken die aanleiding geven om van het hiervoor genoemde uitgangspunt af te wijken. Naar het oordeel van het hof leggen de door de verdediging aangevoerde omstandigheden, afgewogen tegen de ernst van het bewezen verklaarde feit, onvoldoende gewicht in de schaal om van voornoemd uitgangspunt af te wijken.

Beslag

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven dameshorloge is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is dat geheel of grotendeels uit de baten van de onder 1., 2. en 3. bewezen verklaarde feit is verkregen, terwijl [betrokkene], de partner van verdachte en degene aan wie het horloge toebehoorde, die verkrijging uit de baten van de onder 1., 2. en 3. bewezen verklaarde feiten minstgenomen redelijkerwijs had kunnen vermoeden. Bij dat oordeel heeft het hof in aanmerking genomen dat:

- uit gegevens van de belastingdienst is gebleken dat verdachte de laatste jaren niet over enige binnenlandse dienstbetrekking beschikte waarin loonbelasting is ingehouden;

- door verdacht geen aangiften inkomstenbelasting werden ingediend;

- van enig(e), binnenlands of buitenlands, aangegeven belast(e) inkomsten of vermogen van verdachte is niet gebleken;

- [betrokkene] volgens de belastingdienst geen in de heffing betrokken inkomen of vermogen heeft.

Maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de Financní úrad pro Prahu 1 (Belastingautoriteit voor Praag 1; gemachtigde mr. B. Vanatova) als gevolg van de bewezen verklaarde feiten schade heeft geleden tot een bedrag van € 586.096,30.

Verdachte en zijn mededaders zijn naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Het hof zal daarom aan de verdachte ter meerdere zekerheid van de hieronder te vermelden betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 586.096,30 te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Vordering van de benadeelde partij

D.1

De Financní úrad pro Prahu 1 (Belastingautoriteit voor Praag 1; gemachtigde

mr. B. Vanatova) heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend ten bedrage van 15.297.915,00 Kc (Tsjechische kronen). De benadeelde partij is door de eerste rechter in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij haar in eerste aanleg gedane vordering.

Deze vordering strekt tot vergoeding van geleden schade.

D.2

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. Daartoe is aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat uit de in het geding gebrachte stukken in het geheel niet blijkt dat de vordering namens de benadeelde partij is ingediend en dat diegene die de vordering heeft ondertekend bevoegd is om de benadeelde partij in deze te vertegenwoordigen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

In het dossier bevindt zich een voegingsformulier inhoudende dat door de benadeelde Financní úrad pro Prahu 1 (Belastingautoriteit voor Praag 1) een bedrag van

15.297.915,00 Kc aan schade wordt gevorderd, welk formulier is ondertekend door

ing. Milan Straširybka. Deze is blijkens de zich in het dossier bevindende stukken sinds

6 januari 2009 directeur van de Financní úrad pro Prahu 1 (Belastingautoriteit voor Praag 1).

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat de vordering niet namens Financní úrad pro Prahu 1 (Belastingautoriteit voor Praag 1) is ingevuld dan wel dat Straširybka niet bevoegd was om de benadeelde partij te vertegenwoordigen.

Bijgevolg verwerpt het hof het verweer.

D.3

Blijkens het voegingsformulier en de schriftelijke toelichting ziet de vordering van de benadeelde partij op vijf bedragen die door de benadeelde partij zijn overgeboekt naar Nederlandse bankrekeningen, te weten:

Datum boeking Bedrag in Tsjechische kronen Bedrag in euro’s

17 september 2009 2.334.511,00 91.102,87

22 december 2009 3.741.591,00 142.477,10

6 januari 2010 1.725.681,00 64.882,54

20 januari 2010 3.517.603,00 134.955,04

20 januari 2010 3.978.529,00 152.638,75

Totaal 15.297.915,00 586.096,30

D.4

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij als rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte materiële schade heeft geleden tot het bedrag van EUR 586.096,30. De vordering zal tot dat beloop worden toegewezen.

Het hof zal de verdachte tevens verwijzen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil.

Het hof zal bepalen dat indien en voor zover de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij, daarmede zijn verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer in zoverre komt te vervallen (zulks vice versa, dat wil zeggen: indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer komt daarmede zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij in zoverre te vervallen).

Het hof zal bepalen dat indien en voor zover een mededader van verdachte het slachtoffer schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Voorts zal het hof bepalen dat indien en voor zover een mededader van verdachte de benadeelde partij schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 33, 33a, 36f, 47, 57, 60a, 63, 225, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1., 2. en 3. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

één zilverkleurig dameshorloge, Chopard, beslagcode A-027.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Financnì úrad pro Prahu 1, een bedrag te betalen van € 586.096,30 (vijfhonderdzesentachtigduizend zesennegentig euro en dertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij,

Financnì úrad pro Prahu 1, terzake van het onder 1., 2. en 3. bewezen verklaarde tot het bedrag van € 586.096,30 (vijfhonderdzesentachtigduizend zesennegentig euro en dertig cent) en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat de aan de verdachte opgelegde verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij vervalt, indien en voor zover deze aan de opgelegde maatregel, inhoudende de verplichting tot betaling van voormeld bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, heeft voldaan.

Bepaalt dat de aan de verdachte opgelegde maatregel, inhoudende de verplichting tot betaling van voormeld bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer vervalt, indien en voor zover deze aan zijn verplichting tot betaling van de vordering van de benadeelde partij, heeft voldaan.

Bepaalt dat indien en voor zover een mededader van verdachte het slachtoffer schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat indien en voor zover een mededader van verdachte de benadeelde partij schadeloos heeft gesteld, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. V.M. van Daalen-Mannaerts, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,

en op 9 oktober 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. V.M. van Daalen-Mannaerts is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.