Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX8169

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-09-2012
Datum publicatie
25-09-2012
Zaaknummer
20-002326-11
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:56, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte terzake van -kort gezegd-:

1. ontucht met een minderjarige, bestaand uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

2. het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen;

3. verleiding van twee minderjarigen;

4. het in bezit hebben van een zeer grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen,

tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, alsmede (in weerwil van de deskundigenadviezen en de eis van de advocaat-generaal) tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-002326-11

Uitspraak : 25 september 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 12 mei 2011 in de strafzaak met parketnummer 01-845328-10 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1957],

thans verblijvende in PI Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft (zo verstaat het hof althans) primair gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende:

- de verdachte ter zake van de onder 1. primair, 2., 3. en 4. ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren.

- aan de verdachte zal opleggen de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, inhoudende:

1. het ondergaan van een behandeling voor de ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van pedofilie van het niet-exclusieve type en exhibitionisme, bij GGZ Noord-Holland Noord, specifiek de Polikliniek Forensische psychiatrie te Alkmaar, dan wel een gelijkwaardige instelling elders;

2. een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de aan voornoemde voorwaardelijk op te leggen straf (het hof begrijpt: maatregel) verbonden voorwaarden met opmaking van proces-verbaal van dadelijke uitvoerbaarheid;

3. toezicht van de reclassering;

4. de opdracht aan verdachte om de aanwijzingen van de reclassering na te leven zolang als zij deze nodig oordeelt;

5. meldplicht na ontslag uit detentie binnen 7 dagen na ontslagdatum en informatieplicht omtrent feitelijke plaats van verblijf;

6. aanvaarden van toezicht op sms-verkeer, en internetverkeer c.q. digitale communicatie;

7. een contactverbod -anders dan via de raadsman- met de in deze strafprocedure als slachtoffer erkende minderjarige personen te weten [benadeelde 2], [benadeelde 1] en [slachtoffer 3];

- ter zake van de in beslag genomen voorwerpen de beslissingen van de eerste rechter zal volgen;

- aan de verdachte ter zake van het onder 1. primair bewezen verklaarde zal opleggen de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht tot een bedrag van € 2.432,25 subsidiair 38 dagen vervangende hechtenis vermeerderd met de wettelijke rente ;

- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] zal toewijzen tot een bedrag van € 2.432,25 vermeerderd met de wettelijke rente;

- aan de verdachte ter zake van het onder 3. primair bewezen verklaarde zal opleggen de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht tot een bedrag van € 350,00 subsidiair 7 dagen hechtenis;

- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 350,00.

De advocaat-generaal heeft subsidiair -voor het geval het hof oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden niet passend zou achten- gevorderd dat het hof voornoemde voorwaarden als bijzondere voorwaarden zal opleggen bij voormelde gevangenisstraf met (naar het hof begrijpt) een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de aan voornoemde voorwaardelijk op te leggen straf verbonden voorwaarden met opmaking van proces-verbaal van dadelijke uitvoerbaarheid.

De verdediging heeft:

- bepleit dat de verdachte van het onder 1. primair en subsidiair ten laste gelegde ‘seksueel binnendringen’ dient te worden vrijgesproken;

- zich met betrekking tot de bewezenverklaring van de overige ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van het hof;

- met betrekking tot de strafoplegging bepleit dat zal worden volstaan met de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarvan de duur van het onvoorwaardelijk deel niet langer is dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, zodat aan de verdachte de mogelijkheid wordt geboden om zo snel mogelijk aan het behandelprogramma van GGZ Alkmaar deel te nemen;

- zich met betrekking tot de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. primair

hij op of omstreeks 04 augustus 2010 te Zeeland, gemeente Landerd,, althans in Nederland met [benadeelde 2] (geboren op [1996]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 2], hebbende verdachte zijn penis en/of zijn tong in de mond van die [benadeelde 2] gebracht en/of zijn penis en/of zijn vinger(s) in de vagina van die [benadeelde 2] heeft gebracht;

subsidiair

hij op of omstreeks 04 augustus 2010, te Zeeland, gemeente Landerd, althans in Nederland, met [benadeelde 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (tong)zoenen van/met die [benadeelde 2] en/of het ontkleden van die [benadeelde 2] en/of zichzelf en/of het strelen van het naakte lichaam van die [benadeelde 2] en/of het door die [benadeelde 2] laten vasthouden en/of vastpakken van zijn geslachtsdeel en/of het brengen van zijn penis en/of vinger(s) in de mond en/of vagina van die [benadeelde 2];

2.

hij op of omstreeks 04 augustus 2010 te Zeeland, gemeente Landerd, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, te weten een digitale fotocamera (en/of een (zich in die camera zich bevindende en/of verwisselbare) geheugenkaart), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad,

te weten (digitale) afbeeldingen/foto's van [benadeelde 2] (geboren [1996]) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en die (een) seksuele gedraging(en) met zichzelf en/of een andere persoon verricht en/of laat verrichten, en/of die op zodanige wijze poseert en/of is afgebeeld, dat haar (ontblote) geslachtsdelen nadrukkelijk en/of uitdagend in beeld zijn gebracht, en/of die op zodanige wijze poseert en/of is afgebeeld, dat dit kennelijk (mede) is bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken, en/of bestaande die seksuele gedraging(en) onder meer uit:

Foto 9: een afbeelding van een tongzoenfoto van [benadeelde 2] en verdachte.

Foto 18: een afbeelding van een tongzoenfoto van [benadeelde 2] en verdachte, waarbij het bovenlichaam van [benadeelde 2] is ontbloot en zij in de armen van verdachte ligt.

Foto 19: een afbeelding van [benadeelde 2] met ontbloot bovenlichaam op haar rug in het gras. Ze heeft de armen rond de hals van verdachte geslagen. Zijn gezicht is een paar centimeter boven het gezicht van [benadeelde 2]. [benadeelde 2] heeft haar mond half open.

Foto 20: een afbeelding van [benadeelde 2]; zij ligt bloot op haar rug in het gras en haar hand op de vagina.

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 4 augustus 2010 te Den Helder en/of elders in Nederland, (telkens) een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten door o.a. het langdurig en opbouwend (seksueel getint) chatten, beltegoed geven en/of beloven, (telkens) een persoon, [benadeelde 1] (geboren [1998]) en/of [slachtoffer 3] (geboren [1995]), waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had/hadden bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten het zichzelf vingeren (al dan niet voor de webcam), of zodanige handelingen van verdachte te dulden, te weten het zich aftrekken voor de webcam en/of het toezenden - via email, in elk geval via electronisch dataverkeer - aan die [benadeelde 1] en/of [slachtoffer 3] van afbeeldingen van het geslachtsdeel van verdachte;

en/of

dan wel dat hij in voornoemde plaats en periode, (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (via computer, internet en chatcontact) een persoon (voornoemde [benadeelde 1]),van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting voorstelt met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen of een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij die persoon is betrokken te vervaardigen, terwijl hij handelingen heeft ondernomen die gericht zijn op het verwezenlijken van die ontmoeting (meerdere uitnodigingen d.m.v. seksueel getinte chatverkeer teneinde elkaar in het echt te ontmoeten);

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 4 augustus 2010 te Den Helder, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager(s) (harddisk(s) en/of computer(s) en/of (computer)bestanden en/of dvd('s) en/of cd-rom(s)), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten ongeveer 56.906 (digitale) fotobestanden, althans een grote hoeveelheid en/of 1016, althans een grote hoeveelheid (digitale) filmpjes, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) en/of filmpjes (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) in bezit heeft gehad,

te weten (digitale) afbeeldingen/foto's/films van een of meer (naakte en/of deels naakte) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt en die (een) seksuele gedraging(en) met zichzelf en/of een of meer andere perso(o)n(en) verrichten en/of laten verrichten, en/of die op zodanige wijze poseren en/of zijn afgebeeld, dat hun (ontblote) geslachtsdelen nadrukkelijk en/of uitdagend in beeld zijn gebracht, en/of die op zodanige wijze poseren en/of zijn afgebeeld, dat dit kennelijk (mede) is bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken, en/of bestaande die seksuele gedraging(en) onder meer uit:

1. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

Een blank meisje van circa 7 jaar oud staat naakt met licht gespreide benen en leunt tegen een volwassen naakte man die achter haar zit. Beiden hebben de voorzijde van het lichaam gericht naar de camera. De stijve penis van de man drukt tegen de onbehaarde vagina van het meisje. De handen van de man liggen op de heupen van het meisje, de toppen van zijn vingers rusten op haar onbehaarde schaamlippen. De vagina en penis zijn nadrukkelijk in beeld. De gezichten zijn niet zichtbaar, alleen het donkere hoofdhaar tot aan de kaaklijn van het meisje is in beeld. Op de achtergrond is een gordijn zichtbaar met bloemmotief in de kleuren geel, groen, rood en blauw.

2. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

Een blank meisje van circa 1 jaar oud ligt op een wit plastic aankleedkussen voor baby's. De baby ligt op haar rug en draagt een wit shirtje met lange mouwen met daarop afbeeldingen van kleine rode hartjes en gele poppetjes. Het onderlijfje van de baby is naakt en ze ligt met de beentjes gespreid. Het linkerhandje van de baby houdt ze gedeeltelijk voor haar vagina. Het rechterhandje ligt gedeeltelijk onder het rechterbeen. De stijve penis van een volwassen man ligt tegen de naakte billen van de baby aan. Op de billen van de baby, langs de penis en op het aankleedkussen is een witte vloeistof zichtbaar, gelijkend op sperma. De vagina van de baby en de stijve penis zijn nadrukkelijk in beeld.

3. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

Een blank meisje van circa 8 jaar oud ligt met haar rug op een donkerbruin houten tafeltje. Het meisje is naakt en heeft haar benen gespreid. Alleen de licht geopende mond, en het blonde halflange haar van het meisje is zichtbaar op de afbeelding. Voor de gespreide benen van het meisje zit een volwassen man geknield. De stijve penis van de man penetreert de onbehaarde vagina van het meisje. De gepenetreerde vagina van het meisje is nadrukkelijk in beeld. De man is gekleed in een wit t-shirt en zwarte broek. Alleen zijn stijve penis is naakt in beeld. Op de grond ligt een bruin gemêleerde vloerbedekking, ook is een kussen met wit, zwart en bruine print zichtbaar.

4. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

Het blanke meisje is circa 12 jaar oud. De afbeelding is gemaakt in een fotostudio en maakt deel uit van een serie afbeeldingen van dit meisje. Het meisje staat met haar rug richting de camera. Het meisje heeft haar gezicht en linkerschouder richting de camera gedraaid. Het meisje lacht. Het gezicht van het meisje is opgemaakt met make-up als dat van een volwassen vrouw. Het meisje draagt een witte doorschijnende negligé. De negligé is omhoog gewaaid waardoor de naakte billen van het meisje duidelijk en nadrukkelijk zichtbaar zijn. De achtergrond in de studio is grijs. Rechts onder op de afbeelding staat de tekst: "[naam].com".

5. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

Het blanke meisje is circa 7 jaar oud. Het meisje zit naakt op een zwarte bureaustoel. Het meisje heeft de benen opgetrokken en gespreid. De onbehaarde vagina van het meisje is licht geopend en nadrukkelijk in beeld. Het meisje lacht en heeft bruin/rood lang haar tot over de schouders. Het meisje heeft sproetjes op de neus en bruine ogen.

6. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-006-01)

Een blank meisje van circa 7 jaar oud. Het meisje zit naakt op het naakte onderlichaam van een volwassen man. Het meisje zit met gespreide benen over het onderlichaam van de man heen. De stijve penis van de man ligt tegen de onbehaarde vagina van het meisje aan. Het meisje houdt met haar linkerhand de penis tegen haar vagina aan. De vagina en penis zijn nadrukkelijk in beeld. Het gezicht van het meisje is ook in beeld. Ze lijkt verveeld en bozig te kijken. Ze heeft halflang bruin haar. Vermoedelijk is de foto in een woonkamer gemaakt. Op de achtergrond is een gedeelte van een bruine bank te zien en een witte muur. Er ligt een blauwe spijkerbroek met bruine riem op de bank.

7. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-006-01)

Een blank meisje van circa 12 jaar oud. Het meisje ligt naakt op haar rug op een bed. Haar hoofd houdt ze naar achter waardoor haar gezicht niet goed in beeld is. Je kijkt op haar hals en kin. Wel is zichtbaar dat het meisje blonde haren heeft. Het meisje is geheel naakt en ligt met gespreide benen op bed. Haar rechterhand rust op haar buik en haar linkerarm houdt ze gedeeltelijk voor haar gezicht. De vagina van het meisje is gedeeltelijk behaard en nadrukkelijk in beeld. Een stijve penis van een volwassen man wordt tegen de vagina gedrukt. Een linker mannenhand duwt de penis tegen de vagina. Uit de vagina van het meisje loopt een witte vloeistof, gelijkend op sperma.

8. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-006-01)

Een meisje van circa 2 jaar oud. De peuter ligt met haar rug op bed en de beentjes gespreid en opgetrokken. Alleen het onderlichaam is gedeeltelijk zichtbaar. De anus van de peuter wordt gepenetreerd door een stijve penis van een volwassen man. De vagina, anus en penis zijn zeer nadrukkelijk in beeld. Op de afbeelding zijn de behaarde bovenbenen van een man gedeeltelijk zichtbaar. De man heeft ogenschijnlijk rood schaamhaar.

9. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-006-01)

Een blank meisje van circa 4 jaar oud. Links in beeld is een ontbloot onderlichaam van een volwassen man gedeeltelijk zichtbaar. Het lichaam is donker behaard. De man heeft een stijve penis. De penis penetreert de mond van het meisje. Het meisje houdt de stijve penis met haar linkerhandje vast. Het meisje heeft lichtbruin schouderlang haar. Ze draagt een roze t-shirt. Op de achtergrond lijkt apparatuur te staan. Onduidelijk wat voor apparatuur het betreft.

10. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-008-01)

Een blank meisje en licht getint meisje zijn circa 12 jaar oud. Twee meisjes liggen naast elkaar op bed en dragen beide alleen een rode string. Beide meisjes liggen met de benen gespreid, zodat het beeld nadrukkelijk gericht op de billen en vagina. Het meisje links, blank, heeft haar linkerhand op de vagina van het meisje, getint uiterlijk, rechts liggen. Het meisje rechts heeft haar rechterhand op de vagina van het meisje links liggen. Beide kijken lachend in de richting van de camera. Het meisje rechts heeft donkerbruin haar en het meisje links heeft lichtbruin haar. Ze liggen op een geborduurde sprei met de afbeelding van grote rozen. Beide hoofdkussens zijn wit en blauw gestreept. Het bed of de bedbank waarop de meisjes liggen is bruin gemêleerd van kleur.

11. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

[bestandslocatie]

Duur: 2m01s69

Het blanke meisje is circa 2 jaar oud. Geen geluid. De peuter ligt op een bed met een zwart laken. Alleen haar naakte onderlijfje is zichtbaar, over haar bovenlichaam ligt een zwart laken. De beentjes van het meisje zijn helemaal in een spreidstand uit elkaar getrokken, waarna beide enkels met een wit touw zijn vastgebonden om deze stand van haar benen te behouden. Onder in beeld is de stijve penis van een volwassen man zichtbaar en een gedeelte van zijn linkerhand. De penis penetreert de kleine vagina en gaat enkele malen op en neer. Hierna wordt de penis uit de vagina gehaald en in de anus geduwd. Ook in de anus gaat de penis enkele malen heen en weer. Terwijl de peuter anaal gepenetreerd wordt steekt de man ook zijn linkerwijsvinger in de vagina van de peuter en gaat enkele malen op en neer. Op het linkerbeen van het meisje is een huidskleurige panty, of pantysok, zichtbaar die eindigt op haar bovenbeentje. Einde film.

12. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

[bestandslocatie]

Duur: 3s43

Het blanke meisje is circa 4 jaar oud. Het meisje ligt op haar rug op bed en draagt een zwarte broek. Haar bovenlichaampje is naakt. Aan haar rechterzijde zit een volwassen man. Hij draagt een groen geblokt boxershort en wit t-shirt. De man houdt met zijn linkerhand, waaraan een trouwring zit, zijn stijve penis vast. Met zijn rechterhand duwt hij het hoofdje van het meisje tegen het matras. De man trekt zichzelf af, terwijl hij zijn penis in de mond van het meisje duwt. Het meisje roept: 'No, no!', en probeert met haar rechterhandje de penis bij haar mond weg te duwen. De man komt klaar in de mond van het meisje, terwijl de eikel van zijn penis gedeeltelijk in haar mond zit. Direct loopt er sperma langs zijn penis en mond, waarna hij zijn penis terugtrekt. Het meisje trekt een heel vies gezicht en spuugt de overige sperma direct uit. Het meisje heeft bruin haar wat in een staartje bovenop haar hoofdje bij elkaar gebonden is. Einde film.

13. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

[bestandslocatie]

Duur 3s28

Het blanke meisje is circa 10 jaar oud. Geen geluid. Het blanke meisje zit geknield en met haar lichaampje voorover gebogen over een stijve penis heen. Het meisje houdt met beide handen de stijve penis van een volwassen man vast. Het meisje likt aan de eikel van de penis, waarna ze de penis in haar mond neemt en enkele malen met haar hoofdje op en neer beweegt. Het meisje heeft donkerblond halflang haar tot op haar kaak. Het haar lijkt nog een beetje nat te zijn. Verder is het meisje geheel naakt. Op de achtergrond is een azuurblauwe bank zichtbaar. Einde film.

terwijl hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Partiële vrijspraak

Het hof heeft op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen vastgesteld dat de verdachte in de onder 4. ten laste gelegde periode een zeer grote hoeveelheid kinderpornografische digitale foto- en filmbestanden in bezit heeft gehad. De verdachte heeft ter zake van deze bestanden verklaard dat hij het grootste deel daarvan geruime tijd geleden, naar verdachtes zeggen 10 à 12 jaar geleden heeft gedownload en vervolgens op verschillende gegevensdragers heeft opgeslagen.

Weliswaar kan worden vastgesteld dat de verdachte een zeer grote hoeveelheid kinderpornografische bestanden in bezit heeft gehad, maar daarmee is naar het oordeel van het hof nog niet zonder meer gezegd dat er sprake is van een gewoonte, zoals onder 4. is ten laste gelegd.

Naar het oordeel van het hof kan de gewoonte spreken uit de handelingen die met betrekking tot kinderpornografische bestanden zijn verricht. Zo kan het zijn dat de afbeeldingen stukje bij beetje zijn verzameld en aldus steeds weer nieuwe afbeeldingen in bezit zijn verkregen. Daarmee komt tot uitdrukking dat er een gewoonte is gemaakt van het verzamelen, dus van het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen.

Het gewoonte maken van het bezit van kinderpornografische afbeeldingen kan ook blijken uit de omstandigheid dat die afbeeldingen niet alleen zijn verzameld maar deze ook zijn geordend. Door zo met het bezit bezig te zijn wordt tot uitdrukking gebracht dat niet alleen de afbeeldingen van internet zijn opgehaald en opgeslagen maar dat ook het voortduren van dat bezit door dat ordenen is geaccentueerd en het zo levend is gehouden.

De steller van de tenlastelegging heeft ervoor heeft gekozen om onder 4. slechts de periode van 1 januari 2010 tot en met 4 augustus 2010 ten laste te leggen. Mede gelet op de hiervoor vermelde verklaring van de verdachte, heeft het hof uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kunnen vaststellen dat hij in die, relatief korte, ten laste gelegde periode enige handeling- in de zin zoals hierboven aangegeven - heeft verricht ten aanzien van de door hem opgeslagen kinderpornografische bestanden. Aldus acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte van het in bezit hebben van die bestanden in de ten laste gelegde periode een gewoonte heeft gemaakt. De verdachte zal in zoverre van het onder 4. ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1. primair, 2., 3. en 4. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. primair

hij op 4 augustus 2010 te Zeeland, gemeente Landerd, althans in Nederland, met [benadeelde 2] (geboren op [1996]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 2], hebbende verdachte zijn penis en zijn tong in de mond van die [benadeelde 2] gebracht en zijn penis en zijn vinger in de vagina van die [benadeelde 2] gebracht;

2.

hij op 4 augustus 2010 te Zeeland, gemeente Landerd, in elk geval in Nederland, meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, te weten een digitale fotocamera (en een zich in die camera zich bevindende geheugenkaart), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, (telkens) heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, te weten (digitale) afbeeldingen/foto's van [benadeelde 2] (geboren [1996]) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en die (een) seksuele gedraging(en) met een andere persoon verricht en/of op zodanige wijze poseert en/of is afgebeeld, dat dit kennelijk (mede) is bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken, en bestaande die seksuele gedraging(en) onder meer uit:

Foto 9: een afbeelding van een tongzoenfoto van [benadeelde 2] en verdachte.

Foto 18: een afbeelding van een tongzoenfoto van [benadeelde 2] en verdachte, waarbij het bovenlichaam van [benadeelde 2] is ontbloot en zij in de armen van verdachte ligt.

Foto 19: een afbeelding van [benadeelde 2] met ontbloot bovenlichaam op haar rug in het gras. Ze heeft de armen rond de hals van verdachte geslagen. Zijn gezicht is een paar centimeter boven het gezicht van [benadeelde 2]. [benadeelde 2] heeft haar mond half open.

Foto 20: een afbeelding van [benadeelde 2]; zij ligt bloot op haar rug in het gras en haar hand op de vagina.

3.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 4 augustus 2010 te Den Helder en elders in Nederland, telkens door giften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten door o.a. het langdurig en opbouwend (seksueel getint) chatten, beltegoed geven, (telkens) een persoon, [benadeelde 1] (geboren [1998]) en/of [slachtoffer 3] (geboren [1995]), waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had/hadden bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen van verdachte te dulden, te weten het zich aftrekken voor de webcam;

4.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 4 augustus 2010 te Den Helder, meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager (harddisk(s) en/of computer(s) en/of (computer)bestanden en/of dvd('s) en/of cd-rom(s)), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten ongeveer 56.906 (digitale) fotobestanden en 1016 (digitale) filmpjes, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen en filmpjes (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken (telkens) in bezit heeft gehad,

te weten (digitale) afbeeldingen/foto's/films van een of meer (naakte en/of deels naakte) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt en die (een) seksuele gedraging(en) met zichzelf en/of een of meer andere perso(o)n(en) verrichten en/of laten verrichten, en/of die op zodanige wijze poseren en/of zijn afgebeeld dat dit kennelijk (mede) is bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken, en bestaande die seksuele gedraging(en) onder meer uit:

1. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

Een blank meisje van circa 7 jaar oud staat naakt met licht gespreide benen en leunt tegen een volwassen naakte man die achter haar zit. Beiden hebben de voorzijde van het lichaam gericht naar de camera. De stijve penis van de man drukt tegen de onbehaarde vagina van het meisje. De handen van de man liggen op de heupen van het meisje, de toppen van zijn vingers rusten op haar onbehaarde schaamlippen. De vagina en penis zijn nadrukkelijk in beeld. De gezichten zijn niet zichtbaar, alleen het donkere hoofdhaar tot aan de kaaklijn van het meisje is in beeld. Op de achtergrond is een gordijn zichtbaar met bloemmotief in de kleuren geel, groen, rood en blauw.

2. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

Een blank meisje van circa 1 jaar oud ligt op een wit plastic aankleedkussen voor baby's. De baby ligt op haar rug en draagt een wit shirtje met lange mouwen met daarop afbeeldingen van kleine rode hartjes en gele poppetjes. Het onderlijfje van de baby is naakt en ze ligt met de beentjes gespreid. Het linkerhandje van de baby houdt ze gedeeltelijk voor haar vagina. Het rechterhandje ligt gedeeltelijk onder het rechterbeen. De stijve penis van een volwassen man ligt tegen de naakte billen van de baby aan. Op de billen van de baby, langs de penis en op het aankleedkussen is een witte vloeistof zichtbaar, gelijkend op sperma. De vagina van de baby en de stijve penis zijn nadrukkelijk in beeld.

3. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01) Een blank meisje van circa 8 jaar oud ligt met haar rug op een donkerbruin houten tafeltje. Het meisje is naakt en heeft haar benen gespreid. Alleen de licht geopende mond, en het blonde halflange haar van het meisje is zichtbaar op de afbeelding. Voor de gespreide benen van het meisje zit een volwassen man geknield. De stijve penis van de man penetreert de onbehaarde vagina van het meisje. De gepenetreerde vagina van het meisje is nadrukkelijk in beeld. De man is gekleed in een wit t-shirt en zwarte broek. Alleen zijn stijve penis is naakt in beeld. Op de grond ligt een bruin gemêleerde vloerbedekking, ook is een kussen met wit, zwart en bruine print zichtbaar.

4. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

Het blanke meisje is circa 12 jaar oud. De afbeelding is gemaakt in een fotostudio en maakt deel uit van een serie afbeeldingen van dit meisje. Het meisje staat met haar rug richting de camera. Het meisje heeft haar gezicht en linkerschouder richting de camera gedraaid. Het meisje lacht. Het gezicht van het meisje is opgemaakt met make-up als dat van een volwassen vrouw. Het meisje draagt een witte doorschijnende negligé. De negligé is omhoog gewaaid waardoor de naakte billen van het meisje duidelijk en nadrukkelijk zichtbaar zijn. De achtergrond in de studio is grijs. Rechts onder op de afbeelding staat de tekst: "[naam].com".

5. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01) Het blanke meisje is circa 7 jaar oud. Het meisje zit naakt op een zwarte bureaustoel. Het meisje heeft de benen opgetrokken en gespreid. De onbehaarde vagina van het meisje is licht geopend en nadrukkelijk in beeld. Het meisje lacht en heeft bruin/rood lang haar tot over de schouders. Het meisje heeft sproetjes op de neus en bruine ogen.

6. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-006-01)

Een blank meisje van circa 7 jaar oud. Het meisje zit naakt op het naakte onderlichaam van een volwassen man. Het meisje zit met gespreide benen over het onderlichaam van de man heen. De stijve penis van de man ligt tegen de onbehaarde vagina van het meisje aan. Het meisje houdt met haar linkerhand de penis tegen haar vagina aan. De vagina en penis zijn nadrukkelijk in beeld. Het gezicht van het meisje is ook in beeld. Ze lijkt verveeld en bozig te kijken. Ze heeft halflang bruin haar. Vermoedelijk is de foto in een woonkamer gemaakt. Op de achtergrond is een gedeelte van een bruine bank te zien en een witte muur. Er ligt een blauwe spijkerbroek met bruine riem op de bank.

7. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-006-01)

Een blank meisje van circa 12 jaar oud. Het meisje ligt naakt op haar rug op een bed. Haar hoofd houdt ze naar achter waardoor haar gezicht niet goed in beeld is. Je kijkt op haar hals en kin. Wel is zichtbaar dat het meisje blonde haren heeft. Het meisje is geheel naakt en ligt met gespreide benen op bed. Haar rechterhand rust op haar buik en haar linkerarm houdt ze gedeeltelijk voor haar gezicht. De vagina van het meisje is gedeeltelijk behaard en nadrukkelijk in beeld. Een stijve penis van een volwassen man wordt tegen de vagina gedrukt. Een linker mannenhand duwt de penis tegen de vagina. Uit de vagina van het meisje loopt een witte vloeistof, gelijkend op sperma.

8. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-006-01)

Een meisje van circa 2 jaar oud. De peuter ligt met haar rug op bed en de beentjes gespreid en opgetrokken. Alleen het onderlichaam is gedeeltelijk zichtbaar. De anus van de peuter wordt gepenetreerd door een stijve penis van een volwassen man. De vagina, anus en penis zijn zeer nadrukkelijk in beeld. Op de afbeelding zijn de behaarde bovenbenen van een man gedeeltelijk zichtbaar. De man heeft ogenschijnlijk rood schaamhaar.

9. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-006-01)

Een blank meisje van circa 4 jaar oud. Links in beeld is een ontbloot onderlichaam van een volwassen man gedeeltelijk zichtbaar. Het lichaam is donker behaard. De man heeft een stijve penis. De penis penetreert de mond van het meisje. Het meisje houdt de stijve penis met haar linkerhandje vast. Het meisje heeft lichtbruin schouderlang haar. Ze draagt een roze t-shirt. Op de achtergrond lijkt apparatuur te staan. Onduidelijk wat voor apparatuur het betreft.

10. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-008-01)

Een blank meisje en licht getint meisje zijn circa 12 jaar oud. Twee meisjes liggen naast elkaar op bed en dragen beide alleen een rode string. Beide meisjes liggen met de benen gespreid, zodat het beeld nadrukkelijk gericht op de billen en vagina. Het meisje links, blank, heeft haar linkerhand op de vagina van het meisje, getint uiterlijk, rechts liggen. Het meisje rechts heeft haar rechterhand op de vagina van het meisje links liggen. Beide kijken lachend in de richting van de camera. Het meisje rechts heeft donkerbruin haar en het meisje links heeft lichtbruin haar. Ze liggen op een geborduurde sprei met de afbeelding van grote rozen. Beide hoofdkussens zijn wit en blauw gestreept. Het bed of de bedbank waarop de meisjes liggen is bruin gemêleerd van kleur.

11. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

[bestandslocatie]

Duur: 2m01s69

Het blanke meisje is circa 2 jaar oud. Geen geluid. De peuter ligt op een bed met een zwart laken. Alleen haar naakte onderlijfje is zichtbaar, over haar bovenlichaam ligt een zwart laken. De beentjes van het meisje zijn helemaal in een spreidstand uit elkaar getrokken, waarna beide enkels met een wit touw zijn vastgebonden om deze stand van haar benen te behouden. Onder in beeld is de stijve penis van een volwassen man zichtbaar en een gedeelte van zijn linkerhand. De penis penetreert de kleine vagina en gaat enkele malen op en neer. Hierna wordt de penis uit de vagina gehaald en in de anus geduwd. Ook in de anus gaat de penis enkele malen heen en weer. Terwijl de peuter anaal gepenetreerd wordt steekt de man ook zijn linkerwijsvinger in de vagina van de peuter en gaat enkele malen op en neer. Op het linkerbeen van het meisje is een huidskleurige panty, of pantysok, zichtbaar die eindigt op haar bovenbeentje. Einde film.

12. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

[bestandslocatie]

Duur: 3s43

Het blanke meisje is circa 4 jaar oud. Het meisje ligt op haar rug op bed en draagt een zwarte broek. Haar bovenlichaampje is naakt. Aan haar rechterzijde zit een volwassen man. Hij draagt een groen geblokt boxershort en wit t-shirt. De man houdt met zijn linkerhand, waaraan een trouwring zit, zijn stijve penis vast. Met zijn rechterhand duwt hij het hoofdje van het meisje tegen het matras. De man trekt zichzelf af, terwijl hij zijn penis in de mond van het meisje duwt. Het meisje roept: 'No, no!', en probeert met haar rechterhandje de penis bij haar mond weg te duwen. De man komt klaar in de mond van het meisje, terwijl de eikel van zijn penis gedeeltelijk in haar mond zit. Direct loopt er sperma langs zijn penis en mond, waarna hij zijn penis terugtrekt. Het meisje trekt een heel vies gezicht en spuugt de overige sperma direct uit. Het meisje heeft bruin haar wat in een staartje bovenop haar hoofdje bij elkaar gebonden is. Einde film.

13. [bestandsnaam] (Gegevensdrager 10-0068-005-01)

[bestandslocatie]

Duur 3s28 Het blanke meisje is circa 10 jaar oud. Geen geluid. Het blanke meisje zit geknield en met haar lichaampje voorover gebogen over een stijve penis heen. Het meisje houdt met beide handen de stijve penis van een volwassen man vast. Het meisje likt aan de eikel van de penis, waarna ze de penis in haar mond neemt en enkele malen met haar hoofdje op en neer beweegt. Het meisje heeft donkerblond halflang haar tot op haar kaak. Het haar lijkt nog een beetje nat te zijn. Verder is het meisje geheel naakt. Op de achtergrond is een azuurblauwe bank zichtbaar. Einde film.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

I.1

De raadsman ter terechtzitting in hoger beroep ten verweer betoogd dat de verdachte van het onder 1. primair en subsidiair ten laste gelegde seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde 2] met de penis en/of vingers moet worden vrijgesproken, omdat niet is voldaan aan het bewijsminimum. Daartoe is, onder verwijzing naar arresten van de Hoge Raad, gepubliceerd onder de nummers NJ 2010, 515 en NJ 2010, 495 en 496, aangevoerd

-zakelijk weergegeven- dat er geen aanvullend bewijs voorhanden is voor de verklaring van de aangeefster in zoverre.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Volgens artikel 342, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige.

Deze bepaling verbiedt daarom de rechter tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Daarin is in deze zaak evenwel geen sprake, nu de verklaringen van de aangeefster [benadeelde 2] niet op zichzelf staan en voldoende steun vinden in de overige door het hof gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder in de weergaven van gesprekken tussen de verdachte en de aangeefster via sms en het chatprogramma MSN voorafgaand aan het delict, waarin onomwonden door de verdachte wordt gesproken over de ontmaagding van de aangeefster en de wens van de verdachte om seksueel contact, bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met haar te hebben.

I.2.

De raadsman heeft ter onderbouwing van het vrijspraakverweer voorts aangevoerd dat de verklaringen van de aangeefster [benadeelde 2], voor zover inhoudende dat de verdachte bij haar seksueel is binnengedrongen, niet betrouwbaar is. Daartoe is aangevoerd -zakelijk weergegeven- dat de aangeefster aanvankelijk weigerachtig was bij de politie te verklaren omdat zij niet wilde dat de verdachte in de gevangenis terecht zou komen, maar dat zij op een gegeven moment boos op cliënt is geworden en vervolgens een belastende verklaring heeft afgelegd. Aannemelijk is dat op de aangeefster is ingepraat door de ouders, hulpverleners en de politie, aldus de raadsman.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de verklaring van de aangeefster op dit punt onaannemelijk is omdat uit de stukken blijkt dat zij ten tijde van het gestelde binnendringen met de penis en/of vingers ongesteld was, hetgeen een dergelijk binnendringen niet waarschijnlijk maakt.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het proces-verbaal van het eerste verhoor van [benadeelde 2] door de politie (zie het proces-verbaal van Politieregio Brabant Noord, divisie Informatie en Opsporing, DIO – Tactische en Thematische Opsporing, DIO – Team Zedencriminaliteit, nr. PL21T4 2010085265-31, d.d. 31 augustus 2010, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden brigadier van politie, p. 127-140 van het proces-verbaal met registratienr. PL21T4 2010093920-1), blijkt dat zij reeds vrij snel na de aanvang van het verhoor (zie p. 130) heeft verklaard dat zij voor het eerst seks heeft gehad met [naam] (het hof begrijpt: de verdachte) op 4 augustus 2010. Uit het betreffende proces-verbaal blijkt geenszins dat voorafgaand aan die verklaring op de aangeefster is ingepraat door de ouders van de aangeefster, door hulpverleners en door de politie, zoals door de raadsman is gesuggereerd. Deze suggestie is ook overigens op geen enkele wijze uit het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk geworden en wordt door het hof om die reden terzijde geschoven.

Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen komt inderdaad naar voren dat de aangeefster ten tijde van het onder 1. ten laste gelegde feit menstrueerde. Het is echter een feit van algemene bekendheid dat een dergelijke omstandigheid het seksueel binnendringen in de vagina niet in de weg staat, zodat reeds om die reden het verweer van de raadsman niet slaagt.

Het hof is van oordeel dat de verklaringen van de aangeefster [benadeelde 2], voor zover het deze heeft gebezigd tot het bewijs, gedetailleerd en in de kern consistent zijn en in voldoende mate steun vinden in de overige bewijsmiddelen, te weten: in de tot het bewijs gebezigde verklaringen van de verdachte en voormelde sms en MSN-gesprekken tussen de verdachte en de aangeefster.

Bijgevolg acht het hof voormelde verklaringen van de aangeefster [benadeelde 2] betrouwbaar en bezigt het die tot het bewijs.

I.3

Op grond van het vorenstaande wordt het verweer van de raadsman in al zijn onderdelen verworpen.

II.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

III.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1. primair bewezen verklaarde levert op:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Het onder 2. bewezen verklaarde levert op:

Een afbeelding en/of gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Het onder 3. bewezen verklaarde levert op:

Door giften van geld of goed of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

Het onder 4. bewezen verklaarde levert op:

Een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op de inhoud van het hierna weergegeven, de verdachte betreffend rapport, d.d. 1 juni 2012, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater, en de inhoud van het hierna weergegeven, de verdachte betreffend rapport d.d. 26 mei 2012, opgemaakt door prof. dr. J.J. Baneke, forensisch psycholoog, voor zover telkens inhoudende – zakelijk weergegeven – dat de verdachte ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten lijdende was aan zodanige ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens dat de feiten hem in licht verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Het hof volgt deze conclusies en legt die ten grondslag aan zijn beslissing. Op grond daarvan zal het hof de bewezen verklaarde feiten de verdachte in licht verminderde mate toerekenen.

Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf en maatregel

A.

Het hof heeft – evenals de eerste rechter – bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan -kort gezegd-:

1. het plegen van ontuchtige handelingen met [benadeelde 2], welke handelingen bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer, dat ten tijde van het feit 13 jaar oud was;

2. het vervaardigen en bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen van [benadeelde 2], waarop onder meer seksuele handelingen tussen verdachte en het slachtoffer staan afgebeeld;

3. het opzettelijk bewegen van de minderjarigen [benadeelde 1] (ten tijde van het delict 11/12 jaar oud) en [slachtoffer 3] (ten tijde van het delict 14 jaar oud), van wie hij wist dat zij ten tijde van de feiten de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, tot het dulden van ontuchtige handelingen van hem, bestaande uit het tijdens langdurige seksueel getinte zogeheten “chatcontacten” met de slachtoffers zichzelf voor de webcam van de computer te bevredigen, door hen geld of beltegoed te geven, dan wel misbruik te maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht;

4. het in bezit hebben van een zeer grote hoeveelheid digitale foto- en filmbestanden bevattende kinderpornografische afbeeldingen.

Het hof overweegt als volgt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst de feiten heeft het hof het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft middels contacten via een chat-programma op internet, sms en telefoon, gedurende een periode van een aantal maanden het vertrouwen gewonnen van de minderjarige [benadeelde 2], die ten tijde van het bewezen verklaarde slechts dertien jaar oud was, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot een ontmoeting met het slachtoffer op 4 augustus 2010. Bij deze ontmoeting heeft de verdachte zeer verregaande ontuchtige handelingen met het slachtoffer gepleegd, mede bestaand uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, en bovendien kinderpornografische afbeeldingen van haar gemaakt, waarop onder meer seksuele handelingen tussen verdachte en het slachtoffer staan afgebeeld.

Ondanks het feit dat de ouders van [benadeelde 2] achter de chatcontacten waren gekomen en contact tussen verdachte en [benadeelde 2] hadden verboden, is de verdachte voortgegaan met het leggen van contacten met [benadeelde 2].

Verdachte heeft aldus volledig miskend dat een minderjarige bescherming behoeft tegen dergelijke seksuele benaderingen door volwassenen en heeft hij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het jeugdige slachtoffer op ernstige wijze geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan later zeer nadelige psychische en lichamelijke klachten kunnen ondervinden.

Door zich tijdens contact via internet voor de webcam te bevredigen voor de ogen van de minderjarigen [benadeelde 1] en [slachtoffer 3], heeft de verdachte ook de integriteit en de gevoelens en belangen van deze jeugdige slachtoffers geschaad.

Uit het dossier komt naar voren dat naast het contact met bovengenoemde meisjes verdachte contacten onderhield met meer meisjes in binnen- en buitenland in dezelfde leeftijdscategorie.

Dergelijke feiten leiden tot heftige verontwaardiging en onrust in de maatschappij.

Ten aanzien van het onder 4. bewezen verklaarde heeft te gelden dat het bezit van kinderporno indirect het vervaardigen van kinderporno bevordert, waarbij jonge kinderen door volwassenen aan vaak zeer verregaande seksuele handelingen worden onderworpen. Een voorbeeld hiervan is de volgende beschrijving van één van de 1016 bij de verdachte aangetroffen films: “Het blanke meisje is circa 2 jaar oud. Geen geluid. De peuter ligt op een bed met een zwart laken. Alleen haar naakte onderlijfje is zichtbaar, over haar bovenlichaam ligt een zwart laken. De beentjes van het meisje zijn helemaal in een spreidstand uit elkaar getrokken, waarna beide enkels met een wit touw zijn vastgebonden om deze stand van haar benen te behouden. Onder in beeld is de stijve penis van een volwassen man zichtbaar en een gedeelte van zijn linkerhand. De penis penetreert de kleine vagina en gaat enkele malen op en neer. Hierna wordt de penis uit de vagina gehaald en in de anus geduwd. Ook in de anus gaat de penis enkele malen heen en weer. Terwijl de peuter anaal gepenetreerd wordt steekt de man ook zijn linkerwijsvinger in de vagina van de peuter en gaat enkele malen op en neer. Op het linkerbeen van het meisje is een huidskleurige panty, of pantysok, zichtbaar die eindigt op haar bovenbeentje.”

Het hof heeft bij het beoordelen van dit feit in aanmerking genomen dat ten aanzien van de verdachte is bewezen verklaard dat hij 56.906 (digitale) fotobestanden en 1016 (digitale) filmpjes aanwezig heeft gehad, hetgeen als een zeer groot aantal kan worden beschouwd.

Verdachte heeft zich van het bovenstaande kennelijk geen enkele rekenschap gegeven en zich kennelijk slechts bekommerd om bevrediging van zijn eigen lustgevoelens.

Ten slotte heeft het hof nog rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.

3 juli 2012, waaruit blijkt dat hij in de periode 1989 tot en met 1999 viermaal door de strafrechter is veroordeeld ter zake van een zedendelict, te weten: openbare schennis van de eerbaarheid:

- de inhoud van het hem betreffende briefrapport d.d. 6 augustus 2010, opgemaakt door D. van der Steen, justitieel forensisch psychiater;

- de inhoud van het hem betreffend rapport d.d. 1 juni 2012, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater;

- de inhoud van het hem betreffend rapport d.d. 26 mei 2012, opgemaakt door prof. dr. J.J. Baneke, forensisch psycholoog;

- de inhoud van het hem betreffend rapport d.d. 30 oktober 2010, opgemaakt door drs. T.E.M. Hendriks, gezondheidszorgpsycholoog/psychotherapeut/forensisch rapporteur;

- de inhoud van het hem betreffend aanvullend rapport d.d. 19 januari 2011, opgemaakt door drs. T.E.M. Hendriks voornoemd;

- de inhoud van het hem betreffend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 9 november 2010, opgemaakt door A. van Geffen, reclasseringswerker;

- de inhoud van het hem betreffend reclasseringsadvies (beknopt) van Reclassering Nederland, d.d. 31 januari 2011, opgemaakt door A. van Geffen voornoemd;

- de inhoud van het hem betreffend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 21 december 2011, opgemaakt door D. de Wit, reclasseringswerker;

- de inhoud van het hem betreffend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 17 juli 2012, opgemaakt door M.E. Henrotte, reclasseringswerker

- de omstandigheid dat, zoals uit het ter terechtzitting in hoger beroep door de advocaat-generaal overgelegd proces-verbaal van politie, Korps Noord-Holland Noord, afdeling Regionale Recherche, Zeden, nr. PL10RR 2011018510-7, d.d. 5 augustus 2011, tegenover de politie heeft toegegeven in het jaar 2002 seksuele handelingen te hebben verricht met de minderjarige [naam], voor welke zaak hij nog wordt vervolgd;

- zijn hiervoor vastgestelde licht verminderde toerekeningsvatbaarheid;

- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Op grond van het vorenstaande acht voor alle bewezen verklaarde feiten de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar passend en geboden.

In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, ziet het hof geen aanleiding om – zoals door de verdediging is bepleit - een lagere en/of – zoals door de advocaat-generaal is gevorderd – een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

B.

Naar aanleiding van de vordering van de advocaat-generaal ziet het hof zich gesteld voor de vraag of in het onderhavige geval, naast een op te leggen gevangenisstraf, de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden opgelegd.

B.1

Bij de beantwoording van deze vraag heeft het hof in aanmerking genomen:

1. de inhoud van het de verdachte betreffend rapport, d.d. 1 juni 2012, opgemaakt door dr. I. Maksimovic, psychiater, onder meer – zakelijk weergegeven – inhoudende als conclusies en adviezen van voornoemde deskundige:

DIFFERENTIAAL DIAGNOSTISCHE OVERWEGINGEN

Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens in de zin van pedofilie van het niet-exclusieve type en exhibitionisme. Bij hem is tevens sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven (NAO) met antisociale en narcistische trekken.

Bij betrokkene is sprake van pedofilie van het niet exclusieve type. Bij hem is sprake van langer bestaande en terugkerende pedofiele neigingen, gedachten en gedragingen, die niet alleen onder invloed van stress tot uiting komen. Volgens betrokkene zijn pedofiele neigingen en gedragingen bij hem al ongeveer 20 jaar aanwezig - hij geeft aan dat hij, toen hij begon met het exhibitioneren, ontdekte dat hij seksuele voorkeur heeft voor meisjes van 11 tot 14 jaar oud. Verder is bij hem sprake van cognities kenmerkend voor pedofielen, namelijk dat hij slechts ingaat op datgene wat het kind op seksueel gebied aangeeft. Op deze manier praat betrokkene dit alsnog goed voor zichzelf. Hij weet op het rationele niveau, dat seks met een minderjarige niet mag, maar hij heeft grote moeite om hier ook naar te handelen.

Uit dit onderzoek komt naar voren, dat er bij betrokkene geen sprake is van welomschreven episodes van een stemmingsstoornis, zij het een cyclothyme stoornis, zij het een bipolaire stoornis.

Bij betrokkene is sprake geweest van exhibitionisme, seksuele drang en gedragingen in de zin van het tonen van het geslachtsdeel aan nietsvermoedende vreemden. In het verleden deed hij dat in de auto, waarbij hij masturbeerde voor toevallige voorbijgangers. In de jaren voorafgaand aan de aanhouding toonde hij dit gedrag via sociale media.

Bij betrokkene is sprake van pathologische karaktertrekken, die vooral tot uiting zijn gekomen in de manier waarop betrokkene zijn seksualiteit vorm gaf. Hierbij is er sprake van antisociale trekken, zoals het zich niet conformeren aan maatschappelijke normen, oneerlijkheid en impulsiviteit en van narcistische trekken, zoals het misbruik maken van anderen en gerichtheid op bevrediging van eigen behoeftes. Uit het testpsychologisch onderzoek van de mederapporteur, prof. Dr. J. Baneke, komt hetzelfde naar voren.

Op de klinische schalen van de MMPI-2 (een schaal voor psychopathologie en persoonlijkheidsstoornissen) zijn er sterk extraverte trekken, terwijl tevens sprake is van een verhoogde behoefte aan affectie, sociale onverstoorbaarheid en algemene onverstoorbaarheid.

Betrokkene zal niet altijd erg veel gelegen laten liggen aan sociale normen en regels. Ook kan hij impulsief reageren en is hij mogelijk niet altijd even betrouwbaar. Dat wordt bevestigd op de schaal voor Antisociaal gedrag, waarop betrokkene hoog scoort. Een en ander wijst op antisociale en narcistische persoonlijkheidstrekken, aldus de mederapporteur (het hof begrijpt: Baneke). Ondergetekende stelt in deze de diagnose 'persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische trekken', omdat de bovengenoemde karaktertrekken veelomvattend tot uiting kwamen in de ten laste gelegde gedragingen, waardoor betrokkene de facto disfunctioneerde.

FORENSISCH PSYCHIATRISCHE BESCHOUWING

Verband diagnose en het ten laste gelegde

Betrokkene is een man van 54 jaar die, naar eigen zeggen, in elk geval in de afgelopen 20 jaar pedofiele neigingen en gedragingen vertoonde. Hij is bekend met pedofilie van het niet-exclusieve type, exhibitionisme en antisociale en narcistische karaktertrekken, die vooral tot uiting kwamen in zijn pedofiele en exhibitionistische seksuele gedragingen.

Als de ten laste gelegde feiten bewezen worden verklaard, dan kan het volgende worden gesteld. Betrokkenes pedofilie, exhibitionisme en persoonlijkheidsstoornis hebben doorgewerkt in zijn beslissingen en gedragingen inzake het ten laste gelegde feit 3, terwijl zijn pedofilie en persoonlijkheidsstoornis hebben doorgewerkt in zijn beslissingen en gedragingen inzake de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 4.

Betrokkenes pedofilie is over een lange periode aanwezig en op grond daarvan was betrokkene bezig om kinderpornografisch materiaal te verzamelen (waarbij hij seksuele opwinding ervoer en masturbeerde). Verder is het zo, dat betrokkene op grond van zijn pedofiele seksuele voorkeur contact opbouwde met de slachtoffers. Hierbij heeft seksuele opwinding een rol gespeeld (en er was sprake van het exhibitionisme in het ten laste gelegde feit 3). Betrokkene was bezig met grooming, in de zin van het onderhouden van contacten, deze mogelijk maken (het bellen van I., het geld opsturen naar M.), waarbij in het geval van I. een in vivo contact heeft plaatsgevonden. Er kan niet worden gesteld, dat betrokkene alleen onder stressvolle omstandigheden delictzettend gedrag vertoonde, gelet op het feit dat het ten laste gelegde over de periode van enkele jaren heeft plaatsgevonden.

Betrokkene is een gemiddeld intelligente man, wiens persoonlijkheidsstoornis niet zodanig ernstig is, dat hij op allerlei terreinen disfunctioneerde. Het geen respect hebben voor maatschappelijke normen heeft niet op alle terreinen doorgewerkt, maar wel op het terrein van de seksualiteit. Daarom kan worden gesteld dat betrokkene over de hele linie een goede mate van controle had over zijn gedrag. Hij had kunnen weten, dat de ten laste gelegde gedragingen ongeoorloofd zijn. Op grond daarvan kan worden gesproken van een lichte vermindering van de toerekeningsvatbaarheid, ingegeven door zijn pedofilie (de ten laste gelegde feit 1, 2 en 4) en de combinatie van zijn pedofilie en exhibitionisme (het ten laste gelegde feit 3). Al deze factoren overziend, als de ten laste gelegde feiten bewezen worden verklaard, dan wordt geadviseerd om betrokkene als licht verminderd toerekeningsvatbaar voor alle feiten te beschouwen.

Zorgprognose en beïnvloedingsmogelijkheden

Betrokkenes parafilie en persoonlijkheidsstoomis zijn chronische toestandsbeelden en zullen niet overgaan. Betrokkene kan wel door middel van therapie aanleren hoe hiermee om te gaan. Er wordt geadviseerd dat hij forensisch psychiatrisch wordt behandeld en dat deze behandeling het volgende inhoudt: behandeling van pedofilie, een cognitief gedragstherapeutische behandeling van een zekere verslavingscomponent van betrokkenes seksueel getinte chatgedrag, het opstellen van een delictscenario en van een recidive preventieplan.

2. De verklaring van de getuige-deskundige I. Maksimovic, psychiater, zoals afgelegd ter terechtzitting van dit gerechtshof van 11 september 2012, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

De pedofilie en exhibitionisme van verdachte moeten in elk geval worden behandeld. Bepaalde behoefte en gedragingen die bij betrokkene aanwezig zijn, zijn niet met behandeling en medicatie uit te schakelen. Pedofilie wordt met name behandeld door trainingen met als doel om niet in herhaling te vallen. Ik denk dat het belangrijk is dat de betrokkene een volledige gedragstherapie zal volgen.

Bij betrokkene is sprake van een bepaalde vorm van “thrillseeking” hetgeen zich uit in chatten met jonge meisjes en het zich vervolgens via de computer exhibitioneren. Het vroegere exhibitioneren van betrokken in het openbaar heeft inderdaad de vorm aangenomen van het exhibitioneren via internet.

De therapie moet erop gericht zijn dat gevoelens en gedachten worden omgezet in een bepaalde vorm van gedrag. De therapie dient frequent plaats te vinden.

Het recidiverisico in het begin van een ambulante behandeling is onveranderd, omdat de behandeling nog geen kans heeft gehad iets te bewerkstelligen. Je hoopt dat het recidiverisico in de loop van de behandeling afneemt.

Bij de keuze tussen een ambulante of een klinische behandeling spelen de behandelinhoud en de beveiligingsrisico’s een rol. De behandeling is in een ambulant en klinisch traject inhoudelijk hetzelfde. Als deskundige kies je voor een klinische behandeling vanwege de beveiligingscomponent of omdat de ambulante behandeling niet ten uitvoer is te leggen om praktische redenen. In het laatste geval moet men bijvoorbeeld denken aan het geval de betrokkene geen huisvesting heeft.

Ik kan mij voorstellen dat de reclassering een ambulante behandeling als een moeilijke klus beschouwt.

Ik kan me goed voorstellen dat het geen eenvoudige behandeling wordt. Er dient bij betrokkene een bepaalde weerstand te worden omgebogen. Dat zal een moeilijke klus worden.

Ik ben het eens met de conclusie van de reclassering dat het risicogevaar op lange termijn hoog is indien betrokkene niet wordt behandeld.

3. de inhoud van het de verdachte betreffend rapport, d.d. 26 mei 2012, opgemaakt door prof. dr. J.J. Baneke, forensisch psycholoog, onder meer – zakelijk weergegeven – inhoudende als conclusies en adviezen van voornoemde deskundige:

KLINISCH-PSYCHOLOGISCH ONDERZOEK

In het contact laat betrokkene verschillende kanten zien. Allereerst toont hij zich zeer gedecideerd in zijn acties tegen de P.I. Daarbij is hij iemand die anderen wil helpen. Dat geldt voor zijn medegedetineerden zoals het eerder gold voor de meisjes die hij onder zijn hoede nam. Is betrokkene aanvankelijk nogal in de aanval, later komt hij over als iemand die warm kan zijn, vertrouwen kan wekken, en zichzelf eigenlijk ook zo ziet of graag wil zien. Daarbij komt hij wat dramatiserend en theatraal over, waarbij hij soms nogal positief over zichzelf spreekt, alsof hij een soort redderrol heeft. Er lijkt sprake van een wat narcistische overdrijving van eigen kwaliteiten, terwijl daaronder een onzekere en identiteitszwakke man schuil gaat die in emotioneel opzicht weinig uitgebalanceerd is.

Na afloop vraagt men zich af of betrokkene wel het achterste van zijn tong laat zien. Ook kan men zich afvragen of betrokkene voldoende beseft dat hij over de schreef kan gaan, het niet zo nauw neemt met de grenzen van anderen en ook wat kan manipuleren. Betrokkene heeft mogelijk iets ontwijkends, zonder dat men het precies te pakken krijgt.

DIFFERENTIAAL DIAGNOSTISCHE OVERWEGINGEN

Op basis van de door hem zelf beschreven grote aantrekkingskracht van meisjes tussen 11 en 14 jaar, alsmede van het exhibitioneren voor meisjes van die leeftijd, het herhaaldelijk via internet contact zoeken met meisjes van die leeftijd, waarbij betrokkene ook seksuele spanning en lust ervoer, en tevens het reeds sinds lange tijd zoeken en downloaden van grote hoeveelheden kinderpornografisch materiaal, alsmede het lichamelijk seksueel contact zoeken en bewerkstelligen met (tenminste) een van de meisjes, kan de diagnose pedofilie gesteld worden.

Er zijn theatrale en narcistische, antisociale en mogelijk borderline trekken aanwezig. De afhankelijke trekken (in onderzoek van Hendriks) (het hof begrijpt: drs. T.E.M. Hendriks, gezondheidspsycholoog/psychotherapeut/forensisch rapporteur) komen in dit onderzoek minder naar voren, maar er is wel een verhoogde behoefte aan affectie die daarmee samenhangt. In emotioneel opzicht lijkt betrokkene weinig uitgebalanceerd en de identiteit is onvoldoende ontwikkeld. Een en ander wijst op een gemengde persoonlijkheidsstoornis met theatrale, narcistische en antisociale trekken.

FORENSISCH PSYCHOLOGISCHE BESCHOUWING

Betrokkene is een inmiddels 54-jarige man, die verdacht wordt van ontuchtige handelingen met een minderjarig, (toentertijd) 13-jarig meisje, waarmee hij eerder gedurende 2 jaar contact had via internet en telefoon; van het virtueel aanzetten tot en dulden van ontuchtige handelingen bij twee minderjarige meisjes van 12 en 14 jaar, met wie hij via internet contact had en die hij voorstelde om hen ook daadwerkelijk te ontmoeten; voorts van het bezit en/of verspreiden en/of vervaardigen van beeldmateriaal met seksuele gedragingen van jonge meisjes.

Betrokkene erkent het tenlastegelegde grotendeels, maar ontkent het 13-jarige meisje op enigerlei wijze seksueel gepenetreerd te hebben.

Er komen theatrale, narcistische en antisociale trekken naar voren, de identiteit is zwak ontwikkeld en emoties zijn weinig uitgebalanceerd.

Voorts lijkt betrokkene vanuit eigen affectieve behoeften geneigd te zijn bepaalde mensen, in elk geval meisjes van 11-14 jaar of mogelijk nog iets ouder, te willen helpen, waarbij er een verwachting is ook genegenheid en/of seks terug te krijgen.

Verband diagnose en delict

In de ten laste gelegde zaken lijkt pedofilie telkens een rol te hebben gespeeld, waarbij sprake is geweest van een seksuele drang, waar betrokkene niet volledig weerstand aan kon bieden. Gezien het eerdere exhibitioneren en downloaden van kinderpomografisch materiaal. blijkt een en ander zich over een reeks van jaren te hebben voortgezet, ondanks een tussentijdse seksuologische behandeling.

Vooral in periodes van problemen in zijn relaties, mogelijk ook in zijn werk, lijkt de pedofiele drang sterker te worden. De persoonlijkheidsstoornis heeft hierin ook een rol gespeeld, omdat betrokkene in tijdens van stress minder in staat is tot adequate aanpassing. Er lijkt echter ook sprake van zoeken naar directe lustbevrediging, zonder dat er duidelijke aanwijzingen [zijn] dat betrokkene in verminderde mate in staat zou zijn (geweest) om zich in te houden en/of andere meer aanvaardbare vormen van seksuele bevrediging te vinden.

Risicoprognose

Vooral de eerdere veroordelingen op seksueel gebied zijn historische risicofactoren, naast de persoonlijkheidsstoomis.

Niet duidelijk is in hoeverre de eerdere behandeling echt effect heeft gehad. Betrokkene toont momenteel wel enig inzicht in de dynamiek van het zoeken naar kinderpornografie en chatcontacten met jonge meisjes, welke geleidelijk de drang tot seksueel handelen doen toenemen, maar echt inzicht in de problematiek lijkt nog te ontbreken.

Zorgprognose en beïnvloedingsmogelijkheden

Betrokkene lijkt bepaalde defensieve, vooral de narcistische en antisociale trekken te hebben, die een behandeling kunnen bemoeilijken. Het is denkbaar dat betrokkene de strijd aangaat of zich quasi aanpast. Het is van belang dat behandeling plaats vindt binnen een setting met voldoende forensische expertise op het gebied van zedenzaken. Een zorgvuldige monitoring van betrokkene zal nodig zijn.

BEANTWOORDING VAN DE VRAGEN

Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, i.c. van pedofilie (niet exclusieve type) en van een persoonlijkheidsstoornis NAO met theatrale, narcistische en antisociale, mogelijk ook borderline, trekken.

Daarvan was ook sprake ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde.

De ziekelijke en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedden onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde (zodanig dat dat mede daaruit verklaard kan worden), althans ten dele.

Op basis van dit onderzoek wordt geadviseerd betrokkene in deze als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Geadviseerd wordt betrokkene een forensisch psychiatrische behandeling op te leggen.

4. de inhoud van het de verdachte betreffend rapport, d.d. 19 januari 2011, opgemaakt door drs. T.E.M. Hendriks, gezondheidszorgpsycholoog/psychotherapeut/ forensisch rapporteur, onder meer – zakelijk weergegeven – inhoudende als conclusies en adviezen van voornoemde deskundige:

FORENSISCH PSYCHOLOGISCHE BESCHOUWING

Het hem ten laste gelegde blijkt bij onderzochte een opeenstapeling van steeds verdergaand seksueel grensoverschrijdend gedrag dat doet denken aan c.q. te labelen is als grooming. Zijn chatten met jonge, kwetsbare meisjes die hij met speelse vaderlijkheid benaderde, werd gaandeweg doorweven met seksualiteit die past bij de ontwikkeling van seksueel experimenterende pubermeisjes. Deze meisjes bleven hangen; enkele van hen heeft onderzochte heel speciaal doen voelen en op hun beurt deden deze meisjes hém speciaal voelen. Dit smaakte klaarblijkelijk naar meer. De consequenties van zijn gedrag heeft onderzochte niet kunnen of willen overzien.

Het veelvuldig chatten van een vijftiger met jonge tienermeisjes, zónder de seksuele component, kan al onbegrensd genoemd worden. De echtgenote van onderzochte noemde zijn chatgedrag zelfs een verslaving.

Aanvankelijk geeft onderzochte als motivatie: het fungeren als ridder of redder in nood. Hij loochende de seksuele preoccupatie, doch kon wél toegeven dat seksualiteit altijd spannend is. In het aanvullend onderzoek komt de seksuele belangstelling van onderzochte voor jonge meisjes zonder voornoemde franje naar voren.

De seksuele spanning leek bij onderzochte stress en angstgevoelens te reduceren en in combinatie met nieuwsgierigheid een grondslag voor het (hernieuwde) kijken naar, dan wel het verzamelen van kinderporno in de pre-delictperiode.

De naaktfoto's van het Brabantse meisje op de in beslaggenomen digitale camera van onderzochte, lijken aan te tonen dat zijn seksuele gerichtheid groter is dan toegegeven. De aanvullende gerechtelijke stukken, waarin blijkt hoe onderzochte (virtueel) seksueel contact maakt met jonge meisjes (opgeilende praat, masturberen met zaadlozing voor de webcam), alsook het aanvullend onderzoek beamen dit.

Bijzonder in deze is hoe onderzochte (virtueel) spreekt over seks met zijn dochter (in haar kindertijd), terwijl dit feitelijk onwaar zou zijn, zo meldt ook de dochter. Realiteit, wensen en fantasie liggen klaarblijkelijk dicht bijeen, zo blijkt uit het bespreken van zijn seksuele (douche)fantasieën met deze dochter. Wat hij (aan mogelijke angsten) bij zijn dochter teweeg bracht kwam op voorhand niet of nauwelijks in beeld.

Spanning rondom seksualiteit speelt überhaupt een belangrijke rol in zijn leven; al vanaf zijn (pre)puberteit is onderzochte seksueel actief, in zijn adolescentieperiode was er een veelheid aan (anonieme) seks en later ook seksueel grensoverschrijdend gedrag, zoals het exhibitioneren. Het seksueel grensoverschrijdend gedrag blijkt verbonden met periodes van stress, emotionele verwijdering van echtgenote(s), falen en eigen feilbaarheid in het werkzame leven en lijkt bij onderzochte bovendien gelinkt te kunnen worden aan een algeheel ontgrenzen in hypomane episodes, althans kan geduid worden als expansieve ontremming(en). De grens van intimiteit en seksualiteit werd steeds verdergaand overschreden en daarbij heeft het onderzochte ontbroken aan realiteitszin; hij dacht de ouders van het meisje zelfs voor zich en zijn gedrag te kunnen winnen.

Bij onderzochte is de recidivekans, althans de kans op ontremd gedrag in zijn algemeenheid, ondanks zijn oprechte voornemens, zonder behandeling zeer wel aanwezig (mede) vanwege de te verwachten hypomane episodes en de eerder gebleken inadequate (seksuele) coping in tijden van stress en angst(en).

BEANTWOORDING VAN DE VRAAGSTELLING

Bij onderzochte is sprake van pedofilie c.q. van recidiverende intense seksueel opwindende fantasieën, seksuele drang of gedragingen die seksuele handelingen met één of meer kinderen in de prepuberteit (in het algemeen 13 jaar of jonger) voor een periode van ten minste 6 maanden. Een en ander heeft duidelijk geleid tot sociaal disfunctioneren. De impulsiviteit bij onderzochte, evenals het opgeblazen gevoel van eigen belangrijkheid én zijn onmiddellijk zoeken en vinden van een andere partner wanneer een bestaande intieme relatie ten einde liep, als bron van verzorging en steun, kunnen worden geclassificeerd als trekken van een persoonlijkheidsstoornis, uit cluster B (borderline en narcistische trekken) en C (afhankelijke trekken).

Dit was ook het geval ten tijde van het plegen van het ten taste gelegde.

De ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedde onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde zodanig dat dat mede daaruit verklaard kan worden.

Het seksueel grensoverschrijdend gedrag bij onderzochte lijkt verbonden met periodes van stress, emotionele verwijdering van echtgenote(s), falen en eigen feilbaarheid in het werkzame leven en lijkt gelinkt te kunnen worden aan een algeheel ontgrenzen in hypomane episodes, althans het gedrag kan geduid worden als expansieve pedofiele ontremming. De grens van intimiteit en seksualiteit werd in toenemende mate overschreden en de realiteitszin ontbrak. Naast het seksueel ontremde gedrag, was ook anderszins sprake van dadendrang en tekortschietende realiteitszin, eveneens met uiterst pijnlijke consequenties. De wijze waarop onderzochte zich wil laten gelden doet denken aan kinderlijke naïviteit.

Op grond van het hierboven beschrevene adviseert ondergetekende een verminderde

toerekeningsvatbaarheid.

Bij onderzochte is de recidivekans, althans de kans op ontremd gedrag in zijn algemeenheid, zeer wel aanwezig (mede) vanwege de te verwachten hypomane episodes en de eerder gebleken inadequate (seksuele) coping in tijden van stress en angst(en). Vaardigheden om adequaat spanning en stress te reguleren houden immers niet over. Gemis aan intimiteit en balans in een stabiele partnerrelatie, het ontbreken van transparantie eerlijke communicatie in deze, zal de kans op recidive doen toenemen.

Behandeling, psychotherapeutisch en eventueel medicamenteus, zal naar alle waarschijnlijkheid een positief, zelfcontrolerend effect hebben.

B.2

Het hof verenigt zich met de conclusies van de voornoemde deskundigen en legt die mede ten grondslag aan zijn beslissing.

B.3

Het hof heeft in het kader van de beantwoording van de onder B. geformuleerde vraag voorts acht geslagen op:

5. de inhoud van het de verdachte betreffend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 17 juli 2012, opgemaakt door M.E. Henrotte, reclasseringswerker, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Denkpatronen, gedrag en vaardigheden

Criminogene factor: Aanwezig

Het lijkt betrokkene nog steeds te ontbreken aan probleeminzicht. Zo is hij er stellig van overtuigd dat hij nooit meer dezelfde fout zal begaan. Er lijkt sprake van zelfoverschatting. Dit wordt eveneens bevestigd door de pro-justitia rapporteur.

Houding

Criminogene factor: Aanwezig

De heer [verdachte] is van mening dat hij voldoende gestraft is voor onderhavige feiten. "Het meest ernstige delict waarvoor ik veroordeeld ben, heb ik niet gedaan", aldus de heer [verdachte]. Betrokkene heeft aangegeven mee te willen werken aan de eerder geïndiceerde interventies, maar zijn motivatie is voornamelijk extern. Betrokkene is ervan overtuigd dat hij niet zal recidiveren.

Eerdere interventies

In december 2011 is er een Reclasseringsadvies ten behoeve van de rechtszitting (01/845328-10) opgesteld, welke tevens is gebruikt als reïntegratieplan voor het programma Binnen Beginnen. In het Plan van Aanpak is een forensische psychiatrische behandeling gericht op zedendelinquenten opgenomen. Daarnaast is geadviseerd om als bijzondere voorwaarde een meldplicht en een behandelverplichting op te leggen. De heer [verdachte] is vervolgens aangemeld bij de GGZ Noord-Holland Noord, Polikliniek Forensische Psychiatrie te Alkmaar. Zij hebben ons in maart 2012 laten weten dat betrokkene niet in aanmerking komt voor een poliklinische behandeling. Zij adviseren een klinische behandeling vanwege de forse delictgeschiedenis en de slechte prognose. Rapporteur heeft dit advies met de heer [verdachte] besproken en betrokkene blijkt geenszins gemotiveerd te zijn voor een klinische behandeling.

Referenteninformatie

De heer [verdachte] heeft rapporteur toestemming gegeven om contact op te nemen met zijn partner, hij gaf hierbij aan dat hij geen toestemming geeft om over de tenlastelegging te praten, maar uitsluitend over haar toestemming met betrekking tot de huisvesting.

Responsiviteit

Op basis van de diagnose zijn er enige mogelijkheden voor gedragsbeïnvloeding. De mogelijkheidheden voor gedragsbeïnvloeding lijken gering. De heer [verdachte] stelt zijn eigen voorwaarden aan bijvoorbeeld referentenonderzoek en deelname aan een poliklinische behandeling. Zo wil hij geen libidoremmende medicatie, maar hij is daarentegen wel bereid om een behandeling (het hof begrijpt: een ambulante behandeling) te ondergaan.

Integrale conclusie

Het probleembesef van de heer [verdachte] is minimaal wat gedragsverandering in de weg zou kunnen staan.

Betrokkene zegt gemotiveerd te zijn voor forensische psychiatrische behandeling. Zijn motivatie is echter niet intrinsiek. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met zijn beperkte probleeminzicht.

Inschatting recidiverisico

Eerder werd het recidive risico ten aanzien van zedendelicten ingeschat als hoog. Aangezien er tot op heden geen vorm van behandeling heeft plaatsgevonden en er sprake is van de huidige tenlastelegging, blijft dit naar onze mening onveranderd.

Risico op letselschade

Ingeschat wordt dat er risico op letselschade is voor personen met specifieke kenmerken, namelijk jonger dan 16 jaar. Betrokkene heeft sinds vele jaren interesse in minderjarige meisjes vanaf tien jaar.

B.4

Uit de inhoud van het hierboven genoemde reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 17 juli 2012, opgemaakt door M.E. Henrotte, reclasseringswerker, blijkt dat het risico dat de verdachte zich opnieuw zal schuldig maken aan zedendelicten wordt ingeschat als hoog. Uit de hiervoor weergeven verklaring van de getuige-deskundige I. Maksimovic ter terechtzitting in hoger beroep, blijkt dat deze het eens is met de conclusie van de reclassering dat het recidivegevaar op lange termijn hoog is indien de verdachte niet wordt behandeld.

De psycholoog drs. T.E.M. Hendriks komt in haar rapport van 19 januari 2011 eveneens tot de conclusie dat de recidivekans, althans de kans op ontremd gedrag in zijn algemeenheid, zeer wel aanwezig is.

B.5

De getuige-deskundige I. Maksimovic heeft ter terechtzitting van het hof van 11 september 2012, onder meer verklaard -zakelijk weergegeven- dat een deskundige zoals hijzelf een klinische behandeling in plaats van een ambulante behandeling adviseert vanwege de beveiligingscomponent of omdat een ambulante behandeling niet ten uitvoer is te leggen om praktische redenen, waarbij men in het laatste geval bijvoorbeeld moet denken aan het geval de betrokkene geen huisvesting heeft.

B.6

Uit het vorenstaande blijkt dat de verdachte in de jaren 1989 tot en met 1999 is veroordeeld ter zake van openbare schennispleging, waarbij hij exhibitioneerde c.q. masturbeerde. Voorts blijkt daaruit dat de verdachte heeft erkend in 2002 seksuele handelingen te hebben gepleegd met een destijds veertienjarig meisje. Uit de thans bewezen verklaarde feiten blijkt dat hij:

- op 4 augustus 2010 ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een destijds 13-jarig meisje, welke handelingen bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer;

- op laatstgenoemde datum kinderpornografische van dit meisje heeft vervaardigd, waarop onder meer seksuele handelingen tussen de verdachte en het slachtoffer staan afgebeeld;

- in de periode van 1 januari 2010 tot en met 4 augustus 2010 tijdens langdurige seksueel getinte zogeheten “chatcontacten” met een destijds 11/12-jarig en een 14-jarig meisje heeft gemasturbeerd voor de webcam van de computer;

- in diezelfde periode een zeer grote hoeveelheid digitale foto- en filmbestanden bevattende kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad.

Aldus is sprake van een langdurig patroon van zedendelicten, waarin de delicten steeds ernstiger zijn geworden.

B.7

De verdachte heeft, zoals blijkt uit voormeld rapport van Reclassering Nederland, d.d. 17 juli 2012, de betrokken reclasseringsmedewerker geen toestemming gegeven om met zijn nieuwe partner over de tenlastelegging te praten. Hij wenste dat met haar uitsluitend over haar toestemming met betrekking tot de huisvesting zou worden gesproken.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij na zijn detentie kan verblijven in de woning van zijn nieuwe vriendin. Op vragen van het hof heeft de verdachte vervolgens verklaard dat zijn nieuwe partner echter niet op de hoogte is van de onderhavige delicten.

Het hof leidt daaruit af dat de door verdachte gestelde huisvesting bij zijn nieuwe partner minder zeker lijkt dan dat hij ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. Tevens is niet duidelijk in hoeverre verdachte bij zijn verblijf bij een nieuwe partner in contact komt met kinderen, in het bijzonder meisjes in de leeftijd tussen 10 en 14 jaar.

B.8

Voorts is uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep gebleken dat de verdachte zijn eigen voorwaarden stelt aan een poliklinische behandeling. Zo wenst hij, zoals hij heeft ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangegeven, geen libidoremmende medicatie te nemen indien dat in het kader van een behandeling zou worden voorgeschreven.

B.9

Op grond van dit één en ander, in het bijzonder de hoogte van het recidiverisico zoals ingeschat door zowel de reclassering als de deskundigen Maksimovic en Hendriks, het patroon van steeds ernstiger wordende zedendelicten en de onzekere huisvesting van de verdachte, bezien in het licht van de hiervoor onder B.4 door de deskundige Maksimovic afgelegde verklaring, biedt een ambulante poliklinische behandeling, zoals de verdediging voorstaat, naar het oordeel van het hof onvoldoende waarborgen voor de algemene veiligheid van personen.

B.10

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is voorts aannemelijk geworden dat bij verdachte nog immer sprake is van een beperkt probleeminzicht, hij zijn eigen gedrag voortdurend bagatelliseert, hij geen intrinsieke motivatie bezit om volledig mee te willen werken aan een behandeling en hij geen geenszins gemotiveerd is voor een klinische behandeling.

Onder die omstandigheden biedt ook de door de advocaat-generaal gevorderde maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden naar het oordeel van het hof onvoldoende waarborgen voor de algemene veiligheid van personen.

Daarbij neemt het hof tevens in aanmerking dat zowel in het rapport van de psychiater als in de voorwaarden zoals omschreven door de advocaat-generaal één van de voorwaarden de controle van het internet verkeer van de verdachte is. Echter gezien de vele mogelijkheden die er zijn om via diverse soorten apparaten deel te nemen aan het internet verkeer acht het hof het niet haalbaar via deze weg controle op de verdachte uit te (laten) oefenen.

B.11

Op grond van het vorenstaande is het hof overtuigd geraakt van de noodzaak tot een behandeling binnen het kader van een terbeschikkingstelling als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht.

Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat op grond van het vorenstaande vaststaat dat bij de verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, de door hem begane feiten telkens misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist.

Het hof zal daarnaast tevens bevelen dat de ter beschikking te stellen verdachte van overheidswege zal worden verpleegd, nu het van oordeel is dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verpleging eist.

Gelet op het bewezen verklaarde wordt de maatregel van terbeschikkingstelling opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Beslag

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het onder 1. en 2. bewezen verklaarde is voorbereid c.q. begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot welke en/of met behulp waarvan het onder 2. en 4. bewezen verklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het de wet en/of het algemeen belang.

Van hetgeen verder in beslag genomen en nog niet teruggegeven is, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast, zijnde degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Maatregelen ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht

1. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat [benadeelde 2] (gemachtigde mr. J.A.M. Berendsen, [postbusnummer] te [woonplaats) als gevolg van de onder 1. en 2. bewezen verklaarde feiten, immateriële schade heeft geleden, die het hof naar billijkheid begroot op € 2.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2010. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Het hof zal daarom aan de verdachte ter meerdere zekerheid van de hieronder te vermelden betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 2.000,00 te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

2. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat [benadeelde 1] (gemachtigde [gemachtigde] als gevolg van het onder 3. bewezen verklaarde feit, immateriële schade heeft geleden, die het hof naar billijkheid begroot op EUR 250,00. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voorts gebleken dat het slachtoffer [benadeelde 1] als gevolg van het onder 3. bewezen verklaarde feit, materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 100,00.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

Het hof zal daarom aan de verdachte ter meerdere zekerheid van de hieronder te vermelden betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij de verplichting opleggen aan de Staat een totaalbedrag van € 350,00 te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

[benadeelde 2] (gemachtigde mr. J.A.M. Berendsen, [postbusnummer] te [woonplaats]) heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend (ter zake van immateriële schade) ten bedrage van € 3.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2010.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij vergoeding van de in eerste aanleg gedane vordering ter zake van voormelde immateriële schade. Daarnaast heeft zij haar vordering vermeerderd met een bedrag van € 460,36 ter zake van materiële schade.

Deze vordering strekt tot vergoeding van geleden schade.

De vordering is betwist. Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1. en 2. bewezen verklaarde rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan de verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan.

Voor wat betreft het meer gevorderde -zijnde een bedrag van € 460,36- zal het hof bepalen dat de benadeelde partij daarin niet ontvankelijk is, omdat een vermeerdering van eis in hoger beroep niet op de wet is gegrond.

Het hof zal daarbij bepalen dat indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De proceskosten van de benadeelde partij worden ten laste van de verdachte gebracht, doch tot op heden begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

[benadeelde 1] (gemachtigde [gemachtigde]) heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend ten bedrage van € 1.600,00, bestaande uit een bedrag van € 1.500,00 terzake van geleden immateriële schade en een bedrag van € 100,00 terzake van geleden materiële schade.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij vergoeding van de in eerste aanleg gedane vordering. Deze vordering strekt tot vergoeding van geleden schade.

De vordering is betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 3. bewezen verklaarde rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan de verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan.

Naar maatstaven van billijkheid moet deze schade worden begroot op een bedrag van € 250,00. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering, voor zover overigens betrekking hebbend op geleden immateriële schade, een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Gelet hierop zal het hof bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat die vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voorts gebleken, dat de benadeelde partij als rechtstreeks als gevolg van het onder 3. bewezen verklaarde handelen vermogensschade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 100,00. De vordering is in zoverre toewijsbaar.

Het hof zal daarbij bepalen dat indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De proceskosten van de benadeelde partij worden ten laste van de verdachte gebracht, doch tot op heden begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 57, 240b, 245 en 248a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1. primair, 2., 3. en 4. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. primair, 2., 3. en 4. bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 mobiele telefoon (GSM), merk Nokia, 2010085265-50, goednr. 214180 (nr. 3 op de beslaglijst);

- 1 fototoestel, kleur chroom, merk Sony Cybershoot W310, 2010085265-50 (nr. 4 op de beslaglijst);

- 1 sieradendoos, kleur zwart, opschrift: juwelier Gouden Anker Den Helder, 2010085265-50 (nr. 5 op de beslaglijst);

- 1 sieraad/ketting, met hangertje half hart in blauw doosje: 214188, 2010085265-50 (nr. 6 op de beslaglijst).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 12 Cd-roms met kinderpornografisch materiaal, goednr. 247756, cd-r 2010085265-50 (nr. 1 op de beslaglijst);

- 1 geheugenkaart uit fototoestel Sony Cybershot W310, goednr. 214182 (nr. 4A op de beslaglijst);

- 1 computer, kleur zwart, merk Asus K70io, 50-215458, notebook met interne harde schijf en netwerkkabels (nr. 7 op de beslaglijst);

- 1 computer, kleur grijs, merk Siemens Amino, 50-215459, notebook met interne harde schijf en netwerkkabels (nr. 8 op de beslaglijst);

- 1 computer, kleur zwart, merk Western Digital, 50-215460, zonder harddisk (nr. 9 op de beslaglijst);

- 1 harde schijf, uit computer Western Digital, goednr. 215460 (nr. 9A op de beslaglijst).

Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een mobiele telefoon (GSM), merk Nokia, 2010085265-50, goednr. 214178 (nr. 2 op de beslaglijst).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] te betalen een bedrag van € 2.000,00 (tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij terzake van het onder 1. primair en 2. bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.000,00 (tweeduizend euro) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], te betalen een bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) bestaande uit € 100,00 (honderd euro) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] terzake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. O.M.J.J. van de Loo en mr. M. Rutgers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van R.H. Boekelman, griffier,

en op 25 september 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.